Maria-kalender

Lang, heel lang voor het mode was verzamelde ik al Maria’s. Beelden en plaatjes van Onze Lieve Vrouw. Ik kan niet goed meer nagaan waarom ik er ooit mee begon. Het was zeker niet alleen maar religieuze bevlogenheid, maar er was iets wat mij op de een of andere manier aansprak.  Misschien was het mijn gevoeligheid voor opkomende trends, misschien was het ook maar gewoon toeval of was het stille bewondering. Je wordt toch niet zo maar de moeder van de zoon van god. Daarvoor moet je toch heel wat in je mars hebben. Ja, ik mocht en mag Maria wel en dat al jarenlang. Misschien is het ook wel gewoon de uiting van een kinderlijk geloof, een aanspreekpunt. Wie zal het zeggen. Inderdaad, god  mag het weten.
Gevolg is wel dat ik in een vitrinekast wel zo rond zestig Mariabeeldjes heb staan in diverse soorten en maten. Uiteraard ook uit Lourdes en Fatima, en uit andere bedevaartsoorden als Banneux of Spoleto. Maar ook uit Nicaragua, Slowakije en Rusland. Maria kent geen grenzen. Het is een verder ongevaarlijke tic.
Op mijn toilet hangt al sinds jaar en dag een Mariakalender. Het is een dagkalender van een hemeltergende oubolligheid. Toen ik vanochtend het blaadje van 20 oktober afscheurde verscheen er niet zoals te verwachten viel het blaadje met 21 oktober, maar een bestelformulier voor de kalender van volgend jaar. Dat formuliertje gaat straks op de post.
De kalender is elk jaar voorzien van een schutblad met een afbeelding van de heilige maagd. En al die schutbladen hebben een plaatsje in mijn toilet gekregen, naast nog een stel andere afbeeldingen. Alleen aan schutbladen zijn dat er al eenentwintig. Dat betekent dat ik dus al in 1997 begonnen ben met het verzamelen. Er is bij ongewijzigd beleid nog plaats voor zeven schutbladen. Dan zijn de muren helemaal vol. Zou toch mooi zijn als ik dat nog zou mogen mee maken. Dat is me een weesgegroetje waard.

Nog geen reacties op dit bericht

Baken

Je zou haast denken dat een stad blij zou zijn als er een groepje burgers was dat zich ten doel had gesteld die stad wat mooier dan ze al is te versieren. Sommige plekken een extra accentje te geven door er een litteraire tekst op, bij of in aan te brengen. Het resultaat zou dan zijn dat plaats en tekst elkaar versterken. Je zou haast denken dat de stad, de bestuurders, de ambtenaren zo’n groepje zou ondersteunen, bemoedigen en waarderen.
Toen meer dan dertien jaar geleden zo’n groepje ontstond gingen vertegenwoordigers van dat clubje in gesprek met de gemeente. Ik was erbij en zag hoe in dat eerste gesprek al de hakken in het zand werden gezet. Wie zou er nu op zitten te wachten dat de stad helemaal volgeplakt zou worden met frommelige affiches met citaatjes, was het weinig genuanceerde commentaar op onze plannen. Maar het groepje zette door, schraapte her en der wat geld bij elkaar, schreef fondsen aan, vond een terloopse sponsor en kreeg medewerking van eigenaars en bewoners van panden om fraai uitgevoerde panelen te bevestigen. Maar de gemeente deed als het maar even kon moeilijk. Was het niet de commissie zo, dan was het wel de afdeling zus die kanttekeningen had, bezwaren maakte en zich bemoeide met de uitvoering en in heel veel gevallen in ieder geval wat vertragend werkte. Een stimulerend enthousiasme, daar was weinig van te merken. Dat er zonder veel moeite toch een baken in de hal van het stadhuis kwam te hangen mag een klein wonder heten.
Vanmiddag is het vierentwintigste baken onthuld. Een blinde muur in een achteraf straatje bleek monumentale waarde te hebben en het gebruik van alle mogelijke netwerken was nodig om toestemming voor plaatsing van een baken op die grote muur te krijgen, maar niet nadat de gemeentelijke leges betaald waren! De muur heeft een geweldige face-lift gekregen door het baken, een tekst uit de roman Sluitertijd van Jan Stassen over de Piersonrellen die de stad ooit teisterde. Een tekst die fleur geeft aan de plaats waar ooit een van de zwartste bladzijden uit de recente Nijmeegse geschiedenis werd geschreven.
Er waren heel wat mensen bij de onthulling. Leden van het College waren niet op de uitnodiging ingegaan.

Nog geen reacties op dit bericht

Verjaardag

Er zijn geen slingers opgehangen, er is geen stoel versierd. En toch is er een jarig, hoera, hoera. Gade viert haar geboortedag. Vieren is eigenlijk een veel te uitbundig woord. Ze is niet eens thuis. Halverwege de dag is zij voor haar geregelde weekend-retraite naar elders vertrokken. De viering van haar verjaardag beperkte zich tot een keer met sotto voce het lang zal ze leven te zingen en even voor ze vertrok samen koffie met iets lekkers erbij te drinken. En de postbode bracht wat felicitatiekaarten en via de app gewerden haar gelukwensen. Toch een een beetje verjaardagsgevoel. Maar er was geen cadeautje, dat komt over een tijdje wel. Dat gaan we samen kopen om vergissingen te voorkomen. Bovendien is een cadeautje maar een relatief begrip als je je samen gebruik maakt van een rekening. Ik weet, het klinkt allemaal erg prozaïsch en dat is het ook. maar er is toch niks mis met proza.
Tot op heden vierde ik mijn verjaardag altijd allesbehalve prozaïsch. Uitbundig zelfs. Veel gasten ontvangen, kaas en leverworst serveren, samen eten en heel veel onafgemaakte gesprekken voeren en minstens net zo veel mensen helemaal niet spreken omdat ze te druk met elkaar zijn. Maar misschien ga ik het dit jaar ook wel heel anders doen. Geen gasten, geen kaas, geen leverworst en eten buiten de deur met de meest nabije familieleden. Drieënzeventig is ook geen jubeljaar, het is een jaar overal net tussen in, zoals ook de vierennogwat van Gade. Dat zijn leeftijden waar je geen zaaltje voor hoeft te huren, een cateraar voor hoeft in te schakelen en al helemaal geen muzikant voor hoeft te laten optreden. Het zijn data die als vanzelf van het ene naar het andere jaar glijden. En voor je het weet is er n lustrumjaar te vieren. Een goede reden om dan wat meer uit te pakken. Wie weet.

Nog geen reacties op dit bericht

Gijs

Dit wordt het derde blog dat als titel ‘Gijs’ heeft. Maar waarschijnlijk ook het laatste. Want zojuist kreeg ik het bericht van Neef dat zij hun kat begraven hebben. Gijs was hun kat waar wij als zij weer eens afreisden naar een ver land op mochten passen. Gijs woonde op een van de mooiste plekjes van Drenthe. Ooit was hij aan komen lopen en gebleven. Waar hij vandaan kwam hadden ze ook een hond genomen en dat was Gijs te veel, veel te veel. Hij ging, helemaal uit zich zelf verhuizen en trok bij Neef en zijn vrouw in. Geen onverstandige keuze, een territorium met een parkachtige tuin en grenzend aan een bos waar altijd wel een vogeltje of muis te verschalken was. Gijs was een gekende rover, maar ook een kat die het heerlijk vond om op je schoot te komen liggen, aangehaald te worden, maar wel de baas te blijven. Gijs had een natuurlijk distinctie en uitstraling. Gijs was ook een grote kat, in zijn beste dagen wel twee keer zo zwaar als onze eigen Harrie, een juffertje vergeleken met die bonk van een kat die Gijs was.
De laatste keer dat wij op Gijs pasten kregen wij het consigne mee dat het niet goed ging met Gijs. Neef gaf ons zelfs de volmacht dat, mocht dat nodig zijn, wij finale beslissingen konden nemen. Maar Gijs knapte, waarschijnlijk door onze liefdevolle aandacht, weer op. Gijs leek niets te mankeren.
En toen brachten mijn Neef en zijn vrouw uit Frankrijk een hond, een puppy mee. Een schat van een beestje, zoals alle jonge beestjes vertederende schatten zijn. Maar Gijs, het was bekend, hield niet van honden, ook niet als ze jong en schattig zijn. En dat liet hij duidelijk merken. Hij beet van zich af, maar vrat zich van binnenuit waarschijnlijk ook weer op. In korte tijd ging hij sterk achteruit.At niet meer, kwijnde weg. Gijs was op, doodop.
Gijs is een paar uur geleden begraven aan de rand van het bos, het bos, dat daardoor altijd het zijne zal blijven.
Gijs, het is maar een kat, maar toch.

Nog geen reacties op dit bericht

Shawl

Ik mag graag roepen dat ik het koud heb. Nu kan ik op zich wel goed tegen de kou, dat moet ook wel want anders zou ik haast geen leven meer hebben. Ik weet dat dat wat tegenstrijdig lijkt en waarschijnlijk ook is. Roepen dat je het koud hebt en er goed tegen kunnen. De kou bij mij komt meestal van binnenuit. Zal wel wat te maken hebben met een niet meer optimale doorbloeding. Zeker in de extremiteiten zou de lichaamsthermostaat wel wat hoger mogen worden gezet. Het overkomt mij dan ook menig keer dat een liefdevol bedoelde aanraking door Gade beantwoord wordt met een rillerig gilletje en de opmerking: “Jongen, wat heb je het toch koud.” En dat klopt eigenlijk niet. Ik heb het niet koud, ik ben koud. Mijn vingers kleuren langzaam paars en voelen dan ook aan als ijspegels die uit een bevroren dakgoot hangen. IJs- en ijskoud. Maar ik kan het hebben. Het brengt mij terug naar mijn jeugd, toen winters nog winters waren en ik na een sneeuwballengevecht met verkleumde vingers thuis kwam en mijn moeder mijn handen onder haar oksels stopte en de kou langzaam uit mijn vingers verdween en plaats maakte voor een tintelend gevoel, haast pijnlijker dan de koude vingers.
’s Avonds op de bank voor de televisie hult Gade mij geregeld in een plaid. Alleen mijn hoofd steekt boven het dekentje uit. Meer is ook niet nodig bij het tv-kijken. Ik voel me als een rups in een zachte cocon, wachtend op de lente om als een vlinder uit te vliegen. De poes vindt het ook voor haar een prima plaatsje om op te komen liggen en als warm kruikje te dienen.
Vanmiddag kwam Gade uit de stad. Met een cadeautje, terwijl ik niet eens, zoals mijn zoon, jarig ben. Een warme veelkleurige heel brede shawl, beter passend bij de kleuren van de dagpauwoog die ik misschien wel word als de zon warm genoeg schijnt om mij uit mijn cocon te laten breken.

Nog geen reacties op dit bericht

Laatste

Voor Anni
Gisteren is mijn schoonzus gestorven. De vrouw van mijn lang geleden overleden broer. En nu ben ik de laatste. Vader, moeder, broers zussen, zwagers en nu ook alle schoonzussen Ik ben er nog. De laatste. Gelukkig nog omringd door Gade, Ex en zoon- en dochterlief. En een neef en twee nichten. Maar het gezin, vijf kinderen en mijn ouders, waar ik uit voortkom is gemillimeterd.  Het kan niet kleiner zijn. Nog kleiner kan niet, dan houdt het helemaal op te bestaan.
Ik kreeg jaren om aan dat idee te wennen. De laatste te zijn. Ik was 22 toen mijn vader stierf, twee jaar na de man van mijn zus, mijn zwager, die de eerste was in de kring van ons gezin die dood ging. Nu, meer dan vijftig jaar later ben ik de laatste die overgebleven is en daarmee, als er een logica voor sterven zou bestaan, de eerste die nu aan de beurt is. Maar ook in het gezin waar ik uitkwam heeft de dood de logische lijn niet gevolgd, maar naar eigen believen en altijd op het verkeerde moment zijn keuze gemaakt. Er bestaat geen goed moment om te sterven. De dood is nooit op tijd. Soms te vroeg, soms te laat, een moeder die haar zoon overleeft, een zus die te jong weduwe wordt. Naar onze maat gemeten. De eeuwigheid kent geen vroeg of laat, die kent, net als de dood, alleen maar nu en ook altijd.
Ik was een nakomertje. De laatste. Maar de laatsten zullen de eersten zijn. Er staat mij nog het nodige te wachten.
Mijn schoonzus is 84 geworden. Een mooie leeftijd zeggen we dan. Als troost voor ons die achterblijven en alleen maar kunnen geloven wat zij, misschien,  nu weet. Want dat is ook de dood. Niet meer hoeven te geloven dat …, maar weten. Niet eens tegen beter weten in.

