APK

Ik had hier een doorwrochte beschouwing willen geven over het nut en de noodzaak van een APK-keuring. Onze auto onderging vandaag namelijk zo’n keuring die mij niets kostte omdat die gekoppeld was aan een grot-onderhoudsbeurt. En als service van de zaak hadden ze het voertuig ook nog door de wasstraat gehaald. De auto heeft de keuring glansrijk doorstaan, met die verstande dat er twee nieuw ruitenwissersbladen zijn gemonteerd en een riem is vervangen die droogtescheurtjes vertoonde. Een riem die ergens toe diende en dat door de garagehouder uitvoerig werd toegelicht, maar ik nu al weer volledig vergeten ben. Ik had het verhaal deze keuring verder willen gebruiken als metafoor voor het menselijk bestaan dat ook niet zonder onderhoud, zorg en aandacht kan. Ook had ik willen verhalen over de haal- en brengservice die de garage verzorgt, waarbij het mij thuis brengen vlotjes verliep, maar men bijna vergat mij weer op te halen. Goed dat ik even belde om dat probleem op te lossen. En ook dat deel van de dag had weer een aardige kapstok kunnen zijn om een diepzinnig betoog te houden over de vergeten en verlaten mens, die een eenzaam bestaan leidt en eigenlijk ophoudt mens te zijn omdat hij niemand meer ziet, spreekt of hoort.
De dag vorderde en vorderde. Ik verdeed mijn tijd met het weg dutten bij reportages van de WK-wedstrijden in Rusland en er kwam bijna niets van het schrijven van mijn blogje.
Neef belde om afspraken te maken over de dagen dat wij op zijn huis in de oerprovincie Drenthe gaan passen. Hij vroeg mij waar mijn blog van vandaag bleef. Ik vertelde hem dat ik de titel al wel had, maar nog niet aan schrijven toe was gekomen. We raakten aan de praat over mijn blog van gisteren. Hij is een afvallige en ik voegde hem toe dat hij diep in de hel zou branden en ik voor hem vanuit de hemel zou bidden. Hij vroeg me te zijner tijd dan iets verkoelends te sturen. Ik bood hem aan kersen en ijs te sturen, waar hij dan ‘cerises flambées’ van kon maken. Hij beloofde mij dan wat brandewijn te sturen. Wij hebben het beste met elkaar voor.
Van  mijn blog over de APK is niets terecht gekomen. Alleen de titel bleef overeind.

Nog geen reacties op dit bericht

Zondagochtend

De afgelopen 72 jaar heb ik heel wat zondagochtenden in de kerk doorgebracht. In het begin ging ik met mijn vader en moeder. We liepen naar de kerk die een paar staten verder was. Mijn vader was collectant en we zaten dan gedrieën op de voor de leden van dat eerbiedwaardige college gereserveerde eerste rij. Nog zie ik hoe mijn vader zo na de preek zijn stoffen handschoenen aantrok. Dat was onderdeel van het ritueel, de collecteschaal oppakte en aan zijn ronde door de kerk begon. Centen en stuivers, een enkel dubbeltje. De gulden was toen nog wat waard.
Ik denk dat ik zo tot mijn 18de gekerkt heb. Die kerk, waar ik werd gedoopt en het vormsel deed is al lang afgebroken.
Later kwam ik, net getrouwd, in de Nijmeegse Studentenkerk. Moderne vieringen die plaats lieten voor eigen beleving en bemoediging. Het leek goed te gaan met de kerk, een kerk met open ramen en dito deuren.
Later, veel later was ik elke zondag in de kerk van Hatert te vinden. Ik was voorzitter van het kerkbestuur en lid van het gezinskoor onder leiding van  mijn echtgenote van toen en de kinderen waren misdienaar. Ik was op vele fronten actief in de kerk totdat er een bisschop kwam die mij als het ware de kerk uitjoeg en deuren en ramen sloot. Ik werd letterlijk buitengesloten.
Ik had hele mooie dingen aan de kerk beleefd, aan die gemeenschap die samen zonder veel poeha gestalte probeerde te geven aan het goede. En ik hield van de rituelen van dat wat zo lang mijn kerk was geweest. Maar door de bruuske opstelling van het gezag leek er daar geen plaats meer voor mijn twijfel en mijn geloof. Maar het verlangen naar deelname aan de viering en beleving van die twijfels en geloof bleef, werd sterker.
Deze zondagochtend ben ik naar de kerk geweest, een parochie die ruimte laat voor die beleving van twijfels en  geloof. Ik werd warm welkom geheten, het voelde goed, dat uur. Wie weet een nieuw dak boven wat hoofden?

Nog geen reacties op dit bericht

Aanwinsten

Er zijn weer twee nieuwe kunstwerken bij ons komen wonen. Dat betekent ook weer schuiven met dat wat her en der al in het huis hangt en staat. Een mooie juffrouw heeft een plaatsje op de slaapkamer veroverd en verwelkomt ons vanaf nu elke morgen als we wakker worden en wenst ons een goede nacht bij het slapengaan. We kochten het een tijd geleden op een expositie in het kerkje van Persingen en is deze week bij ons afgeleverd.
Vandaag haalden we bij onze favoriete boekhandel een prachtige koffiekan van Klaas Gubbels op met een  tekst van K.Schippers: als je goed om je heen kijkt zie je dat alles gekleurd is. Het is een houtdruk op geschept papier. Er zijn maar drie exemplaren waarop die tekst door de schrijver zelf met de hand is geschreven. Op de andere prenten is die tekst gedrukt. Een van die drie bijzondere prenten hangt binnenkort bij ons. Eerst nog laten inlijsten.
K. Schippers en Klaas Gubbels resideren vandaag in de boekhandel om de verkochte prenten te signeren en maken graag een praatje met de kopers. Schippers prijst als een behendige marktkoopman zijn boeken aan. Gade en ik kennen zijn werk niet, reden te meer voor hem om een verzamelbundel van zijn vroegere werk onder onze aandacht te brengen. Natuurlijk gaan wij overstag en schaffen ‘Een leeuwerik boven een weiland aan’. Onze aanschaf is goed voor een paar vriendelijke woorden van de dichter op de Franse pagina van de bundel aan het adres van Gade en mij. Het is een komen en gaan van kopers van de prent. Een deel van de opbrengst vormt een bijdrage voor een zeer grote en monumentale uitvoering van dit kunst wek op een blinde muur in het stadscentrum. Ooit stond het al op een blinde muur, maar werd het weg gemetseld achter nieuwbouw. Nu komt het over een tijdje in al zijn herschapen glorie weer terug.
We hebben voor even weer genoeg kunst aangeschaft, al sluiten we niet uit dat als we tegen iets aan lopen…

Nog geen reacties op dit bericht

Vespers

Ik ging een dag uit  zingen. In het Klooster. ‘s-Middags een workshop stembevrijding en ‘s-avonds mantra zingen. De middag is in een van de lokalen van het klooster, woordeloos zingen, alleen op klanken. Ieder voor zich en samen. De energie die de klanken met zich meebrengen vult de ruimte. Klanken die het hart raken, klanken die uit het hart voort komen. Met een vreemde een klankduet zingen. Elkaar woordeloos uitnodigen te klinken. Genieten van de klank om je heen. Niet alleen met je oren horen, niet alleen met je stem zingen. Horen en zingen met je hele lijf.
We zijn met een dertigtal. Gade zou ook meegaan, maar kon toch niet. De overbuurvrouw neemt haar plaats in. Zij kent dit Klooster nog niet. Voor mij is het inmiddels een vertrouwde plek. Ik houd van de sfeer die het gebouw ademt. De kloostergangen waar alles zachter klinkt, die je omarmen en uitnodigen om tot rust te komen, je ritme aan te passen. Buiten gaat het leven door, hier houdt de tijd zich aan zijn eigen tempo. Er is een tijd voor…
Etenstijd. In de refter. Een rustige maaltijd. Korte gesprekken met mijn buurvrouwen aan tafel. De aankomende yogalerares met grootse plannen aan de ene kant, de moeder van een kind en met twee honden aan de andere kant.
Dan, voor het avondprogramma begint, is er nog tijd voor de Vespers. We zijn tenslotte in een Klooster. Het is maar een kleine communiteit. Met ons tienen sluiten we aan bij de drie paters, toch altijd weer indrukwekkend in hun witte habijt. Waar er twee of drie in mijn naam bijeen zijn, zing ik zacht in mezelf, ben ik in hun midden. Ik zing mee met de oude psalmen, verstilde woorden die meer klank dan betekenis zijn geworden. En bij deze Vespers zegt de stilte meer dan de al zo vaak herhaalde woorden.
De kapel stroomt vol. We zingen oeroude teksten. De kapel geeft de klanken extra kleur, juist als alles duister is.
Het is voorbij. Ik ging een dag uit zingen.

Nog geen reacties op dit bericht

Zingen

In mijn jongste jeugd werd mij vaak voorgehouden dat ik niet kon zingen. Oudere broers en zussen waren vernietigend in hun oordeel: “Jantje kan niet zingen.” En ik, als nakomertje, zag erg op tegen hen op en ging er van uit dat hun oordeel klopte. Dom, heel dom. Maar die ingeprente wetenschap weerhield mij tientallen jaren van zingen in min of meer georganiseerd verband. En dat terwijl ik toch graag en veel zong. Vaak bleef zo’n muzikale uitbarsting maar beperkt tot een of twee regels, maar het leek toch redelijk te klinken. Ooit galmde ik op mijn werk weer eens een regeltje van het een of ander. Ik werkte op de gemeentelijke afdeling cultuur waar toen de directeur van de muziekschool, tevens zangdocent op bezoek kwam. Op de gang hoor de hij mij en zei dat hij degene die hij daar hoorde graag op les zou willen hebben. Ik heb zijn vriendelijke aanbod toen afgewezen. Ik zingen? De stemmen van mijn broers en zussen “Jantje kan niet zingen!” overstemden na al die jaren nog het aanbod van de directeur. Gemiste kans. Maar ik ging wel in op zijn vraag of ik geen lid wilde worden van  het kleine gemeentelijke personeelskoor. Van toen af heb ik altijd in min of meer georganiseerd verband gezongen. Ik durfde te gaan zingen, samen met anderen. Ging naar de koorschool van de koninklijke zangvereniging  ‘het Nijmeegsch Mannenkoor’ en zong met dat koor zelfs in de Notre Dame in Parijs. Later volgde ik zanglessen op de muziekschool en ik zong naar mijn gevoel de sterren van de hemel. Misschien niet altijd even zuiver, maar wel van harte. En nu zing ik nog wat eens in de veertien dagen in het smartlappenkoor ‘De Jammerlapjes’. Gewoon voor de lol.
Er komt wat ruis op mijn stem. Ziektesymptoom. Maar dat staat het zangplezier niet in de weg. Integendeel. Zo dadelijk ga ik op weg naar het Klooster in Huissen, waar ik vaker even bijtank. Een middag en avond ‘Stembevrijding en mantrazingen’.
Jantje kan niet zingen, maar Jan doet het van harte.

1 reactie op dit bericht

Paradox

Ik heb weer wat afgesloten. Dat is iets wat ik de laatste jaren met regelmaat en genoegen doe. Het is of ik mijn bestaan aan het leeg bezemen ben van overbodige ballast. Dat lijkt iets van ach en wee en wat sneu nu toch, maar het tegendeel is waar. Het schept ruimte en het echte bestaan is toch het voorbij kunnen gaan aan de grenzen die tijd en ruimte je stellen. Vandaag heb ik mijn NS-abonnement voordeeluren en het daarbij horende abonnement keuzedagen opgezegd. Ik kan mij niet meer heugen wanneer mijn laatste treinreis was. Dat is vast al een jaar of wat geleden en al die jaren betaalde ik keurig mijn abonnementsbijdragen zonder er ook maar een kilometer van te profiteren. Zondegeld. Het opzeggen ging tamelijk gemakkelijk. Een telefoontje naar de kantenservice lijkt voldoende en dan is er weer een periode in mijn bestaan afgesloten, mijn leven als NS-abonnementhouder is voorbij. Het enige wat ik nu nog moet doen is mijn opzegging activeren. Ik vind dat een mooie paradox, dat ik iets moet activeren om het te kunnen stoppen. Mijn opzegging moet geactiveerd worden bij een NS-kaartautomaat, dan pas heb ik echt opgezegd. Gade moest vandaag met de trein. Ik heb haar gevraagd mij abonnement te de-activeren, maar de kaartjesautomaat begreep niet wat die moest doen. Misschien was het nog niet tot alle automaten doorgedrongen dat mijn ov-chipkaart van een aantal abonnementen ontdaan moest worden. De komende dagen nog maar eens proberen.
Ik sluit natuurlijk niet uit dat ik ooit nog de trein zal pakken, maar dan moet ik de volle mep betalen. Maar gezien het aantal reizen dat ik maak verdien ik er per saldo op. En de drie jaar dat ik betaalde zonder te reizen beschouw ik maar als een gift aan de NS. Een kleine bijdrage om hun tekorten wat aan te kunnen zuiveren. Ik heb het beste met hen voor.

1 reactie op dit bericht

Zijn

Ik denk wat af de laatste tijd. Mensen vragen me wel eens wat ik zo de hele dag doe. Of ik me niet verveel. Nu is dat een van de dingen die ik uitstekend kan. Ik zou mij zelfs een meester in het vervelen willen noemen. Ik denk dat dat zo’n beetje tot de hoofdbestanddelen van mijn bestaan is geworden. Vervelen en verder wat denken, wat lezen en natuurlijk mijn ruim 300 woorden per dag schrijven, daarover peinzen, in mijn hoofd een opzetje maken, dat weer verwerpen en uiteindelijk komt er vaak toch heel iets anders uit dan ik van plan was.
Maar meer nog dan denken ben ik gewoon bezig met er te zijn. Ik denk en ik ben. Dus niet ‘Je pense donc je suis’, maar meer ‘Je pense et je suis’. Het denken is geen voorwaarde voor het zijn. Ik ben er en ik denk. Soms is mijn zijn denken, soms lezen, soms tv-kijken en soms vervelen. En soms is mijn zijn alleen maar zijn. Zijn is dan het werkwoord. En daar kun je dan heel druk mee zijn.
Dat en nog veel meer en nog veel minder overdacht ik vanmiddag zittend op mijn bank in de achtertuin. Gekoesterd door de zon, de kat rond mijn voeten. Gedachten die komen, maar vooral gaan. En meer nog dan denken hoe en wat er is, ervaren hoe het is te zijn, louter zijn.
Na een half uurtje, maar wat is tijd, sta ik op. De zon is achter de wolken verdwenen, het stralend licht gedoofd. Ik maak mijn lunch, eet mijn boterham, zet een kop koffie en blader de krant nog eens door. Kijk naar het vragenuurtje in de Tweede Kamer. En met al die kleine dingen heb ik het bijna te druk om er eenvoudigweg te zijn. Zijn, de zin van mijn bestaan, ik zou er nog veel meer tijd voor moeten inruimen.

Nog geen reacties op dit bericht

Files

Gade is op bezoek bij een vriendin. Met de auto. Ze is net een groot ongeluk voor geweest en heeft op de heenweg geen last gehad van wegafzettingen, omleidingen en files. Tenminste dat neem ik aan. Ze is nu op de terugweg, laat  via een voice mailberichtje weten en denkt op tijd thuis te zijn voor het avondeten. Ik hoorde van het ongeluk en de geweldige stremmingen die dat oplevert, stremmingen die nu uren later nog lijken voort te duren. Ben benieuwd of zij de files kan omzeilen of dat er niet anders overblijft dan aansluiten en gewillige je tempo aanpassen en je ziel in lijdzaamheid bezitten.
Ik hou niet van files. Niet op de weg, nergens niet. Ik hou sowieso niet van rijtjes. Dat gedweeë wachten op je beurt. Gelukkig ben ik maar weinig op de weg en als ik van N naar elders moet probeer ik het altijd zo te plooien dat ik niet op spitstijden hoef te rijden. Een auto is tenslotte gemaakt om te rijden en als je dan op weg bent hoor je zo min mogelijk stil te staan. Stil staan doe ik thuis wel, dan heb ik er ook helemaal geen moeite mee. Dan hoef ik ook nergens naar toe, ik ben waar ik wezen moet.
Ook op recepties probeer ik het in de rij staan, voordat je het feestvarken, de jubilaris, de jarige, de afscheidnemende of de te verwelkomen persoon de hand kunt schudden, te voorkomen. Ik heb slinkse manieren ontwikkeld om de rij goeddeels te vermijden, door je al babbelend aan te sluiten bij een bekende die meer vooraan in de receptiefile staat. Voor je het weet ben je aan de beurt, heb je een lange rij omzeild en meer tijd voor de bitterballen en je drankje. Maar ach, hoeveel recepties heb ik nou nog.
Gade dacht rond deze tijd thuis te zijn. Ik hoor de deur.

Nog geen reacties op dit bericht

Pantoffeldag

Het is al weer een tijdje geleden dat het hele land in rep en roer leek over het feit dat in bejaardenhuizen (of hoe die tegenwoordig ook mogen heten, ver-pleeghuizen misschien wel, of verzorgingstehuizen. Met weinig gevoel voor nuance schaar ik ze maar onder het paraplubegrip bejaardenhuis) en soort gelijke inrichtingen het voorkwam dat mensen bij gebrek aan personeel en eigen mogelijkheden de hele dag in pyjama moesten blijven. Er was geen tijd (lees geld) hen aan te kleden, te verzorgen, laat staan bezig te houden. En wat is een verzorgingshuis waar niet verzorgd kan worden? Een soort mensenasiel, waar pyjamadagen soms ingeroosterd leken te worden. Zo’n verplichte pyjama-dag is natuurlijk niet te vergelijken met de vrijwillige pantoffeldag waar ik mij vandaag op getrakteerd heb.
Gisteravond tuimelde ik werkelijk om van de slaap. De voorgaande dagen waren druk en indrukwekkend geweest. Heel plezierig en aangenaam, vol herinneringen. Dagen om nog heel vaak en heel lang met meer dan genoegen aan terug te denken, maar wel vermoeiend. Ik ben tenslotte niet meer de twintiger die ik 50 jaar gelden nog wel was.
Ik viel al tijdens het journaal van 8:00 uur in slaap en van de quiz die ik dacht te volgen heb ik hoegenaamd niets gezien. Ik kan me zelfs bijna niet meer herinneren hoe ik mijn sponde heb opgezocht, wel weet ik dat ik nog te moe was om mijn tanden te poetsen en dat kwam niet alleen door een bijwerking van een van de medicijnen die ik slik. Voor dat mijn hoofd het kussen raakte, sliep ik al weer verder alseen os. De nacht was lang, de slaap diep en ik beloofde mij  een pantoffelzondag. Een dag van zalig niets doen. Nog een beetje mijmeren over de voorbije mooie dagen, rustig ontbijten en keuvelen met Gade rond de koffie in een mooi beschaduwd plekje in de achtertuin. En verder niets anders dan af en toe de kat aaien en met een half oog kijken naar de finale van Roland Garros. Pantoffeldag, als je er zelf voor kiest is het een geweldig cadeautje aan je zelf.

Nog geen reacties op dit bericht

Sfeer

Net weer thuis. Terug uit Bergen, terug uit hotel in de duinen. De klasgenoten van destijds zijn weer thuis of daar naar op weg. Destijds, dat is 1968 en het hotel was de plaats van samenkomst van de zoveelste reünie van Klas 4 CW van de Sociale Academie. We waren er lang niet allemaal, konden er niet allemaal meer zijn. Een enkeling wilde er niet meer zijn. Het verleden was passé. Prima, het zij zo.
Wat er wel was, was de sfeer die zo kenmerkend was voor deze klas. Oppassen nu om niet het cliché van het warme bad van stal te halen. Wij waren allemaal 50 jaar ouder, maar wat niet verouderd was was de sfeer. Een klas van heel verschillende mensen, betrokken op elkaar. Studenten die na hun examen hun eigen weg waren gegaan en mensen werden. Soms kruisten die wegen elkaar, soms liepen ze ook mijlenver van elkaar, maar deze reünie was even weer dat  grote rangeerterrein, waar alle sporen voor 24 uur weer bij elkaar kwamen, de verschillend treinen aan elkaar gekoppeld werden en de oude verhalen van destijds weer op nieuw verteld werden. Herinneringen werden nieuw leven ingeblazen en misschien was de vertelde herinnering niet meer helemaal conform de destijds beleefde werkelijkheid, maar werd door het weer vertellen een nieuwe waarheid.Wat wil je na 50 jaar. Dat mag na 50 jaar en we vertellen elkaar weer van die stiekeme verkering van de een, de krakende schoenen van een docent, de rigide opvattingen van de directeur en directrice, van keuzes op niets gebaseerd die goed uitpakten en scripties die in 24 uur geschreven werden. En nog handenvol anekdotes en zaken waar we ons toen boos over maakten. Ze zijn nu goed voor een milde glimlach. ’68, de revolutie hing in de lucht. Weet je nog wel oudje? Nee, maar het verhaal wordt er niet minder om.
Bij het diner toostten we op elkaar en op de afwezigen. Met een vol hoofd gaan we de nacht in.
En dan is het voorbij. We vertrekken. Omarmen elkaar stevig, kijken elkaar diep in de ogen. Nee, niet tot over 5 jaar, dat is misschien te lang. Over twee jaar weer zo samen, elkaar verhalen vertellen van nu en ook heel veel toen. Zo lang het nog kan. Verhalen van de klas van 1968, 4 CW.

Nog geen reacties op dit bericht