Mangomoment

Voor zover ik kan nagaan kennen wij het woord van het jaar sinds 2007. Als ik tenminste de website van Van Dale mag geloven. Sinds dat jaar zijn de volgende woorden tot woord van het jaar verkozen: Bokitoproof, swaffelen, ontvrienden, gedoogregering, tuigdorp, project X-feest, selfie, dagobertducktaks, sjoemelsofware, treitervlogger, appongeluk. En nu is het dus voor dit jaar blokeerfries geworden.
Uit die opsomming blijkt al duidelijk dat de verkiezing tot woord van het jaar niet impliceert dat dat woord tot het taaleigen is gaan behoren. Het leidt een kommervol bestaan in  de marge. Slechts een enkel woord mag nog rekenen op enig actueel gebruik, maar de meesten figureren hooguit nog in artikelen die gaan over het woord van het jaar. Het zijn curiositeiten geworden, als ze niet al vergeten zijn.
Ik ben ervan overtuigd dat als over een tijdje zwarte Piet voorgoed van kleur verschoten zal zijn het woord van dit jaar bijgezet kan worden in het kabinet van vergeten begrippen. Ik zou ook nooit op dat woord gestemd hebben. Veel liever is mij het woord manogmomentje, dat zowel in Nederland als in Vlaanderen bij de eerste drie woorden van dit jaar terecht kwam.
Blokeerfriezen is een onvriendelijk woord met een harde klank met zijn k en fr. Je ziet grimmige koppen met net tot boven de ogen getrokken ijsmutsen met  een afbeelding van de Friese vlag. Het hoofd tussen de schouders, arm in arm op de snelweg. Een en al verzet. Een woord net zo hard als de Vlaamse winnaar moordstrookje. Dat staat voor een direct, zonder afscheiding  aan de (snel)weg grenzend fietspad, een potentiële doodsbedreiging voor de argeloze fietser.
Nee, geef mij dan maar de zoete klank van mangomoment. Een moment van gelukzaligheid en tevredenheid, van klein genot, zelfs in moeilijke omstandigheden. Misschien ook wel een doekje voor het bloeden, maar ook een moment van je verzoenen met wat er is en door pijn en verdriet heen weten dat niet alles ellende is.
Meer in algemene zin acht ik het een mooie omschrijving van een geluksmoment, een gevoel van tevredenheid. Een moment dat teder en breekbaar is, maar in die broosheid getuigt van welbevinden. Een gevoel dat ik geregeld beleef als er weer een stukje geschreven is.

1 reactie op dit bericht

Nuchter

Het is weer zo’n week dat het weinige dat in mijn agenda staat vooral namen van medici van verschillende rang en stand zijn. En dat betekent dat ik de week daar aan voorafgaand ook een paar keer het woordje prikken staat. Want al die heren en dames doktoren stellen er prijs op als zij een actueel zicht hebben op mijn verschillende bloedwaarden. Daarop baseren zij hun oordeel of er een pilletje bij en een tabletje af moet, of omgekeerd. Ik kreeg al een prikformulier van de nierendokter en de huisarts was zo vriendelijk om zijn prikverzoek met dat van de specialist te stroomlijnen, zodat ik met één aderperforatie beiden van de nodige informatie kon voorzien.
Welgemoed ging ik op weg naar de prikpost, gewapend met de twee formulieren. Bovendien moest ik ook voor een andere reden nog in het ziekenhuis zijn, want hogere machten vertrouwde de stripjes van mijn bloedwaardemeter niet en die moesten worden omgeruild voor meer accurate exemplaren.
Het was druk in de wachtkamer, maar er is daar altijd genoeg te zien. Want iedereen die iets in het ziekenhuis heeft te zoeken moet door die wachtkamer.  En al die keren dat ik daar op mijn beurt zit te wachten is er wel een vriend of bekende die langs komt voor de een of andere kwaal of ongerief. Van medisch geheimhouding is nauwelijks meer sprake.
Ik ben aan de beurt en meld mij met mijn twee formulieren aan de intakebalie. De vriendelijk receptioniste vraagt of ik nuchter ben. Nu is het zo dat ik al bijna 10 jaar geen druppel alcohol meer drink, maar dat antwoord bevredigt haar niet. Of ik niets gegeten heb? Dat heb ik wel, het loopt immer als tegen het middaguur. Ai, bij de bepaling van een waarde gaat het om nuchter bloed. En daar is na mijn stevige ontbijt geen sprake meer van.  Ik had het formulier. dacht ik, toch aardig goed bestudeerd en onder het kopje nuchter stond niets aangekruist, maar achter glucose stond in nauwelijks te lezen lettertjes wel degelijk nuchter.
Vandaag ben ik weer geprikt. Zo nuchter al maar kan. 

Nog geen reacties op dit bericht

Val

Dit weekend verhaalde een vriendin mij van haar val. Een verhaal dat gezien de omstandigheden toch nog redelijk goed is afgelopen. Maar het moet spectaculair geweest zijn. Zij was bij het bestijgen van een trap in haar huis bijna boven geweest. Nog een trede te gaan, die op de een of andere wijze gemist en toen ruggelings om en om kukelend naar beneden gestort en uiteindelijk met haar hoofd op de plavuizen van de vloer geland. Dat alles in vliegende vaart en met zo’n snelheid dat zelfs het plateautje halverwege de trap haar niet kon stuiten. Als saillant detail weet zij nog te verteleen dat de zolen van haar wandelschoenen in de val zwarte strepen op de de muur had achtergelaten als waren het Chinese tekens die van haar val verhaalden. Het eerste wat zij dacht, daar onder aan die trap was: “Dwarslaesie”. Voorzichtig probeerde zij of zij haar vingers nog kon bewegen. Langzaam kon zij weer op staan en de rust vinden om een bank te vinden en daar weer wat tot haar zelf te komen en voorzichtig weer wat tot haar zelf te komen. Ze was alleen thuis. Gelukkig niets gebroken, wel een beurs lijf vol blauwe plekken.
Ik ben ook geregeld alleen thuis. Wie niet. Het lukt mij niet meer op een trap op te snellen en gebruik bij het traplopen minstens net zo veel armkracht om mij omhoog te hijsen.Het is goed dat er ooit door iemand trapleuningen zijn uitgevonden. Door mij daar aan vast te houden heb ik net die wat extra zekerheid die het nog enigszins stabiel houdt, maar zelfs (of juist) dan is het zaak om geconcentreerd de trap op te klimmen of af te dalen. Ik heb een levendige fantasie en kan haar beeldende vertelde val dan ook bijna trede voor trede meevoelen. Maar dat is mij meer dan genoeg. Ik probeer zelf te voorkomen dat ik val, maar ook in mijn trap zit een klein hoekje en iedereen weet wat daar huist.

1 reactie op dit bericht

0-1

Ooit, niet eens zo lang geleden had ik een seizoenkaart bij N.E.C. Een mooie plaats in vak F ter hoogte van het strafschopgebied. Samen met mijn zoon en een vriend zagen wij heel wat thuiswedstrijden. Goed voor het vader-zooncontact. De club speelde toen nog in de hoogste divisie en was vaak goed voor aantrekkelijk voetbal. Niet dat het allemaal even handige spelers waren, maar de inzet straalde er van af, de wil om er iets van te maken. Maar op de een of andere manier kwam er de klad in. Aansprekende spelers als Cillessen en Schöne verdwenen en toen de club zich eenmaal verzekerd had van een stevige plaats ergens onder in het rechter rijtje ging het hard achteruit. Voor niet-voetballers: het rechter rijtje is de onderste helft van het aantal clubs dat in de competitie meedoet. De club degradeerde. En ik zegde mijn seizoenkaart op. Laf, dat weet ik ook wel, want een beetje supporter hoort zijn club door dik en dun te steunen. For better, for worse. Maar zo’n supporter bleek ik niet te zijn. Ik ga toch niet voor mijn chagrijn zitten te kleumen bij een weinig verwarmende wedstrijd. Maar de club vocht zich terug. Keerde terug naar het hoogste niveau, maar ik volgde hen niet. Ik bleef hen via de tv volgen en zag ze weer degraderen.
Ik werd onlangs uitgenodigd om weer eens een wedstrijd te bezoeken. We waren met ons drieën, een genoeglijk gezelschap. De wedstrijd werd vooraf gegaan door een smakelijk maaltijd. Ik realiseerde mij toen nog niet dat na de koffie het beste van de avond ook gepasseerd was. Wat volgde was een saaie wedstrijd zonder hoogtepunten waarbij de beide keepers zo goed als niet in actie hoefden te komen. De tegenstander, ook al geen hoogvlieger, scoorde in de 13e minuut en deed daarmee de veelgehoorde verwachting dat het 3-1 voor ‘ons’ zou worden te niet.
Het was alsof ik na al die jaren weer een bevestiging kreeg van juistheid  van het besluit dat ik destijds mijn seizoenkaart had ingeleverd.
Bij het verlaten van het stadion kregen we nog een kerstbal met het logo van de club. Schrale troost.

