Baksteen

Het is een van de laatste kleine winkeltjes die ik ken. Bijna een anachronisme. Je kunt er sigaren en sigaretten kopen, kranten en week- en maandbladen. Er is zelfs nog een schap met pijpen.  Een groot rek met felicitatiekaarten en je kunt er je ov-kaart opladen, staatsloten kopen en heel veel verschillende krasloten. Elke muur schreeuwt je toe dat roken dodelijk is. Moet van de wet. En dat alles op een paar vierkante meter. Eigenlijk is het een winkeltje van niks. Maar zo gezellig met een hechte band tussen de eigenaresse en haar geachte cliëntèle. Het winkeltje staat op de hoek van het straatje waar ik woon.
Gistermorgen reed ik er langs. Er staat een grote auto voor de deur: “Ruit herstellen, Seuren bellen.” Ik kan niet zien wat er aan de hand is.
Aan het eind van de middag ga ik er mijn staatsloten voor de trekking van maart kopen. Het winkeltje ziet er uit als altijd. Ik vraag aan de eigenaresse wat de glashandel vanochtend voor haar deur deed. En ze vertelt dat er ’s nachts een baksteen door de ruit is gegooid en dat drie mannen binnen zijn geweest en voor duizenden euro’s sigaretten hebben gestolen. Het staat allemaal keurig op de bewakingscamera, maar de boeven zijn volstrekt onherkenbaar. Ze hebben zich er op gekleed, hun gezichten zijn niet te zien. Het is de vierde keer in evenveel jaren dat het winkeltje slachtoffer is geworden van inbraak en beroving. Als ze mij haar verhaal vertelt, breekt de eigenaresse. “Ik heb me de hele dag zo goed gehouden, maar nu lukt dat even niet.” Ze huilt. “Ik houd zo van mijn winkel, ik vind het hartstikke leuk, maar dan steeds weer zoiets. Ik vraag me af waar doe ik het nog voor. Ik weet, ik word hier geen miljonair, maar het is zo leuk, de klanten zijn zo aardig. Maar dan steeds weer zo iets.” Ik voel ook de tranen bij mij opkomen. Uit pure onmacht. “Klootzakken zijn het”, zeg ik. Ik koop mijn loten en wens haar sterkte. Wat kan ik anders.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *