Zichtlijn

Uit hoofde van haar functie krijgt Gade een uitnodiging voor de première van het nieuwe programma van Introdans. Introdans, dat vaak nog het Arnhemse balletgezelschap wordt genoemd maar dat qua uitstraling en kwaliteit de lokale grenzen al ver, heel ver overschreden heeft. We realiseren ons dat het waarschijnlijk de laatste keer is dat Gade wordt geïnviteerd, want per 1 april legt zij haar functie neer. Bij de uitnodiging is er ook altijd de mogelijkheid kaartjes bij te kopen en bij al die premières mocht ik haar vergezellen. Kortom, we gingen met ons tweeën naar het ballet. Het programma heette 5 sterren en telde inderdaad 5 balletten. Balletten die ik hier verder niet ga bespreken,want ik heb lang niet alles gezien, terwijl ik toch de heel voorstelling aanwezig ben geweest.
Ik was al vaker, veel vaker in de Arnhemse stadsschouwburg geweest. En ook al tooit het zich thans met de naam Stadstheater Arnhem, het is en blijft een schouwburg. En schouwen heeft alles met kijken en zien te maken. Er zijn kwade tongen die zeggen dat er heel wat mensen zijn die naar de schouwburg komen om gezien te worden, maar laten we er toch maar van uitgaan dat de meeste er komen om te zien. Als dat het geval is hoedt u dan voor rij 5 van het Arnhemse stadstheater, waar ik verder, zeker qua programmering geen kwaad woord over durf te zeggen. Maar als u daar naar toe gaat laat u dan niet op rij 5 placeren. Rij 1 tot en met 4, rijen die op de dichtgeplankte orkestbak staan belemmeren op alle mogelijk manieren je vrijzicht op het toneel. De stoelen, verder niks op aan te merken, zijn zo geplaatst dat er altijd wel een hoofd van iemand uit die eerste rijen tussen jou en het toneel zit. Een toneel waarvan de vloer op rij 5 ook nog precies op ooghoogte zit. Van een ballet dat zich veel in horizontale positie op die vloer afspeelt kun je alleen maar het vermoeden hebben dat het mooi is. Af en toe zie je over de hoofden van de mensen die voor je zitten een been of arm op fladderen, maar daar moet je het dan mee doen.
Net voor de voorstelling begint, komt een mevrouw naast me zitten die stamelt: “Oh, gut, rij 5.” Na de pauze zie ik haar hoog op een zijbalkon zitten. Ik begrijp waarom.

