Rebel

A, of beter gezegd de mooie A, heeft gebeld. Of ik een boormachine heb en als dat zo is of zij die mag lenen. Ik kan twee positieve antwoorden geven en ook nog een derde: “Ja, ik ben thuis”. “Dan kom ik zo even aan.” Een bezoekje van A is altijd een genoegen.
Als A uitlegt waar zij de boor voor wil gebruiken blijkt dat ze eigenlijk geen boormachine nodig heeft, maar dat af kan doen met een fretje. Ook dat heb ik in mijn gereedschapskist. Ik leen het haar graag uit. Rond de koffie ontspint zich een gesprek dat alle kanten op dwarrelt. Zo’n gesprek dat een goede vriendschap markeert met een open oor en hart voor elkaar.
A heeft onlangs een testje gedaan, een testje ontwikkeld door Gretchen Rubin. Zij is volgens haar website “one of today’s most influential and thought-provoking observers of happiness and human nature”. Gretchen onderscheidt vier tendensen: Upholders die willen weten wat er gedaan zou moeten worden, Questioners wensen rechtvaardigingen, Obligers hebben verantwoording nodig en Rebels willen de vrijheid iets op hun manier te doen. A heeft het testje gedaan en blijkt een rebel te zijn. Verbaast mij gezien ons gesprek en hoe ik A ken van geen kanten.
Natuurlijk wil ik ook het quizje doen dat na een paar vragen zegt te kunnen bepalen tot welke categorie ik behoor. Ben ik een verdediger, een vragensteller, een geriever of een rebel? Ik beantwoord de vragen zo eerlijk mogelijk. Geen ellenlange lijst, acht, negen vragen dat is alles, meerkeuze ook nog, zo gepiept. In een mum van tijd komt mijn uitslag. Ik ben een rebel, net als A. Dat schept, beter nog versterkt een band. Ik lees de toelichting die bij mijn categorie, mijn ‘tendency’ hoort: “Ik doe wat ik wil, op mijn manier. Als je probeert mij wat te laten doen -zelfs als ik probeer mij zelf wat te laten doen- ben ik minder genegen het te doen.” Rebel, net als A, voor wat het waard is.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *