Showponies

Ik ben heel tevreden met wie ik ben. Ik ben ook heel tevreden met wat ik ben. Dat is eigenlijk best boffen. Je moet er toch niet aan denken dat je na 72 jaar geconfronteerd wordt met het gevoel dat je dag in dag uit (en dat is op die leeftijd ruim 26.000 dagen) niet tevreden bent met wat en erger nog wie je bent. Betekent dat nu ook dat er niets te wensen over zou blijven? Nee,dat is het nu ook weer niet, dat zou maar leiden tot een inerte gezapigheid. Nee, het lijkt me ook heel leuk eens verder te fantaseren over wie of wat ik had kunnen zijn als ik niet Jan Roelofs was geweest en steeds meer was geworden. Ik heb al eens laten weten dat een bestaan aan balletdanser of strafpleiter mij wel wat geleken zou hebben. Of valse nicht. Oh, daar zou ik in geglorieerd hebben.  Maar het is er niet van gekomen. Voor danser ontbrak mij het figuur, of had ik er eigenlijk te veel van, strafpleiter is een verborgen wens gebleven en valse nicht bewaar ik wel voor een volgend leven.
Sinds gisteravond is er nog een wensje bij gekomen. Langzamerhand heeft zich bij ons de gewoonte ontwikkeld om goede vrienden als verjaardagscadeau een voorstelling aan te bieden. En zo trokken wij met een bevriend paar naar het altijd weer vriendelijke Uden waar de voorstelling ‘Showponies’ in het Theater Markant draaide. En na afloop leek het mij om in plaats van balletdanser of strafpleiter Alex Klaasen, een begenadigd theaterdier te zijn. Ik zou het zelfs daar voor over hebben om niet in Nijmegen maar in Oirschot geboren te zijn. Wat lijkt het mij heerlijk zo te kunnen dansen, te zingen, te spelen, teksten te schrijven. In gedachte dans en zing ik met hem mee. In gedachte, want als de voorstelling voorbij is heb ik al heel veel moeite uit mijn stoeltje omhoog te komen voor de staande ovatie die hij en de zijnen  verdient.
Een showponie is volgens Klaasen, degene die wij denken te moeten zijn voor alle andere mensen omdat ze ons dan het leukste vinden. Een showponie, wie is dat eigenlijk niet?

3 reacties op dit bericht

Mening

Niet begrijpend hoor ik soms hoe snel iemand, doet er niet toe wie, ergens een mening over heeft. Met onwaarschijnlijke stelligheid lees ik wat iemand vindt. Geen greintje twijfel. Zo is het en niet anders. De waarheid wordt met het nodige aplomb verkondigd. Zeker is zeker en zo is het.
Soms, op mijn zwakkere momenten, ben ik jaloers op de mensen die zo overtuigd van het eigen gelijk, weten hoe de wereld in elkaar steekt. Het lijkt of zij geen vragen hebben, geen twijfels, de wijsheid in pacht hebben en hun werkelijkheid als de enige waarheid zien. En erger nog hun waarheid als de werkelijkheid beschouwen. Een waarheid en werkelijkheid die stoelt op dat wat waarneembaar is, op feiten, op wetenschap.
Ik denk terug aan een gesprek in DWDD van 8 oktober l.l. tussen Mathijs van Nieuwkerk en Beatrice de Graaf. Ik zie en hoor hoe na minuut 9 in het gesprek de een de ander van geen kanten kan of wenst te begrijpen.Van Nieuwkerk verbaast zich er over dat De Graaf als wetenschapster toch gelovig kan zijn. Hij lijkt haar bijna te verwijten dat zij nota bene als professor christelijk is. Hoe verkokerd kan een visie zijn! De Graaf heeft de hoop dat er ooit een einde aan alle ellende zal komen, maar zij is niet een naïeve fantaste die door optimisme gedreven niet zou zien dat de mens niet alleen maar lief en aardig is. Maar voor haar is er een groter geheel waar wij mensen in passen. Van Nieuwkerk is daar als ongelovige bijna jaloers op, maar hij ziet nog niet het begin van een realisatie van dat de ellende ooit zal stoppen. Daar ontbreekt volgens hem elke wetenschappelijke grond aan. Vol overtuiging riposteert De Graaf dan dat geloof en hoop de vaste grond zijn van de dingen die je niet kunt weten, maar waar je op vertrouwt. Dat spreekt mij zeer aan. Het leven bestaat niet alleen uit meningen, maar ook uit visie, uit geloof en vertrouwen.

2 reacties op dit bericht

Zaad

Ik heb niets met tuinieren. Ik kan wel van een tuin genieten, laat dat duidelijk zijn. Zo’n oudenwijvenzomer als we nu beleven is zeer aan mij besteed. Lekker mij in het zonnetje koesteren in een beschut  hoekje van onze tuin, van mij mag het tot Kerstmis zo blijven. Een beetje zitten en verder niets, de tijd laten weg glippen, een beetje mijmeren. Op zo’n moment komt altijd dat Engelse versje in mij naar boven: Isn’t life beautyful, isn’t life gay, isn’t life the most perfect thing to pass the time away.
Voor een beetje geluk heb je niets meer nodig. Een zonnige tuin, gedachten die gaan en komen en verder niets.
Ik heb in mijn leven nooit de aanvechting gehad om mij meer in actieve zin met een tuin bezig te houden. Komt er van als je in een bovenhuis bent geboren en pas toen ik 27 of daaromtrent was ging ik in een huis met tuin wonen. Ik maaide daar af en toe het piepklein gazonnetje, maar dat was het dan ook wel. Ex deed de tuin, zoals in mijn latere leven Gade zich bezighoudt met het verzorgen van een grasloze tuin, een tuin die vooral uit borders bestaat en wat zithoekjes waar het goed toeven is om de tijd te laten verglijden.
Ik had mij nog nooit verdiept in het groeien van gras. Daar was geen enkele reden toe. En als het clubje waar ik lid van ben niet een excursie naar een van de grootste graszaadproducenten ter wereld had georganiseerd was dat nog zo geweest. Niet dat ik er nu alles van weet, integendeel, maar ik ben verbaasd wat er allemaal komt kijken voordat zo’n zaadje zich omtovert tot een mooie egale grasmat, van gazon, via sportveld en golfbaan tot weidegrond voor beesten. Dat er bij een nieuwe soort ook een kudde schapen op zo’n testwei wordt losgelaten als een smaakpanel. Dat krijgen we allemaal te horen  en als we een geel veiligheidsjasje hebben aangekregen bezichtigen wij ook de gigantische bedrijfshal waar het graszaad wordt behandeld, gemengd en verpakt. Ik kijk nu toch anders naar het grasveldje van mijn buren, maar om nu te zeggen dat het daar groener is…

Nog geen reacties op dit bericht

Specialist

Mijn bestaan, ik schreef er eerder over, wordt door een handvol specialisten in de gaten gehouden. Met enige regelmaat krijg ik wijze adviezen en goed bedoelde raadgevingen van een oogarts, een neuroloog, een nefroloog, een cardioloog.Ja, dat loog er niet om. En op meer generaal niveau is er de huisarts en de praktijkondersteunster die bekijken hoe het met mij gaat. Als ik dat rijtje zo eens bekijk dan haal ik mijn verzekeringspremie er dubbel en dwars uit en heb ik mijn jaarlijkse eigen risico al na een maand of twee verbruikt. En dan heb ik het nog niet eens gehad over de tandarts en de osteopaat.
Al die medische zorg gaat ook gepaard met een karrenvracht aan medicijnen. Medicijnen die de ene behandelaar nou liever gehalveerd ziet, terwijl de ander zich met hand en tand tegen lijkt te verzetten tegen een afbouw. Ik ben een volgzame patiënt en volg de adviezen van de dames en heren medici en para-medici braaf op. De vraag blijft natuurlijk wat er zou gebeuren als ik hun raadgevingen niet zou opvolgen en de pillen, druppels en capsules de pillen, druppels en capsules zou laten. Zou mijn lichaam dan binnen de kortste keren meer aftakelen dan dat het nu doet? Ouder worden is immers niets anders dan aftakelen. Vertragen al die pillen dat proces? Stoppen lukt sowieso niet, want de tijd is niet te stoppen. Het beroerde is dat je maar moet aannemen dat de medici tot een afgewogen oordeel komen. Elke specialist heeft natuurlijk het gelijk aan zijn zijde, maar dat gelijk kan best een strijdig zijn met dat gelijk van een collega. Soms denk ik wel eens dat we te ver zijn doorgeschoten in de specialismen. Maar het lijkt nauwelijks mogelijk dat al die behandelaars eens even bij elkaar kruipen en samen een behandelplan ontwikkelen. Ieder weliswaar vanuit zijn eigen specialismen, maar rekening houden met het feit dat een mens meer is dan zijn hart, of zijn nieren, of zijn hersens, of zijn ogen. En dat wat het ene baat, het andere schaadt.
Mijn huisarts heeft mij aangeraden om per vandaag een pil te halveren, te kijken of ik met 20 mg minder toe kan. Wie weet?