Nog geen reacties op dit bericht

Jan Siebelink-80

Mijn bijdrage aan de viering van Jan Siebelinks verjaardag bij boekhandel Dekker&vdVegt, zaterdag 17 februari 2018:
“Links de boulevard, onlangs geasfalteerd, en direct op de hoek koffiehuis Klein Seinpost, herkenbaar aan de groene windschermen.” De eerste regel uit ‘Vera’, het begin van mijn kennismaking met het werk van Jan Siebelink, nu al weer zoveel jaren geleden.
Een kennismaking die voortgezet wordt en voorlopig zijn eindpunt – of is het een rustpunt? –  vindt in de laatste regel van ‘De Buurjongen’: “De publieke belangstelling is groot.”
En dat blijkt dan bijna een profetische constatering te zijn, niet alleen voor deze middag, maar voor alles waar de naam Jan Siebelink aan verbonden is. Jan Siebelink was de afgelopen weken onontkoombaar, radio, tv, krant. En vanmiddag hier.
Tussen Vera en De Buurjongen staan in mijn boekenkast nog een fiks aantal andere titels van hem. Boeken die spelen in Den Haag, rond de IJssel, Parijs, Brussel, Velp, Arnhem. Nauwkeurig beschreven, tot in ieder detail, tot in de kleur van een windscherm. Het decor waarin zijn boeken spelen wordt beschreven als ware het een reisgids. Ik weet nog dat ik een keer op het Haagse station Holland Spoor uitstapte en ik mij zelf opgenomen wist in het decor van “Engelen van het Duister”.  Elke straatnaam klopt. De Fannius Scholtenstraat is de Fannius Scholtenstraat, zoals de Bergweg de Bergweg is. Je kunt niet verdwalen in Siebelinks boeken, alleen een beetje in rondzwerven, om je heen kijken en dan ontmoet je tal van jou inmiddels bekende personages, soms onder een andere naam, maar onmiskenbaar allemaal samen stukjes schrijver. De schrijver die zich opdeelt en terugvindt in de vader Hans, in de broers Casper of Ruben of Lucas. Die zichzelf gestalte geeft in Vera, Clara, Margje, Margaretha. Een schrijver kan niet anders dan vanuit zichzelf schrijven. Hij is als een god in al zijn personages tegenwoordig. En zo geeft hij zich bloot zonder zelf altijd precies te weten welk stuk van hemzelf hij aan de openbaarheid of zijn bewustzijn prijsgeeft. Het is aan ons lezers om dat te ontrafelen. Een schrijver is in al zijn personages maar hij is niet het personage. De schrijver, zelfs Jan Siebelink, is niet de romanfiguur zelf. Lijkt misschien een beetje of heel veel op hem. Een roman is geen biografie en al helemaal geen autobiografie. En die vergissing is zeker bij hem al gauw te maken, zo dicht op zijn huid schrijft hij. En dat is ook steeds weer de uitdaging die hij aan zijn lezer en misschien ook wel aan zich zelf stelt. In ieder geval aan mij. Probeer de schrijver maar eens los te zien van zijn personages. Personages waar de auteur bij voortduring in doorschemert. Is het daarom dat als ik een roman van Siebelink lees ik zijn stem hoor en niet zelden heeft voor mij de hoofdfiguur in mijn fantasie een meer dan opvallende gelijkenis met de schrijver. Maar dat mag je mij kwalijk nemen.
Twee keer mocht ik hier in deze voortreffelijke boekwinkel in gesprek gaan met Jan Siebelink. Dat was ter introductie van Knielen op een bed violen en later Het lichaam van Clara. Dat waren mooie gesprekken over bezieling, geraakt worden en de verhouding schrijver-personage. Als er een schrijver is over wie je via zijn personages meer te weten denkt te komen dan is dat bij Jan Siebelink. Dat dènk je, maar ondertussen kom je als lezer, zoals in alle goede romans , meer te weten over jezelf. De laatste keer was dat via “De buurjongen”. De buurjongen, die een broer wordt, liefdevol opgenomen in het gezin Sievez. De buurjongen maakt mij nieuwsgierig naar wie er nog meer in zijn straat wonen. Ik hoop spoedig met hen kennis te maken aan de schrijvershand van Jan Siebelink. Jan, laat mij weer met jou dwalen door Velp, door Arnhem, door maakt niet uit. Ik zal je volgen.
En o ja, nog van harte gefeliciteerd met je verjaardag.

Nog geen reacties op dit bericht

Bezoek

Ze woonden een hele tijd in een land over zee. Voor jonge mensen is de wereld hun dorp. Voor mij is een land over zee ver weg, iets voor een vakantie, niet om te wonen of te studeren. Ik woon goed waar ik woon en studeren is er niet meer bij. Maar zij volgde haar lief voor zijn studie in dat land over zee. Haar lief komt uit een ver land, niet over zee, maar verder weg dan het land over zee. Zij had hem ontmoet in dat verre land. De vonk was overgesprongen en zij had hem niet direct ter zijde geschoven. Dat deed ze met jongens die haar niet bevielen direct. Soms duurde dat wat langer, maar ik was vaak de eerste hoorde als er er iemand van het toneel was verdwenen of er nauwelijks op was verschenen.
Voordat zij in het land over zee ging wonen zagen we elkaar geregeld. Zij studeerde in de stad waar ik woon en menig waren onze lunchafspraken of even samen koffie drinken op een terras dat ik mij nu alleen als zonnig herinner. Als ik met haar afsprak leek het altijd mooi weer te zijn.
Maar zij vertrok, volgde haar hart en lief. Een keer belde ik nog, maar een internationaal telefoongesprek lijkt in niets op een keuvelend gesprek op een zonnig terras. Het telefoontje werd niet door een tweede gevolgd. Stilte.
Zij kwam weer terug naar het land en nu sinds kort weer naar onze stad. Ik wist dat ze een paar straten verder kwam te wonen. Dichterbij dan ooit. Op mijn gsm zie ik dat ze gebeld heeft. Ik bel haar terug. Of ik thuis ben. Ik ben thuis en de afspraak is zo gemaakt. Ze komt er direct aan. Te voet, het is maar een steenworp afstand. We praten bij aan de keukentafel. De zon schijnt uitbundig. Mijn keuken lijkt te veranderen in een zonnig terras.

