Mobiliteit

Er zal vast ook wel wetenschappelijk onderzoek gedaan zijn naar het verband tussen leeftijd en actieradius. Aan den lijve merk ik in ieder geval dat die er is .De stelling van Roelofs zou dan in dit verband zeer gebrekkig geformuleerd en op geen enkel onderzoek gebaseerd kunnen luiden: Met het klimmen der jaren neemt de actieradius af. In welke verhouding die tot elkaar zouden kunnen staan, daar durf ik geen enkele uitspraak over te doen. Misschien klopt mijn stelling ook helemaal niet en  nu ik er nog eens over nadenk slaan de twijfels toe. Maar dat is het begin van alle wetenschap. Beter dan van actieradius te spreken warehet begrip mobiliteit te gebruiken en beperkter nog mijn daagse mobiliteit. Lopen gaat mij steeds slechter af en mijn e-bike staat al weken onaangeroerd in de gang. Ik vertrouw mij zelf niet meer op de tweewieler. Gevolg van een van de kwaaltjes die ik heb? Wie het weet mag het zeggen. Van de andere kant is het natuurlijk wel zo dat iedereen mij aanraadt te blijven bewegen en dat daarbij het regelmatig op de hometrainer zitten mooi is, maar je niet erg ver brengt. Dus is het besluit genomen om naar een andere fiets te kijken. Op naar de Maartenskliniek waar ook een bedrijf zit dat zich gespecialiseerd heeft in meer aangepaste fietsen. Ik probeer een fiets met een lage instap en waar ik makkelijk met mijn voeten aan de grond kan komen. Het proefritje is geen succes. Ik zwabber bijna van de fiets af. Fietsen lijkt voor mij voorbij. Het evenwichtsgevoel laat mij in de steek. Maar de juffrouw heeft nog een oplossing achter de hand. Een elektrisch aangedreven driewieler. Zonder de angst om om te vallen manoeuvreer ik over de smalle paadjes, tamelijk riant in een stoeltje gezeten. Fietsen 2.0. De koop wordt gesloten. Levertijd 6 weken. 6 weken ouder en mogelijk toch weer iets mobieler en ook nog aan het bewegen. Ik ondergraaf mijn eigen stelling.

1 reactie op dit bericht

ODE AAN DE BOEKHANDEL t.g.v. WORLD BOOK STORE DAY

Wat zou de wereld zonder boeken zijn? Te grote vraag, een veel te grote vraag voor 700 woorden. Simpeler vraag: Wat zou mijn wereld zonder boeken zijn? Ik weet wel wat mijn werkster zou vinden. Een wereld zonder mijn boeken zou er voor haar veel werkbaarder uitzien,  veel inzichtelijker, geen boekenkast die nodig eens om een goede afstofbeurt zou vragen en geen her en der staande stapeltjes boeken die ik aan het lezen ben, gelezen heb, of nog moet lezen en waar zij, zacht mopperend, in een voor mij onbegrijpelijke taal, om heen moet stofzuigen. Sjtoof, viesje sjtoof, voegt ze mij toe en ze kijkt mij misprijzend aan. Voor haar zijn boeken stofnesten. Meer niet en aan sjtoof heeft zij beroepsmatig een grote hekel. Ik niet. Boeken zijn een belangrijk onderdeel van mijn biotoop. Boeken houden mijn leefomgeving in tact, zijn het decor waarin ik woon en dat geregeld aangevuld en ververst moet worden. En daarvoor moet ik van tijd tot tijd naar de boekhandel, mijn boekhandel. Zo goed als elke zaterdag ben ik hier te vinden. Mij te verlustigen in de uitstalling, nieuwe boeken ter hand te nemen, door te bladeren, flapteksten te lezen en ze toch weer terug te leggen. De stapels thuis zijn al groot genoeg, toch maar even wachten, toch maar even niet en desondanks vind ik mij aan het eind van de ochtend terug bij de kassa. Kan ze toch niet laten liggen, dat ene aanbevolen boek, net besproken in de krant, net aangeprezen door Twan, of Peter of was het Wieke, Constance of Carla die vonden dat ik per se dat boek moest lezen. “Weet zeker dat je het prachtig vind.”
Hoeveel jaren kom ik hier al? Ver voordat het Selexyz was, of erger nog Polare. De tijd dat de zaak van hogerhand even leek te moeten vergeten dat een boekhandel heel iets anders is dan een pakhuis. Want daar leek het toen zijns ondanks wel op. Volgepakte stellingen verleiden mij niet, maken mij niet nieuwgierig. Integendeel, slaan mijn verlangen naar boeken dood. En de winkel was toen op een haar na dood. En zo niet dood, dan toch doods in ieder geval. Er leek geen leven in te zitten.
Zo dood als Lazarus, zo dood als het dochtertje van Jaïrus. Die beelden mag gebruik worden. Dekker van de Vegt handelde ooit ook in religieuze artikelen en je afkomst moet je nooit verloochenen. En net zoals de broer van Martha en Maria, net zoals het dochtertje van Jaïrus ontwaakte Dekker van de Vegt. Wie de wonderdoener was laat ik even in het midden, maar duidelijk was dat het geloof van velen, de klanten van Dekker van de Vegt het wonder mee bewerkstelligden. Mensen die van lezen houden, mensen die van boeken houden. Mensen die geloven dat een boekhandel meer is dan “voor 9 uur ’s avonds bestelt, de volgende dag in huis.” Die weten wat grasduinen is, die zich durven laten verleiden indachtig de uitspraak van Oscar Wilde “Verleidingen zijn er om aan toe te geven.”

Natuurlijk worden er veel boeken geschreven. Meer dan ik aankan, meer dan dat ik ooit zal lezen. Maar je koesteren in die heerlijke overdaad, wand na wand, tafel na tafel, is het genoegen dat een boekhandel je kan bieden.
Thuis word ik omringd door mijn boeken, een bescheiden ongeordende bibliotheek. Hier in de boekhandel kan ik mij laven aan een oneindig aanbod dat op mij te wachten staat. Keuze genoeg, adviezen te over. En een onstuitbaar verlangen om aan de hand van de schrijver, aan de hand van de  schrijfster een andere wereld te betreden. Een wereld die ik niet vermoedde op de eerste pagina, maar die elke bladzij meer ook de mijne wordt. En voor even ben ik een personage in het mij vertelde verhaal. Elk open geslagen boek een nieuw avontuur. 26 letters steeds weer opnieuw gerangschikt om mij te betoveren. Hier in de boekhandel opgeslagen in oneindigvoud. Ik mag ze aanraken, ruiken, voelen, maar bovenal lezen. De boekhandel als schatbewaarder.
Als er een hemel bestaat dan moet daar ergens in een hoekje een boekentafel staan. Bij voorkeur van Dekker van de Vegt, met al de boeken waarvoor ik dan tijd genoeg heb om ze te lezen. De hemel kan niet zonder die boekentafel. Dan zou het geen hemel zijn. En wat de boekhandel is, dat is duidelijk: niets anders dan nu al een stukje hemel op aarde. Leve de boekhandel.

Nog geen reacties op dit bericht

World Book Store Day

Er is haast geen dag die niet aan iets min of meer bijzonders is gewijd. Een dag voor het een of tegen het ander. Dachten we ooit aan Moederdag of Vaderdag genoeg te hebben, vergeet het maar. Noem maar een onderwerp of er is wel een dag aan gewijd: analfabetisme, parkinson, aids. Noem maar een kwaal of ziekte, een aandoening of vergeten groep en ergens heeft iemand of iets er wel een dag naar vernoemd. Alleen deze week alleen al vierden we volgens de website met bijzonder dagen: de Dag van  de Aarde, Werelddag van het Boek en de Auteursrechten, Wereld Proefdierendag, Koningsdag, Werelddag voor Veiligheid en gezondheid op het werk en de Dag van de dans.  Mijn liefje , wat wil je nog meer. Elke dag is er wel iets te vieren of te gedenken als het aan de Verenigde Naties, de WHO of de traditie ligt.
De hier boven aangehaalde site lijkt uit te blinken in volledigheid, maar dat is maar schijn. Want zaterdag 29 april is er nog een feestdag die niet in dat lijstje staat, dan is het namelijk World Book Store Day. De dag dat de boekhandel in het zonnetje wordt gezet. Ook mijn eigen boekhandel doet daar van harte aan mee met een programma met tal van grote en kleine activiteiten op deze zaterdag. Schrijvers signeren, lezen voor, worden geïnterviewd. Een paar weken geleden werd ik gebeld door de baas van de boekhandel of ik mij zelf zou willen laten lenen voor een bijdrage middels een ode aan de boekhandel. Natuurlijk wilde ik dat wel, als het maar bij een bescheiden bijdrage bleef. Ik ben van het korte baanwerk. Maar het mocht wel iets meer worden dan de gebruikelijke lengte van mijn dagelijkse blog. Het werden zo’n 750 woorden. Morgen om 11.00 zal ik mijn Ode aan de Boekhandel bij Dekker van de Vegt uitspreken. En later op de dag is hij hier te lezen.

Nog geen reacties op dit bericht

Koning

Het was nog ver voor dat ik mijn eerste Franse les kreeg en dat was in de vijfde klas van de lagere school. In hedendaagse valuta is dat groep 7 van de basisschool. Zelfs op mijn lagere school die opleidde voor de ambachtsschool was er zo jong al Franse les. Ik bladerde 8, 9 jaar oud in het leerboek Frans van mijn veel oudere broer. En daar las ik het woord roi. Ik sprak dat uit zoals het geschreven stond, gewoon [roi]. En ik weet nog dat ik toen bij mezelf dacht, zo, dat pakken ze me niet meer af, ik weet al wat koning in het Frans is: [roi]. Pas veel later begreep ik dat je het Franse roi hoort uit te spreken als [rwa]. Weg mijn mij zelf toegedachte taalvoorsprong.
Gisteren en vanochtend ben ik druk in de weer geweest met de koning, de jarige koning. Met belangstelling keek ik naar het gesprek tussen hem en Wilfried de Jong. Een gesprek dat mij innam voor de wijze waarop De Jong het gesprek voerde en Willem Alexander er aan deel nam. Beiden waren op de toppen van hun professionele kunnen. De een als interviewer, doortastend wanneer nodig, terughoudend wanneer gepast. De ander als vorst, bewust van zijn waardigheid en functie, zonder een pantser van majesteitelijkheid om zich heen op te trekken. Integendeel, oprechte emoties die in een gesprek tussen twee mannen nergens larmoyant werden.
Ik ben nooit een republikein geweest. Zoals hier in Nederland vorm wordt gegeven aan de monarchie, inclusief de anachronistische erfopvolging, vind ik die te verkiezen boven het presidentschap. Om de zoveel jaar een door partijpolitieke motieven gedreven verkiezingsstrijd, met de mogelijkheid om een parlementair stelsel alleen maar decor te laten zijn. Ik moet er niet aan denken. Kijk naar het gehannes in Frankrijk, wie daar kans loopt president te worden, kijk naar Turkije, naar Rusland. Republieken. Nee, dank je wel.
Vanochtend met Gade op de bank naar Koningsdag in Tilburg zitten te kijken. En ja, bij de koffie voor ieder een oranje tompouces en zachtjes meegezongen dat er Brabant nog licht brandt en het Wilhelmus. Vive le roi!

3 reacties op dit bericht

Provinciaal

Ik ben een Gelderlander. Dat slaat natuurlijk nergens op, want Gelderland bestaat niet. Althans niet zoals er een Brabant, Limburg, Zeeland, laat staan een Friesland bestaat.  Natuurlijk bestaat er een provincie Gelderland, maar die zorgt niet voor een bijdrage aan mijn identiteit zoals dat bijvoorbeeld bij de inwoners van de genoemde provincies wel het geval lijkt te zijn. Brabander, Limburger, Zeeuw en zeker Fries,daar kan ik me iets bij denken. Maar Gelderlander, nee dat roept geen enkele associatie bij me op.Wat dat betreft ben ik vooral Nijmegenaar, maar vraag me ook niet wat dat dan precies inhoudt.Het betekent in ieder geval dat ik niet wil dat er de draak met mijn stad wordt gestoken. Natuurlijk, iedereen mag er relativerende opmerkingen over maken, over onze mislukte pleinen, het genuil dat er een oude toren moet worden herbouwd en dat NEC iets heel anders is dan N.E.C. Een goede grap daarover is nooit weg, maar wee degene die mijn stad wegzet als minderwaardig, belachelijk en verachtenswaardig en zich afvraagt of er wel iets goeds uit Nijmegen kan komen.
Ik kom hierop naar aanleiding van de terecht commotie die ontstond nadat Jelle Brandt Corstius zichzelf bij De Wereld Draait Door had aangemeld om het een en ander over de net overleden Chriet Titulaer te vertellen. En dat wat als een eerbetoon bedoeld was, werd een lacherige persiflage, slecht voorbereid en nog slechter uitgevoerd. Het dedain ten opzichte van alles wat zich verder dan 5 kilometer buiten Amsterdam afspeelde, droop er van af: Ha, ha wat zijn wij toch bevoorrecht ten opzichte van die uit de wingewesten afkomstige kabouters met hun koeterwaalse tongval. Matthijs  van Nieuwkerk en zijn side kick Tim Homan rolden bijna van hun stoel toen Jelle dat taaltje ook nog eens zo leuk na ging doen en hij een van de meest onbenullige passages voorlas uit, -ha ha hoe kon je een boek nu zo noemen-, Mijn Biografie. Een imitatie die overigens nergens op leek.
Brandt Corstius betreurde een dag later zijn optreden. Was een beetje uit de hand gelopen. Iets minder gretigheid zou hem gesierd hebben en Titulaer meer recht hebben gedaan. Het is goed te zwijgen over de dingen waar je niets over te zeggen hebt.

Nog geen reacties op dit bericht

Hospitaal

Her en der in het huis liggen aangebroken pakjes papieren zakdoekjes. Het is duidelijk dat er iets heerst. De vorige week lag ik een paar dagen in bed, een beetje verhoging en hoesten dat het een lieve lust was. Zo zelfs dat het Gade en mij raadzamer leek de nachten gescheiden door te brengen. Mijn geblaf zou haar maar uit de slaap houden en ik kon naar hartenlust hoestend en proestend te keer gaan. En nog steeds is dat niet over, de keel blijft prikkelbaar en het hoesten heeft nog steeds een bovengemiddeld volume.
Gisteren kwam Gade van haar werk en het was haar al aan te zien. Het virus had ook bij haar toe geslagen. Nog heviger dan het bij mij had gedaan. Was het bij mij bij een pijnlijke keel gebleven, bij haar kwam er hoofdpijn en misselijkheid bij. Ons huis is voor even een ziekenhuis geworden met twee categorieën patiënten. Ik zelf ben de lopende patiënt in verregaande staat van revalidatie, revalidatie die nimmer tot geheel herstel zal leiden. Daarvoor zijn de kwalen te talrijk en onherstelbaar. Maar er is goed mee te leven in een aangepast tempo. Gade is aan haar bed gekluisterd.Te gammel om op te staan. Alle symptomen van een griep zijn haar deel. Zelfs het nadenken over wat zij straks zou willen eten is haar te veel en doet haar misselijkheid geen goed. Ik kan niets voor haar betekenen, anders dan wat meelevend knikken. Alleen rust kan haar redden. Ik herinner mij van een paar dagen geleden hoe koesterend en genezend een slaapje dan werkt.
Straks maar boodschappen doen, als ik weet of er al dan niet een heuse maaltijd verwacht wordt of dat het blijft bij een geraspt appeltje op en stukje toost en iets lekkers te drinken.
Zal dan ook vragen of er nog bepaalde wensen zijn vanuit de ziekenboeg. Bezoektijden alleen op afspraak.

1 reactie op dit bericht

Macron

De eerste ronde van de ranse presidentsverkiezingen is voorbij. Op 7 mei volgt de tweede en beslissende ronde. Van de 11 kandidaten zijn er nog twee over. Macron en Le Pen. Ik weet niet of ik blij moet zijn met deze uitslag. Eerst 7 mei nog maar eens afwachten. Wel vind ik dat Franse systeem wel aardig, het competitieve erin. Nu is elke verkiezing natuurlijk een competitie maar hier wordt er nog een meertraps raketje van gemaakt. Aan de eerste ronde lijkt iedereen mee te mogen doen. En als geen van de deelnemers meer dan 50% haalt, volgt er tweede ronde tussen de twee hoogst scorende kandidaten. Winnaar van de eerste ronde was eigenlijk de niet-stemmer, want met 30% wegblijvers overtrof hij Macron en Le Pen ruimschoots. Maar het is natuurlijk vreemd om een tweede ronde te houden met als alternatief een echte kandidaat tegenover niemand. 30% die niet op een president lijkt te wachten. Het deficit van de democratie.
Deze verkiezingen plaagde mij steeds een bepaalde en onzinnige gedachte. Als ik de naam Macron las of hoorde kreeg ik ook steeds visioenen van een verfijnde Franse patisserie met veel glazen vitrines, die heerlijk geurde naar vers gebakken lekkernijen en waar je bestelling van twee pains au chocolat omzichtig in dun vloeipapier met een fraaie strik werd verpakt. Zonde van het werk, omdat de broodjes toch bijna onmiddellijk op een zonnig terras met een grand creme genuttigd zullen worden. Geen caféhouder in jouw vakantiedorpje die daar vreemd van opkijkt. Bleef ik zitten met de vraag waar die associatie met de naam van de presidentskandidaat vandaan kwam. Wikipedia leerde mij dat macron in de taalkunde het diakritisch teken is dat wordt geplaatst onder of boven een klinker om een lange klinker aan te duiden. Dit dus: ¯. Enig verband tussen ¯ en een patisserie ontging mij, maar toch kon ik de associatie met gebak niet loslaten. En dan plotseling een brainwave. Het was niet macron, maar macaron dat door mijn hoofd speelde. Een a’tje erbij en de associatie lag voor de hand. Macaron, bitterkoekje. Een bitterkoekje van eigen deeg kon Le Pen nog wel eens zwaar opbreken.

Nog geen reacties op dit bericht

Jorisdag

Ik ben nu al weer meer da 10 jaar met pensioen. Dat was in de tijd dat je met speciale regelingen uit het arbeidsproces kon stappen zonder dat je veel financiële veren moest laten. Kom daar nu nog maar eens om, nu het lijkt of je eigenlijk tot ver na je overlijdensdatum nog door moet werken en AOW en pensioen pas in het hiernamaals uitbetaald gaan worden.
Voor mijn vervroegde pensioen heb ik een rijk arbeidzaam leven gehad. Ik nam afscheid van dat bestaan als ambtenaar. Op de gemeentesecretarie had ik mij met verschillende zaken bezig mogen houden: kunstzinnige vorming, cultuur, stedenbanden, voorlichting, pers. Een rijk bestaan. Daarvoor werkte ik bij de Nijmeegse Jeugdraad en daar weer voor nog bij de Verkennerij, die tegenwoordig Scouting heet. Dat was van 1970 tot 1975. Prachtige jaren, die ik nog steeds als mijn glorietijd beschouw. Leuk werk, leuke mensen. Er zou over die jaren een schelmenroman te schrijven zijn. De tijd van vrijheid, blijheid in het toen nog onwankelbare geloof dat de wereld maakbaar was.
Ik begon in 1970 als enige werknemer bij de, hou je vast, Interprovinciale Stichting De Katholieke Verkenners in Gelderland, Overijssel en Utrecht als functionaris voor training en vorming. In de toen nog gebruikelijke hiërarchie was ik Gewestelijk Commissaris en hees mij in die dagen van tijd tot tijd in het daarbij behorende uniform. Daar had ik toen,  en nu nog niet, iets op tegen. Ik ben niet voor niets een vrijdenkende traditionalist. Het uniform ging vooral aan als er activiteiten waren waar jeugdleden bij betrokken waren.
Maar er was in die vijf jaar een dag in het jaar dat ik het uniform aantrok, zelfs als ik een bureaudag had. Dat was op 23 april, St. Jorisdag. Sint Joris was de patroonheilige van de Verkenners. En op die dag droeg een beetje verkenner zijn uniform en tooide zich, god weet waarom, met een rode tulp. Dat alles is nu meer dan 40 jaar geleden. Maar 23 april blijft voor mij St. Jorisdag. Ik zing het “Hoort zegt het voort” zacht voor me uit.

2 reacties op dit bericht

Pillen

De zaterdag is haast voorbij en met zaterdag de hele week. Deze zaterdag leek in niets op de gebruikelijke zaterdagen. We moesten de koffieclub afschrijven omdat er andere afspraken waren. Welke? Daar kan ik niet op ingaan, want je weet maar nooit wie dit blog allemaal leest en alhoewel ik van mijn hart meestal geen moordkuil maak, hoeft niet alles gelijk aan de grote klok gehangen te worden.
Deze week had niet het beste met mij voor. Ze putte mij uit door geregelde hoestaanvallen. Soms leek het de goede kant op te gaan, maar dan weer zette de hoest zich vast als vers gestort en goed uitgehard beton en voelde mijn keel als een roestige pijp waar geen beweging in was te krijgen. Meer dan een klagerig kefgeluidje kon ik niet produceren, een kefgeluidje dat geen enkele verlichting bracht. En soms was er een hoest waarvan ik u de details zal bewaren, maar die wel voor enige ogenblikken verlichting bracht en ruimte leek te scheppen in een geteisterd strottenhoofd. Maar dat was meestal voor even. Om ons allebei toch nog van wat nachtrust te voorzien deelden Gade en ik niet het bed en verheugden wij ons in het bezit van een ruime logeerkamer. Niet gezellig, maar wel efficiënt.
Vanmiddag, die is overigens zo goed als voorbij, na de ongebruikelijke zaterdagactiviteit, nog even geprobeerd een dutje te doen, maar meer dan een beetje doezelen is het niet geworden. Te vol hoofd. En nu de zaterdag in zijn gebruikelijke spoor weer laten lopen. Vast pandoer is dan het vullen van mijn pillendoos voor de komende week. Pillen voor de ochtend, vier stuks, pillen voor de avond, nog eens  vier stuks en dan nog drie voor tussendoor plus een handvol voedingssupplementen, allemaal goed voor het een of het ander. De ene pil remt af, de ander stimuleert. Ik slik ze in blind vertrouwen al meer dan twintig jaar. En voor vandaag ook nog een slokje, 15 ml, Fluimicil. Ik heb al een half uur niet gehoest.

1 reactie op dit bericht

Ontsnapping

Het gebeurt nog maar zelden dat ik een hele voetbalwedstrijd op tv bekijk. Ik heb een abonnement op Fox-sport, maar zelfs een wedstrijd van N.E.C. volg ik dan maar vanuit een ooghoek. Met de andere scan een krant of tijdschrift. Maar gisteren bekeek ik weer eens een hele wedstrijd. Ik installeerde mij voor het toestel in de oprechte veronderstelling dat ik in de loop van de wedstrijd wel weg zo dommelen en zo al slapend het restje van een fikse verkoudheid met ontstoken keel uit mijn moe gehoeste lijf zou verdrijven. Het was de wedstrijd Schalke 04 tegen Ajax. Nu ben ik geen Ajax-aanhanger. Van de topclubs is PSV mij het liefst, ik ben tenslotte niet voor niets met een Eindhovense getrouwd. Bij de eerste beelden al wist ik dat er van slapen niet veel zou komen. De Amsterdammers droegen een shirt dat de veronderstelling deed rechtvaardigen dat 10 van de 11 spelers ieder voor zich wel 100 keer de Tour de France. Zo’n fel geel had ik nog nooit gezien. Ze leken wel licht te geven en zeker de eerste minuten leken ze wel verblind, zo onhandig gingen ze te werk. Het had zomaar binnen een paar minuten 2-0 voor de Duitsers kunnen zijn. Maar het duurde nog meer dan een halve wedstrijd voor het zover was.Het zag er somber uit voor de geelhemden, zeker toen ze ook nog met 10 man verder moesten. Niet dat ik erg onder dat vooruitzicht leed, ik ben geen Ajaxfan, maar dat betekende niet dat Schalke dan ook per se moest winnen. Enig nationaal-chauvinisme is mij niet vreemd en Lasse Schöne beschouw ik na al die jaren bij N.E.C. nog steeds als een halve Nijmegenaar.
Toen het 3-0 voor Schalke werd dacht ik wel naar bed te kunnen gaan. Ajax lag er uit. Schalke vierde feest. Maar als je emoties heen en weer wil zie gaan, dan moet je voetbal blijven kijken. En zo werd het toch nog 3-2. Ajax verloor, maar ging op doelsaldo naar de volgende ronde. Hoe blij kun je zijn met verlies.

Nog geen reacties op dit bericht