Bode

Soms neem je afscheid van mensen in de vage wetenschap dat je ze waarschijnlijk nooit meer zult zien. De wissels staan zo dat je bij elkaar uit het zicht verdwijnt. Zo half en half spreek je af dat je nog een keer samen koffie drinkt, of luncht. Maar de tijd gaat sneller dan je dacht. Af en toe denk je weer eens dat je nu moet gaan bellen, of mailen of…Maar dan komt er weer iets tussen en de tijd verstrijkt. En wat blijft is de herinnering aan die schijnbaar loze belofte van toen, waarmee je de illusie in stand lijkt te kunnen houden dat sommige contacten misschien wel nooit verloren gaan. De wissel zijn weliswaar omgegooid, maar de beide sporen lopen niet dood.
In mijn agenda staat haar naam met als tijdstip 12:10 uur. Vreemd uur. Misschien iets fout genoteerd. Voor de zekerheid ben ik ruim op tijd op de afgesproken plaats. Het is er dan toch van gekomen, na maanden. Ik bestel een glas thee. Ik krijg de lunchkaart aangereikt. “Dank u wel, ik wacht nog op iemand.” De tijd verstrijkt. Na een half uur stuur ik een sms’je. Of ik mij vergist heb in de datum? De tijd? De plaats? Het antwoord komt prompt. “Ben onderweg!”
Een tafeltje verder zit een oude bekende. Op het eerste gezicht herken ik hem niet. Het leven heeft hem getekend met zulke zware lijnen dat zijn vroegere gezicht er nauwelijks meer doorheen schijnt. Hij ziet hoe ik vorsend kijk. En dan opeens zie ik het. Ik noem zijn naam. “Ja zeker,” zegt hij. “Ik ben het.” De stadhuisbode die geen klusje te veel was en fluitend zijn eigen gang ging. Verhalen te over. Hij schuifelt terug naar zijn plaats als mijn gast binnen komt.
“Goed je weer te zien.”
“Ja, heel goed.”
Het destijds gestokte gesprek komt moeiteloos weer op gang.
Na de lunch zeggen we dat we dit vaker moeten doen.
“Doen we.”
“Ja, doen we!”

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.