Eten

Ook al leert de Bijbel (Matteüs 4:4) ons dat de mens niet alleen bij brood alleen leeft, er moet toch ook geregeld gegeten worden. Dat eten gaat mij goed af. De slechte eter die ik ooit was heb ik al lang achter mij gelaten. Als kind lustte ik niks en vond mijn moeder het goed, al was het maar om van mijn gezanik af te zijn, dat ik de warme maaltijd met een glas melk wegspoelde. Ik was een tetteraar, een woord dat alleen in ons gezin in de betekenis van slechte eter gebruikt werd: “Jantje , zit toch niet zo te tetten en eet eens door.” Ik hoor het mijn moeder nog zeggen. Nee, in mijn jeugd was de middagmaaltijd, – warm eten deed je toen nog tussen de middag-, niet aan mij besteed. Dat is later nog weer ruimschoots goed gekomen. Maar nu strijd ik op een andere manier met de warme maaltijd en plaagt mij van tijd tot tijd de prangende vraag wat zullen we vanavond weer eten. Een vraag die mij geregeld van maandag tot en met donderdag bezig houdt. In het weekend kookt Gade en bepaalt het menu, op vrijdag staat altijd een plaatpizza van de biologische bakker op tafel, maar vier dagen per week pijnig ik mij met de vraag wat nu weer te eten.Ik stel dat veel dramatischer voor dan dat dat in werkelijkheid is, want voor zij naar haar werk gaat, geeft Gade tal van waardevolle suggesties, die mijn probleempje nog verder doen verschrompelen dan het al is. Bovendien is het meestal ook nog zo dat ik begin met de voorbereidingen van het koken en dat als Gade weer thuis komt zij assisteert bij het geven van de finishing touch. En het is meestal die touch die het eten smaak geeft. Een smaak waardoor ik geen glas melk meer nodig heb bij het wegspoelen van de maaltijd.
Vanavond eten we zuurkool.

Nog geen reacties op dit bericht

Klein

Natuurlijk kan ik nog weer verder jeremiëren over hoe de wereld er nu uit gaat zien, nu de eerste decreten getekend zijn, de muren opgetrokken lijken te worden en de splendid isolation weer opgepoetst lijkt te worden en gaat schitteren als nooit tevoren. Maar al dat klagen heeft geen zin, dat verandert niets aan de blijkbaar onstuitbare opmars van het populisme. Ik constateer met enige bevreemding dat onlangs in Duitsland, uitgerekend daar, een topontmoeting heeft plaats gevonden op Europees niveau van een aantal nationalistische partijen die daar samen trots waren op het feit dat het axioma “Eigen volk eerst” of kreten van gelijk allooi hen bond. Dat is toch raar. Je bent overtuigd van je eigen populistische suprematie en kir je op elk gelegen en ongelegen moment dat Europa je de rug op kan en dan ga je in Europees verband samenkomen om de wereld duidelijk te maken dat jouw volk het beste is. Maar even verder denkend realiseer ik me dat ze eigenlijk nergens voor zijn, maar overal tegen. Tegen Europa, tegen de islam en als het er op aankomt ook nog tegen elkaar. Ieder voor zich. Maar toch samen op een bijeenkomst. Bien étonnés de se trouver ensemble.
Eigenlijk schrijf ik liever over de kleine dingen die mij bezighouden. De wereld, ik maak me er wel zorgen over, gaat zo zijn eigen gangetje. Net zoals mijn eigen steeds kleiner wordende wereld. Met het lengen der jaren lijkt je wereld in omvang af te nemen. Dat is geen verontrustend proces. Integendeel, die twee zaken lijken harmonisch omgekeerd evenredig aan elkaar. Je leeftijd neemt toe, je leefwereld neemt af en wordt op zijn laatst zo klein dat er geen plaats meer voor je is. Logisch. Maar soms wordt die kleine wereld, mijn wereld zo bestookt door de grote gebeurtenissen dat je het er wel over moeten hebben. Dat is nu weer even gebeurd. Morgen gaat het waarschijnlijk weer gewoon over wat er in mijn straatje passeert, het boek dat ik aan het lezen ben of de wedstrijd Roda-NEC die ik vanmiddag op Foxsport ga bekijken.

Nog geen reacties op dit bericht

Knödel

“Wat wil je hebben voor je verjaardag?” is een vraag die ik nu al een aantal jaren zo rond de eerste weken van december te horen krijg. Nu heb ik alles wat mijn hartje in materiële zin zou begeren al en dat wat ik daarbuiten zou willen ontvangen is in geen enkele cadeauwinkel te krijgen. Daar heb ik me al geruime tijd bij neergelegd en daar is, zo lang als het duurt, redelijk mee te leven. Dit jaar heb ik op die veel gestelde vraag geantwoord dat ik het wel leuk zou vinden als de gulle gever mij een voorstelling van het een of ander zou aanbieden. Niet in de vorm van cadeaubonnen, maar gewoon een invitatie met hem of haar mee uit te gaan. Een mijn goede vrienden had uitstekend begrepen wat ik bedoelde. Op mijn verjaardag kreeg ik het aanbod te kiezen uit drie door haar geselecteerde voorstellingen. Gade werd ook uitgenodigd en het cadeaugevende echtpaar zou ons vergezellen. We kozen voor een pre-try-out voorstelling van Paulien Cornelisse. Uiteraard werd er eerst samen genoeglijk bij ons gegeten en toen naar de Kleine Zaal van de Vereeniging. Een pre-try-out (zoals zij dit uurtje zelf noemt) is eigenlijk de geboorte, nee eerder nog, de conceptie van een cabaretvoorstelling. Een voorstelling die er bij lange na nog niet is, maar stilaan de komende maanden zal groeien tot een volwaardige productie. Nu is er nog niet meer dan een leeg toneel, geen decor, geen muziek, niets. Alleen een tafeltje met briefjes, die zij geregeld raadpleegt, inspiratie voor weer een meestal meer of zelden minder geslaagd verhaaltje. Op die manier geeft zij je een kijkje in de keuken van een scheppingsproces, een proces waarin de toeschouwer door zijn reacties een actieve rol in speelt. Ik heb me zeer geamuseerd. Tsjee, wat een ouderwets zinnetje. Ik vond het gewoon leuk. Ze wist ook nog niet zeker hoe de voorstelling zou gaan heten. Mogelijk iets met knödel er in. Als de voorstelling over een paar maanden klaar is zal ik vast  gaan kijken om te zien wat er van de grappen uit de pre-try-out is overgebleven. Als verjaardagscadeautje was het in ieder geval zeer geslaagd.

Nog geen reacties op dit bericht

Wereld

In wat voor wereld word ik morgen wakker? Zijn de verhoudingen al danig opgeschud? Hebben de eerste presidentiële decreten al gewerkt? Is  20/1 een nieuw 9/11? Ik heb er geen flauw idee van. Zullen de aangekondigde veranderingen schoksgewijs verlopen of zullen de veranderingen, als die er al zijn, zo geleidelijk verlopen dat ze haast vanzelfsprekend lijken?
Ik vraag me af of Trump echt de machtigste man ter wereld blijft. Misschien zullen de kaarten wel zo verdeeld worden dat hij door zijn eigen uitspraken zich zelf na een tijdje aan de zijlijn terug vindt, niet serieus genomen door wie het met hem voor het zeggen hebben en dat voor het besturen van een machtig land het niet genoeg is om een twitter-account te hebben.
Trump lijkt weinig vrienden te hebben die hem om zijn visie, kennis en uitstraling waarderen. Met het grootste gemak jaagt hij grote groepen tegen zich in het harnas, maar de vraag is of dat harnas sterk genoeg zal zijn om de klappen die hij ongetwijfeld gaat uitdelen op te vangen.
Oude bondgenootschappen staan op barsten, de wereld trilt letterlijk en figuurlijk op zijn grondvesten. De wereldkaart wordt opnieuw ingekleurd. America great again. Zit ik op zo’n Amerika te wachten, zit ik op zo’n wereld te wachten?
Morgen word ik wakker. Zo goed als zeker zal die dag nog lijken op alle andere dagen. En ik zal het hebben over de inauguratieplechtigheid, over wat de nieuwe president gezegd zal hebben. Wordt het pure overwinningsretoriek, gebral zonder inhoud. Zal er deemoed uit zijn woorden spreken of zal hij hooghartig, het hoofd arrogant in de nek, het volk triomfantelijk aankijken, overtuigd van het enige gelijk dat hij kent, zijn eigen gelijk. Waarschijnlijk zal hij zijn speech eindigen met de woorden “God bless America”.  Ik denk dat dat land die zegen harder dan ooit nodig heeft.

