Bibliotheek

Ik lees op dit moment het boekje van Amos Oz ‘Panter in de kelder’. Een wat ouder boekje dat nu duidelijk meelift op recenter werk zoals zijn onovertroffen ‘Judas’. Het hoofdpersoontje in dit boekje, ongetwijfeld geïnspireerd op de jonge Oz, beschrijft de bibliotheek van zijn vader. Die bibliotheek is ook de woon- en ouderlijke slaapkamer, waarin het bed elke dag als een boek wordt dichtgeslagen en opgeborgen. De boeken zijn zo geordend dat de hele wereldgeschiedenis aan die ordening is af te lezen. Alle grote talen van de wereld leveren hun bijdrage en de boeken die de jongen niet kan lezen omdat hij de taal niet kent, laten hem in platen en prenten, kaarten en foto’s de wereldgeschiedenis zien.
Hoe heb ik mijn eigen boekenkast geordend? De indeling is al tientallen jaren het zelfde. Een ijzeren opstelling met een plank Nijmegenalia, een dikke meter Oscar Wilde en een hele rij Jan Wolkers. Een plankje A.F.Th. en voor de rest de kinderboeken van mijn neef Gerard, nog al wat poëzie en natuurlijk Voskuil die met zijn zijn serie ‘Het bureau’ mijn denken over werk en leven danig beïnvloed heeft. Mijn boekenkast heeft nergens de allure van een bibliotheek. Het is inmiddels een verzameling oude meuk die nauwelijks aangemerkt kan worden als cultureel erfgoed en voor het grootste deel allang bij het oud papier had kunnen liggen, ware het niet dat ik om een of ander onverklaarbare reden aan die boeken gehecht ben, terwijl ik zeker weet dat ik ze nooit meer zal herlezen. Maar ze horen gewoon in het decor van mijn leven, boeken over en uit Rusland, wat religie, oude atlassen en de Dikke van Dale, de nieuwste druk die met zijn stralend witte kaft detoneert in mijn boekenkast.
En waar ik mijn recente aankopen laat? Die liggen her en der door het huis op stapeltjes. Siebelink bij Siebelink, Verbogt bij Verbogt. En dan nog de stapeltjes diversen met Bernlef, van den Oord, Griet op de Beeck, Wieringa en de biografie van Poetin. En veel recent werk is uitgelezen uitgeleend en niet meer terug gevraagd.
Mijn boekenkast is geen schets van de wereldgeschiedenis, hooguit een getuige van een brede belangstelling.

Nog geen reacties op dit bericht

Bomen

Ik ben tientallen jaren een trouw overheidsdienaar geweest. Vol overtuiging verkondigde ik het beleid. Daar werd ik redelijk voor betaald en het gezegde luidt toch ook niet voor niets ‘Wiens brood men eet, diens woord men spreekt’. Maar dat betekende niet dat ik in alle gevallen de ratio kon doorgronden die zich achter sommige besluiten schuilhield. Zo heb ik nu mijn vraagtekens bij het besluit om een stukje straat bij mij om de hoek te herinrichten. Vanaf 29 augustus tot eind november zal er gesloopt, gestraat, gezaagd, geklinkerd en herplant worden. Begin deze week kondigde de werkzaamheden zich aan.De cirkelzagen zongen hun snerpende melodie. Tientallen bomen werden in een ommezien omgehaald. Mooie forse bomen, waar nog geen ziekte zich in genesteld had. Het stukje straat, een paar honderd meter, waar volgens mij niks mis mee is, krijgt een facelift, een streetlift. De aanpak moet dit stukje het aanzicht van een dorpstraverse geven. Wat dat ook moge zijn, maar zo staat het in ieder geval in de plannen. De nu gemakkelijk te doorkruisen straat moet een intiem karakter krijgen, met smallere rijstroken, handige fietsenstallingen en tot zitten uitnodigende hoekjes in het groen. De noodzaak ontgaat mij. Soms kan ik mij niet aan het idee ontworstelen dat op een lome namiddag een aantal ambtenaren die voor stadsinrichting toch minimaal op MBO-2 niveau geschoold zijn met een dartpijltje naar de kaart van Nijmegen gooien en daar waar het pijltje blijft steken zullen ze de boel, nodig of niet, eens aan het herinrichten gaan. Een jaar of wat geleden kwam het pijltje op de straat bij mij om de hoek terecht. Plannen werden gemaakt. Rijbanen werden vervangen door rijstroken, parkeerplaatsen door parkeerhavens, stoepen door trottoirs. Op de tekeningen kon je haast niet meer zien dat het om de straat om de hoek gaat. En de bomen in de oude situatie werden rigoureus omgezaagd en zullen volgens de futuristische toekomst schetsen vervangen worden door, je kunt het haast niet geloven, andere bomen. Waarom de bestaande bomen niet konden blijven en er daar omheen gepland is? Een boel geld gaat het kosten voor een concept dat over een paar jaar zo goed als zeker weer aangepast gaat worden. Voor dat zelfde geld kun je ook heel veel leuke sociale en culturele burgerinitiatieven ondersteunen.