Nog geen reacties op dit bericht

Buurman

Een paar weken geleden kregen we te horen dat onze buren gaan verhuizen. In ieder geval plannen hebben dat te gaan doen. Ik snap maar net dat ze naar elders willen. Hun huis is weliswaar geweldig opgeknapt, kan zo in elk tv-programma over geslaagde verbouwingen een hoofdrol vervullen. Maar werkplek en op handen zijnde gezinsuitbreiding hebben hen doen besluiten verder naar het zuiden af te zakken. Ik kan niet begrijpen dat iemand zelfs om die redenen de stad zou willen verlaten, maar ik ben dan ook een oude chauvinist en ik heb ook wel eens gehoord dat je oude bomen, zeker de chauvinist vulgaris, niet moet verplaatsen. Wij hebben geen verhuisplannen.
In de voortuin van buurman is een groot bord door de makelaar geplaatst met de mededeling dat het pand te koop is. Het pand verschijnt ook op Funda en wordt breed uitgemeten ten toon gesteld. Vanuit de beste hoek zijn fraaie opnames geschoten van de drie kamers en verdere voorzieningen van het pand. Stuk voor stuk plaatjes en het straatje, ons straatje wordt aangeprezen als een van de gezelligste straatjes van het toch al zo gewilde Nijmegen-Oost. Wat de aanprijzing op Funda niet vermeldt is dat ons straatje een van de meest studentikoze straatjes van de stad is waar de verkamering heftig heeft toegeslagen.
Buurmans huis heeft een vraagprijs van 3 ton. € 300.000 voor 86 m² woonoppervlak. Dat is bijna € 3.500 per vierkante meter.
Na twee weken verschijnt er op het bord van de makelaar al de mededeling ‘VERKOCHT’. We krijgen te horen dat de koper een jonge man is. Natuurlijk slaan wij aan het fantaseren. Is het een heavymetal-liefhebber, met ruige feesten en drankgelagen in de achtertuin? Gaat hij die tuin met hoge schuttingen barricaderen, terwijl we nu alleen een symbolische afscheiding tussen de twee percelen hebben? We zijn benieuwd, wachten rustig af wie er over een tijdje in deze mooi opgekapte woning komt te wonen. Wat hij nog niet weet is dat hij wel de leukst denkbare buren die je je maar kunt voorstellen krijgt. Dat alleen al rechtvaardigt de vraagprijs helemaal.

Nog geen reacties op dit bericht

Kamer

Ik wilde vanmiddag per se even kijken naar het afscheid van Pechtold uit de politiek. Ik wist ook dat het daar niet bij zou blijven, want heel vaak als ik een parlementair debat volg op NPO-politiek blijf ik langer dan gedacht op Ziggo-kanaal 502 hangen. Dat is voor mij een soort ‘hidden pleasure’, dat kijkje in de kraamkamer van onze democratie. Ik houd van het gedrang rond de interruptiemicrofoon, de snelheid waarmee besluiten op een gegeven moment dan toch worden genomen, fracties voor, fracties tegen, soms een hoofdelijke stemming en heel veel onbenullig gekissebis. Churchill heeft niet voor niets gezegd twee hoeraatjes voor de democratie, drie is te veel.
Kijkend naar zo’n directe uitzending uit de Tweede Kamer heb ik toch altijd weer de meesttijds ijdele hoop heel onverwacht getuige te zijn van een historisch belangrijk moment. Het plotseling vallen van een kabinet, het onverwacht vertrek van een vooraanstaand Kamerlid of een onvoorziene actie op de publieke tribune die het hele staatsbestel aan het wankelen brengt. Maar niets van dat alles gebeurt. Het blijft bij een kleinzielig partijtje vliegen afvangen, een ordinair scheldpartijtje over en weer is het meest dramatische wat er lijkt te gebeuren en voor de rest zijn het de gebaande paden die bewandeld worden met voorspelbare uitslagen en de fractiediscipline bij voorbaat elke verrassing lijkt uit te  sluiten. En toch blijf ik ook vanmiddag weer langer kijken dan ik van plan was. Hoor de afscheidsbrief van Pechtold door de Kamervoorzitter voorlezen en haar uitgebreide bedankje aan hem. Bijna een hagiografie, een prachtig getuigschrift voor een nu nog ongewisse maar vast en zeker belangrijke hoge functie is het publieke domein. De Kamer klapt uitbundig en de vergadering wordt voor even geschorst. Pechtold die van links naar recht huppelt om van iedereen afscheid te nemen. De vergadering wordt heropend. Zonder Pechtold. Posities worden weer ingenomen. Vertrouwde opstelling. Coalitie vs Oppositie. Er lijkt ook na vanmiddag niets veranderd.

Nog geen reacties op dit bericht

Coproductie

Ik houd van de korte baan. Stukjes van zo rond de driehonderd woorden, een mooi maatje. Vraagt niet te veel van de lezer. Bij een gemiddelde leessnelheid  vraagt zo’n stukje iets meer dan een minuut. Een testje leerde mij dat ik 277 woorden per zestig seconden haal. Het schrijven van een stukje gaat mij beduidend langer duren, vooral ook omdat ik als gevolg van mijn bepekte typevaardigheid vaak nog meer tijd kwijt ben met het verbeteren van de tikfouten, dan met het schrijven zelf.
Soms vertellen mensen mij dat ze heel graag mijn stukjes gelezen zouden hebben, maar dat ze er geen tijd voor hebben. Voor mij hoef je mijn stukjes niet te lezen, maar geen tijd is natuurlijk een kul-argument, een drogreden. Het is natuurlijk mode om het druk, druk, druk te hebben, maar anderhalve minuut per dag, dat geloof toch geen mens. Zeg gewoon dat het je niet interesseert of dat je het vergeet of het adres  van de website niet meer weet, maar kom niet met het argument ‘geen tijd’. Geen zin, prima, even goede vrienden, maar geen tijd, onzin, klinkklare nonsens.
Ik was bij Neef op visite en hij liet mij een fotoboekje dat hem bovenmate inspireerde. Ik citeer uit zijn blog van zondag 7 oktober l.l.: “Bij een van de vele stands, het is uitermate moeilijk om door de bomen het bos te zien, zegt Wyb: ‘Hé, kijk, dit is een boekje voor jou.’ Verdomd. Schot in de roos. Het is een boek dat tekst en foto combineert. Op zich een eenvoudig boekje, een sympathiek boekje, een slim boekje. Het concept ga ik hier niet vertellen, voordat je het weet zijn er kapers op de kust. Ik heb meteen ideeën hoe ik het concept kan invullen.
Deze dagen waren Jan en Connie op bezoek. Een mooie gelegenheid om het idee bij hen aan te kaarten. Het eerste onderwerp van mijn boek is Jan, had ik bedacht. Zowel Jan als Connie is meteen enthousiast. Werk aan de winkel. Het resultaat zal op Dossiermoddergat zichtbaar worden.”
Via de mail kreeg ik een summiere uitwerking van zijn idee. Plaatjes kijken en een klein beetje tekst. Een illustratie van een leven. Een coproductie in beeld en tekst, weinig tekst. Daar moet tijd voor vrij te maken zijn.