2 reacties op dit bericht

Zesde

En daar heb je dan jaren lang voor getraind. Nog een keer gloriëren. Nog een keer bij die nooit gewonnen afstand op de hoogste trede staan. Nog een keer je muts afzetten en tranen in je ogen krijgen bij het horen van het Wilhelmus dat je mompelend meezingt. Je mag in het laatste paar rijden. Je weet wat je landgenoot gereden heeft. Nog meer besef je hoe die halve landgenoot de sterren van de hemel heeft geschaatst. Maar het is te doen, denken de commentatoren, hopen de toeschouwers. Concentratie. Het startschot. Weg ben je, maar je voelt wat je eigenlijk al wist. Het gaat niet lukken. Je moet toch 25 rondes lang en elke ronde wordt het duidelijk en duidelijker dat het niet gaat lukken. Het lijkt of het ijs aan je ijzers kleeft. Het voelt of je achteruit schaatst.De verslaggevers vinden dat hij te hoog zit, of juist te laag, dat hij te veel ijs neemt of juist te weinig. Halverwege jouw race, dat wat met gouden letters JOUW race had moeten worden, juicht je tegenstander al op het midden terrein. Die weet zich kampioen. Die is kampioen.
Ik zie hoe de gehoopte kampioen het niet haalt. Ik weet niets van schaatstechniek, vind dat hij toch redelijk hard gaat. Ik heb zelf nooit geschaatst, niet eens op een krabbelbaantje. Geen sjoege hoe dat voelt. Wel over gedroomd, dat ik kon schaatsen als de beste. Met een krachtige beweging vloog ik over het bevroren ven. Zjoef, zjoef. Maar dromen zijn een andere werkelijkheid. In het echt wordt zijn achterstand steeds dieper rood. Nog 10 rondes, nog 5, 4, 3, 2. De bel, nog 1. Geen kampioen, geen zilver, zelfs geen brons. Zesde zegt het uitslagenbord.
“Ik had het beter moeten doen.” Zijn commentaar na afloop is even simpel als waar. Hij voelde het eigenlijk al aankomen. Maar niemand die het zag. Hij wist het wel.
Over vier jaar zijn er weer winterspelen. Dan zal hij waarschijnlijk weer aanwezig zijn. Niet op het ijs. Als commentator mogelijk en dan zal deze race weer in herinnering worden geroepen. Met dat ene zinnetje uit zijn slotinterview: “Ik had het beter moeten doen.”

Nog geen reacties op dit bericht

Gijs

Mijn hele leven heb ik altijd wel een kat in de buurt gehad. Onlangs kreeg ik van mijn nicht een fotootje dat zij vond bij het opruimen van wat familie-bescheiden. Ik zit op de grond aan de voeten van mijn vader en moeder met een hijskraan te spelen.Het is kerstmis 1954, ik ben net 9 geworden. Achter mij de tafel met daarop de kerstboom en het stalletje verpakt in grotpapier. Naast mij opgerold tegen de haard aan een poes, die zoals al onze poezen vroeger wel Miekie geheten zal hebben. De kat slaapt, zoals katten meestal slapen. Zie afbeelding hieronder.
Mijn hele leven is dus doordrenkt met katten en nu wordt mijn leven deels bepaald door de genegenheid die Harrie tentoonspreidt. Genegenheid die, dat weet ik ook wel, goeddeels, zo niet geheel, wat haar betreft voortkomt uit het feit dat ik haar te vreten geef. Ook de liefde van de kat gaat door de maag, maar die wordt er daardoor niet minder om.
Afgelopen zomer verbleven wij in het huis van mijn neef aan de rand van het Dwingelderveld. Harrie, onze kat bleef thuis, maar wij werden de oppas van Gijs, de kat van mijn neef en zijn vrouw. Gijs is, zeker in vergelijking met onze Harrie, een enorme kat. Eigenzinnig, maar ook aanhankelijk. Wij mochten Gijs wel en jij ons. Toen wij er waren was Gijs nog in goede doen, maar vandaag lees ik in het beeldblog van mijn neef dat Gijs kwakkelt. Gijs heeft pijn. Artrose. Mijn neef laat zijn zorgelijke bericht vergezeld gaan door röntgenfoto’s van Gijs bottengestel. Ze zijn hier bij 13 augustus te zien.
Mijn neef vraagt als je gelovig bent een kaarsje voor Gijs op te steken.Ik geloof dat dat maar een schrale troost is. Gijs is oud, heel oud voor zo’n grote kat. Het kaarsje dat ik zou aansteken houdt het zijne niet brandend. Negen levens heeft een kat, misschien is bij Gijs zelfs dat negende nu zo goed als voltooid…

2 reacties op dit bericht

Spannend

Hoeveel spanning kan een mens op een dag aan. Deze weken bieden de Olympische Spelen spanning genoeg. Ik volg lang niet alles, maar als ik al zappend bij een al dan niet bekend onderdeel kom, blijf ik hangen en zie ik een Slowaakse biatlete een zo goed als zekere overwinning uit handen geven omdat zij bij het schieten twee van de doelen mist en twee strafrondjes met lopen. Weg goud, weg zilver, zelfs weg brons.
Vanochtend geniet ik via de krantenberichten nog na van de overwinning van Wüst en hoe zij die vierde. Op de radio hoor ik het verslag van een shorttrack race dames waar de Nederlandse Van Kerkhof derde wordt, maar na jury-ingrijpen toch tweede. En met eigen ogen zie ik hoe Nuis en Roest goud en zilver halen met het schaatsen. De spanning valt van de twee rijders af te lezen en zie hoe de klem tussen zijn ouders zittende Roes bijna door hen doodgeknuffeld wordt als blijkt dat de twee laatste rijders geen roet meer in zijn zilveren droom kunnen gooien.
Maar niet alleen in Zuid-Korea is het spannend. Voor zinderende spanning hoef je vandaag niet per se naar het buitenland. In de vaak zo spanningsloze Eerste Kamer buitelen de moties over elkaar heen, een prelude op de uiteindelijke stemming over wat gemakshalve de donorwet van Pia Dijkstra wordt genoemd. De moties worden verworpen, maar de wet zelf wordt met de kleinst mogelijke meerderheid aangenomen 38-36. Oef. Spannend, wat je verder ook van de wet zelf vindt. Dijkstra krijgt bloemen en ee zoen van senator Thom de Graaf.
Terwijl ik deze woorden tik, zet ik op mijn telefoon de tv aan op kanaal 502 NOS-politiek voor de wedstrijd  Zijlstra vs. Tweede Kamer. Maar ik ben net te laat voor de aftrap en zie alleen maar hoe Zijlstra omarmd wordt door de minister-president en het vak K van de Tweede Kamer verlaat. Ik begrijp dat Zijlstra zijn vertrek heeft aangekondigd. Hij is minister af. Voorlopig is hij waarschijnlijk helemaal af, tenzij er in Ooststellingwerf binnenkort een nieuwe burgemeester nodig is of bij de postduivenvereniging van Oosterwolde een nieuw bestuurslid.
De Kamer hakketakt nog even of ze nu wel of niet me de minister-president in debat wil. Nee, ja, toch maar niet, toch maar wel. Ik zal het met belangstelling volgen en voorspel een gelijkspel of een minieme overwinning voor de premier.

2 reacties op dit bericht

Halbe

Ik had niet verwacht dat het zo snel al zou komen. Natuurlijk voelde ik op mijn klompen aan dat het een keer mis zou gaan, maar dat hij zo snel al uit de bocht zou vliegen, nee, dat overtrof mijn stoutste verwachtingen. Jaren geleden had ik mij al aan hem geërgerd. En die hem heet Halbe Zijlstra, ooit waarschijnlijk een betrokken secretaris van de postduivenvereniging ‘De Griffioen’ in zijn geboorteplaats Oosterwolde (bron Wikipdia). Had hij een mooi hoogte- en eindpunt van zijn bestuurlijke carrière moeten laten zijn.
Als staatssecretaris voor onder meer cultuur liet hij zich er op voorstaan zelden of nooit een boek te lezen. Hij voerde rigoureuze bezuinigingen door en ging er zelf prat op dat zijn geringe affiniteit met het culturele veld een voordeel was bij het visieloos doorvoeren van de kille kortingen. Ja, als je dat soort zaken voor je zelf als een kwaliteit kwalificeert dan kun je er op rekenen dat het in een ander functie ook goed fout kan gaan.
Nou is Nederland behept met heel veel buitenland. En je hebt nogal wat tijd nodig om al dat buitenland tot het jouwe te maken, zo’n kleine 200 landen. Iedereen weet dat het een hele klus is die landen allemaal te bezoeken. Is het dan verwonderlijk dat je wat aan het verzinnen gaat om aan te geven dat je een man van de wereld bent en op plaatsen was waar op dat moment geopolitieke wereldgeschiedenis geschreven werd.
Betichtte ik Zijlstra hier boven nog van weinig affiniteit te hebben met het culturele veld, een eigenschap moet ik hem nu toch nageven. Het is een verhalenverteller pur sang die zo in wat hij zegt lijkt te geloven dat hij zich aanwezig weet in plaatsen waar hij nooit is geweest. Ingewikkeld zinnetje, maar ik snap wat ik bedoel.
Toch prettig zo iemand als minister van BuZa te hebben. Bespaart een boel reisgeld. Hoeft de wereld niet af te reizen, maar kan straks levendig vertellen over zijn imaginaire ontmoetingen met de groten der aarde. Is de fantasie weer een beetje aan de macht.Wat klaag ik nou, is toch wat ik toch geregeld roep, dat het hoogtijd wordt dat dat weer eens gebeurt. Halbe lijkt mij op mijn wenken te bedienen. Nu hem nog uitleggen dat fantasie iets anders is dan nepnieuws.

1 reactie op dit bericht

Sjansen

Even dacht ik dat de #Metoo-discussie een beetje aan het wegebben was. De voors en tegens waren uitgewisseld, de standpunten ingenomen en met die in het achterhoofd konden zij die dat willen zich in het carnavalsgewoel storten en hun standpunt in praktijk brengen. Carnaval, dat feest waar toch altijd dat zweempje van  drank en flirtende vrijpostigheid aan kleeft.
In de al eerder besproken indrukmakende documentaire over het Venlose vastenavondfeest ‘Nao ’t Zuuje’ ging men dat ook niet uit de weg. Het hoorde bij carnaval zoals  vul zelf maar in. En in die documentaire hoorde ik opeens weer dat mooie bijna vergeten woord voorbijkomen dat het subtiele spel van aantrekken en afstoten aangeeft en wat we in moderner taalgebruik ‘flirten’ noemen: “sjansen”. Eergisteren had ik het er terloops ook al over. Sjansen, toch ook maar eens even kijken wat mijn Dikke van Dale er over zegt.
Dat loopt op een teleurstelling uit. Ik had gehoopt op een  wat lyrische, bijna poëtische omschrijving, maar de redacteuren komen niet verder dan bij het lemma sjansen als omschrijving flirten te geven. Ik heb helemaal niks tegen flirten, dat speelse contact tussen mensen, contact met een knipoog, speelse hofmakerij. Maar ik vind het woord sjansen daar minstens zo goed, al was het alleen maar om zijn zachte klank, zo niet beter bij passen. Sjansen heeft niets van doen met #Metoo. Dat is niet speels, mist elke subtiliteit. #Metoo is nu zelfs doorgedrongen tot de museale wereld. Schilders en beeldhouwers zijn door een ‘deskundige’ tot vuige voyeurs gemaakt die hun modellen ge- en misbruikten voor hun eigen plezier. En daarom moeten hun schilderijen en kunstwerken het liefst onmiddellijk verwijderd worden en het liefst nog op de brandstapel hun definitieve einde vinden. Beauty is in the eye of the beholder, maar vunzigheid ook. Het is maar net wat je wilt zien. Het lijkt of er geen speelsheid meer bestaat. Schoonheid is verderfelijk, de speelse mens is een verdachte geworden.
Wat verlang ik soms nog naar de jaren ’70 toen verbeelding aan de macht leek en het meer ging om het delen van kennis, macht en inkomen en niet om onderdrukking of uitbuiting. Nee, vroeger was niet alles beter, maar wel leuker, speelser.

