Afwas

Het in- en uitruimen van de vaatwasmachine is een van de weinige dingen die ik doe in het huishouden. Goed, ik bereid vaak ook het avondeten voor en zet ’s ochtends mijn kopje koffie. Maar dat laatste behelst niet meer dan het zorgen dat het waterreservoir vol is, een koffiepad in het machien zit en het drukken op een knopje. En ja, natuurlijk niet vergeten het kopje op de juiste plaats neer te zetten. Als je dat zo opschrijft toch nog een heel werk. Groot huishoudelijk werk als stofzuigen,vloeren dweilen en ramen zemen laat ik graag over aan onze poets  die met enige regelmaat het hele huis op zijn kop zet en klaagt over de haren van Harrie en de spinnen die sinds zij van tijd tot tijd bezig is een onrustig bestaan leiden.
Maar de afwasmachine is dus vaak mijn terrein. Ik zet er de vuile borden in, kopjes en schoteltjes en wat dies meer zij. Ik mag zeggen dat ik daar inmiddels enige bedrevenheid in heb ontwikkeld. Als de beide laden vol zijn, het messen- en vorkenrekje gevuld, kan de boel gaan draaien. Dan is het een kwestie van het schoonmaakmiddel in het juiste vakje deponeren, op twee knopjes drukken, de klep dicht doen en draaien maar. Normaal hoor ik dan het geruststellende stromen van het water en weet dan dat ik over een ruim uur een blinkende vaat in de diverse kasten (borden bij borden, kopjes bij kopjes) terug kan zetten.
Vanochtend zet ik het ontbijtbordje in de machine en denk de boel aan gang te zetten door op de beide knopjes te drukken en de klep dicht te doen. Het enige wat gebeurt is piep-piep-piep. Dat geluid klopt niet. Klep open, ik druk op alle voorhanden zijnde knopjes, herhaal die handeling meermalen. Niets, slechts piep-piep-piep. Ik zoek in het kastje met handleidingen en vind die van het gasfornuis, de oven, de ijskast, de telefoon, maar niet die van de vaatwasmachine. Dan herinner ik mij dat een monteur ooit zei het filter na te kijken. Ik draai het filter los,maak het schoon en plaats het terug. Ik druk weer op de knopjes, sluit de klep en hoort, het water stroomt!
Ja, je maakt wat mee op zo’n ochtend.

Nog geen reacties op dit bericht

Zegeltjes

Bankzegels. Zo heetten de eerste spaarzegels die ik mij herinner. Kleine groeen zegeltjes die je kreeg bij de kruidenier of een andere aangesloten middenstander. Als je spaarkaart vol was bracht dat een gulden (ƒ 1,00), of misschien wel een rijksdaalder (ƒ 2,50) op. Dat weet ik niet meer precies. Naast de kleine zegeltjes had je zegels van groter formaat die 50 kleine zegeltjes waard waren en bijna een hele pagina van het spaarboekje in beslag namen. Je kwam spuug tekort als je zo’n reuze zegel in moest plakken. En dan die vieze smaak van de lijm die nog lang aan je tong bleef plakken. En toch vond ik het een feest als mijn moeder vroeg of ik de zegeltjes wilde inplakken. Ik deed keurig mijn best om ze zo recht mogelijk in het boekje te plakken en nog voel ik dat tevreden gevoel als er weer een boekje vol was.
Ik weet niet zeker of ik dit verhaaltje van zegeltjes plakken historisch wel juist situeer. Misschien was het wel veel later in de tijd en maak ik mijzelf en mijn moeder onterechte hoofdrolspelers in dit sfeerbeeld van de jaren ’50. Wel weet ik zeker dat er winkeliers waren die niet uit zichzelf de zegeltjes gaven, maar waar je er expliciet om moest vragen. Met kennelijke tegenzin overhandigde zij dan de bij het bedrag horende aantal. Een zegel bij elk dubbeltje, kwartje gulden? Ik zou het niet meer weten, maar zegeltjes horen onlosmakelijk bij het guldentijdperk.
Toen ik in 1993 naar mijn huidige woning verhuisde, heb ik nog een aantal jaren de zeer buurtgebonden spaarzegel mee gemaakt. De daalder, uitgegeven door winkeliers aan de Daalseweg. Maar ook dat zegeltje verdween.
Vandaag was ik bij mijn slager. Hij was bij een spaarsysteem aangesloten dat failliet ging. Vraag mij niet hoe een spaarsysteem failliet kan gaan.  Vandaag werd ik geïntroduceerd in het nieuwe systeem. Niks geen zegeltjes, maar alles via de computer. Mijn mailadres is nu ook een spaarpotje geworden. Ik heb al 481 Piggy-punten, goed voor een fles wijn of olijfolie of een koeltasje met koelelement. Dat vertelt mij mijn eigen beveiligde Piggy-spaarsite.
En toch mis ik een beetje de smaak van zegeltjeslijm op mijn tong.

1 reactie op dit bericht

Op zoek

Natuurlijk was niet alles vroeger beter. Maar als je minder, veel minder toekomst hebt dan verleden dan is het goed om van tijd tot tijd letterlijk en figuurlijk stil te staan en even om te kijken. Even geen toekomstgericht denken, maar mijmeren, je beelden herinneren, gezichten die weer vorm krijgen, plaatsen die je naar je dacht verloren was, weer voor de geest te halen, er de weg weer te vinden. Als gids gebruik ik vaak het internet. Tik een bijna vergeten naam in en soms levert dat resultaat op. Uit de summiere gegevens distilleer ik een leven, volg in brokken en stukken de loop van iemands bestaan, lang nadat we elkaar voor het laatst zagen, nauwelijks meer weet hebbend van elkaar. Ooit een tijdje samen opgetrokken in een tijd dat de toekomst nog open leek te liggen, een toekomst samen. Maar het raakte voorbij, een o zo vaag spoor werd weer twee sporen die elkaar nooit meer zouden kruizen. De herinnering wordt weer even opgepoetst door een naam op Facebook en ja de foto, dat zou ze best eens kunnen zijn. Nu, een leven verder. Je aarzelt. Stuur je een vriendschapsverzoek of laat je de herinnering  de herinnering? In vijftig jaar kan heel wat gebeuren. Misschien wel zo veel dat je er geen weet van wilt hebben en blijft de herinnering duizend maal zoeter zonder meer te willen weten.
Ik blader verder in mijn geheugen, ontdek weer nieuwe plaatsen, nieuwe eigenlijk niet vergeten namen komen weer bovendrijven. Ik tik een naam in. Ja, ze staat op Facebook. Ik aarzel. Vriendschapsverzoek verzenden? Ach, waarom niet. Misschien is het gewoon een kwestie van even wat wissels omzetten en  lopen de sporen voor een moment weer gelijk op. Een trein die even terug in de tijd rijdt, terug naar het perron waarvan ze ooit samen vertrokken totdat de tijd hun richtingen veranderde.

2 reacties op dit bericht

Pantoffels

Gade is nog op een van de Waddeneilanden. De zaterdagmiddag ligt ongeschonden voor me. Tijdens de Koffieclub wordt er verteld over een film die gezien is. Een raadselachtige film die om half drie draait. Nu vind ik het altijd altijd een trieste uitstraling hebben, een oude man alleen in een zo goed als lege bioscoopzaal. Maar dat geldt ook voor jonge vrouw alleen in een zo goed als lege bioscoopzaal. Daar zit meestal een verhaal achter, een trantrekkend verhaal, een filmscenario waardig. Ik besluit deze middag de hoofdrol in dat scenario te spelen en koop een kaartje voor ‘Le double amant’ van François Ozon met de wel heel mooie Martine Vacth in de hoofdrol. Nee, ik ga de film niet navertellen, daar heb ik een hekel aan. Bovendien heb ik het verhaal nog niet helemaal ‘im  Griff”.Voor mij te veel gepsychologiseer, dubbelingen en verstrikking van beeld en werkelijkheid. En dan dat gedoe met tweelingen, al dan niet parasitair. In de zaal zitten een echtpaar, drie mensen die bij elkaar lijken te horen, een meneer alleen en ik. Ik ken de meneer alleen van vroeger. Bij het verlaten van het filmhuis wisselen we kort wat zojuist opgedane ervaringen uit. We zijn het eens. Eigenlijk had ik mijn blog aan de film willen besteden, maar daarvoor moet ik er nog wat langer over nadenken. Heb ik dus nog wat ruimte om u deelgenoot te maken van mijn pantoffelbestelling. Vorig jaar was ik op vakantie in de Franse Charente, een gebied dat fameus is voor de pantoffels die ze er maken. Met veel plezier heb ik een jaar lang op een paar echte ‘charentes’  (zoals pantoffels die in de Charente gemaakt worden, genoemd worden) gelopen, zo veel zelfs dat inmiddels de linker grote teen door de slof heen komt. Maar even naar de Charente voor een paar toffels is natuurlijk te gek. Maar lang leve het Internet. Mijn nieuwe sloffen komen volgende week aan. Dan heb ik ook wat afstand genomen van de film en begrijp ik hem misschien zelfs. Wie weet hoe mooi ik hem dan vindt, net als mijn pantoffels.

1 reactie op dit bericht

Onenigheid

Zou de wereld zonder onenigheid kunnen? Het lijkt wel of sinds Adam en Eva het aardsparadijs verlieten, hommeles is. In dat paradijs moet het, naar het verhaal gaat, ontzettend enig geweest zijn. Daar sliep de wolf nog naast het lam en waren er nog veel meer enige combinaties die elkaar aanvulden en heel maakten. Maar toen er eenmaal van de appel gegeten was, is het goed mis gegaan. An apple a day keeps the doctor away, maar het snoepen van die ene appel is de mensheid toch niet zo goed bevallen. Sinds het begin der tijden is er onenigheid. Kaïn die Abel uit pure jaloezie doodsloeg was nog maar het begin.  Onenigheid werd een wezenskenmerk van de mensheid. Misschien wel omdat hij van den beginne op zoek was naar zijn betere zelf, naar heelheid, naar enigheid.
Waarom kan het niet altijd vierdaagse zijn waar zonder herrie tienduizenden zonder te ruziën met elkaar op pad gaan? Waarom kan het niet altijd finale EK voetbal voor vrouwen zijn waar supportersgroepen in grote enigheid, een lange stoet, naar de stadions trokken en het duidelijk werd dat voetbal niet altijd oorlog hoeft te zijn.
Utopia bestaat niet echt, dat weet ik ook wel. Maar toch mag ik graag Oscar Wilde citeren die ooit zei dat een wereldkaart waar Utopia niet opstaat het bestuderen niet waard is. Och, ik blijf een dromer. Ik heb niet voor niets van pater Martinianus geleerd over Theillard de Chardin. En ook al is dat meer dan 50 jaar geleden, nog hoor ik zijn stem als hij vertelt over liefde die bestaat als je de ander de ruimte geeft zich zelf te zijn. En dat de liefde alle mensen zal binden. Ik glimlach in mij zelf bij deze herinnering. De wereld lachte ons toen toe en wij, wij lachten terug. Ik neurie “Alle Menschen werden Brüder…”
En morgen zal ik in de krant weer lezen van een auto die ergens op een mensenmenigte inrijdt. Een droom spat uiteen.