1 reactie op dit bericht

Koffietijd

De man staart uit het raam. Hij heeft zojuist het koffieapparaat aangezet. Dat warmt op. Buiten heeft de kou een klein wit laagje over de geparkeerde auto’s gelegd. “Dat wordt straks krabben,” denkt de man. Over een paar uur zal hij op weg gaan, het wordt weer zo’n middagje van de ene therapeut naar de andere behandelaar. Hij zal er zijn verhaal houden, braaf naar de adviezen luisteren en intussen denken dat het zijn tijd wel zal duren.
De man ziet hoe een grote taxibus achterwaarts met de alarmlichten aan zijn straatje inrijdt. Hij vraagt zich af of de bus te groot is of het straatje te klein. Het is als een kindertekening waarin het perspectief niet klopt. Een te grote auto voor een te klein huis. De taxibus verspert het straatje. Twee auto’s willen weg, maar kunnen dat niet. Een mevrouw schuifelt achter haar rollator naar de bus. Een grote bus voor een mevrouw en haar rollator. Ze klimt moeizaam naar binnen, de chauffeur helpt haar met de autogordel. Zij lijkt iets vergeten te zijn. De chauffeur stapt uit, haalt op wat zij vergeten was. De man kan niet zien wat het is. Iets kleins , iets roods. Maakt verder niet uit. De taxibus zet zijn alarmlichten uit en rijdt weg. De twee wachtende auto’s er achter aan. Voor even, zo lang als het straatje kort is, een klein plechtige stoet. Het straatje is weer leeg.
De man ziet hoe de overbuurvrouw de gordijnen openschuift. Hij drukt op het knopje van het koffiezetapparaat. De kat schuift langs zijn benen. Hij doet wat melk in zijn koffie en op een schoteltje een paar druppeltjes voor de kat. Hij roert zijn koffie. Het straatje blijft  leeg. Het is windstil. De zon schijnt. Het vriest. Hij drinkt zijn koffie, staart weer naar buiten en aait gedachteloos de kat.

2 reacties op dit bericht

Halsstarrig

Zoals mogelijk bekend, en zo niet dan hoort u het nu, zit ik in de werkgroep ‘literaire bakens’ van de Stichting literaire Activiteiten Nijmegen. Die werkgroep heeft er voor gezorgd dat her en der in de stad aansprekende teksten zijn geplaatst met als bedoeling dat plaats en tekst elkaar versterken. Wie de vrucht van ons werk nader wil leren kennen, kan terecht op de website van de werkgroep. Op dit moment staan de activiteiten op een laag pitje. Niet dat we niet met enthousiasme nog vergaderen, maar bij een gebrek aan middelen staan een aantal bakens op realisering te wachten. Met het accent op wachten. Realisering is nog niet mogelijk. De werkgroep is naarstig op zoek naar geldschieters die hun naam aan dit fraaie initiatief willen verbinden, een initiatief dat toch de nodige waardering ondervindt. Jammer dat die waardering nog niet altijd in daadwerkelijke ondersteuning wordt omgezet.
Onlangs kwam bij de werkgroep het verzoek binnen om mee te werken aan de inventarisatie van alle poëzie in Nederland en Vlaanderen, aangebracht in de openbare ruimte. Het is het initiatief van een studente en maakt onderdeel uit van haar promotie-onderzoek. Vriendelijk vraagt zij ons en nog vele anderen om via haar website de ons bekende gegevens in te kloppen. Wat mij betreft vind ik het genoeg haar te verwijzen naar onze website, waar uit en te na de ons bekende gegevens vermeld staan. Zonder veel moeite zijn daar de poëtische onderdelen uit te filteren. Ik ben een eenling in de werkgroep met dit standpunt. De andere leden vinden dat wij daar aan mee moeten werken en zo dit fraaie initiatief een kans van slagen moeten geven. Nou voel ik mij persoonlijk nergens te goed voor, vul geregeld vragenlijsten in van onderzoeksbureaus en opiniepeilers, maar ik voel er weinig voor om data-typist te worden voor een mij verder onbekende studente met een promotieplaats. Met een halsstarrigheid, een betere zaak waardig, blijf ik bij mijn standpunt en vind dat de aankomende PhD de verwerking van haar gegevens met gebruikmaking van onze website verder zelf moet regelen. Het voelt goed weer eens over een futiliteit een mening te hebben.

Nog geen reacties op dit bericht

Liederentafel

Wil ik vandaag eens gaan schrijven over onze binnenkort te organiseren ‘liederentafel’, blijkt dat woord niet eens te bestaan. In het ‘Groene Boekje’ schittert het woord door afwezigheid en de Dikke van Dale blijkt alleen maar ‘liedertafel’ te kennen en geeft dan als omschrijving ‘zangvereniging voor mannen’. Op onze liederentafel is iedereen welkom. Een paar weken geleden benaderde een kennis mij met de vraag of ik mee wilde doen aan het organiseren van een liederentafel. De bedoeling was om in een café samen met het publiek wat oude Nijmeegse en Nimweegse liedje te zingen. Mijn rol zou die van aan elkaar prater van de liedjes zijn, die worden voorgezongen door een in het Nimweegs gepokt en gemazelde zangeres en begeleid door een accordeonist. Leuk idee. Zondagmiddag 29 januari om half drie is het zover in café De Kroon, Daalseweg 361. Iedereen is welkom, toegang gratis.
Gedrieën bogen we ons over ons plannetje. Er moest een affiche gemaakt worden, afspraken met de cafébaas gemaakt worden, liedjes uitgezocht. De taken werden verdeeld. Gistermiddag bespraken we het programma. Voor de liedjes wordt dankbaar gebruik gemaakt van het boek ‘Huus toe, lillekerd’, een al uit 1980 stammend standaardwerkje met liedjes en verhalen uit en over Nijmegen. Zo op het eerste gezicht kwamen mij de liedjes onbekend voor, maar toen er gezongen ging worden, was het een feest van herkenning. Het was of er een deurtje naar vroeger werd opengezet en hoorde ik mijn vader weer wijsjes zingen waarvan ik dacht dat ik ze al lang vergeten was. En ik wist weer dat er op verjaardagen niet alleen ‘lang zal ie leven’ gezongen werd maar ook liedjes die iedereen kende. En niks geen karaoke of andere begeleiding dan het ritmisch op een deur de maat van het liedje timmeren. Liedjes dat het bij Hanne in de kuul een daalder kostte en dat er nog nooit een koloniaal gestorven was van verdriet of chagrijn.
Hopelijk komt iets van dat nostalgische zangplezier weer terug op 29 januari. En maakt niet uit hoe het precies heet. Wij noemen en een liederentafel!

1 reactie op dit bericht

Zelfbeeld

Van tijd tot tijd stel ik mij zelf de vraag wie ik nou eigenlijk ben. Dan probeer ik na te gaan of het beeld dat ik van mij heb een beetje klopt. Even in de spiegel te kijken en dan tot de ontdekking te komen dat het toch weer de moeite waard is dat beeld een beetje bij te stellen. Maar meer nog dan de vraag hoe ik tegen mijzelf aankijk blijft de vraag boven mijn bestaan hangen hoe anderen mij zien. Daar krijg je zelden een direct antwoord op, dat kun je hooguit afleiden uit de mate waarin mensen je benaderen of niet. Doorgaans ben ik redelijk tevreden met en over mijzelf. Enige ijdelheid is mij niet vreemd.Maar sinds de komst van Facebook is er een geweldig hulpmiddel om na te gaan wie of wat ik nu eigenlijk ben. Geregeld krijg ik het aanbod om er achter te komen wie mijn echte vrienden zijn, welk boek mij het beste past, wat mijn favoriete haarkleur zou moeten zijn en met wie ik waar over zes maanden woon. Natuurlijk weet ik dat het allemaal onzin is wat die site mij leert, maar ik kan niet aan de verleiding weerstaan er toch af en toe eens op te kijken. Oscar Wilde zei al dat verleidingen er zijn om aan toe te geven en hij heeft meer verstandige dingen gezegd, dus waarom niet. De site spoort mij ook aan mijn bevindingen op Facebook te delen, maar dat gaat mij toch een beetje te ver. Maar in deze intieme kring van bloglezers wil ik mij wel wat verder blootgeven. Vandaag ben ik er achter gekomen dat ik over een half jaar met D in Londen zal wonen, dat ‘Lord of the rings’ de beste afspiegeling van mijn bestaan is en ik voor het beroep van politicus in de wieg ben gelegd. Volgens die site ben ik bang voor sociale situaties, gevolg van mijn verlegenheid!
Ik denk dat ik toch maar beter bij mijzelf te rade kan gaan als het om mijn zelfbeeld gaat.