5 reacties op dit bericht

Showponies

Ik ben heel tevreden met wie ik ben. Ik ben ook heel tevreden met wat ik ben. Dat is eigenlijk best boffen. Je moet er toch niet aan denken dat je na 72 jaar geconfronteerd wordt met het gevoel dat je dag in dag uit (en dat is op die leeftijd ruim 26.000 dagen) niet tevreden bent met wat en erger nog wie je bent. Betekent dat nu ook dat er niets te wensen over zou blijven? Nee,dat is het nu ook weer niet, dat zou maar leiden tot een inerte gezapigheid. Nee, het lijkt me ook heel leuk eens verder te fantaseren over wie of wat ik had kunnen zijn als ik niet Jan Roelofs was geweest en steeds meer was geworden. Ik heb al eens laten weten dat een bestaan aan balletdanser of strafpleiter mij wel wat geleken zou hebben. Of valse nicht. Oh, daar zou ik in geglorieerd hebben.  Maar het is er niet van gekomen. Voor danser ontbrak mij het figuur, of had ik er eigenlijk te veel van, strafpleiter is een verborgen wens gebleven en valse nicht bewaar ik wel voor een volgend leven.
Sinds gisteravond is er nog een wensje bij gekomen. Langzamerhand heeft zich bij ons de gewoonte ontwikkeld om goede vrienden als verjaardagscadeau een voorstelling aan te bieden. En zo trokken wij met een bevriend paar naar het altijd weer vriendelijke Uden waar de voorstelling ‘Showponies’ in het Theater Markant draaide. En na afloop leek het mij om in plaats van balletdanser of strafpleiter Alex Klaasen, een begenadigd theaterdier te zijn. Ik zou het zelfs daar voor over hebben om niet in Nijmegen maar in Oirschot geboren te zijn. Wat lijkt het mij heerlijk zo te kunnen dansen, te zingen, te spelen, teksten te schrijven. In gedachte dans en zing ik met hem mee. In gedachte, want als de voorstelling voorbij is heb ik al heel veel moeite uit mijn stoeltje omhoog te komen voor de staande ovatie die hij en de zijnen  verdient.
Een showponie is volgens Klaasen, degene die wij denken te moeten zijn voor alle andere mensen omdat ze ons dan het leukste vinden. Een showponie, wie is dat eigenlijk niet?

3 reacties op dit bericht

Mening

Niet begrijpend hoor ik soms hoe snel iemand, doet er niet toe wie, ergens een mening over heeft. Met onwaarschijnlijke stelligheid lees ik wat iemand vindt. Geen greintje twijfel. Zo is het en niet anders. De waarheid wordt met het nodige aplomb verkondigd. Zeker is zeker en zo is het.
Soms, op mijn zwakkere momenten, ben ik jaloers op de mensen die zo overtuigd van het eigen gelijk, weten hoe de wereld in elkaar steekt. Het lijkt of zij geen vragen hebben, geen twijfels, de wijsheid in pacht hebben en hun werkelijkheid als de enige waarheid zien. En erger nog hun waarheid als de werkelijkheid beschouwen. Een waarheid en werkelijkheid die stoelt op dat wat waarneembaar is, op feiten, op wetenschap.
Ik denk terug aan een gesprek in DWDD van 8 oktober l.l. tussen Mathijs van Nieuwkerk en Beatrice de Graaf. Ik zie en hoor hoe na minuut 9 in het gesprek de een de ander van geen kanten kan of wenst te begrijpen.Van Nieuwkerk verbaast zich er over dat De Graaf als wetenschapster toch gelovig kan zijn. Hij lijkt haar bijna te verwijten dat zij nota bene als professor christelijk is. Hoe verkokerd kan een visie zijn! De Graaf heeft de hoop dat er ooit een einde aan alle ellende zal komen, maar zij is niet een naïeve fantaste die door optimisme gedreven niet zou zien dat de mens niet alleen maar lief en aardig is. Maar voor haar is er een groter geheel waar wij mensen in passen. Van Nieuwkerk is daar als ongelovige bijna jaloers op, maar hij ziet nog niet het begin van een realisatie van dat de ellende ooit zal stoppen. Daar ontbreekt volgens hem elke wetenschappelijke grond aan. Vol overtuiging riposteert De Graaf dan dat geloof en hoop de vaste grond zijn van de dingen die je niet kunt weten, maar waar je op vertrouwt. Dat spreekt mij zeer aan. Het leven bestaat niet alleen uit meningen, maar ook uit visie, uit geloof en vertrouwen.

2 reacties op dit bericht

Zaad

Ik heb niets met tuinieren. Ik kan wel van een tuin genieten, laat dat duidelijk zijn. Zo’n oudenwijvenzomer als we nu beleven is zeer aan mij besteed. Lekker mij in het zonnetje koesteren in een beschut  hoekje van onze tuin, van mij mag het tot Kerstmis zo blijven. Een beetje zitten en verder niets, de tijd laten weg glippen, een beetje mijmeren. Op zo’n moment komt altijd dat Engelse versje in mij naar boven: Isn’t life beautyful, isn’t life gay, isn’t life the most perfect thing to pass the time away.
Voor een beetje geluk heb je niets meer nodig. Een zonnige tuin, gedachten die gaan en komen en verder niets.
Ik heb in mijn leven nooit de aanvechting gehad om mij meer in actieve zin met een tuin bezig te houden. Komt er van als je in een bovenhuis bent geboren en pas toen ik 27 of daaromtrent was ging ik in een huis met tuin wonen. Ik maaide daar af en toe het piepklein gazonnetje, maar dat was het dan ook wel. Ex deed de tuin, zoals in mijn latere leven Gade zich bezighoudt met het verzorgen van een grasloze tuin, een tuin die vooral uit borders bestaat en wat zithoekjes waar het goed toeven is om de tijd te laten verglijden.
Ik had mij nog nooit verdiept in het groeien van gras. Daar was geen enkele reden toe. En als het clubje waar ik lid van ben niet een excursie naar een van de grootste graszaadproducenten ter wereld had georganiseerd was dat nog zo geweest. Niet dat ik er nu alles van weet, integendeel, maar ik ben verbaasd wat er allemaal komt kijken voordat zo’n zaadje zich omtovert tot een mooie egale grasmat, van gazon, via sportveld en golfbaan tot weidegrond voor beesten. Dat er bij een nieuwe soort ook een kudde schapen op zo’n testwei wordt losgelaten als een smaakpanel. Dat krijgen we allemaal te horen  en als we een geel veiligheidsjasje hebben aangekregen bezichtigen wij ook de gigantische bedrijfshal waar het graszaad wordt behandeld, gemengd en verpakt. Ik kijk nu toch anders naar het grasveldje van mijn buren, maar om nu te zeggen dat het daar groener is…

Nog geen reacties op dit bericht

Specialist

Mijn bestaan, ik schreef er eerder over, wordt door een handvol specialisten in de gaten gehouden. Met enige regelmaat krijg ik wijze adviezen en goed bedoelde raadgevingen van een oogarts, een neuroloog, een nefroloog, een cardioloog.Ja, dat loog er niet om. En op meer generaal niveau is er de huisarts en de praktijkondersteunster die bekijken hoe het met mij gaat. Als ik dat rijtje zo eens bekijk dan haal ik mijn verzekeringspremie er dubbel en dwars uit en heb ik mijn jaarlijkse eigen risico al na een maand of twee verbruikt. En dan heb ik het nog niet eens gehad over de tandarts en de osteopaat.
Al die medische zorg gaat ook gepaard met een karrenvracht aan medicijnen. Medicijnen die de ene behandelaar nou liever gehalveerd ziet, terwijl de ander zich met hand en tand tegen lijkt te verzetten tegen een afbouw. Ik ben een volgzame patiënt en volg de adviezen van de dames en heren medici en para-medici braaf op. De vraag blijft natuurlijk wat er zou gebeuren als ik hun raadgevingen niet zou opvolgen en de pillen, druppels en capsules de pillen, druppels en capsules zou laten. Zou mijn lichaam dan binnen de kortste keren meer aftakelen dan dat het nu doet? Ouder worden is immers niets anders dan aftakelen. Vertragen al die pillen dat proces? Stoppen lukt sowieso niet, want de tijd is niet te stoppen. Het beroerde is dat je maar moet aannemen dat de medici tot een afgewogen oordeel komen. Elke specialist heeft natuurlijk het gelijk aan zijn zijde, maar dat gelijk kan best een strijdig zijn met dat gelijk van een collega. Soms denk ik wel eens dat we te ver zijn doorgeschoten in de specialismen. Maar het lijkt nauwelijks mogelijk dat al die behandelaars eens even bij elkaar kruipen en samen een behandelplan ontwikkelen. Ieder weliswaar vanuit zijn eigen specialismen, maar rekening houden met het feit dat een mens meer is dan zijn hart, of zijn nieren, of zijn hersens, of zijn ogen. En dat wat het ene baat, het andere schaadt.
Mijn huisarts heeft mij aangeraden om per vandaag een pil te halveren, te kijken of ik met 20 mg minder toe kan. Wie weet?

Nog geen reacties op dit bericht