Nog geen reacties op dit bericht

Netwerk

Ik heb het gevoel dat ik mij zelf uit steeds meer netwerken aan het uitloggen ben. Nu ben ik altijd al een groot relativator ( bestaat dat woord overigens wel) van het door zovelen gekoesterde druk-druk-druk principe geweest. Ik begreep dat nooit zo, de mensen die altijd en overal maar bij wilden zijn en sprak je op een receptie zo iemand dan had je altijd de indruk dat hij half langs je heen keen en met zijn ogen speurde of er niet iemand was die voor hem om welke reden dan ook interessanter was. Die netwerken om het netwerken als hoogste levensvervulling zagen. Natuurlijk speelde ik dat spel ook wel, maar even vaak bekeek ik het van de zijkant, aan de rafelranden van het netwerk, daar waar de echte veranderingen lijken plaats te vinden. Ik weet nog wanneer ik dat pas echt goed door begon te krijgen. Vraag me niet naar een jaartal, dag of maand, maar het was toen ik begon te lezen in Voskuils romancyclus ‘Het Bureau’. Ik las alle delen en steeds als ik in een nieuw deel begon was het of ik weer aan het werk begon na een paar weken vakantie. Ik herkende het vaste ritueel, telkens weer beschreven, van het begin van een werkdag, maar vooral genoot ik van zijn opvatting dat je je werk goed en serieus moest doen, maar dat het in feite niets , maar dan ook helemaal niets voorstelde. En ik las hoe hij van deelnemer aan dat spel steeds meer toeschouwer, observator werd. Die transitie ondervond ik als een te koesteren en troostrijke ontwikkeling. Toen al begon het besef dat het er allemaal niets toe doet. Ik ken iemand die als voorzitter van een clubje als jaarmotto had “We doen niks, maar dat doen we goed”. Verontwaardiging alom. Ik vond het gevat, zeker omdat het zo dicht bij de waarheid was.
Vanochtend in de boekhandel bracht Gade twee mensen met elkaar in contact die elkaar nog niet kenden, maar mogelijk iets aan elkaar konden hebben.  Netwerken op kleine schaal. Ik stond erbij en keek er naar. Dat was mijn nietszeggende aandeel. Meer dan genoeg.

Nog geen reacties op dit bericht

Carnaval

Sic transit gloria mundi. En dat is maar goed ook. In 2006 werd ik geïnstalleerd als ridder in de Orde van de Nijmeegsche Hofraad. Een carnavaleske onderscheiding met de waarde die alle carnavaleske onderscheidingen hebben. In een officiële zitting kreeg ik de versierselen omgehangen en de bijbehorende steek opgezet door de burgemeester en was ik lid van de Ridderloge. Volgens de website van omdat ik  een staat van dienst heb binnen Nijmegen, het Hofbal en/of Knotsenburg. Zo staat het tenminste op de website.
Vanavond is er het zoveelste Hofbal. Dan verwacht je toch dat je als lid van de Ridderloge een uitnodiging krijgt. Maar ik heb in tegenstelling ot andere jaren, niets gehoord. Sic transit een staat van dienst.
Heel carnaval zal mij ook dit jaar waarschijnlijk weer in alle stilte passeren. Carnaval in Nijmegen, Knotsenburg, het blijft een wankel feest. Ooit liet ik een burgemeester zeggen dat Nijmegen een zuidelijke stad is, want ze vieren er carnaval, maar Nijmegen is ook een noordelijke stad, want ze kunnen het niet echt. In Nijmegen is het geen volksfeest wat ondanks wat voor een weer het ook is op straat gevierd wordt. Knotsenburg viert carnaval in een feesttent of cafézaaltje. Op straat is de verklede enkeling een uitzondering.
Ik zag gisteren de documentaire over het Venlose carnaval ‘Nao ’t Zuuje’. Carnaval zoals het ook kan.  Prins Lex I werd in zijn doen en laten gevolgd en er werden wat kleine ontroerende bijverhaaltjes vertelt van mensen bij wie carnaval in het bloed zat. En dat in een decor van muziek met liefdevolle teksten over hun stadje, de ander en het sjansen. Een woord dat zover weg staat van het door kwade geesten aan carnaval toegedachte onbetamelijke gedrag. Hordes mooi verklede mensen, prachtig geschminkt, met elkaar zingend, hossend en ja, ook drinkend. Een documentaire die wat mij betreft een prijs verdient. Geen carnavalsprijs, maar een echte.
Boven in een kast liggen mijn riddersteek en carnavalsorde. Onaangeroerd. Knotsenburg Alaaf.

Nog geen reacties op dit bericht