Nog geen reacties op dit bericht

Kattenmelk

Ik schenk mijn tweede kopje koffie in. Nee, beter, ik maak mijn tweede kopje senseo. Er zijn mensen die zeggen dat dat geen echte koffie is. Ik doe het er al jaren mee. Ik heb wat gegrasduind op mijn laptop. Onnutte dingen opgezocht, even een stukje tv gekeken en nog nergens toe gekomen. Een luie zondagochtend die begon met laat op staan, rustig ontbijten. Toen werd het tijd voor het schrijven van een stukje, maar waar zou dat over moeten gaan? Het grasduinen levert geen inspiratie op. Ik heb geen zin om over Trump te schrijven, ook als staat Internet vol met hem persiflerende filmpjes. Trump die op Facebook concurreert met Jesse Klaver. Iedereen die bij zijn Nijmeegse speech is geweest lijkt te willen laten weten dat ze erbij waren. Ik was er niet bij. Wacht daarmee tot de verkiezingen, dan ben ik er wel bij.
Ik kan natuurlijk schrijven over het genoeglijke etentje dat we gisteravond hadden. Gade slooft zich altijd extra uit als de twee kunstenaressen komen eten. Een keer per jaar komen ze, brengen kleine cadeautjes mee en zorgen voor een avond vol met conversatie. Een van de dames heeft zelfs een papiertje bij zich met drie onderwerpen die zij aan de orde wenst te stellen. We lijken nog maar een stap verwijderd van het moment dat er van dit etentje ook nog notulen worden gemaakt met als aanhangsel de recepten van de verschillende gangen die we nuttigen. Uiteraard besteden we de nodige aandacht aan de perikelen in het het culturele veld, waar het gezelschap zich zeer betrokken bij voelt. Dat zinnetje lijkt mij voldoende aandacht voor dat onderwerp.
Ik maak dus mijn tweede kopje koffie. Gedachteloos. Doe de koffiepad in het in het apparaat, zet het kopje onder het tuitje en druk op de knop. Werktuigelijke handelingen. Doe de koelkast open en schenk wat melk in de koffie. Dan pas zie ik dat ik in plaats van de koffiemelk het pakje met kattenmelk heb gepakt. Smaakt ook prima op deze luie zondagochtend, die inmiddels middag is geworden.

Nog geen reacties op dit bericht

Komst

Ik blader door mijn zaterdagkrant. Nu is een zaterdagkrant voor mij altijd een te omvangrijke stapel papier met veel te veel nieuws, achtergronden en verdieping. Ik snel de koppen, los het kruiswoordraadsel op en blader verder. Het echte lezen van een artikel komt meestal in de loop van het weekend, maar vaak ook niet. Er valt nog zoveel te lezen.
Op de een of ander manier blijft mijn oog hangen op de pagina met mini-advertenties. Dat nadat ik op de pagina met overlijdensberichten heb kunnen constateren dat ik de gemiddelde leeftijd van wier heengaan gememoreerd wordt, nog lang niet bereikt heb. Ik heb statistisch nog wat jaartjes te gaan. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek wordt iemand die nu 71 is, gemiddeld 85 jaar en 5 maanden oud. Statistisch heb ik dus nog 14½ jaar te gaan. Het Bureau houdt de nodige slagen om de arm zoals gezondheidstoestand, familiale belasting en andere al dan niet te beïnvloeden omstandigheden. Maar nog ruim 14 jaar, zou op zich niet gek zijn.
Op de pagina met mini-advertenties waar mannen op zoek zijn naar een vrouw en vrouwen naar een man, waar vakanties worden aangeprezen en een huis in Leiden (bieden vanaf € 625.000) te koop wordt aangeboden staat onder het kopje ‘Welzijn & Gezondheid’ de cryptische mededeling: “Jeshua komt, gaat uit hem tegemoet“.  Verder niets, geen telefoonnummer, geen nadere tijdsaanduiding, geen internetadres, niets. Puur en alleen deze mededeling. Een in mijn ogen nogal tegenstrijdige mededeling. Want stel dat hij (of is het Hij?) inderdaad komt en jij bent niet thuis omdat je uit bent gegaan om hem (Hem?) tegemoet te lopen en je hebt hem gemist (gij kent dag nog uur), staat hij (Hij?) mooi voor een gesloten deur. Bellen en kloppen helpt niet, want je bent er niet.En wat doet Jeshua in zo’n geval. Neemt hij de eerste trein terug? Klopt hij bij de buurman aan (Klopt en u zal worden opengedaan; Matteüs 7:7)?
Als ik zeker wist dat hij komt, zou ik maar rustig thuis blijven wachten. Hij heeft volgens het CBS nog 14,5 jaar de tijd mij te ontmoeten en wie weet nog wel oneindig langer.

Nog geen reacties op dit bericht