De Pont

Al een paar keer was Gade enthousiast thuis gekomen als zij met een vriendin het Tilburgse museum De Pont had bezocht. Om de een of andere en verder niet te begrijpen reden was het er nooit van gekomen met zo’n bezoek mee te gaan. En zo kon ik mij tot vandaag hooguit een voorstelling maken van dat museum op de grond van haar verhalen. Verhalen die zowel de exposities als het gebouw in een glanzend licht zetten.
Een tijdje geleden, ik schreef daarover, kwam mijn klas van 1968 voor een re√ľnie bij elkaar. Een van die klasgenoten woonde nu vlak in de buurt van het museum en zo was de afspraak gauw gemaakt om daar eens langs te gaan en dat te combineren met een gezamenlijk bezoek aan De Pont. Een uitje dat geheel volgens de traditie van dat soort zaken begon met koffie met appeltaart bij mijn klasgenote van ooit en haar partner van nu. Zij was destijds mijn favoriete klasgenote, maar verder dan stille aanbidding is het nooit gekomen. Dat gevoel van warme genegenheid is gelukkig nooit helemaal over gegaan. Dat moet je blijven koesteren als een zoete herinnering aan dat wat het nooit geweest is. Maar mooi was het totdat ik het hopeloze van mijn verlangen in zag en er andere kwamen in mijn hoofd en in mijn hart. En nu zijn we een paar levens verder en gaan we gevieren naar De Pont, waar we samen lunchen en dan ieder apart over de drie exposities uitzwermen. Ik geniet van wat er te zien is, maar minstens ook zo net veel van het wonderlijke gebouw. Ik sjees even op topsnelheid door de gangen en zalen met mijn mini-scootmobiel. Een suppoost maant mij tot kalmte. Ik gehoorzaam hem met spijt in mijn hart. Ik word een kwajongen genoemd. Ik voel dat als een compliment. Kwajongen, dat was ik in de jaren ’60 en dat bleef ik. Een kwajongen in De Pont. In een slakkengangetje rijd ik langs en door de kunstwerken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *