Hemelvaart

Ik heb geen flauw benul hoeveel mensen echt geloven dat er een hemel is. En hoe die er dan uitziet is een nog groter vraagteken. Ik verbaas me erover dat zelfs de grootste ongelovige als hij het over een geliefd iemand heeft die overleden is, opmerkt dat diegene nog wel van boven mee zal kijken. Hoe vaak ik de afgelopen dagen niet heb gehoord dat Johan Cruyff, dè nummer 14, veertien maanden (symbolisch toeval) na zijn overlijden ergens van boven de wedstrijd Ajax-Manchester United wel  zal volgen. Nou was dat een heel beroerde wedstrijd, waar Ajax niet aan een fatsoenlijke kans toekwam. Zo’n hemel wens ik niemand toe. Cruyff, al dan niet in de hemel, had beter verdiend.
Voor mij is de hemel, als die al bestaat, zeker geen voetbalwedstrijd, en al helemaal niet van Ajax.
Ik heb geen idee of er wel een hemel is. Ik wacht wel af. En als die er wel is, hoe die er dan uitziet? Soms heb ik daar een geruststellende kinderlijke voorstelling van. Dat er inderdaad een poort is, waar Petrus zit te wachten, als ik aanklop een luikje opendoet en naar mijn naam vraagt. Hij bladert wat in zijn boek, lederen kaft, goud op snee, slaat de juiste pagina op en mompelt: “Roelofs, juist ja. Ik had je eigenlijk al veel eerder verwacht. Welkom, je familie zit al te wachten. Derde wolk rechts. Veel plezier in de eeuwigheid.”
De kans dat het zo zal zijn, acht ik zeer gering. Betekent misschien ook wel dat de echte hemel toch een teleurstellende ervaring zal zijn. Niks geen poort, geen Petrus, geen boek, geen familie, geen eeuwigheid.  Gewoon niks. Lekker niks. Een zalige leegte zonder wat dan ook. Onvoorstelbaar.
Vandaag is het Hemelvaartsdag. Jezus, de zoon,  is opgestegen naar de hemel. Hij is, wordt geloofd, weer verenigd met de vader. Misschien is dat de hemel wel. Weer verenigd worden.
Ik wacht af.

Nog geen reacties op dit bericht

Watermeter

Er waren tijden dat iedereen nog bij je aan de deur kwam. De bakker bezorgde zijn brood bij je thuis, de melkboer reed rond met zijn paard en wagen, het ziekenfonds kwam om de zoveel tijd zijn premie bij je halen en stempelde dan een kaart af en als er iemand in de buurt dood was gegaan kwam er een aanzegger dat vertellen. En ook voor het gas, water en elektriciteit kwamen er mannen langs om de meterstanden  op te nemen. Dat kon in die tijd ook gemakkelijk, omdat moeder de vrouw in de meeste gevallen thuis was, de boel daar op orde hield en op de kinderen paste. Nu komen de bakker en de groenteleverancier niet meer uit zichzelf bij je langs. De peterolieboer is al helemaal uitgestorven en de premie voor de ziektekostenverzekering en het begrafenisfonds wordt automatisch afgeschreven. En de standen van de diverse meters wordt je geacht zelf door te geven. En er zijn al ‘slimme meters’ die dat zelf doorgeven.
Nu komt er vandaag de dag geen kleine detailhandelaar meer bij je aan de deur, noch een bode van het ziekenfonds. Nu wordt je deur plat gelopen door pakketbezorgers die je schoenen, kleding, tv’s en alles wat in de winkel van Sinkel maar te koop is bij je thuis bezorgen. En niet alleen door jou bestelde spullen, maar omdat ik nog al veel thuis ben, wordt ik ook het afleverpunt voor pakjes van buren die aan het werk zijn. Paard en wagen zijn vervangen door bestelbusjes, die elkaar in mijn smalle straatje af en toe letterlijk in de wielen rijden.
De watermeteropnemer is wegbezuinigd. Ik krijg een mailtje met het verzoek mijn waterstand zelf door te geven via Internet. Ik klauter de kelder in, verwijder wat spinnenwebben  en probeer de stand af te lezen. Mijn eigen schaduw staat in de weg om dat goed te kunnen. Ik fotografeer de watermeter. Leve de iPhone. Ik heb het afgelopen jaar 1 m³ minder gebruikt en krijg via de mail de complimenten van het waterbedrijf. De bel gaat. Er wordt een pakje bezorgd. “Het is voor de buren, wilt u het aannemen?”

Nog geen reacties op dit bericht

Post

Ik heb post van de Post gekregen. Beter gezegd wij hebben post van de Post gekregen. Een keurig kaartje van Postnl vertelt mij dat ik post heb ontvangen waar onvoldoende postzegels op zijn geplakt. Postnl heeft het onvoldoende gefrankeerde stuk toch bij mij bezorgd omdat ze “begrijpen hoe belangrijk het is dat uw post op tijd komt”. Zo lees ik op het kaartje. Ze verzoeken mij om de verschuldigde verzendkosten alsnog te betalen. Zij stellen het bedrag vast op € 2,34 te betalen via iDeal,een eenmalige incasso of door het plakken van postzegels voor dat bedrag op het kaartje en dat dan terug te sturen. Zij wijzen mij op de mogelijkheid om via Internet het poststuk eerst te bekijken. Dat doe ik en zie een keurige scan van een enveloppe met rechtsboven een postzegel met een 1. Ook worden de maten en het gewicht van de zending vermeld. Maten 21 x 15 x 1. Gewicht 25 gram. Dat is vijf gram te veel voor die ene postzegel. Eigenlijk horen er twee postzegels op. Ik verwacht dan ook dat ik € 0,78 moet bij betalen, maar via een vreemde rekenmethode van Tante Post komen zij op een bedrag van € 2,34 uit: “Betaalde port € 0,78; benodigde port € 1,56; te betalen port € 2,34”. Volgens mij is er € 0,78 te weinig geplakt en zou dat dus bijbetaald moet worden. Nu vragen het drievoudige bedrag en wordt voor die 5 gram te veel dus in totaal € 3,12 in rekening gebracht. Dat is € 0,624 per gram of € 624 per kilo! Dat is nog veel meer dan dat je voor een extra koffer bij een prijsvechter in de luchtvaart betaald.
Het kaartje leert mij ook nog dat op de onvoldoende gefrankeerde post het bericht ‘frankering gecontroleerd’ staat. Op de kopie van het stuk kan ik zien dat het gestempeld is in Nieuwegein op 17 mei. Ik heb  tot op de dag van vandaag nog geen poststuk ontvangen dat ook maar in de verste verte lijkt op de kopie van de enveloppe die op Internet staat. Ik wacht nog even met betalen.

Nog geen reacties op dit bericht

Sleutelbos

Ik ben mijn sleutelbos kwijt. En het erge is dat ik geen flauw benul heb waar ik hem verloren heb. Ik ben er ooit nog het huis mee ingekomen. Dus zou je denken dat die ergens hier binnen moet liggen. Maar waar? Toen ik mij  afgelopen zaterdag voor de mooiste bruiloft van mijn leven omkleedde heb ik vast ook de sleutels van mijn spijkerbroek verhuisd naar mijn goede pak. Maar ik kan niet meer visualiseren of ik ze toen direct in mijn broekzak heb gestoken of eerst nog even op bed heb gelegd. Ik miste ze pas toen ik aan het eind van de trouwdag weer thuis kwam en mijn pak uittrok. Geen sleutels. Niet in de broekzakken, niet in de zakken van het colbert. Niks geen sleutels.
Ergens in mijn huis of in de feestlocatie of op de weg daartussen ligt een eenzame sleutelbos onnuttig te zijn. Mijn sleutelbos, voor het geval u er eentje vindt en wilt weten of het misschien mijn bos is, heeft twee sleutels. Ik heb tenslotte ook twee voordeuren. Daarnaast zit er een toegangspasje voor het stadhuis aan en een bonuskaart van Albert Heijn. Misschien is het welk symbolisch dat ik dat toegangspasje kwijt ben. Ik sluit al een paar maanden geen huwelijken meer, had dat langzaamaan afgebouwd en vond ik het huwelijk van zoon en schoondochter als eendags-ambtenaar van de Gemeente Heumen een mooie afronding van een lange carrière als trouwambtenaar. Het is alsof het verlies van dat pasje, dat overigens aan niets als zodanig is te herkennen, een bevestiging van het besluit om te stoppen is.
Het verlies van mijn bonuskaart heb ik inmiddels al weer goed gemaakt. In no time kreeg ik aan de infobalie een nieuwe kaart, wordt mijn kooppatroon weer nauwkeurig bijgehouden en krijg ik wekelijks weer de op mij toegesneden aanbiedingen via de mail thuis.
De reservesleutels zijn inmiddels mijn sleutels geworden. Niet vergeten er nog een stel bij te laten maken.

3 reacties op dit bericht

Voorbij

Ik heb in de voorbije 23 jaar heel wat mooie huwelijken mogen sluiten. Huwelijken tussen mensen die ik alleen maar kende van een kennismakingsgesprek, maar waar er vanaf het eerste begin van zo’n ontmoeting een, vergeef mij het modewoord, klik was. Ontspannen gesprekken die altijd leidden tot huwelijkssluiting waar ik tevreden op terug keek. Het bruidspaar ook gezien de bedankjes die mij na afloop bereikten en de complimenten die ik kreeg.
Ik genoot ook van de zogenaamde  ‘korte’ huwelijken. Niks geen voorgesprek, een korte ceremonie waarin ik probeerde om toch de uniekheid van het moment het nodige accent te geven. En natuurlijk waren er ook de huwelijken waarvan ik het gevoel had dat het eeuwigheidskarakter dat wij vaak aan een huwelijk denken te moeten  geven maar een kort leven beschoren was. En van een aantal huwelijken weet ik dat mijn voorgevoel mij niet in de steek heeft gelaten.
Maar doorgaans waren het mooie, heel mooie huwelijken, zeker als het vrienden en bekenden betrof, bruidsparen waar ik een bijzondere  band mee had en heb. En nog steeds, zelfs na vele  jaren betekent dat ik een speciale relatie heb met die paren.
Maar eerlijk is eerlijk, hoe mooi die huwelijkssluitingen ook waren, hoe mijn toespraak ook de juiste toon trof, hoe feestelijk de ambiance ook was, al die huwelijken komen toch wat in de schaduw te staan van het huwelijk dat ik op 20 mei als buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand(babs) van de gemeente Heumen voor een dag sloot. Ik had niet verwacht dat mij die dubbelrol, paps en babs, zo zou raken. Hoe bijzonder het is het huwelijk van je zoon met zijn lief, een geweldige schoondochter, te mogen sluiten en hen niet alleen als babs te  feliciteren maar hen ook je vaderlijke zegen mee te geven.
Met dat huwelijk sluit ik een carrière als babs af. Het was een prachtige huwelijksviering, een geweldig feest dat in de herinnering eigenlijk niet mooier kan worden, zo geslaagd was het in al zijn onderdelen.
Een hoogtepunt, een goed ogenblik om te stoppen na zo’n om en nabij de duizend huwelijken. Voor mij geen huwelijkssluitingen meer, tenzij mijn dochter…

6 reacties op dit bericht

Nachtje

Je moet er maar niet op rekenen dat er morgen nog een stukje van mijn hand verschijnt. Op die zaterdag gaat mijn zoon trouwen. Ik heb het hier al vaker over gehad. En ik mag dat huwelijk sluiten. Het is een mooi sluitstuk voor meer dan 20 jaar buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand zijn, honderden huwelijken gesloten. Huwelijken van vrienden en bekenden, maar veel meer nog van mij volstrekt onbekende personen. Mensen die ik pas boven aan de trap bij de trouwzaal voor het eerst zag, de hand drukte en namens de gemeente van harte welkom heette. En een kwartier later verlieten zij het pand, getrouwd en wel en bedankte mij in menig geval voor de mooie persoonlijke toespraak. Zoiets is vooral een kwestie van de juiste timing en het vinden van een toon die je ‘du moment’ aanpast aan het gezelschap.
Als trouwambtenaar heb ik allerlei huwelijken meegemaakt. Van even vlug wat handtekeningen zetten met twee van gemeentewege geleverde getuigen tot uitgebreide ceremonies waarbij het burgerlijke huwelijk vlekkeloos overliep in een kerkelijke ceremonie, van echtparen die in t-shirt en spijkerbroek verschenen tot bruiden die ik uitgebreid opgemaakt en aangekleed niet herkende van het kennismakingsgesprek kort daarvoor. Ik sprak fikse gezelschappen toe in grote feestzalen en kleine groepjes rond de tafel in een eetcafé. Ik trouwde een enkele keer mensen waarvan ik het vermoeden had dat ze niet van elkaar hielden, maar om ander reden ja zeiden op mijn vraag of ze de ander tot echtgenoot namen. Ik stelde sommige aanstaande bruiden gerust dat het in Nederland niet zo was dat op het laatste moment een weerspannige vader nog bezwaar tegen het huwelijk kon aantekenen en de ceremonie kon verstoren. Een enkele keer heb ik in zo’n geval wel om extra bewaking in de trouwzaal gevraagd. Geen van mijn huwelijken werd verstoord anders dan door luidruchtige kleine kinderen die alle aandacht van het bruidspaar weg trokken en mijn mooie woorden bleven ergens in de ruimte hangen en bereikten het paar en zijn gasten niet.
Nog een nachtje slapen dan trouw ik mijn zoon met zijn lief. Ik zal er vast nog over schrijven.

Nog geen reacties op dit bericht

Bijbaan

Ik heb jarenlang een bijbaan gehad. Ik ben die nu langzaam aan het afbouwen. Naast mijn ‘gewone’ werk was ik ook trouwambtenaar en sloot de afgelopen 23 jaar honderden huwelijken. Ook na mijn pensioennering bleef ik dat doen.Gewoon omdat ik dat leuk vond.Voor het geld hoef je het niet te doen. Als het daarom gaat kun je beter een poetshuis nemen, dat betaalt beter.
Vanochtend hoor ik dat onze Koning ook een bijbaan heeft, piloot. Hij moet om zijn vliegbrevet te houden jaarlijks minimaal 150 vlieguren maken. Dat zijn omgerekend naar werkdagen van 8 uur bijna 19 dagen. Dat de goede man daar naast zijn drukke agenda als staatshoofd nog tijd voor heeft. Mogelijk kan hij een aantal zaken combineren. Als hij samen met zijn vrouw weer ergens op staatsiebezoek moet, kan hij natuurlijk zelf vliegen. Maakt hij zijn reistijd als koning nog eens effectief als piloot.
Toen ik het bericht las, vroeg ik mij af of hij ook op de loonlijst van de KLM staat en of zijn belastingvrijdom ook voor de loon- en inkomstenbelasting geldt voor zijn honorarium bij de KLM of zouden die vergoedingen direct in de staatskas terugvloeien? Ik kan me niet voorstellen dat er geen Tweede Kamerlid is dat daar niet een paar pittige vragen over gaat stellen.
De Koning heeft zijn bijbaantje in de anonimiteit kunnen doen. Passagiers wisten niet dat zij een koninklijke gezagvoerder hadden. Wat mij betreft had hij op zo’n vlucht rustig  zijn passagiers via de boordradio kunnen begroeten met de woorden: “Ik ben De Koning, uw gezagvoerder  en heet u namens de KLM welkom op deze vlucht naar Madrid. Vermoedelijke tijd van aankomst is…” Ik durf er gif op in te nemen dat niemand dan in de gaten gehad zou hebben dat de Majesteit zelf  achter de stuurknuppel zat en niet ene meneer De Koning uit Wassenaar.
Ik ben mijn bijbaantje aan het afbouwen. De Koning niet, integendeel, laat zich bijscholen tot piloot op een groter vliegtuig. Mag hij ook intercontinentaal vliegen. Is hij nog langer van huis. Als dat maar niet ten koste gaat van zijn werk of is staatshoofd zijn geen fulltime baan?

Nog geen reacties op dit bericht

Boos

Ik ben een vrij gelijkmatig mens. Maak me zelden of nooit echt ergens kwaad over. Op zich is dat best wel eens jammer, want een beetje boosheid levert vanzelfsprekend prikkelende stukjes op. Prikkelender in ieder geval dan mijn dagelijkse gekneuter. In mijn stukjes vliegen zelden de vonken er vanaf. Als ik mij al ergens boos over zou maken, zie ik vaak ook gelijk de ander kant van de medaille, constateer dat de waarheid ergens in het midden ligt en dat mijn op het eerste oog zo absolute opvatting barsten begint te vertonen waardoor de nuance naar binnen sijpelt. Mijn aanvankelijke boosheid houdt geen stand en weg is de grond onder een  flagrant extreme opvatting. De zon van de keerzijde doet de sneeuw van het absolute smelten. Het zeker weten maakt plaats  voor het misschien.
Boos word ik als mij onrecht wordt aangedaan. Als iemand iets stellig zegt te weten, ik dat met redenen weet te bestrijden en dat de ander toch bij zijn standpunt blijft. Grrrr! Ik had ooit als penningmeester van een clubje een aanvraag om subsidie gedaan en gisteren wist iemand mij te vertellen  dat die aanvraag niet gehonoreerd was omdat er fouten in die aanvraag gezeten zouden hebben. Ik wist zeker dat de aanvraag aan alle criteria had voldaan, maar dat het fonds op was geweest en er daarom geen financiële bijdrage verstrekt kon worden. Nee hoor, mijn zegsman wist het zeker, hij had het zelf uit betrouwbare bron vernomen, dat de aanvraag onjuist was. Ik voelde de boosheid in mij opkomen en mijn verhaal dat de aanvraag wel conform de vereisten was, werd niet geloofd. Nog staande de bijeenkomst ging ik op mijn laptop op zoek, ik miste daardoor een deel van de vergadering. En na enig zoeken vond ik waar ik naar op zoek was: het bericht van de mogelijke subsidieverlener en las: “Ik moet u meedelen dat de commissie  en de directie uw project niet hebben uitgekozen voor een donatie. Uw aanvraag voldoet aan de criteria van het fonds.” En dan volgt de mededeling dat het geld op was en er andere keuzes gemaakt zijn. Degene die zo zeker wist dat de aanvraag onjuist was, mompelt een zacht sorry, hij had dat toch echt gehoord. Mijn boosheid ebt weg. Weer geen pissig stukje.

Nog geen reacties op dit bericht

Voorbereidingen

Nog een paar dagen en dan gaat mijn zoon met zijn Suzan trouwen. Krijg ik een echte schoondochter. En ik mag ze trouwen, in de echt verbinden. Het zal een van de laatste huwelijken worden die ik sluit en het mag gezegd worden dat is toch een waardige apotheose.
Gisteravond belde zoonlief ons op. Of het aanstaande paar op de koffie kon komen. Uiteraard. En dan was er nog iets of hij zich op de ochtend van de bruiloft bij ons kon komen omkleden in zijn trouwpak. Thuis werd hij niet meer verwacht want de bruid zou daar gekleed worden, opgemaakt en wat er allemaal nog niet meer nodig is om er extra stralend uit te zien. Natuurlijk vonden wij het goed dat ons huis als zijn uitvalsbasis voor het huwelijk gebruikt zou worden. Ik bood hem zelfs aan om de nacht er voor bij ons te logeren, kon hij echt vanuit een ouderlijk huis trouwen. Maar van dat genereuze aanbod wenste hij geen gebruik te maken. Traditie is mooi maar het moet niet te gek worden.
“Prima,” zeg hij door de telefoon “Dan zie je ons zo verschijnen. Ik ben dan gelijk vast mijn trouwpak en -schoenen mee, zijn die vast bij jullie.”
Even later is het aanstaande paar er, uiteraard met hun onafscheidelijk teckel Guus, die wat teleurgesteld lijkt omdat Harrie,onze kat, in geen velden of wegen te bekennen is. Guus zal niet bij de bruiloft zijn, zou veel te veel de aandacht trekken. Guus gaat logeren bij opa Titus, zijn favoriete speelhond in het hondenasiel. Ik geloof niet dat Guus het erg zal vinden dat hij er zaterdag niet bij is. Guus hecht niet zo aan het huwelijk.
Er hangt een trouwpak in de kast op de logeerkamer. Over een paar dagen gaat mijn zoon trouwen met zijn Suzan. Krijg ik een echte schoondochter.

2 reacties op dit bericht

Naalden

Een dag om nauwelijks tijd te hebben voor een blog. De hele ochtend ging op aan het schrijven van de column die ik aanstaande vrijdag weer mag uitspreken bij het Geschiedeniscafé, ook nog wat geschaafd aan de toespraak die ik aanstaande zaterdag mag houden als ik mijn zoon in de echt verbind met wie nu nog mijn aanstaande schoondochter is, maar dan mijn echte schoondochter wordt en zo waar ook nog onze achternaam aanneemt. Leek de naam Roelofs tot langzaam uitsterven gedoemd, komt er zo maar weer een Roelofs bij.
Dat was dus de ochtend, toen nog even naar het staartje van de huldiging van Feyenoord gekeken, geconstateerd dat ik dat beter had kunnen doen door eerst de vleeswaar voor mijn middagboterham weer in de koelkast te zetten. Nu heeft onze Harrie of een van de buurkatten zich aan de biologische kipleverworst te goed gedaan.
Het werd hoogtijd naar mijn afspraak met mijn arts-acupuncturist te gaan, die constateerde dat er nog een virusje actief was. Zij praat bijna liefdevol over die te verdelgen dingen, die even streng maar rechtvaardig moeten worden aangepakt en verdreven. Vitamine C raadt zij aan en prikt in mijn rug ook nog 13 naalden. “Helpen ook een beetje bij het lopen.” Ik lig op mijn zij. “Ga maar even lekker slapen, maar wel stil blijven liggen, in ieder geval niet op je rug.” Ja, mijn arts heeft het beste met mij voor. Zij is de deur van de behandelkamer nog niet uit of ik val in een verkwikkend middagdutje vol met vlugge dromen. Ik voel de naalden pas weer als zij ze naar ik hoop alle dertien weer verwijderd. Als ik weer naar de auto loop gaat dat makkelijker . Heb geen flauw idee of dat van lange duur zal zijn.
Het is al ver in de middag. Zal ik nog een stukje schrijven of er het vandaag maar bij laten zitten? Ik weet dat ik van dat laatste niet echt gelukkig word. Aan de slag, het is nog niet te laat.

Nog geen reacties op dit bericht