Nog geen reacties op dit bericht

Woorden en katten

Een enkele keer vraagt iemand mij waar ik toch de inspiratie vandaan haal om zo goed als elke dag een stukje te fabrieken. Ik zou het niet weten. Na zoveel jaren zit er ook iets routineus in. Het schrijven van een stukje hoort bij mijn dagritme, er is een leeg plekje dat nog gevuld moet worden als er nog geen stukje is geproduceerd. Het heeft iets van een verslavende wetmatigheid. Op een dag is er altijd wel iets dat en nadere overweging de moeite waar maakt. In ieder geval voor mij. En als ik eenmaal aan het schrijven ben lokt het ene woord het andere uit. En het is een zegen als er iets bijzonders gebeurt. Het tijdelijk verdwijnen van Harrie is natuurlijk een geweldige bron. De emoties die dat losmaakt zijn goed genoeg voor een novelle en de ruim driehonderd woorden van mijn dagelijkse stukje zijn te weinig om alles wat ik om haar afwezigheid voelde te vertalen. Want dat is schrijven eigenlijk. Dat wat je in gedachte hebt vertaal je in woorden, in taal. Schrijven is ver-talen.
Mijn kat zou een schier onuitputtelijke bron voor mijn stukjes kunnen zijn. Er is al veel over katten geschreven. Recentelijk las ik twee mooie boekjes over de relatie tussen kat en mens. De roman  ‘De Kat’ van de Japanner Takashi Hiraide. Met zijn kat loopt het slecht af, maar heeft eerder voor veel geluksmomenten gezorgd. Een ander boekje was van Nils Uddenberg ‘De oude man en de kat’ met als ondertitel ‘Een liefdesgeschiedenis’. Ook Frans Pointl en Remco Campert schreven mooi over katten. Katten gaan hun eigen weg. Ze flemen met je, maar laten je ook naar hun believen in de steek. De ene keer laten zij zich geduldig en vol genotzucht aaien, de ander keer keren ze je letterlijk de rug toe en willen niet gestoord worden. Soms denk je dat je kat van je houdt zoals jij van haar, maar dan realiseer je dat dit hooghartige wezen naar je trekt omdat je haar te vreten geeft. Een kat leert je relativeren en leren wat vergankelijkheid is. En die gevoelens probeer ik soms voor mij zelf te vertalen.

Nog geen reacties op dit bericht

Waarom?

Vandaag komt de Kloosterbrief van het Dominicanenklooster uit Huissen weer binnen met zijn aanbod van cursussen, weekenden en bijeenkomsten. Ik had me al eerder opgegeven voor een dag met als thema ‘Leven zonder waarom’. Maar twee keer werd de bijeenkomst afgelast bij gebrek aan deelname. Natuurlijk kun je je dan afvragen waarom er te weinig intekenaars waren, maar dat lijkt me bij een een cursus met als motto ‘Leven zonder waarom’ nou net de enige vraag die je je niet mag stellen.
Ik zie dat er eind augustus weer een bijeenkomst gepland is. Midweeks, maar net in een week dat ik ook bij verschillende specialisten op bezoek ga. En gezien de wachtlijsten in de gezondheidszorg geef ik maar al te graag gehoor aan hun uitnodiging op de door hen voorgestelde datum. Anders kun je weer achterin de rij aansluiten.
Verderop in het jaar is er nog een weekendbijeenkomst met het zelfde thema. Ik denk er sterk over om daar naar toe te gaan. Het mooie van het programma is dat het in de pas loopt met het kloosterritme en dat je deel kunt nemen aan aan lauden en vespers samen met de kloostergemeenschap, een stil verlangen dat ik al tijden koester. Maar het kwam er nooit van. Waarom? Gebrek aan motivatie, de stap niet durven zetten. Duizenden niet valide excuses om je niet in te schrijven. Misschien ook wel bang voor wat je in de stilte van het denken en overpeinzen tegemoet zou kunnen komen. Twijfel en onzekerheid die je liever uit de weg zou gaan. Smoesjes weet ik eigenlijk na twee keer een dagretraite te hebben gevolgd en de rust gevonden om een mystieke tekst op je te laten inwerken en ontdekkingen te doen die je niet voor mogelijk had gehouden. Als Gade zondag van haar bezinningsweek terugkomt niet vergeten het over deze bijeenkomst te hebben. Mogelijk gaan we samen. Maar misschien ga ik ook wel alleen. Waarom niet.

2 reacties op dit bericht

Maria

Vandaag is het 15 augustus. De dag waarop stil wordt gestaan bij het einde van de Tweede Wereldoorlog die in Nederlands-Indië tot op die dag in 1945 duurde. Ik kijk kort naar de officiële herdenking. In de stromende regen, een natte moesson waardig, worden kransen gelegd, de vlag gehesen en twee coupletten van het Wilhelmus gezongen. Hoe ontkerstend de maatschappij op het oog ook moge zijn, hier klinkt uit de in plastic regencapes gehulde massa nog uit volle borst “mijn schild ende betrouwen zijt Gij mijn God en Heer ” en zingt een koor het Onze Vader. Het is misschien raar, maar ik kan zoiets bijna niet met droge ogen aanzien. Op de een of andere manier ontroeren mij dergelijke manifestaties. Heeft vast met ouder te maken, die emo-gevoeligheid. Met het stijgen der jaren neemt de natte-ogen-coëfficiënt toe. Ik laat het maar gebeuren, Ik heb er verder geen last van en er is toch niemand thuis, dus wat zou het.
15 augustus is niet alleen een belangrijke datum in onze vaderlandse geschiedenis, maar is ook voor de Roomsch Katholieke kerk een hoogfeest. Een kerk waarin ik ooit wortelschoot en nooit helemaal los van ben gekomen. Als stille getuige daarvan is er mijn verzameling Maria-afbeeldingen. Beeldjes,prenten en platen, tientallen. Gade, weet hebbende van mijn voorliefde voor Maria, verraste mij onlangs met een vuistdik boek ‘Geen dag zonder Maria’ met voor elke dag van het jaar een overweging, reproductie, anekdote of wat dan ook over Maria. En vandaag is het Maria Tenhemelopneming. In de Bijbel is niets te vinden over het verscheiden van Maia, maar toch heeft de Kerk in 1950 officieel verordonneerd dat “de Onbevlekte Moeder Gods altijd Maagd Maria na het voltooien van haar aardse levensbaan, met lichaam en ziel tot de hemelglorie is opgenomen.” Hoe groot moet je geloof zijn om daarin mee te kunnen denken? Nu verdragen geloof en denken elkaar niet al te best. Ik zie een hemel voor me vol ongrijpbare wezens, een God in drie personen en een wemeling van cherubijnen, serafijnen en een handjevol aartsengelen. En verder de zielen van allang overleden heiligen en minder hoog in de hiërarchie staande doden zoals mijn broers en zussen, vader en moeder. En in dat esoterische gezelschap zit dan als enige met lichaam en ziel de Heilige Maagd. Wat een eenzaam bestaan als enig lijf in de hemel. Vandaag heb ik een weesgegroetje voor haar gebeden.

