McDonald

Het komt nog maar zelden voor dat ik tegen het middernachtelijk uur nog in de auto zit. wij zijn op weg naar huis, na een house warming party ergens in het Brabantse land.De heenweg is al betoverend mooi als we weg van de snelweg langs oude Maasarmen naar een pittoresk dorpje rijden waar rond de kerktoren tientallen vogels zwermen op zoek naar een rustplaats voor de nacht. Maar net als ze die gevonden hebben slaat de klok zijn negen-uursslagen en vliegen ze weer op, alsof ze het nog te vroeg vinden voor de nacht. In de schaduw van die kerk, tegenover de muur van het kerkhof staat het huis waar het allemaal om draait.Het huis is bijna een villa waar achter zich een tuin uitspreidt die meer van een park wegheeft, met tal van verborgen hoekjes, doorkijkjes, terrassen en bankjes. Gade kent de gastheer nog van de tijd dat zij werkte, vandaar de uitnodiging. Het wordt voor haar ook een soort reünie nu zij weer een stel van haar vroegere medewerkers terugziet. Er zijn veel, heel veel mensen, vrolijk gepraat, plezierige gesprekken, een mooi huis om te bezichtigen, aangename temperatuur, een smakelijk hapjesbuffet en een avond de maar heel langzaam donkert. Een avond die voor je het weet ook voorbij is, zo’n avond van gezelligheid die geen tijd kent. Door het geroezemoes horen we  de uren die de torenklok slaat niet meer en dan is het in ieder geval voor ons weer laat genoeg om huiswaarts te gaan.
Over de velden hangt een lichte laag mist, een bijna volle maan staat helder aan een blauw-zwarte hemel.
Het is tegen twaalven als we de randen van de stad bereiken. In het holst van de nacht rijden we langs een McDonald. En ook al zijn we niet meer in Brabant, daar brand nog wel degelijk licht en staat er een file van tientallen auto’s voor het afhaalloket van het drive-inrestaurant. Een beeld dat haaks staat op de mooie beelden van eerder op de avond. Midden in de nacht een BigMac. Een spookbeeld, niet voor niets is het spookuur net begonnen.

Nog geen reacties op dit bericht

Affaires

In de zaterdagse bijlage van Trouw van vandaag lees ik over het liefdesavontuur dat Ewoud Sanders als 15-jarige scholier ergens in de de jaren ’70 beleefde met zijn 9 jaar oudere handwerkdocente. Hij blikt terug op dat wat bijna een halve eeuw geleden gebeurde. Tien maanden duurde de relatie tot zijn vader het ontdekte en er voor zorgde dat de lerares naar een andere school werd overgeplaatst en een verliefde puber aan zijn lot overliet. Einde van een affaire.
In het stukje daarover blijft mijn blik bij een zinnetje hangen: “…de jaren zeventig-een andere tijd, met andere normen en waarden, waar sommige dingen werden goedgekeurd die nu echt niet meer kunnen.”
En met dat zinnetje komen herinneringen terug aan mijn eigen verliefdheden in die tijd en ver daarvoor en daarna.
Mijn eerste verliefdheid, al wist ik toen nog niet dat dat zo heette, beleefde ik op op vierjarige leeftijd toen ik idolaat was van juffrouw Hennie, mijn juffie op de kleuterschool. Wat vond ik haar mooi, heel mooi, ook al kan ik mij nu met de beste wil ter wereld niet meer voor de geest halen hoe mooi ze was.
Dat lukt me wel bij Colette Nicolas ( zie mijn blog van 1 juni 2017). Zij woonde in Frankrijk, in Amiens waar ik drie weken met mijn HBS op een zomers werkkamp was en zij met haar moeder ’s middags voor ons kookte.  Ik heb nog een foto van haar, maar ze heeft nooit geweten dat ik haar graag zag. Ik was toen nog ontzettend bleu vol stille adoratie en daar bleef het bij.
En toen kwamen de jaren ’70. We leefden, gebonden en wel, er toch lustig op los. Ik liet de tijdgeest niet aan mij voorbijgaan, integendeel, ik rekte de jaren ’70 danig op.
Het zijn nu lieve herinneringen geworden aan heel mooie momenten met mooie mensen. Mooie momenten, mooie mensen, mooie tijden. Nog steeds memorabele tijden.Tijd voor memoires?

Nog geen reacties op dit bericht

Gemengd

Het seizoen is weer zo goed als voorbij. De mannenclub waar ik lid van ben sloot dat zo goed als af met een bijeenkomst waar een aantal leden hun beste beentje voor zetten en op muzikale wijze van zich lieten horen. Onvermoed talent. Accordeon, gitaren, harpen, doedelzakken, drums, geen instrument had nog geheimen voor de bespelers. Enkele leden waagden zich zelf aan een stukje zang.
We zijn weliswaar een mannenclub, maar de partners zijn van tijd tot tijd ook meer dan welkom en leverden deze avond ook hun aandeel op vleugel en saxofoon.
Van tijd tot tijd, zeg maar gerust jaarlijks, komt het mogelijke lidmaatschap van dames ook aan de orde. Moeten wij niet een gemengde club worden? Want zo’n strikte mannenclub lis toch volgens velen een volstrekt anachronisme, echt niet meer van deze tijd. In mijn club ben ik nog een van de weinigen die geen voorstander is van het toelaten van vrouwen als lid. Uw boegeroep neem ik voor lief, maar ik geloof oprecht dat een bijeenkomst met louter mannen een ander karakter heeft dan een ‘gemengde’ bijeenkomst. En dat andere karakter spreekt mij ook zeer aan. Als ik lid van een gemengde club had willen worden was ik wel gaan korfballen.
Statutair is het al wel mogelijk dat vrouwen lid worden, maar in de praktijk is daarvoor het licht nog niet op groen gezet.
Er zijn leden die een hartstochtelijk voorstander zijn van het opnemen van vrouwen in onze gelederen. Zij brengen dat dan als een schijnoplossing voor een ander probleempje en dat is de vergrijzing van onze club, iets waarmee veel soortgelijke gremia mee van doen hebben. Ik geloof er geen snars van dat er veel vrouwen zijn die warm lopen om lid te worden van een club waar maar een enkeling nog onder de vijftig is. Jonge leden haken na een tijdje toch af, niet omdat wij geen aardige club zouden zijn, maar omdat ze veel te druk zijn met werk en gezin. Zij worden lid van een businessclub voor jonge mensen, mannen en vrouwen, waar voor hen zakelijk meer te halen is. Geef ze eens ongelijk.
Ik verheug op de zomer BBQ,die nog gepland staat, samen met partner!

Nog geen reacties op dit bericht

Bon Jovi

Vraag mij niets over popmuziek. En ook al speelt Zoonlief al jaren in een mash-upband, wie kent de Memphis Maniacs niet, de muziek die hij speelt is nauwelijks aan mij besteed. Het is vaderlijke betrokkenheid die mij wat concerten van zijn bad deden bezoeken, maar ik herkende bijna geen van de nummers die zij speelden en dat terwijl het publiek van harte meezong op de hen wel bekende nummers. Ik kwam niet verder dan een min of meer in de maat voortgebracht lalala.
Nee, voor mij is het destijds al opgehouden bij de Beatles. Zelfs de Stones zijn aan mij voorbij gegaan of ik aan hen.
Het is donderdagmiddag. Voor mij het moment om naar het ziekenhuis te gaan voor mijn revalidatie-oefeningen.Op weg daarnaar toe kom ik langs het meestal zo rustig Goffertpark. Maar nu zijn de straten daar in de buurt afgezet met dranghekken die duidelijk moeten maken dat alleen aanwonenden hun eigen straat in mogen. Ik rijd als het ware door een erehaag van verkeersleiders die in hun feloranje pakken bij de dranghekken staan te wachten op de stroom bezoekers die over een paar uur naar de Goffertweide zal trekken voor een concert van Bon Jovi. Naast de oranje mannetjes staan er net zoveel gele borden met cryptische richtingaanwijzingen als crew↑, taxi→, k&r↓, leveranciers↔, artists↵. Die worden allemaal hun eigen kant opgestuurd. Naast de oranje mannen, de gele borden zijn er ook nog vele meters lang rood-witte linten gespannen die duidelijk zouden moeten maken dat daar geen auto’s mogen parkeren. Ik vraag me af of zo’n lint genoeg overtuigingskracht heeft de meute in bedwang te houden.
Na de linten, borden en mannen staan er op een doorgaans braakliggende terreintje tientallen foodtrucks, eetkraampjes en hamburgertentjes. Heavy metal maakt kennelijk hongerig. Na 21.00 uur worden hele straten afgesloten. Nijmegen krijgt de komende weken nog twee van die megaconcerten en bijbehorende decibellen te verwerken. Als de wind goed staat kan ik er thuis misschien wel van meegenieten.

1 reactie op dit bericht

Aanbod

Onze auto is vijf jaar oud. Of jong, het is maar hoe je het bekijkt. Ik heb het vehikel naar de garage gebracht voor het jaarlijkse onderhoud. Aan het eind van de dag krijg ik een uitgebreid rapport over wat r nog allemaal goed is aan het voertuig plus een lijst met aanbevelingen van zaken zaken die aan vervanging toe lijken te zijn. Ik ben daarover gebeld en we spreken af dat we die aanbevelingen laten voor wat ze zijn, want kort daarvoor ben ik ook gebeld, niet door de werkplaats, maar door de afdeling verkoop van het betreffende garagebedrijf. Mijnheer Henk meldt mij dat hij onze auto op de brug heeft zien staan en hij is bijzonder geïnteresseerd in het automobiel, waarvoor hij vast wel wat kopers kan vinden en hij is dan ook bereid een aardig aanbod te doen voor een vervangend voertuig, een ge-update versie voorzien van de nieuwste snufjes. Ik spreek met hem af dat als ik mijn auto kom ophalen ik graag in gesprek met hem wil gaan.
De garage heeft een haal- en brengservice. Als ik mijn auto op een voor mij zo goed als middernachtelijk uur heb afgeleverd word ik keurig thuisgebracht en later op de dag weer opgehaald. Dan gaat Gade mee, want een onderhandeling over mogelijk een andere auto doe ik bij voorkeur niet alleen. Bovendien heeft Gade in de loop van de dag al een vergelijkend warenonderzoek gedaan en is het ook nog eens zo dat de auto op haar naam staat. Mijnheer Henk (“Mag ik u wat te drinken aanbieden?”) doet een aantal voorstellen rond een nieuwe handgeschakelde auto, zoiets als we nu ook hebben maar net iets beter. De auto-ontwikkeling staat niet stil. We memoreren dat er ook belangstelling is voor een automaatversie van het model dat wij op het oog hebben. Mijnheer Henk gaat aan het rekenen en komt ook nog met een zo goed als nieuw exemplaar (2 jaar oud, 17.000 km) op de proppen voor de zelfde prijs als de handgeschakelde nieuwe.Daar gaan we over aan het nadenken. Mijnheer Henk hoopt volgende week iets van ons te horen. Ik moet proberen mijn aversie tegen de aankoop van een gebruikte auto te overwinnen. Gade zet haar onderzoek voort.

Nog geen reacties op dit bericht

Straatspeeldag

Er ligt een fel oranje gekleurd briefje in de bus. Ik word gewaarschuwd om aanstaande woensdag mijn vuilnis al voor half acht ’s ochtends aan de straat te zetten. De vuilophaaldienst zal al rond die tijd tot inzamelen overgaan want kort na die tijd zal een van de weinige doorgaande straten in ons buurtje afgesloten worden om ruimte te geven aan de straatspeeldag.
Ik las onlangs in de krant dat kinderen steeds minder buiten spelen, maar veel langer thuis achter een beeldscherm zitten en daar hun spelletjes spelen. Dat was in mijn tijd anders. Wij woonden zo goed als op straat, maar de tijden veranderden en alhoewel vroeger lang niet alles beter was raakte het buitenspelen uit de mode. Te veel auto’s maakten het speelterrein kleiner en kleiner.
En toen werd de straatspeeldag uitgevonden. Een dag per jaar konden burgers bij de gemeente een vergunning aanvragen om hun straat tot speelstraat te maken. Met veel poeha werd dat dan aangekondigd, nu alleen nog maar dat oranje briefje met de mededeling het vuil vroeg buiten te zetten.
In de buurt waar ik woon zijn er maar weinig doorgaande straten. Eigenlijk woon ik op en groot woonerf met weinig tot geen verkeer. De kinderen in mijn straatje kunnen met een gerust hart buiten spelen en doen dat dan ook van harte. Maar die doorgaande straat wordt dus voor een dag afgesloten. Auto’s en fietsers worden geweerd, halverwege de straat wordt een BBQ neergezet, iets verder een volleybalnet en er is stoepkrijt voor straattekeningen. Vaders drinken ’s avonds een biertje uit de fles. Het ziet er al met al toch steeds weer een beetje armetierig uit. Zo van we willen wel, maar kunnen niet. Te weinig kinderen die op straat willen spelen, zodat uit arren moede de ouders maar een balletje over het en meestal in het slap opgehangen net slaan.
Straatspeeldag schiet zijn doel helemaal voorbij. Auto’s zoeken door de afsluiting zich een weg over de woonerven in onze buurt, tot ergernis van de daar spelende kinderen.
Ik ben geen voorstander van straatspeeldagen. Te veel getuigenis politiek.
Het is vast en zeker niet voor niets dat het woord straatspeeldag de Dikke van Dale niet gehaald heeft.

