Printer

Ik had een paar dagen geleden al verteld dat mijn printer het had begeven. Zo maar van de een op de andere dag. Toen ik de boel opstartte, bleef mijn printer in alle talen zwijgen. Er ging geen lampje meer branden en het aan-knopje gaf geen sjoege meer. Dood. Nu was het al een heel oud beestje, mijn printer. Een printer die alleen maar printen kon en verder niets. Voor mij was dat voldoende, groot geworden met typemachines en carbonpapier vond ik dat al prachtig, een machine die mijn teksten in ongelimiteerde hoeveelheden kon dupliceren. Maar dan moet hij het wel doen en dat deed hij het dus niet meer.
Telefonisch laat ik mij adviseren door Zoonlief. Ik heb mij in dit soort zaken nooit verdiept en ook niet willen verdiepen. Daar heb je een zoon voor. Hij grasduint samen met mij door het grandioze aanbod, ieder op ons eigen scherm. Een printer die alleen maar printen kan lijkt haast niet meer voorradig. Ze kunnen zo goed als allemaal ook scannen en kopiëren, twee zaken waarvan mijn nu zwijgende printer niet eens wist hoe je die moest schrijven.De keuze wordt gemaakt. Zoon kan zich me mijn keus verenigen. Nog even een prijsvergelijking maken en dan de printer bestellen. Canon Pixma MG2555. Zegt mij verder niets, zal wel goed zijn. Een dag later heb ik hem in huis. Ik pak hem uit, maar heb geen notie van hoe hem te installeren. Is het een kwestie van alleen maar wat stekkertjes her en der in steken? Maar wat doet dat CD-schijfje er dan bij? Ook daar heb je een zoon voor. Gisteren was hij er om de boel op gang te helpen. Aanvankelijk blijven er een paar lampjes knipperen die eigenlijk constant moeten branden. “Niks aan de hand, komt goed,” verzekert mijn zoon mij. En dat doet het ook. Mijn nieuwe printer print, scant en kopieert. Het enige dat ik nog steeds zelf moet doen is schrijven.

Nog geen reacties op dit bericht

Klooster

Ik was een dagje in het klooster. Samen me Gade. Wij hadden ons ingeschreven voor een retraitedagje of beter gezegd: ik had mij ingeschreven en Gade solidariseerde zich met mij. De dag zou in het teken staan van bezinning, meditatie, stilte. En dat deed die. De dag had kunnen beginnen om 8.00 uur door met de kloostergemeenschap de Lauden, het ochtendgebed mee te maken. Maar dat vonden we toch een beetje te vroeg. Een dagje klooster is een goede zaak, maar het moet niet te gek worden. We zijn keurig op tijd voor de ochtendkoffie en kennismaking. Het is een klein gezelschap, we zijn met ons zevenen plus de pater Dominicaan die de dag zal begeleiden. Het stramien is even simpel als werkzaam, met voor en na de middag een zelfde opbouw. Een ruim half uur mediteren, dan in een uur stilte leest ieder voor zich een tekst. Vervolgens wisselen we onze gedachten, opmerkingen, vragen en antwoorden uit. De ochtend eindigt met een keurige maaltijd en dan is er wat tijd voor je zelf. Om te wandelen. Te mijmeren en nog eens na te gaan wat je die ochtend ondervonden hebt. En dat alles in de rustige ambiance van een klooster. Dat werkt toch wel. ’s Middags het zelfde stramien. Van de tekst die ik dan lees snap ik in eerste instantie geen syllabe en lees hem nog eens, nog eens. En in de stilte van dat uur worden de woorden en gedachten me duidelijk. Dingen vallen op hun plaats, ik voel me opgeklaard. Op vragen waar ik mee zat, vind ik aan de hand van de tekst een eigen antwoord. De dag wordt meer dan de moeite waard.
Na het avondbrood sluiten we de dag af met de Vespers, het avondgebed van de kloostergemeenschap. De paters zien er imposant uit in hun witte habijten en zwarte koormantels. Even ben ik weer terug in mijn middelbareschooltijd die bevolkt werd door paters dominicanen. Zo goed en kwaad als het gaat zing ik de gezangen en psalmen mee. We vieren samen de eucharistie. Het is goed en voelt vertrouwd.

Nog geen reacties op dit bericht

Vertrouwen

  1. Het komt eigenlijk allemaal door Jan Terlouw, dit stukje met een paar paragrafen over vertrouwen. In De Wereld Draait Door kreeg hij spreektijd. Gewoon een aantal minuten waarin Mathijs van Nieuwkerk zijn mond hield, op zich al een fenomeen, en Terlouw mocht vertellen hoe hij tegen de wereld die door draaide aankeek. Het sleutelwoord in zijn betoog was ‘vertrouwen’. Hij schetst een nostalgisch beeld van de tijd dat er nog touwtjes uit brievenbussen hingen en door aan dat touwtje te trekken opende zich de deur en kon iedereen bij iedereen naar binnen. En niemand maakte daar misbruik van. Men vertrouwde elkaar. Het grote manco van deze tijd is, volgens Terlouw,  het gebrek aan vertrouwen. Niemand lijkt een ander nog te vertrouwen, de burger de politiek niet, het volk de elite niet en zo rennen we, overtuigd van het eigen gelijk naar de verdommenis. Terlouw heeft mededogen met de jongere generatie: “Ik heb een prachtig leven gehad, ik wil dat jullie dat ook hebben.”
  2. Trouw. Zich houdend aan een bestaande zedelijke, persoonlijke band, een aangegaan verbond, een verplichting enz. (Uit Van Dale, Groot woordenboek van de Nederlandse taal.)
  3. Mijn printer heeft mij jarenlang trouw gediend. Als ik mijn HP deskjet 3650 het bevel gaf iets af te drukken dan liet hij mij niet in de steek, dan voerde hij getrouw het gevraagde uit en rolde de tekst er vlekkeloos uit. Nu niet meer. Ik maak een documentje, druk op ‘printen’ en er gebeurt niets. Mijn zo trouwe printer weigert dienst, zwijgt in alle talen en lettertypes. Het lichtje dat aangeeft dat hij aan staat, blijft donker. Ik controleer de aansluitingen, kloppen op het oog allemaal. Mijn oude printertje dat niets anders kan dan dat, heeft het begeven.
    Ik bel mijn zoon , op wie ik in dit soort gevallen kan rekenen. Samen kiezen we voor een nieuwe printer, liever gezegd hij kiest. Ik vertrouw hem in dit soort gevallen (en in andere ook). Ik wacht nu op de besteldienst, die de nieuwe printer komt afleveren. Ik vertrouw er op dat ik binnenkort niet alleen kan printen, maar ook scannen en kopiëren.
  4. Ik krijg een berichtje van een ver weg familielid dat mij in vertrouwen iets meedeelt. Ik zal het niet beschamen.
Nog geen reacties op dit bericht

Stroomstoring

Niets doet het meer in huis. Zo tegen half negen floept het licht uit, stopt de radio met spelen en warmt de verwarming niet meer op. De koelkast koelt niet meer, warm water komt er niet meer uit de kraan. Langzaamaan verkilt het huis. Ik kan niet op het Internet, geen berichten ontvangen, geen berichten schrijven. Als eerste ga ik naar de stoppenkast en haal wat hendeltjes over maar het licht blijft uit, de radio stom en de verwarming koud. Nu heeft ons huis twee meterkasten, eigenlijk zijn het twee huizen, maar ook in het andere huis blijft alles donker en koud. Het ligt dus niet aan een lokale kortsluiting.
In de straat wordt gewerkt. Een eindje verderop graaft een shovel een diep gat, vrachtwagens staan schots en scheef in de straat geparkeerd. Mannen in oranje hesjes lopen heen en weer. Zou er verband zijn tussen de werkzaamheden en het ontbreken van elektriciteit? Ik vraag het een van de oranje mannen: “Ja, we hebben een kabel geraakt bij het graven, maar er is een monteur gebeld en die is onderweg.” Nu zal het wel druk geweest zijn onderweg. Anderhalf uur later draait er een auto van Liander, de netbeheerder de straat in. De redding lijkt nabij. De shovel is inmiddels uit het straatbeeld verdwenen. Vier oranje mannen kijken toe hoe de Lianderman in het gat aan het werk gaat. Zij hebben de handen diep in de zakken en bewegen voortdurend van de een op de ander voet. Het is of zij samen een muziekloos dansje dansen om de vrieskou een beetje uit hun lijf te houden. De kou die hier in huis ook steeds voelbaarder wordt. Ik heb zin in koffie. Gelukkig doet het gas het nog wel. Ik ga een keteltje water opzetten en begrijp nu waarom koffie ook wel een bakje troost genoemd wordt.
Ik sla de tekst op op mijn laptop en zal hem straks als er weer stroom is de wereld in sturen.

Nog geen reacties op dit bericht

Krabben

Ik moest vanochtend weg, nog voor de zon sterk genoeg was om het ijslaagje van mijn autoruiten te verwijderen. Nu had ik de auto natuurlijk kunnen laten staan, het is maar een kippeneindje naar waar ik moest zijn, en de fiets pakken, maar hoe gering de afstand op het oog ook is, gezien de kou trok mij dat ook niet echt aan. Bleef er maar de keuze uit twee dingen: niet gaan of krabben. Het was mijn eigen eer echter te na om niet naar mijn twee-keer-per-weeks-aqua-fit-halfuurtje te gaan, dus moest er gekrabd worden. De eerste keer dit jaar. De vraag is dan altijd heb ik nog een ijskrabbertje en zo ja waar zou dat kunnen liggen. Ik kan mij niet herinneren dat ik in de loop van de afgelopen maanden het ergens in huis heb neergelegd. Dus kijk ik in de auto, maar onder de voorstoelen ligt niks. Toch de gebruikelijke plaats voor het krabbertje, onder handbereik. Ik open de achterklep en onder een ongelooflijke hoeveelheid rommel ontwaar ik mijn ijskrabbertje en vind ik ook mijn stok terug, waarvan ik niet eens meer wist dat die in de kofferbak lag. Ik ben even helemaal niet milieubewust, start de motor, zet de verwarming op de hoogste stand, de achterruitverwarming aan en de ventilator richt ik in de hoogste stand op de voorruit. Ik stort mij, zonder handschoenen, op het afkrabben van de ijslaag. Eerst de zijruiten, de achterruit gaat vanzelf en ook de voorruit gaat vrij gemakkelijk. De warme lucht, in ieder geval minder koude lucht uit de  ventilator doet zijn werk. Ik krab met zichtbaar resultaat dat het een lieve lust is. Mijn vingers lijken de kou van het weggekrabde ijs over te nemen. Ze raken langzaam gevoelloos.  “Koud hè,” voegt een buurvrouw mij toe. Ik bevestig haar scherpe analyse. De ruiten zijn schoon. Ik rijd weg, een verblindende opkomende zon tegemoet.Had net zo goed mijn ruiten niet hoeven krabben, want nu zie ik ook zo goed als niks. Ik kom toch veilig bij het zwembad aan. In het warme water komen mijn vingers weer langzaam op lichaamstemperatuur. Buiten vriest het nog steeds.

1 reactie op dit bericht

Allerbest

Er is een dagelijkse rubriek op radio 1 waarin een BN’er mag aangeven wat hij op dat moment het allerbeste vindt. Dat mag van alles zijn, Een boek, een film, een concert, een tentoonstelling. Zeer persoonlijke keuzes met vaak zeer persoonlijke motivaties. Zou ik gisteren door de radio gebeld zijn om mijn allerbeste aan te geven, ik zou aarzelen tussen een aantal dingen. Het was zo’n zondag waarop het ene allerbeste moeiteloos overliep in het andere.
Van vrienden hadden we gehoord dat er in het plaatselijke filmhuis een meer dan de moeite waard zijnde film draaide op een voor mij wat rare tijd. Aanvang 12.15 uur. Dat zijn van die momenten dat ik altijd nog moet wennen aan de vierentwintiguurs-economie waar we nu in beland zijn en het niet meer zo is dat maandag wasdag is en woensdag gehaktdag en het boek Prediker geweld aan wordt gedaan en er geen bepaald uur meer lijkt te zijn voor het een, noch voor het ander. Elk uur is goed genoeg voor wat dan ook, we zijn de regelmaat van het bestaan kwijt. Dat maakt het leven wat verrassender. Maar goed, midden op de dag dus naar de film, een documentaire over hoe Reinbert de Leeuw Bachs Matthäus Passion vorm geeft. Elke noot van zijn eigen betekenis voorziet en de instrumenten samen met koor en solisten laat zingen. Een blik in het proces die doet verlangen naar de hele uitvoering. Aan het eind van de documentaire “Wir setzen uns mit Tränen nieder”. Ik ook, van pure schoonheid.
Weer thuis, de middag ligt nog onaangebroken voor ons, steken we de houtkachel aan. Tijd om te lezen. Gade installeert zich op de bank, ik in een gemakkelijke stoel. De kat ligt op het kleedje voor de kachel en ik wandel aan de hand van Jan Brokken met hem door Sint Petersburg en hermaak de wandelingen door die stad die ik eens liep, over de Nevsky en de Fontanka. Ik wandel in mijn luie stoel, mij verwarmend aan de gloed van de houtkachel en  ‘De gloed van Sint Petersburg’.
Het kan deze zondag niet op aan allerbeste dingen.

1 reactie op dit bericht

Autogram

Ik houd van ‘ouderwetse’ woorden. Autogram is er zo eentje. Ik weet niet wanneer ik het voor het laats gehoord heb, kan me niet herinneren dat ik het de afgelopen dertig jaren ooit gebruikt heb en daarvoor eigenlijk ook niet. Een autogram is net iets meer dan een handtekening. Er hangt een zweem van beroemdheid omheen. Het is meer dan een snel gezet krabbeltje onder een brief of op het formulier van de pakjesbezorger. Die krijgt een handtekening voor ontvangst, dat mag je nauwelijks een autogram noemen.
Een avond, kort geleden werd mijn handtekening een autogram. Het woord schoot mij te binnen toen ik onlangs de slaap niet kon vatten na een drukke avond waarop ik medepresentator was van het Nimweegs Dictee. In de entourage van die feestelijke avond had de plaatselijke boekhandel ook een tafel ingericht waarop mijn vertaling in het Nimweegs vaan een Nijntjeboek te koop was. Voor elk verkocht boekje stortte de boekhandel € 2,50 op de rekening van de Voedselbank, het goede doel van die avond. Ter plekke verzon een van ons dat als je een tientje betaalde, het boekje kostte € 6,-, je er een handtekening van mij als de vertaler bij kreeg. Weer € 4,- per boekje voor de Voedselbank en dat bovenop de duizend euro die als minimumopbrengst van het Dictee naar dat goede doel ging. En zo promoveerde mijn handtekening tot autogram. Ik signeerde 80 boekjes en verdiende ruim € 300,- voor de Voedselbank.
In bed kon ik moeilijk in slaap komen. De drukte van de avond zoemde nog door me heen. Bovendien had ik wat last van mijn rechterarm, een lichte spierpijn. Het gevolg van die autogrammen met opdracht in de verkochte boekjes. Ben niet meer gewend een uur achter elkaar te schrijven en zeker geen autogrammen. Handtekeningen wel, hoeveel huwelijken heb ik al niet bekrachtigd met mijn handtekening. Maar een autogram plaatsen blijkt toch zwaarder, houdt je uit de slaap. Maar het blijft een heel mooi woord.

2 reacties op dit bericht

Traditie

Wanneer is iets een traditie? In de omschrijvingen die ik over dat woord lees, komt vaak de mededeling voor dat het moet gaan over iets dat van geslacht tot geslacht wordt doorgegeven. Dat zou kunnen betekenen dat, ervan uitgaande dat een geslacht min of meer 25 jaar duurt, iets minstens dat aantal jaren moet bestaan om tot traditie verheven te worden. Als we die norm aanhouden zijn er maar weinig dingen die wij traditioneel noemen het ook waard zo genoemd te worden. Of is het zo dat traditie aan devaluatie onderhevig is en dat we al gauw iets traditioneel noemen om het een air van standvastigheid te geven.
Gisteravond mocht ik weer de 18e editie van het Nimweegs Dictee presenteren. Een dictee dat helemaal geen dictee meer is maar in de loop der jaren geëvolueerd naar een quiz en een Nimweegse tekst waarin een aantal woorden de juiste ABN-vertaling moeten krijgen. En dat ook nog multiple choice. Het is een dictee waarbij niemand meer ook maar een letter schrijft. Maar het blijft Nimweegs Dictee heten. Traditie. Dat woord nam de burgemeester ook in de mond bij de uitreiking van de wisselbokaal aan de winnares. En als een burgemeester zoiets zegt dan zal het ook wel zo zijn. Op dat soort momenten ben ik altijd zeer gezagsgetrouw. Het Dictee is een traditie dat zich al 18 jaar in een volle raadzaal afspeelt tot genoegen van het publiek en de presentatoren. Het programma kent al die jaren al een schier onveranderlijke stramien. Traditie.Van voetbal wordt wel eens gezegd dat het 90 minuten duurt en aan het einde wint Duitsland. Die uitspraak kan voor het Dictee geparafraseerd worden. Het dictee is op de laatste vrijdag in november en aan het eind wint een lid van de familie Giesbertz. Ook dat lijkt inmiddels traditie. Voor de rest van  de deelnemers geldt de traditionele uitspraak dat deelnemen belangrijker is dan winnen.
Voor degene die denkt die familie te kunnen verslaan, schrijf 24 november 2017 maar vast met potlood in uw agenda: 19e Nimweegs Dictee, een traditie.

1 reactie op dit bericht

Daale

Op de hoek van de straat was een sigarenwinkeltje. Een klein petieterig winkeltje waar je naast rookwaar wenskaarten in alle soorten en maten, tijdschriften, de krant en snoepgoed kon kopen. En loten. Je kon er ook je OV-kaart opladen. Een winkeltje van een handjevol vierkante meters dat met drie, vier klanten al aardig vol was. Klanten die graag een praatje met elkaar en de uitbaatster van het winkeltje maakten en zo hadden kunnen figureren in een serie over de kleine middenstander of het laatste buurtwinkeltje.
De eigenaar van het pand, voor wie het woord ‘geldwolf’ uitgevonden leek te zijn, verhoogde de huur exorbitant. Misschien dan officieel wel marktconform, maar voor de uitbaatster niet meer op te brengen. De buurt deed een wanhopige poging om een bestemmingswijziging op het pand naar lichte horeca onmogelijk te maken. Een lang verhaal van een tevergeefs gevoerde strijd. Het sigarenwinkeltje moest zijn deur sluiten en op de gevel kwam een groot bord te hangen met TE HUUR. Na een tijdje kwam over dat bord een ander bord: TE LAAT. Het pand was kennelijk verhuurd en de geldwolf zal vast wel tevreden in zijn handen hebben gewreven. De nieuwe huurder gingen ijverig aan de slag om de bouwval die zij aantroffen om te toveren in een knus koffiecafeetje, nauwelijks weet hebbend van de antistemming die er tegen hun plannen bestond. Er bestond angst voor de vestiging van een tot laat in de avond open zijnd terras en stankoverlast vanuit de keuken.
Vanochtend zijn Gade en ik er koffie wezen drinken. We hadden een vriendelijke in kreupelrijm opgestelde uitnodiging gekregen voor een eerste gratis kopje. Huis aan huis was die invitatie in de buurt verspreid. Ik sprak buren die van hun leven daar niet op zouden ingaan. Gade en ik vonden dat je het de nieuwe uitbaters niet kon aanspreken op het schraperige gedrag van de geldwolf.
Het pand ziet er gezellig uit, de inrichting oogt vrolijk, de koffie is niet slecht en de appeltaart ‘home made’, dat hem nog altijd lekkerder lijkt te maken dan thuis gebakken.
Natuurlijk had voor mij het sigarenwinkeltje van zijn leve niet weg gehoeven, maar ‘De Daale’ (rare naam overigens) mag er wat ons betreft best zijn.

1 reactie op dit bericht

Specialisatie

Ik heb zo dadelijk weer eens een afspraak in het ziekenhuis. Nee, niet met de internist, noch met de cardioloog of oogarts, er hoeft ook geen bloed geprikt te worden, maar ik word verwacht bij de verpleegkundige die gespecialiseerd is in nierfalen en alles wat daar mee te maken heeft. Nu wordt er aan mij al heel wat gespecialiseerde aandacht gegeven. Ik bezoek met enige regelmaat de in diabetes geschoolde praktijkassistente, raadpleeg geregeld mijn diëtiste en laten mijn  voeten verzorgen door een pedicure en van  tijd tot tijd kijkt ook een podotherapeut naar mijn onderstel.En zeer speciaal zit ik om het half jaar in de stoel van de tandarts en de mondhygiëniste. En dan heb ik het nog niet over de masseur waar ik om de veertien dagen naar toe ga en zwijg ik over de osteopaat en alternatieve arts die ik frequenteer. Het is duidelijk dat mijn ziektekostenverzekering niet veel aan mij verdient en mijn ‘eigen risico’ heb ik meestal na een paar weken al betaald. Vanuit diverse disciplines word ik bekeken, beklopt, onderzocht, geadviseerd.
Als mijn auto naar de garage moet voor een onderhoudsbeurt of zo nodig kleine reparatie is er een monteur die dat klusje klaart. Hij doet mijn hele auto. Naar mijn beste weten is er geen aparte monteur voor de uitlaat, de remmen, het stuurwiel, de ruitenwissers, de verlichting, de accu. Er is één monteur die dat alles bekijkt, diagnosticeert, bijstelt en zo nodig repareert. Hij behandelt mijn auto als een geheel.
Soms verlang ik naar die aanpak in mijn gezondheidszorg. Ik heb uiteraard een groot vertrouwen in mijn eigen huisarts. Maar hij is de monteur die mij doorstuurt naar al die gespecialiseerde vakbroeders die allemaal vanuit hun eigen discipline het beste met mij voorhebben. Het welgemeende advies van de ene specialist staat soms haaks op dat van de andere en wie moet ik dan geloven? Ik ben meer dan alleen een hart, nieren, ogen, tanden, spieren. Onderdelen weliswaar, maar onderdelen van een geheel en zo wil ik bekeken en behandeld worden, ook door de specialisten.

2 reacties op dit bericht