2 reacties op dit bericht

Straatje

Ik woon nu vijfentwintig jaar op dit adres. Nog steeds beschouw ik het als mijn nieuwe woning. Als ik droom, en ik droom veel, en een huis speelt in die droom dan een belangrijke rol dan is in negen van de tien gevallen mijn vorige huis het decor. Het huis waar ik al 25 jaar niet meer woon. Het huis in een andere wijk waar mijn kinderen opgroeiden en waar wij als gezin 15 jaar woonden en ik nog drie jaar met Zoonlief.
Vijfentwintig jaar geleden was mijn straat nog vol met ander bewoners. Ik zag er heel wat vertrekken en hun plaatsen weden ingenomen door studenten.  Eengezinswoningen werden vertimmerd tot vier appartementen, waar de bewoners van wisselden zoals de seizoenen. Maar er woonden ook nog heel wat gezinnen met kinderen. Het straatje bood hen een veilige speelplaats, deel van een woonerf dat doodliep. Vrolijk kindergekwetter en buurpraatjes op straat bij toevallige ontmoetingen. En we werden ouder. Ik werd ouder, de straat werd ouder en de spelende kinderen werden ouder. Trokken het huis uit, naar een eigen leven. En komen nu op bezoek bij hun ouders, waarvan er ook al weer een aantal grootouder zijn geworden. De straat vergrijsde en vergroende. De oorspronkelijk bewoners zorgden voor de vergrijzing, de studenten vergroenden de straat. Maar die twee kleuren mengden niet echt. Het was nu ook weer niet zo dat die twee kleuren voortdurend met elkaar vloekten, maar duidelijk was dat ze elkaar ook niet versterkten. Grijs vond groen af en toe ook te schreeuwerig. Een lawaaiig groen volgens het gedekte grijs.
Maar het beeld kantelt weer een beetje. Een verhuizing kan dan al genoeg zijn als een studentenhuis wordt ingenomen door een gezin met  jonge kinderen. De straat wordt weer meer dan een fietsenstalling voor de studenten, maar er wordt weer gevoetbald, schelle kinderstemmen klinken bij het tikkertje spelen en geven een nieuwe levendige fleur aan mijn straatje. Ooit zullen die kinderen ook weer wegtrekken en zal het weer stiller worden in het straatje, komen er weer nieuwe mensen wonen. Met kinderen, zonder kinderen, met kinderen, zonder kinderen enz. enz. enz.

Nog geen reacties op dit bericht

Drentelen

Voor de vijfde of zesde keer dit jaar gaan we Drenthewaarts. We zijn een beetje verslingerd aan die provincie. Maar dat komt vooral omdat er familie woont, familie waar we graag bij op bezoek gaan. En als ze er niet zijn passen wij graag op hun lieflijke huisje en de oude kat. Wij voelen er ons thuis. Zo thuis dat ik dit keer zelfs even het gevoel krijg dat Neef en zijn vrouw bij ons op bezoek zijn en ik er nauwelijks moeite mee heb dat Neef aan tafel op mijn plaats gaat zitten, een plaats die eigenlijk zijn plaats is. Gelukkig kunnen we veel van elkaar hebben, dus bieden we wederzijds elkaar onze stoel aan.
Als Neef en echtgenote er ook zijn logeren wij in een hotel in de nabijheid. Het moet niet te gek worden en we weten dondersgoed dat bezoek en vis maar twee dagen fris blijven.
Dit keer waren er, los van het familiebezoek, nog twee goede redenen naar het noorden te reizen.
In de schouwburg van Meppel, waar Neefs echtgenote de scepter zwaait,  speelde Elsie de Brauw de monoloog ‘Verboden gebied’ van Erwin Mortier. Een aangrijpend verhaal over en van oorlogvrijwilligsters in WO I. Zelfs dat uur was al reden genoeg om naar Drenthe af te reizen. Voorlopig is het niet meer in Nederland te zien, maar wel in Leuven, Turnhout en Gent.
Drenthe laat zich op deze twee stralende herfstdagen van zijn beste kant zien.We kunnen buiten zitten in de parkachtige tuin die qua maat in geen verhouding staat tot het huisje. De tuin is een landgoed gelijk. Een tuin die het prachtige decor vormt voor de presentatie van de nieuw hond van Neef en zijn echtgenote. Een puppy nog van een paar weken oud die zichtbaar zijn best doet om de Nederlandse bevelen te begrijpen. Toch een hele opgave voor een in het diepe Franse zuiden geboren hond. Het beestje komt uit Die in de Drôme en het is hun tiende hond. Daarom heet hij Dies. Ik vind Dix passender, maar ik ben maar een passerende oom. Dies dus.
En daar in de achtertuin in de koesterende zon, ontstaan weer allerlei ideeën, plannetjes die te maken kunnen hebben met ons beider blog. We drentelen om die plannen heen. Wie weet.

1 reactie op dit bericht

Bericht van verhindering

Lees hier morgen waarom er vandaag geen blog verschijnt.

Nog geen reacties op dit bericht