3 reacties op dit bericht

Regelmaat

Langzaam hervat het leven weer zijn gewone rustige loop. De kat heeft weer de hele nacht bij mij op bed geslapen. Na zijn vierdaagse uitstapje likt het wel of hij wat slaap moet inhalen. Het was wel fijn dat Harrie mij op zocht. Sliep ik niet alleen, nu Gade voor een volle week naar Terschelling is getrokken voor een week mediteren in stilte. Het contact beperkt zich tot een kort whatsappje met niet meer dan een wederzijds welterusten. Stilte is stilte. Ik heb een noodtelefoonnummer gekregen van iemand die daar zo nodig de contacten met het achterland onderhoudt. Alleen voor noodgevallen! Hopelijk overkomt mij niets, want wie moet dat mij bekende nummer bellen als ik daartoe niet meer in staat zou zijn.
Intussen ben ik vandaag druk geweest een aantal eetafspraken te maken. Ik ben drie avonden en een lunch onder de pannen. Zo’n weekje alleen is goed voor de sociale contacten.Ik ga eten bij Ex, bij Zoonlief en zijn lief, bij een vriendin en lunchen met S die tijdens onze vakantie een tijdje ( daar is ie toch weer) op Harrie heeft gepast.
Los van de afwezigheid van Gade is alles weer zo goed als normaal.Ik krijg een telefoontje van Neef die weer terug is van zijn Japanse vakantie en in wiens huis wij de voorbije weken logeerden. Met de complimenten hoe wij het huis beheerd hebben. Ik heb mij onmiddellijk bij hem aangemeld als vaste oppas voor het huisje en de bijbehorende huiskat Gijs als zij weer eens weg zijn, al is het maar een lang weekend.
Naast de eetafspraken is de week gelardeerd met een aantal bezoeken aan paramedici. De diëtiste zal niet helemaal tevreden zijn of het zou zo moeten zijn dat na al de Drentse fietstochtjes de geringe gewichtstoename te wijten danken is de toegenome spiermassa. Ja, ik ben een meester in het vinden van excuses. En wie weet kan de fysiotherapeute nog wat doen aan mijn rug.
Het is duidelijk, het leven van alledag hervat zijn loop.

Nog geen reacties op dit bericht

TERUG!

Harrie is terug! En daarmee is eigenlijk voor vandaag alles gezegd. Maar ik wil toch ook wel even kwijt hoe aardig het was hoeveel mensen meeleefden. Het leek wel of een afwezige Harrie nog populairder was dan ik zelf. Gisteravond nog zijn we uitgebreid op zoek gegaan. Een straat verderop werd een zwart katje gesignaleerd. Gade en overbuurvrouw er op af. Her en der had zij ook al posters opgehangen met een foto van een vermiste Harrie. We rammelden met zijn bakje met kattensnoepjes, riepen onze mantra ‘HarrieHarrieHarrie’. Gade trok op advies van de site ‘Kat Kwijt in Nijmegen’ een meters lang spoor met het grit uit Harrie’s kattenbak, we zetten haar bench buiten bij de voordeur met een schaaltje lekkers er in. En voor de rest hoopten we. Aardig was het de meelevendheid van de bezoekers van ‘Kat kwijt’ te ervaren. En zo werd het avond en ochtend de volgende dag.
Ik stap uit bed, schuif het gordijn voor het geopende raam weg en roep, je weet maar nooit, ‘Harrie (3x)’. En tot mijn verbijstering hoor ik ‘miauw, miauw’. Door de druivenstruik heen zie ik iets van kat, denk even nog dat het mogelijk Nikki, de vriendelijke buurkat is, maar zie dat het onze eigen avonturier is. Ik schreeuw het uit: “Harrie is terug!!!”. Gade was net van plan onder de douche te stappen en in onze kleren van de keizer stormen we naar beneden. Ik voel geen rugpijn meer, geen pijntjes in mijn benen. We laten Harrie binnen. Zij laat zich uitgebreid knuffelen en aaien. Ze ziet er goed uit, maar voelt wel magerder aan. Blijkt 4 ons afgevallen te zijn. Maar ze zat weer gewoon in onze achtertuin. Waar ze vier nachten geweest is? Ze zal het ons nooit verklappen. Ze laat zich de brokken en lekker hapjes goed smaken. Weet haar kattenbak weer moeiteloos te vinden en nu ligt ze al weer een paar uur op haar vertrouwde plekje op de overloop op de tweede verdieping te slapen. Waarschijnlijk droomt ze van de avonturen waar wij geen weet van hebben. Of misschien bereid ze een volgend uitstapje voor.

3 reacties op dit bericht