Nog geen reacties op dit bericht

Spelletjes

Ergens in huis, in een verborgen hoekje staan nog de dozen met spelletjes. Al jaren lang staan ze daar te verstoffen en niets te doen. Ze staan niemand in de weg, maar ze zijn zo goed als vergeten.
Het is Tweede Pinksterdag. De familie zoekt elkaar op, iets wat de laatste weken steeds vaker gebeurt en de komende weken, misschien maanden wel niet minder zal worden. Gade heeft gezorgd voor een mooie Pinksterbrunch. Binnen staat de tafel voor negen gedekt, maar het weer wordt milder en milder en dan is de tuin een meer dan aantrekkelijke plaats om het geheel daar naar toe te verplaatsen. De zonnewarmte koestert ons. Net als het met het gezin bij elkaar zijn. Het is zo’n kostbaar moment waarvan we van elkaar precies weten wat we zouden willen zeggen, maar we hebben daar geen woorden voor nodig. We begrijpen elkaar ook zo wel.
En dan komen de spelletjes ter sprake. Niemand weet hoe zo’n onderwerp aan de orde komt. Misschien omdat we ons weer willen herinneren hoe het ooit was en de wereld er vriendelijk uitzag.Vroeger werd er heel wat afgespeeld. Na het eten speelden Ex, ik en de kinderen een spelletje. Barricade, Scotland Yard, Cluedo, Sagaland, Dr. Bibber. Later speelden wij Scrabble, Risk, Kolonisten van Katan en Triviant.  En ver voor dat alles speelde ik, zelf nog een kind,  Ganzenbord, Paardenrace met dobbelstenen en een voetbalspel. En Halma en dammen. Kostbare spelletjes uit mijn eigen jeugd, zo vaak gespeeld dat de spelletjesdoos met plakband nog net een beetje bij elkaar gehouden werd.
Dochterlief heeft nog steeds wat met spelletjes. Zij gaat met Gade naar de verborgen plek in huis waar de dozen staan. Ze maakt haar keuze. Van een paar vindt zij dat die gewoon bij mij moeten blijven, die horen bij mij. Dat is goed, maar ik denk niet dat ik ze ooit nog zal spelen. En vast geen Ganzenbord. Vakje 58 is al veel te dichtbij.

Nog geen reacties op dit bericht

Pinksterwens

Ik weet niet wat zo rond het jaar 0 de ‘lingua franca’ was, zoals dat nu het Engels is. Dat zou best eens het Latijn geweest kunnen zijn. Dat was toch de voertaal van de Romeinen die toen een groot deel van Europa onder hun gezag hadden geplaatst. Natuurlijk hebben de bewoners van andere continenten ook met elkaar gecommuniceerd, maar dat heeft geen wereldtalen opgeleverd. En het Latijn is nu ook al weer eeuwenlang een dode taal.
Vandaag precies tweeduizendnegentien jaar geleden was het een drukte van belang in Jeruzalem, toen al een metropool waar de wereld elkaar ontmoette. Op die dag die toen nog geen Pinksteren heette, waren er Parten, Meden, Elamieten, bewoners van Mesopotamië, Judea, Kapadocië, Pontus, Asia,  Frygië, Pamfilië, Egypte en de streken van Lybië bij Cyrene, en Romeinen, Joden en mensen die zich tot het Joodse geloof hebben bekeerd,  Kretenzers en Arabieren in de stad (zie Handelingen 2). En al die gasten spraken hun eigen taal. Welke taal ze voor hun onderlinge contacten gebruikten, ik zou het je niet kunnen zeggen. Ik spreek een aardig mondje Nederlands, Engels, Frans en Duits, ja, zelfs Nimweegs, maar met het Pamfilies, Kretensies of Kapadocies kom ik in het geheel niet uit de voeten. Graag had ik al die jaren geleden toch graag in de menigte gestaan die luisterde naar wat een stuk of 10 uit Galilea afkomstige vissers te vertellen hadden over wat hen bezielde. En ook als spreek ik geen woord Galilees ik zou hen waarschijnlijk verstaan hebben in het Nederlands, wie weet misschien wel in het Nimweegs, want streektalen waren toen nog veel meer in zwang dan nu.
Het is natuurlijk een raar verhaal. Niet alleen dat ze door iedereen verstaan werden, maar ook over wat ze te zeggen hadden. Niet voor niets vonden een aantal van hun toehoorders hen maar dronkenlappen met een ongeloofwaardig verhaal. Maar misschien is dat nou net wat je er wel voor nodig hebt, een beetje geloof , een beetje geestdrift.

1 reactie op dit bericht

Ulm

Gade is op de terugweg.Vanochtend, zeg maar gerust midden in de nacht, want dat is half vijf voor mij, is ze opgestaan voor 14 uur in de bus. De bus die haar van haar vakantieadres ergens in de Zwitserse Alpen terugbrengt naar hier. Als zij in de buurt van Ulm is hebben we telefonisch contact. Natuurlijk zal ze de bergen en de bloemen missen, maar het is ook goed weer thuis te komen. Misschien is dat wel een van de aardige dingen van een vakantie. Niet alleen het weg zijn is aangenaam, maar ook het weer thuis komen kan tot een van de vakantiegenoegens worden gerekend.
Een paar weken geleden al hadden we de familie uitgenodigd om Tweede Pinksterdag bij ons te komen lunchen. Pinksterzondag zouden we dan mooi de boodschappen daarvoor kunnen doen en tijd te over om een en ander voor te bereiden. Gisteren kwam ik er achter dat op Pinksterzondag de winkels gesloten zijn. Elke zondag is onze grootgrutter geopend, maar op de dag dat herdacht wordt dat de geest nederdaalde en de apostelen in alle talen hun geloof gingen verkondigen, is de kruidenier dicht. Misschien nog wel een allerlaatste restje van zondagsrust die alleen voor Paas- en Pinksterzondag nog van toepassing is. En rond Ulm krijg ik van Gade een boodschappenlijstje door, zodat Pinkstermaandag de familie zich niet alleen met de Geest, maar ook nog met een smakelijke lunch  kan voeden.
Het is even zoeken naar de pijnboompitten en de kokosyoghurt, maar de rest, waaronder geitenkaas aan een stuk en zongedroogde tomaatjes in olie, laat zich gemakkelijk vinden. Tegen de tijd dat zij nog 110 kilometer van Keulen verwijderd zijn heb ik alles binnen .
Ik moet dit blog nu afbreken, wil ik op tijd in Arnhem zijn, waar haar busreis en daarmee haar vakantie eindigt. Haar laatste sms-bericht luidt dat zij die kant op racen.

Nog geen reacties op dit bericht

Kersenboom

Ik weet niet of zij de boom zelf geplant heeft of dat die  er al stond toen zij in het huis trok, nu bijna dertig jaar geleden. Maar hoe dan ook de kersenboom was in de loop der jaren uitgegroeid tot een boom van majestueus formaat die elk jaar weer rijke vrucht droeg. Familie, vrienden en bekenden aten mee en nog was er genoeg. Het leek wel een wonderboom, die hoe meer er van gegeten werd jaar na jaar steeds maar weer meer kersen leek te dragen.
Als je het goed beschouwde was de boom veel te groot voor het achtertuintje waar die stond. Zo’n forse boom verdiende meer ruimte, maar die was er eenvoudigweg niet. Het tuintje was niet groter, de boom werd dat steeds meer. De boom groeide en groeide tegen de klippen op. En ook nu weer kon je al zien dat het over een paar weken, een maand misschien, weer een waar kersenfestijn zou worden en mij straks, zoals elk jaar, gevraagd zou worden of ik niet wat kersen mee naar huis zou willen nemen. “Ze komen anders gewoon niet op”, kreeg ik en met mee vele anderen te horen. Het was met haar altijd weer goed kersen eten.
Totdat de storm kwam. De boom verzette zich uit alle macht, maar het mocht niet baten. Ze was te hard gegroeid en daarbij vergeten goed wortel te schieten. Zij had al haar kracht gegeven aan een kruin vol kersen, maar haar wortels waren niet diep genoeg gegroeid om de storm te weerstaan. Ze bezweek. Stutten was nog mogelijk geweest, maar al die stutten zouden niet in het tuintje passen. Dus kwam de hovenier en zij zaagde de boom in kleine stukken om. De kersen begonnen al te kleuren, maar zouden niet meer gegeten worden. Nog geen smaak.
De hovenier liet een stobbe staan. “Wie weet misschien loopt die nog uit?”, maar vruchten zal zij de boom niet meer zien dragen.

1 reactie op dit bericht