Bezinning

Zomertijd. De tv staat bol van de herhalingen. Natuurlijk is er op maandagavond de wondermooie korte serie ‘Melrose’ en een saaie eerste aflevering van ‘De slimste mens’. Er moeten in Nederland toch flitsender kandidaten te vinden zijn dan een nietszeggende schaatser en een cabaretière en soapacteur die niet eens weten dat het beroemdste Picasso schilderij ‘Guernica’ heet. Als jurylid en knorrepot Van Rossum afgeeft op het programma ‘Ranking the Stars’ merkt een van de kandidaten op over de quiz waar hij in zit: “Dit programma is zeker wel leuk?” Zelden iemand zijn eigen optreden efficiënter de grond in zien boren. Nee, de eerste aflevering stemde mij niet echt vrolijk. Met weemoed denk ik aan de Belgische uitgave, die helaas van het publieke net verdwenen is.
Veel herhalingen dus, maar dat hoeft niet erg te zijn. Zeker niet als het een herhaling van het gesprek met oud-minister Witteveen uit 2015 betreft. Knappe kop en groot denker, die zich meer dan geïnspireerd weet door het Soefisme. Het leven is niet ongeschonden aan hem voorbij gegaan. En met grote overtuiging stelt hij dat het land er beter aan toe zou zijn als meer bewindslieden tijd durfden te nemen voor bezinning en meditatie in plaats van maar achter de waan van de dag aan te hollen en beslissingen te nemen die niet op enig moment van reflectie gestoeld zijn. Ik betreur het met hem dat we niet meer van die ministers hebben en minder van die de wijsheid in pacht denkend te hebben mannetjes.
Is het toeval dat in de krant van vandaag Welmoed Vlieger in haar column een andere grote politicus voor het voetlicht haalt die tijd en ruimte nam voor reflectie en bezinning, een moderne mysticus. Dag Hammarskjöld van wie eerst na zijn dood een dagboek werd gevonden. Hammarskjöld zelf noemde het ‘een witboek van de dialoog met mijzelf – en met God’. Vlieger stelt zich de vraag: “Is de mystiek ingestelde Hammarskjöld dan niet eigenlijk veel realistischer, en praktischer bovendien, dan de bombastische pragmatici van nu?”
Ik denk dat ik het antwoord wel weet.

Nog geen reacties op dit bericht

vijfentwintig

Ik verwacht niemand. Zit wat in de krant te lezen, koppen te snellen en een enkel artikel goed uit te pluizen.Een artikel dat zegt dat wetenschap alleen niet de uiteindelijke verklaring kan geven: “Wetenschap heeft in vele opzichten zijn waarde voor de maatschappij bewezen. Inzake levenskwesties schiet het echter per definitie tekort. Wetenschap laat geen ruimte voor de moeilijk te verwoorden essentie van het menselijk leven. Een essentie die de mensheid gaande heeft gehouden, zelfs in de meest donkere tijden. Laten we voor dat essentiële, onbenoembare, intuïtie, God, of hoe wij het ook duiden, ruimte maken in ethische discussies. Hoe bedreigend dat ook moge zijn voor de moderne mens. Er is een wereld te winnen.” Aldus Jos Frantzen op de opiniepagina van mijn dagblad.
Ik ben die tekst nog een beetje aan het herkauwen, een beetje aan het proeven en uitpluizen. De bel. Geen idee wie dat zou kunnen zijn. Het zijn zelfs twee wies, kennissen die weer meegaan doen aan de Vierdaagse en ooit in een ver verleden bij ons hier logeerden. Dat was toen zij nog 50 kilometer moesten lopen om voor een medaille in aanmerking te komen en de starttijd ergens midden ik de nacht lag. Nu hoeven zij op hun leeftijd nog maar 30 km te lopen. Voor mij op geen enkele manier een lopend te overbruggen afstand, voor hen, waarvan er een al voor de vijfentwintigste keer meeloopt, een peulenschilletje. En de starttijd is zo laat dat zij rustig met de trein vanuit hun woonplaats kunnen komen op toch nog op tijd te zijn. Het zijn allebei wandelaars die niet alleen de massale Vierdaagse hebben omarmd, maar ook geregeld hebben gekozen voor eenzame tochten naar Santiago, Rome en over andere eeuwenoude pelgrimspaden. Van herberg naar herberg, van klooster naar klooster. Tijd te over voor bezinning en waar je ook rustig mee bezig kon zijn, omdat je niet hoefde op te letten op de hakken dichtbij je waar je op kon trappen.
Morgen start de Vierdaagse. Ik wens de twee lopers veel succes. Vier dagen elke dag op weg naar waar je begonnen bent en waar je weer naar terugkeert. Het bezinnen waard.

Nog geen reacties op dit bericht

VAR

Zojuist Frankrijk de Wereldcup zien winnen. Misschien is, gezien het spelbeeld, beter te zeggen dat Kroatië de beker verloren heeft. Als voetbal een jurysport geweest zou zijn dan weet ik zeker dat minstens 4 van de 5 juryleden dat ‘kleine’ voetballand tot winnaar hadden uitgeroepen.
Op dit toernooi werd voor het eerst uitgebreid gebruik gemaakt van de  (of is het) VAR, Video Assistent Referee. Ver weg van het stadion bekijken vier mannen de wedstrijd en kunnen in bepaalde situaties ingrijpen op scheidsrechterlijke beslissingen. Ook de scheidsrechter kan in bepaalde gevallen de hulp van zij virtuele assistenten inroepen. De vier hulpjes hebben de beschikking over wel 33 camerastandpunten, standpunten die zij ook nog in super slow motion kunnen herhalen en herhalen en herhalen en h e r h a l e n.
En zo krijgen zij te zien wat geen menselijk oog live te zien krijgt, daarvoor gaan sommige dingen nu eenmaal te snel. Alleen als beelden vertraagd worden is precies te zien of een bal een hand raakte of dat nummer 10 nu wel of niet buitenspel stond. Ik ben niet zo gecharmeerd van dit systeem. Laat de scheidsrechter toch beslissen. Zal hij eens een fout maken, de ene kant op, de volgende keer doet hij dat de andere kant op. Kun je mooi tegen elkaar wegstrepen. Bovendien heeft het leven zijn eigen tempo, 60 seconden per minuut. Als je dat vertraagd uitrekt en een seconde wel een minuut of meer kan duren, schep je een nieuwe werkelijkheid die niet per se de waarheid hoeft te bevatten. De tijd kan ons danig voor het lapje houden en als we die vertragen zien we dat wat eigenlijk onzichtbaar hoort te blijven. Het VAR-systeem past niet bij ons tijdbeleven. En stel dat het systeem uitgebreider en uitgebreider wordt. Ons daagse leven gaat bepalen.
De dood klopt aan mijn deur.Ho, ho, zeg ik. Dat wil ik nog wel even via de VAR zien of ik dat goed gehoord heb. Mijn leven wordt even stilgezet en ontzettend vertraagd wordt het moment van de klop teruggedraaid. Het geeft mij tijd genoeg om dan in die vertraagde tijd mij voor de dood te verstoppen of de deur met een kettingslot te sluiten. En zo te ontsnappen aan de dood. Ik moet er niet aan denken, aan die mogelijkheid. Wat mij betreft speelt alles zich af in de tijd die ervoor gegeven is. Boek Prediker is niet voor niets geschreven. Voor mijn geen VAR. Ik ben mijn eigen scheidsrechter.

1 reactie op dit bericht

Ons

Het is weer begonnen en voor mij daarmee ook weer goeddeels voorbij, de Vierdaagse-feesten. Ik kreeg een uitnodiging voor de officiële opening, een uitnodiging die ik de laatste jaren aan mij voorbij had laten gaan. Maar dit jaar was ik op de vriendelijke invitatie ingegaan om aanwezig te zijn in de St.Stevenskerk. Het was stampvol en Gade en ik liepen tegen twee stoelen aan waarop ‘gereserveerd’ stond. Wij wisten niet zeker of wij tot de categorie hoorden die op die stoelen plaats mochten nemen, maar wij voelden ons zeer welkom. We gingen zitten. Er kwam een juffrouw van het organisatiecomité langs die aan onze buren duidelijk maakte dat dit gereserveerde plaatsen waren  en of ze maar wilden vertrekken naar elders in de kerk. Wij werden niet aangesproken. Dat betekende dat wij toch op een of ander geheime lijst stonden of dat ik zoveel ‘ik hoor hier te zitten’ uitstraalde dat de organisatiecomitéjuffrouw ons verder ongemoeid liet. En toen naast ons de oud-marsleider en echtgenote aanschoof was het duidelijk dat we goed zaten en dat deden we.
Dit soort bijeenkomsten met toespraken, entertainment en hapjes en drankjes heeft een groot ons kent ons gehalte. Zo’n festiviteit is niet compleet als er niet iemand opmerkt dat Nijmegen een dorp is. En ja hoor, alle dorpsbewoners waren er . Handdrukken, luchtzoenen en hoofdknikjes in het voorbijgaan. “Hoe gaat het toch met je?” en “Je ziet er nog goed uit” hoor ik in de vele twee-minutengesprekjes die ik voer. Mensen die ik nergens van ken, spreken mij aan: “Goed dat ik je weer zie!” Sommige kijken me aan met een blik of ze in mij het dochtertje van Jaïrus zien die zojuist uit de dood is opgewekt. De Nijmeegse tamtam heeft de berichten blijkbaar niet altijd even zuiver doorgegeven.
Het programma duurt een uurtje, dan bekijken we de kunstexpositie die soms achter statafels en reclame-banieren lijkt weggemoffeld. Kunst en feest lijken elkaar niet altijd te verdragen. Babbeltje hier, babbeltje daar. Dan is het mooi geweest.
Ik zal de komende week niet veel in de stad te vinden zijn. Er is nu al bijna geen doorkomen meer aan als ik met mijn driewieler naar huis probeer te komen.

Nog geen reacties op dit bericht

Denkwerk

“Zoals een romanschrijver zich wellicht zal afvragen waarom hij personages verzint die niet bestaan en hen dingen laat doen die niet ter zake doen, zal een filosoof zich wellicht afvragen waarom hij zaken verzint die zich onmogelijk kunnen voordoen, ten einde vast te stellen wat het geval is.”
Zo, dat geeft te denken. Het is een citaat uit de eerste van de vijf Patrick Melrose-romans van Edward St Aubyn. Deze vijf romans zijn samengevat in een kloeke omnibus van bijna 1.000 pagina’s. Ik heb die aangeschaft omdat ik deze weken kijk naar de ook vijfdelige tv-serie die gebaseerd is op deze roman-cyclus. Het is een serie waar ik al eerder de loftrompet over stak. Het is nu heel bijzonder om serie en boek met elkaar te vergelijken, zien hoe er dramaturgisch is ingegrepen, maar ook hoe mooi de makers van de serie het boek verbeeld hebben. Maar minstens even boeiend is om meer achtergrond te lezen van de personages, vooral over hun denken, waar een roman nu eenmaal meer ruimte aan biedt dan een serie-aflevering van 60 minuten.
Het boek, ik ben er nog maar net in begonnen en heb pas 10% van de bladzijden gelezen, verduidelijkt de drie afleveringen die ik al zag zeer. Het is een bijzondere ervaring dat in ongeveer het zelfde tempo meelezen met de serie.
Terug naar het citaat. Ik wil en durf op geen enkele manier mij te vergelijken met St Aubyn, maar zelfs bij het schrijven van mijn minuscule stukjes sta ik voortdurend voor de keuze over wat te schrijven en hoe er over te schrijven. Het is een heerlijke bezigheid die keuzes te maken. Personages uit elkaar te rafelen, van twee soms  een te maken, omstandigheden aan te dikken of af te zwakken en hoezeer sommige stukjes op ervaringen zijn gebaseerd, ze komen pas tot hun recht in de nieuw geschapen omgeving met zijn eigen waarheid die slechts in afgeleide zin van doen heeft met mijn eigen werkelijkheid. Het is genieten zaken te verzinnen die zich onmogelijk kunnen voordoen en zo dichter bij de waarheid te komen. De waarheid die, zegt Jan Brokken, nog een verhaal is.

Nog geen reacties op dit bericht

Verzoek

Wat ons mensen in ieder geval bindt, is dat we allemaal eens ooit dood zullen gaan. Probeer dat maar eens te ontkennen. Zelfs relativeren zal je niet lukken. En wat er daarna zal zijn? Mogelijk zelfs iets wat er altijd al was en er altijd zal zijn, zonder grenzen van tijd en ruimte. Maar misschien, al kan ik mij dat moeilijker voorstellen, is er ook wel helemaal niets en was dat er ook altijd en zal er altijd zijn.  En wie weet is er ook wel gewoon eenvoudigweg een hemel, hel en vagevuur. Na de dood is niks meer onmogelijk, maar het lijkt me niet waarschijnlijk.
Ik ben niet bang voor de dood. Ik zie wel, of niet. Ik wacht rustig en gerust af. Dood zijn lijkt mij een milde situatie. Een echt rust in vrede, R.I.P. Ik hoop dat het sterven dat ook zal zijn. Mild, zonder al te veel trekkebenen, maar rustig de drempel slechten tussen nu en straks. En mocht dat niet zo zijn dan is er uiteindelijk toch de rust van een kist, een ruw houten kist in een hoekje van het kerkhof waar geen tuinman komt en de tijd verstomd. Maar daar zong Jaap Fischer al over.
Sinds een paar maanden heb ik een nieuwe huisarts. De oude ging met pensioen. Ik had thuis al een paar jaar een ingevuld euthanasieverzoek klaar liggen. Een behandelverbod had ik al eerder bij huisarts en specialist achter gelaten, maar een euthanasieverzoek nog niet. Het leek mij een goed moment om met mijn ‘nieuwe’  geneesheer daar eens een afspraak over te maken. Benieuwd ook hoe hij daartegen aan kijkt. Ik zou als het ooit nodig zijn toch niet op een muur van weerstand en afwijzing willen stuiten. Maar daar hoef ik na ons gesprek van vanochtend niet bang voor te zijn.
Laat duidelijk zijn. Ik heb op dit moment niet het verlangen dat het verzoek op korte termijn ingewilligd zou moeten worden. Integendeel. Ik wil wel 100 worden (eventueel met scootmobiel en traplift). Het leven lacht mij in al zijn rust tegemoet en ik lach terug. Maar het is goed sommige zaken te regelen. Zo weet mijn Neef hoe ik wil dat hij zijn afscheidstoespraak voor mij moet beginnen en Gade welk liedje ik graag gedraaid zou willen hebben. En in mijn dossier bij mijn huisarts zit nu ook mijn euthanasieverzoek. Ik leef gerust verder.

Nog geen reacties op dit bericht

Carrington

Het is maar een klein berichtje in de krant. Een fotootje en wat functies. Als je eenmaal 99 jaar bent geworden en al lang maatschappelijk niet meer actief bent, worden er geen uitgebreide necrologieën meer aan je gewijd.
Oud-Navo-chef Lord Peter Carrington is overleden meldt een klein hoekje in mijn ochtendblad. In negen van de tien gevallen lees ik over dit soort berichtjes heen. Nu niet. Ik heb een persoonlijke herinnering aan de Lord, onder meer kabinetslid onder Churchill, maar ook veteraan in het Britse leger en destijds  betrokken bij de verovering in WOII van de Waalbrug.
Die gebeurtenis uit 1944 werd veertig jaar later nog eens uitbundig herdacht, en ook nog eens in 1995. Ik weet niet bij welke van deze twee herdenkingen mijn herinnering werd geboren. Maar dat maakt voor het verhaal niet veel uit. Ik had bij beide herdenkingen een taakje, maar het gaat nu over die ene keer dat ik aangewezen was om de VIP-gasten bij de herdenking op het Trajanusplein naar hun zitplaats te begeleiden. Iedereen was op protocollaire wijze geplaatst en de auto’s met de hoge gasten kwamen voorrijden. Er zwaait een portier open en Lord Carrington stijgt uit. Ik zal hem naar zijn zitplaats begeleiden en verwelkom hem met “Welcome in Nijmegen, Your Lordship” of woorden van gelijke strekking. Dan zegt de Lord tegen mij: “The Lord caused you a problem. He brought his Lady.” De Lady was niet aangemeld en er stond geen stoeltje voor haar klaar. Van de laatste rij niet toegewezen klapstoelen gris ik er een mee, die ik nog net naast het stoeltje van de Lord kwijt kan. “Thank you”, zegt de Lord. “Your welcome”, zeg ik.

1 reactie op dit bericht

Ondernemer

Ik heb niets, maar dan ook niets van een ondernemer in me. Nou verkeer ik in de gelukkige omstandigheid dat ik ook niet meer hoef te ondernemen, ik hoef helemaal niets te ondernemen. Elke maand storten vadertje Staat en het pensioenfonds samen een bedragje op mijn rekening en daar kan ik van leven. Weliswaar worden die bedragen al jarenlang niet geïndexeerd, zodat ik met het stijgen der prijzen en duurdere ziektekostenverzekering en verhoogde eigen bijdrage steeds minder ga verdienen, of beter gezegd uitbetaald krijg. Maar al met al zul je mij niet horen klagen.
Mijn zoon, waar ik vanmiddag op de koffie ben geweest, is zzp’er. Verdient zijn brood als muzikant en doet her en der wat met computers en ICT. Vraag mij niet wat precies, ik ben al lang blij dat ik steeds weer de ‘enter’ knop kan vinden. Zoon is dus een kleine ondernemer. Ik zou niet weten van wie hij dat heeft want in mijn directe familie zijn ondernemers maar dun gezaaid. De muzikaliteit heeft hij zonder twijfel van zijn moeder. Zoon is nu met een nieuw project bezig. Hij is zeer handig op de computer en heeft nu wat spullen aangeschaft waarmee hij T-shirts kan bedrukken met unieke teksten en afbeeldingen. Hij is daar nu mee aan het oefenen om straks daar mogelijk wat meer mee te kunnen gaan doen. De inschrijving bij de Kamer van Koophandel is aangepast en hij kan wat dat betreft aan de  slag. Ik mag als proefklant dienen en ik draag nu een shirt met daarop in fiere letters RLFS. Dat zou voor hem een mooie merknaam zijn, maar voorlopig draag ik het enige  en echte proefexemplaar. Ik zie ook hoe hij bezig is afbeeldingen zo te manipuleren dat ze uiteindelijk op een shirt terecht komen. Voor mij is het niet te volgen, ik doe ook niet echt een poging, probeer alleen niet te veel in de weg te lopen. Of zijn project gaat slagen? Als ondernemer, heb ik gehoord, moet je risico durven lopen. Daarom ben ik het nooit geworden.

2 reacties op dit bericht

Oplaadpunt

Ik verbruik maar weinig energie per dag. Ik beweeg veel te weinig, haal nog niet een fractie van de normen die mensen die er voor hebben doorgeleerd opgesteld hebben. Minimaal 10.000 stappen zouden duiden op een gezond bewegingspatroon. Ik heb niet zo’n mooi horloge dat bijhoudt hoeveel stappen je zet en ander lichaamsfuncties in de gaten houdt, maar ik weet zeker dat ik dat bij lange na niet haal. Omgerekend zou dat moeten betekenen dat ik 6 kilometer per dag zou moeten lopen. Nou vergeet het maar, er zijn dagen dat ik de 600 meter niet of nauwelijks haal. Het zij zo. Ik heb geen flauw idee of en hoe je fietskilometers mag mee rekenen. Dat zal het beeld iets, maar niet beduidend verbeteren.
En ondanks dat (te) weinig bewegen, ben ik vaak toch hondsmoe. Ik heb nooit de Vierdaagse meegelopen, maar ik voel me af me toe  alsof ik alle drie de afstanden opeen dag heb afgelegd. Ja, ik heb een levendige fantasie, mijn benen voelen dan als lood en de ene voet lijkt niet meer voorbij de ander te kunnen komen. Ik troost me dan maar met de gedachte dat het een symptoom van een van mijn kwalen is. En daar is mee te leven, als je maar geregeld ervoor zorgt dat je weer een een beetje opgeladen wordt, dat er weer wat energie in je lijf en zeker ook in je geest binnenstroomt.
Ik heb daarvoor een aantal oplaadpunten. Ik vergelijk me dan met een elektrische auto waarvan de accu allengs leeg raakt, naarstig op zoek moet naar een stopcontact om de batterij weer op niveau te brengen. Ik parkeer mij daarvoor van tijd tot tijd bij wat aardige mensen die mijn lijf weer bijtanken, het energiepeil weer wat opvijzelen en verstopte leidingen weer wat toegankelijk maken. Zo blijft de boel nog een beetje op gang. En daarnaast tank ik ook nog af en toe wat bij bij plaatsen die de geest prikkelen, die ervoor zorgen dat de glans niet verloren gaat, maar ik ook nog een beetje blijft stralen, zelfs bij veel minder dan 10.000 stappen.

1 reactie op dit bericht

Klein zien

Soms krijg ik weleens  te horen dat men vindt dat ik ongehoord veel meemaak. Zij baseren dat op mijn dagelijkse blogje waarin te lezen valt want ik denk, meen en beleef. Elke dag wel iets, maar dat zijn maar kleinigheidjes, rimpelingen in het zijn. Niets vergeleken met het druk, druk, druk van andere mensen. Ik zelf geniet vooral van de rust in mijn bestaan, het niet meer moeten, het niet meer hoeven. Ik verheug mij vooral in de dragelijke saaiheid van het bestaan waar tijd en ruimte in overvloed is om te denken, te mijmeren en waarin verveling een deugd is die dat denken en mijmeren tijd geeft. In dat bestaan heb ik een opener oog gekregen voor de kleine dingen van het bestaan die als je die een beetje uitlicht de indruk geven dat je druk bezig bent in een gevuld bestaan. En dat is niet zo. Maar het aandacht geven aan de kleine dingen, ze wat vergroten, laat de details zien die bij een oppervlakkiger beschouwing niet of nauwelijks opvallen. Het is maar wat je wilt zien, wat je wilt beleven en niet onopgemerkt voorbij wilt laten gaan. Een bevriende kunstenares beschreef dat ooit treffend als ‘klein zien’. Gebeurtenissen van niks beschouwen, commentaar op geven, een dimensie extra geven.
Vanochtend in de kerk word ik aangesproken door twee dames. “U bent toch dirigent van het jongerenkoor geweest?” Ik moet ze teleurstellen, zo’n functie gaat mijn kennis en kunde ver te boven. “U lijkt er toch sprekend op.” Ik antwoord dat ik mij verbaas dat er nog meer van zulke knappe mannen zijn. Het grapje komt niet over. Ze kijken me nog eens vorsend aan en vragen dan of ik ooit getennist heb. Ja, dat wel. En dan beschrijven ze mij dat ik ooit van dezelfde club lid ben geweest. ‘U was  samen met uw vriendin.” In detail vertellen ze mij over hoe en wat ik allang vergeten ben. Ik kan hen meedelen dat die vriendin van meer dan 20 jaar geleden inmiddels mijn vrouw is. “Och wat leuk, doe ze van ons de groeten, als ze ons tenminste nog kent.” Dat beloof ik. Thuis breng ik Gade de groeten over.
Een gebeurtenisje van niks, maar zo de moeite van het meemaken waard.

1 reactie op dit bericht