Nog geen reacties op dit bericht

Toon

Ik sliep slecht. Dat overkomt me maar zelden. Maar nu had ik last van kramp in mijn been, zo  zelfs dat ik er wakker van werd en mij verbaasde over het feit hoe rechtop de grote teen van mijn linker grote teen welk kon staan. Daar eindigde de kramp die ergens boven in mijn been begon en zijn hoogtepunt had in mijn linker kuit. Die kramp lijkt nog steeds een erfenis van de gescheurde achillespees, nu vijf jaar geleden.  Midden in de nacht sta ik even op , loop wat rond en voel de kramp langzaam wegtrekken. Gade vraagt of zij iets kan doen. Ik stel voor maar weer te gaan slapen en morgenochtend maar niet te gaan zwemmen. Ik zet de wekker op off.
Halverwege de ochtend  word ik wakker. Het is al tegen elf uur als ik het bed uit kruip. Onder de douche realiseer ik mij wat voor dag het is en weet tegelijk dat ik vergeten was dat vandaag mijn neef Toon jarig is. Ik kan het niet maken om die verjaardag te laten schieten. Toon wordt 85 en ik weet dat hij vast op mijn bezoek rekent. Gade is zo vriendelijk om bij de slijterij op de hoek het traditionele cadeau, een fles jonge jenever te kopen terwijl ik gauw mijn ontbijt naar binnen sla. De traditie leert dat Toon zijn verjaardag altijd in de ochtend viert. Ik vestig een nieuw record als het om douchen, aankleden, ontbijten en het schoon krabben van de bevroren autovoorruit gaat en het lukt mij om nog net voor het middaguur bij hem in een dorpje vijf kilometer verderop aan te komen.
Hij had zich al afgevraagd waar ik toch bleef. Ik biecht eerlijk op dat ik mijn bijna verslapen had en in weinig tijd naar hem toegekomen ben om hem te feliciteren met zijn verjaardag. Ik heb de traditie van het jaarlijkse bezoek in ere kunnen houden. Volgend jaar zal ik, kramp of niet,de wekker niet uitzetten om minder gehaast op visite te gaan. Volgend jaar, als Toon 86 wordt. DV.

1 reactie op dit bericht

Wereldje

Doorgaans houd ik mij in deze stukjes bezig met de kleine daagse dingen. Natuurlijk heb ik wel een mening over hoe het met de wereld zou moeten, of er meer of minder Europa hoort te zijn en of die dividendbelasting nu wel of niet afgeschaft zou moeten worden. Ook vind ik wat van de Groningse gaswinning en het handhaven van de zondagsrust, net zo goed als ik een mening heb over Thierry Baudet of Vladimir Poetin. Maar ik heb zelden of nooit het idee dat er iemand op mijn opinie over die zo verschillende zaken zit te wachten. Bovendien betrap ik mij zelf er geregeld op dat in vraagtekens zet bij een vrij uitgesproken mening. Als ik al eens een boude bewering uit, is er meestal voor het einde van de zin al dat lichte gevoel van twijfel dat het ook net wel eens een beetje anders kan zijn. Onstuitbaar komt dan de zinnetje naar boven dat Jan Brokken de hoofdpersoon in een van zijn boeken laat antwoorden op de vraag van iemand wat de waarheid is. De man, een officier van justitie, merkt dan op: “De waarheid is nog een verhaal.” De waarheid beweegt met ons mee als een riet in de wind. Misschien is dat wel de reden dat ik  het graag over mijn eigen kleine wereldje heb, waar ik de waarheid naar mijn hand kan zetten, die dan ook mijn werkelijkheid is. In de grote-mensenwereld vallen die twee zaken maar zelden samen.
Neem nou de Brexit. Daar maakt de Britse premier zich uitermate hard voor en lijkt er een akkoord te liggen dat nu op nog al wat verzet stuit en het de vraag is of het in deze vorm goedgekeurd gaat worden. En zij reist nu stad en land af om te zien of er toch wat meer uit valt te halen dan dat er nu ligt, vooral als het om de grens tussen Noord-Ierland en Ierland gaat. En de aanvankelijk stoere taal, krijgt zijn nuances, interpretaties en afwijkende exegese. Het terugtrekken uit de EU moet zo voordelig mogelijk uitpakken. Had dat proces dan niet aangegaan! Nu lijkt het op de verkering die je uitmaakt met de mededeling dat je wel vrienden blijft, toch?
Ik kan daar niet zo goed tegen. Vandaar dat ik mij liever buig over de kleine dingen van mijn leventje dan mij druk te maken of een verder gratuite mening te ventileren over de Brexit, laat staan de opstelling van premier May.

Nog geen reacties op dit bericht

Microfoon

Ik heb al vaker gezegd dat ik met een microfoon in mijn hand en wat publiek al gelukkig ben. Meestal maakte ik die opmerking als mensen mij complimenteerden na een presentatie of iets dergelijks. Ik vond het geen bijzondere verdienste. Het ging mij gemakkelijk af. Vaak zeiden mensen dat ze dat niet zouden kunnen, zo voor een groep staan en wat los voor de vuist weg de boel aan elkaar kletsen. Voor mij was dat altijd weer genieten en dat is een prettige bijkomstigheid als het woordvoerderschap ook nog een deel van je werk is. Ik zou niet weten hoe vaak in mijn leven ik zo bezig ben geweest. Honderden huwelijken gesloten, Nimweegse dictees aan elkaar gepraat, bij uitvaarten een woordje gesproken, schrijversinterviews en boekpresentaties gedaan, onbenullige gelegenheidsspeeches afgestoken en zelfs een paar keer een lekenpreek gehouden. En al die keren was het in ieder geval voor mij genieten.
Maar nu ben ik zaken aan het afbouwen. Ambtenaar van de burgerlijke stand ben ik al tijden niet meer, het Nimweegs dictee wordt door anderen overgenomen.
Bijna een jaar geleden werd ik gevraagd om iets over het Nimweegs te vertellen. Ik had dat al vaker gedaan samen met de taalwetenschapper Roeland van Hout. Ook nu wilde hij dat wel samen met mij doen en gisteren was het zo ver, een plezierige mengelmoes van wetenschap en praktijk, goed voor een kleine twee uur onderhoudend programma voor een culturele club in de buurt.
Wat  mij betreft was dat ook een van mijn laatste, zo niet mijn allerlaatste publieke optreden. De ongemakken van het lijf beginnen te veel op te spelen. En dan moet je keuzes durven te maken. Dat heb ik gedaan. Ik heb al verzoeken afgewezen. Ik ben meer en meer op mijn rust gesteld geraakt. Het hoeft allemaal niet meer zo.
Is dat dramatisch? Helemaal niet. Het is mooi geweest , heel mooi. Een mooie avond was het ook. Enthousiaste reacties, een gemeend applaus.
En het geluk, ach, dat vind ik nu in het lezen van mooie boeken, een beetje nadenken en in het schrijven van kleine stukjes. Er is nog genoeg te genieten.

1 reactie op dit bericht

Geheim

Mijn bloggende neef, die van Dossier Moddergat, was een paar dagen uit de lucht. Om vreugdevolle redenen, zoals hij dat zelf betitelde. Nu weet ik vaak waar Neef mee bezig is. We hebben niet voor niets een bijzondere band, want in een van de boeken die hij schreef staat als opdracht  ‘Voor Jan, mijn oom, broer en vader ‘. Dus toen ik las dat hij even niet blogde was ik razend benieuwd naar die vreugdevolle reden en belde ik hem onmiddellijk. Maar ik kwam niet verder dan zijn voice-mail, mij in grote nieuwsgierigheid achter latend. Ik had geen flauw idee waar en met wat Neef bezig was.
Inmiddels heb ik hem gesproken en weet ik van de hoed en de rand. Hij schrijft er zelfs in zijn blog over, zonder ook maar een ietsje-pietsje prijs te geven over waar hij mee bezig is. Toen ik hem er over sprak heeft hij ook voorlopig om uitdrukkelijke geheimhouding gevraagd. Uiteraard zal ik dat verzoek respecteren. Toen ik met Neef aan de telefoon was luisterde Gade mee. Gisteren klapte ze bijna uit de school en wees ik haar op het geheimhoudingsverzoek van Neef. Ik vind dat je dat vertrouwen niet mag beschamen. Op geen enkele manier. Even voelde ik me weer de gemeentevoorlichter die ik zo lang ben geweest. In die functie wist je vaak al meer dan dat er naar buiten mocht komen. Maar geheim was geheim. Dat een wethouder of burgemeester zich min of meer versprak was nog tot daar aan toe, maar jij had je te houden  aan dat wat nog niet naar buiten mocht binnenskamers te laten, hoezeer een journalist ook bleef doorvragen en gissen.
Ook in deze privé-aangelegenheid van Neef was zwijgzaamheid geboden.
In mijn werkzame leven had ik een collega die altijd alles wist wat er aan smeuïge verhalen over heel veel stadhuisbewoners te vertellen was. Over haar ging de mare dat als er iets was dat iedereen zou moeten weten je het haar zou moeten vertellen met de toevoeging dat het strikt geheim was en haar in vertrouwen was meegedeeld. Je kon er donder op zeggen dat binnen de kortste keren iedereen op de hoogte was.
Maar wat Neef betreft doe ik er het zwijgen toe. U kunt desgewenst doorklikken naar zijn site.

Nog geen reacties op dit bericht

Dimmer

Er zijn een fiks aantal dingen die ik niet begrijp. Niet om dat ik te dom zou zijn, maar ze gaan mij kennis eenvoudigweg te boven. En dan heb ik het niet over grote filosofische kwesties of diepgaande politiek-sociale beschouwing, maar gewoon over kleine alledaagse dingen. Dingen waar je nooit bij stil staat, maar die je opeens overkomen. Waarschijnlijk is er een zeer voor de hand liggende verklaring, maar ik begrijp het gewoon niet. Ik snap het niet, ik kan er geen verklaring voor geven en blijf zitten met een groot vraagteken, ver verwijderd van ook maar het begin van een antwoord. Het is niets hemelschokkends, maar het blijft knagen. Ik wil u deelgenoot maken van een recente ervaring op dit gebied.
Ik heb een staande leeslamp, met dimmer. De dimmer heeft het begeven, want een nieuwerwetse gloeilamp die er is ingedraaid geeft ook geen licht en op de dimmer zelf is het controlelampje gedoofd. Splinternieuwe lamp lijkt dus okay, dimmer niet. Met enige moeite sloop ik de dimmer en verbindt via een kroonsteentje de twee snoeruiteinden weer met elkaar. De spanningzoeker geeft aan dat er stroom door het snoer vloeit. Het lijkt of ik een handige jongen ben, maar ik verbaas mijzelf door deze operatie ten uitvoer te brengen. Vol verwachting stop ik de stekker in het stopcontact. Het blijft donker. Zou het dan toch de gloeilamp zelf zijn die kapot is? Het is een geavanceerd exemplaar, geschikt voor een dimmer.Ter controle draai ik een ouderwets gloeilampje uit een nachtlampje in de ‘gerepareerde’ leeslamp. LICHT! Maar ook de geavanceerde gloeilamp die ik voor de zekerheid in het nachtlampje draai geeft daar wel volop licht. Ik krijg het niet aan mijn verstand gepeuterd hoe dat kan. De ouderwetse gloeilamp doet het in het nachtlampje èn de leeslamp, de nieuwerwetse lamp doet het wel in het nachtlampje, maar niet in de leeslamp. Ik heb geen flauw idee hoe dat kan. De leeslamp is een dimmerloze lamp geworden, net als het nachtlampje, maar weigert dienst bij de geavanceerde lamp. Ik blijf verbijsterd achter. Geen flauw idee hoe dat kan. Wie wel?

2 reacties op dit bericht

Zanger

Er is bezoek uit de stad U. Een vriend met zijn dochters. Dat is altijd weer een feestje. Tot mijn aangename verbazing vinden ook de dochters, jonge vrouwen inmiddels het nog steeds genoeglijk om hun vader te vergezellen bij zijn sporadische bezoeken aan ons. Het genoegen is geheel wederzijds.We lunchen samen, nemen wederwaardigheden door, doen een dobbelsteenspelletje waarvan ik overtuigd ben het van een van de dochters geleerd te hebben en die dochter zeker denkt te weten dat ze het van mij geleerd hebben. En daar kunnen we het dan lang over hebben, omdat we allebei bij onze eigen waarheid blijven.
Gade stelt voor samen naar een concertje te gaan van een mij verder onbekende singer-songwriter. Een prima voorstel voor een druilerige zondagmiddag. In de kas van de hortus botanicus staan 20 stoelen klaar voor de gasten. Slechts de helft zal gebruikt worden. Een klein gezelschap voor een mooi optreden van wat met recht een troubadour genoemd kan worden. Lieve liedjes, glashelder begeleid op zijn gitaar, van iemand die zeven jaar geleden het roer stevig heeft omgegooid, zijn huis verkocht en nu al zingend Europa doortrekt. Zijn liedjes verhalen van dat bestaan en van zijn ontmoetingen in Schotland, Scandinavië en ander plaatsen met gelijkgestemden. Hij woont nu her en der bij vrienden, musiceert op straat, geeft concerten en concertjes en geniet van zijn bestaan. 
De regen kletter op het glazen dak van de kas en wordt zo de ritmesectie bij zijn optreden. Wat kan het leven toch heerlijk ongecompliceerd zijn met goede vrienden op bezoek en bij een mooi concert. Met recht een feestje.

Nog geen reacties op dit bericht