1 reactie op dit bericht

Hitteverschijnselen

1
De luxaflex is daar waar aanwezig naar beneden getrokken in de stand dicht om de zon buiten te houden. Desondanks is het 25 graden binnen en de dag moet nog beginnen.
2
Ramen die niet op de zonzijde liggen, staan tegen elkaar open om elk zuchtje wind te vangen. Heeft vooral symboolwaarde.
3
Ik zit in verregaande staat van ontkleding deze regels te tikken. Ik bespaar u de details.
4
De studentes hebben op het belendende dakterras een twee- tot drie-persoons opblaaspoedelbadje geïnstalleerd, maar het water brengt hen naar zij zeggen nauwelijks verkoeling.
5
Gisteren bij Ex gegeten. Binnen, waar het net een paar graden minder heet is dan op het terras.
6
Als de zon weg is, blijft de bakstenen muur nog erg lang warm. Dat heet, geloof ik stralingswarmte.
7
Harrie de Kat heeft zich zo languit mogelijk op de tegels van de badkamer neergevlijd. Koelste plekje in het huis gevonden.
8
Het wordt naar verwachting de warmste 25 augustus ooit. Recordhouder was 2001 met 31,1 graden.
9
Straks met de auto weg. De fiets had gekund, maar die heeft geen airco.
10
Binnen is het nog steeds 25 graden. Buiten inmiddels 30 in de schaduw.
11
Ik val in de categorie kwetsbare mensen. Oppassen dus zegt het RIVM.

Nog geen reacties op dit bericht

Sunrise

De zon gaat onder. Het donkert in de kerk. Een straatlantaarn schijnt door het glas-in-loodraam en tekent zo een geheimzinnig patroon op het gewelf. In de kerk kijkt het publiek naar en oude zwijgende film en hoort hoe die film klank krijgt door een virtuoze orgelbegeleiding. Een keer per jaar organiseert de Nijmeegse Orgelkring zo’n voorstelling. Midden in de kerk wordt een reusachtig scherm neergezet waar een oude film op wordt geprojecteerd en die al improviserend door een organist van commentaar wordt voorzien. Woordeloos commentaar, maar daarom niet minder veelzeggend. Dit jaar is het de film ‘Sunrise’ van de oorspronkelijk Duitse filmer F.W. Murnau. Zijn eerste Amerikaanse film uit 1927. Een larmoyant verhaal van een overspelige man die door zijn affaire wordt gevraagd zijn vrouw te verdrinken en dan zijn boerderij te verkopen en haar naar de stad te volgen. Maar als hij zich voorneemt dat ook daadwerkelijk te doen, wordt hij weer opnieuw verliefd op zijn echtgenote, die toch nog bijna echt verdrinkt, maar uiteindelijk komt alles toch weer goed. Het treurnis wekkende verhaal wordt gelardeerd met visuele grappen en grapjes zodat het nu bijna 100 jaar later nog best te begrijpen is waarom deze film bij de eerste Oscaruitreiking in 1929 in de prijzen viel. Als beste film en beste vrouwelijke hoofdrol.
Of het aan de film ligt of aan de entourage maar het publiek reageert enthousiast op het gebodene. Het is ook niet niks wat je voor een tientje op zo’n avond geboden krijgt. Een Oscar winnende film en een op die film gebaseerd orgelconcert. Het publiek regeert bij tijd en wijl ook net zo ouderwets als de film. Kreetjes van goedkeuring of verbijstering zijn te horen als de film, ondersteund door het orgel, daar aanleiding toe geeft. Soms verrast de organist ons door de keuze van de begeleiding van een scene en voegt de klank een extra kwaliteit aan de film toe.
Aan het eind van de film zitten we even in een pikdonkere kerk. De lichten gaan aan, langzaam keer ik van 1927 weer naar 2017.

Nog geen reacties op dit bericht

Interview

Het persbericht is de deur uit. De aankondiging van de presentatie van mijn ‘vertaling’ in het Nimweegs van ‘Opa en oma Pluis’, een boekje uit de Nijntjes-serie op 4 september bij de boekhandel Dekker van de Vegt. Een paar maanden geleden kreeg ik het verzoek van een uitgever of ik dat wilde doen. Uiteraard wilde ik dat. Elke poging om het Nimweegs onder de aandacht te brengen is mij lief. Bovendien viel het qua werk wel mee. Achtenveertig regels. Een paar voorwaarden. Ritme en rijmschema moesten gehandhaafd blijven en de naam Nijntje mocht niet vernimweegsd worden. Nijntje moest Nijntje blijven. En er moest iemand zijn die over mijn schouder meelas en ook nog verstand moest hebben van het Nimweegs. Die vond ik in de dialectoloog Roeland van Hout, met wie ik jaren geleden aan het Nimweegs woordenboek had gewerkt.Van hem kwamen wat waardevolle suggesties, waar ik dankbaar gebruik van gemaakt heb.
Het persbericht was dus uit en op diezelfde dag een verzoek voor een interview en een telefoontje van een journaliste die er weinig van leek te begrijpen om wat nadere toelichting. Zij vroeg waarom ik dit initiatief had genomen. Dat was toch te veel eer, want het initiatief lag bij de uitgever, niet bij mij. Nijntje was al in tientallen edities verschenen. Van het Fries tot het Latijn,van het Achterhoeks tot het Haags. In dat rijtje vonden zij, mocht het Nimweegs niet ontbreken. Terecht.
Gistermiddag een interview met iemand van het plaatselijke advertentieblad. Locatie: de kinderboekenafdeling van de boekhandel waar de presentatie zal plaatsvinden. Ik krijg de vraag wat mij beweegt het Nimweegs zo te promoten. Ik krijg de kans een mooi verhaal op te dissen over het behoud van cultureel erfgoed en identiteit. En opeens komt zo’n Nijntjevertaling in een ander perspectief te staan. Het aardige is ook nog dat ik zelf geloof in wat ik zeg. Dat taal bijdraagt aan het eigene van een streek, een stad, een individu. Nijntje was natuurlijk al cultureel erfgoed. Nu zij ook in Nijmegen domicilie heeft gekozen wordt zij ook Nimweegs cultureel erfgoed. En dat is mooi, heel mooi.

1 reactie op dit bericht

Gelukkig

De ondervrager vraagt aan de schrijfster die in zijn programma te gast is of zij gelukkiger is geworden door alles wat haar is overkomen. Zij wil van geluk niet weten, haar beleving is intenser geworden, zowel van het goede als het minder goede. Intensiteit daar gaat het wat haar betreft om. Zo vat ik gebrekkig een flard van het gesprek tussen hen beide  samen. Het gevoileerde stemgeluid en Vlaamse tongval van de schrijfster moet je er maar bij denken.
Ben ik gelukkig? Als ik in het archief van dit blog duik, blijkt dat ik al vier of vijf keer een stukje de titel ‘Geluk’ meegaf. Lijkt de vraag te rechtvaardigen of ik wel echt gelukkig ben. Want geluk moet je gewoon beleven. Dat is er, dat ben je. Niet te veel over zeuren. Griet op de Beeck, want dat is de schrijfster in de vorige alinea, houdt het liever op’intensiteit’. Door alles wat haar overkwam is zij de dingen intenser gaan beleven. Die term zegt haar meer dan geluk.
Mijn geluk is er vaak wel, dan kan ik mij in een verloren moment intens realiseren hoe goed ik het getroffen heb. Met wat mij gebeurt, wat mij overkomt, met mijn omgeving. Ja, ook met mijzelf. Natuurlijk gaat niet alles van een leien dakje. Er zitten haken en ogen aan het bestaan. Leven gaat soms van au. In het lijf soms letterlijk, maar geluk is meer dan een gezond lijf. Geregeld wordt mij gevraagd hoe het met mij gaat en mijn standaardantwoord is dan: “Kloten, maar voor de rest mag ik niet mopperen. Het leven lacht mij tegemoet en ik lach terug.”
Natuurlijk baal ik ook van weer een doktersonderzoek, van weer een ziekenhuisbezoek, van weer een goed advies, waar ik me toch niet aan houden kan of wil. Vier keer per dag word ik nadrukkelijk herinnerd aan de breekbaarheid van mijn lijf. Maar mijn geest sprankelt nog en beleeft mijn bestaan gelukkig heel intensief .

Nog geen reacties op dit bericht

Excursie

Ik ging naar Rotterdam om daar wat orgels te zien. Twee orgels, een in een kerk, een in een concertzaal. We gingen met een bus vol liefhebbers. Schoolreisjesgevoel. Ik houd van orgelmuziek, ben beslist geen kenner, maar wel een liefhebber. Ik genet van de majestueuze klanken als alle registers open getrokken lijken te worden, maar ook van het lieflijke geluid van de vox celeste die je zo goed als de hemel in zingt.
Eens per jaar organiseert de Nijmeegse Orgelkring een excursie naar een stad of stadje ergens in het land waar bijzondere orgels te beluisteren zijn. Een van de activiteiten naast de wekelijkse orgelconcerten in de Stevenskerk. Dit jaar staat Rotterdam op het programma. De bus vertrekt op een voor de zaterdag onchristelijk vroeg uur. Half negen. Wij zijn de laatsten die aan komen. Er zijn geen twee plaatsen naast elkaar meer vrij en ik kom naast een andere liefhebber terecht. Lang voor Rotterdam weet ik wat voor werk hij heeft gedaan, iets met met wikkels en elektromotoren, al zesenveertig jaar bij de zelfde baas. Ik krijg tal van details te horen over weerstand en vliegwielen, stabilisatoren en meer van die begrippen waar ik mij niets bij kan voorstellen. In wat mij bezighoudt is hij op geen enkele manier geïnteresseerd, zodat mijn aandeel in de conversatie beperkt blijft tot “Zo, zo” en “Nou, nou.”
Ik ken Rotterdam niet of nauwelijks. Wist niet van het bestaan van de Laurenskerk of zijn orgel. Het orgel overweldigt mij. De organist weet er fluwelen klanken aan te ontlokken. Hij kent het orgel door en door en je hoort dat hij van het orgel houdt en het orgel van hem. Geeft zijn mooiste klanken terug.
In de middag naar De Doelen. Een concertorgel in de grote zaal.Veel metaliger dan de Laurens. Een bult orgelgeraas, op een andere manier overweldigend. Een bus vol orgelliefhebbers wordt maar een plukje mensen in de immense zaal.
Op de terugweg krijg ik nog meer te horen over het werk van mijn buurman, maar ook een mentos. Zo gaat de excursie nog echt op een uitje met de bus lijken.

Nog geen reacties op dit bericht

Jubileum

Vandaag is er alom aandacht voor de in 1991 mislukte coupe-poging in Rusland om Gorbatsjov af te zetten. Het 25-jarig jubileum lijkt bijna gevierd te worden. Beschouwingen op de radio en in de krant. Ik was in 1991 ook in Rusland. In het voorjaar in het kader van de stedenband tussen Nijmegen en Pskov. Het was in die tijd dat in onze zusterstad ik zag gebeuren dat overtuigde communisten van een of twee jaar geleden in ieder geval in woord transformeerden tot democraten, zonder dat zij precies voor ogen hadden wat dat woord inhield. Het waren daar warrige tijden, wisselende Pskovse burgemeesters met een grote bereidheid om de banden te versterken. Met een grote delegatie reisden wij naar Pskov af onder leiding van onze burgemeester. In die tijd werden dat soort contacten ook op politiek niveau waardevol geacht. Afbreken van vijanddenken, bevorderen van wederzijds begrip waren sleutelwoorden. Sleutelwoorden die langzaam vervaagd zijn.
In die voorbije jaren is er veel in Rusland gebeurd. Een tijdlang was er sprake van warme vriendschapsbanden. De wederzijdse genegenheid leek geen einde te hebben. Maar het was als en vakantieliefde, een heftig strovuurtje dat een tijdje fel brandde, maar even snel als het opflakkerde ook weer leek uit te doven. En in Rusland werd de klok terug gedraaid. Een Rus vertelde mij dat in vroeger tijden de boer met twee paarden de boer met een paardonderdrukte en dat die boer met een paard op zijn beurt de boer zonder paard weer uitbuitte en dat er eigenlijk niets veranderd was. Alleen wij hier in het westen weten precies wat er fout is in Rusland. Hebben weer een levensgrote vijand gecreëerd. Vijanddenken staat weer in de steigers en van begrip, laat staan wederzijds is geen sprake meer. Integendeel. Voorbij zijn de uitwisselingen, sancties zijn er voor in de plaats gekomen. Onze democratische meetlat beschouwen we als de enige ware. Ik citeer dan graag Churchill: “Twee hoeraatjes voor de democratie, drie is te veel.”
Natuurlijk is er veel aan te merken, maar ik probeer ook met andere ogen naar Rusland en de Russen te kijken, zonder direct een oordeel te hebben en ook hun kant van het verhaal te horen. Als ik gebeld word, hoor ik het Russisch volkslied, dat ik als ringtone geïnstalleerd heb.

1 reactie op dit bericht

Rondje

Gade heeft nog vakantie. Dat levert nog een ander dagritme op. Gade heeft een plannetje. Niet voor niets hebben we de fietsendrager op de auto laten zitten. In Frankrijk hadden we ook onze fietsen bij ons, maar ik heb er geen meter getrapt. Dat had twee redenen. Toch iets te heuvelachtig en Gade had een snoertje van haar fietsoplader vergeten en heeft zij dankbaar gebruik gemaakt van mijn fiets op haar geregelde tochtjes. Ik offerde mij op en las in de schaduw van de oude lindeboom of volgde haar wat later met de auto naar het nabije stadje voor de ochtendkoffie. Maar nu terug in Nederland was er geen ontkomen meer aan. “Het is mooi weer en ik heb een mooi tochtje gevonden, 20 kilometer.” Aan de klank in haar stem weet ik dat er gefietst gaat worden. De Planken Wambuis-route. De accu’s zijn opgeladen, de fietsen worden op het rek gehesen. Op weg naar knooppunt 70. De eerste parkeerplaats is vol,overvol. Veel auto’s met lege fietsendragers. Op de volgende parkeerplaats is nog een plekje vrij. Fietsen afgeladen. We gaan op weg. Ik voel goed dat er een paar weken van fysieke inertie achter mij liggen. Ook merk ik dat de lichamelijke gesteldheid mij minder vrij op het rijwiel maken. Ik zwabber wat over de voor mij soms te smalle bospaadjes. Als ik daar alleen zou fietsen, zou er niets aan de hand zijn, maar heel 50+ lijkt zich hier uit te laten. Het wemelt van de tegenliggers die ik geconcentreerd probeer te ontwijken. Dat lukt. Een keer wordt de weg versperd door een daar loslopend stuk rundvee, sierlijk buig ik door de berm om haar heen. Halverwege ligt Otterlo. IJskoffietijd. Tweede etappe, via knooppunt 5 terug. Maar nu wordt het echt atb-rijden. Los zand, keitjes, veeroosters, gemiste afslagen. Ik blijf ternauwernood overeind, maar moet helemaal stoppen als een grote kudde schapen ons omringd. Laatste stukje. Fietsen weer opgeladen. De beloning ligt in een heerlijk stoofpotje vis in het dijkrestaurant.

Nog geen reacties op dit bericht

Val-2

Zou het ooit tot ieders geheugen gaan behoren, het antwoord op de vraag waar was jij toen Epke Zonderland in Rio van de rekstok viel? Het is natuurlijk maar een vlekje, een donker spetje in de Nederlandse sportgeschiedenis. Maar wat werd er op gerekend. Een zo goed als zekere medaille. Natuurlijk er waren wat bedenkingen, blessures, pijntjes, geen grote overwinningen, maar in Rio zou het allemaal goed komen. Nee dus. Na negentien seconden spatte een droom uit elkaar. Daar was het zweefmoment, hij leek weer te vliegen, zwaartekracht leek niet te bestaan. Je kon de tv-verslaggever al weer haast horen zeggen: “Hij staat, hij staat!” Epke grijpt naar de stok, zijn gekneusde vingers raken de stok, maar missen de kracht die te omvatten en wordt het in plaats van ‘hij staat’ ‘hij ligt’. Gevloerd, uitgestrekt op de mat. Geplet lijkt het.
Ik was niet direct getuige van zijn val. Ik had een vergadering. Op mijn laptop keek ik de vergaderstukken in, maar stelde mij ook geregeld op de hoogte van het het olympische nieuws. Lang leve de moderne media en elektronica. Je hebt met een laptop je hele archief bij de hand en kunt je tegelijkertijd op de hoogte blijven van wat er in de wereld gebeurt. En zo wist ik bijna nog voor Epke op de grond lag, dat hij gevallen was. Ik deel het de vergadering mee: “Epke is gevallen.” Ik word wat bestraffend aangekeken omdat ik tijdens de bespreking met een oog het live blog van de Spelen volg. Eigenlijk kan ik best twee dingen te gelijk en heb ik met het ander oog en beide oren de vergadering goeddeels gevolgd. Het is meestal toch een vergadering die zich al slalommend via de nodige zijwegen, uitstapjes en ‘ik wil nog even terugkomen op’ naar een een besluit laat leiden.
We vergaderen in een zomerse ambiance. Een riante tuin en daar was ik toen Epke Zonderland viel. Hij werd zevende.

Nog geen reacties op dit bericht