Vriend

Vanochtend hoor ik op de radio iemand zeggen: “Dat boek heb ik van een goede vriendin gekregen.” Een alledaagse zinnetje wat waar dan ook uitgesproken had kunnen worden. Een simpele mededeling, meer niet, die door zijn gewoonheid allang weer vergeten had kunnen worden. En toch bleef dat zinnetje bij mij hangen. Waarom? Ik zou het je niet kunnen zeggen. Bovendien ging mij maar om een deel van het zinnetje.Het boek waar het over ging was van geen belang, ik had niet eens gehoord wat de titel was, nee ik bleef vooral hangen bij die ‘goede vriendin’. Je hoort het wel vaker: “Maria is een goede vriendin van me.” Mag ook gerust veranderd worden in “Joost is een goede vriend van me.” Maakt voor het verdere verhaal niets uit. Je hoort echter nooit, we gaan met dit voorbeeld verder: “Maria is een slechte vriendin van me.” Huidige vrienden zijn altijd goed, nooit slecht. Wat wel weer kan is: “Maria is een slechte vriendin voor haar.” Of “Maria was een slechte vriendin voor mij.” Slechte vrienden zijn altijd vrienden van iemand anders of spelen een rol in het verleden. Slechte vrienden lijken of andermans vrienden te zijn of vrienden uit een verleden tijd. Op dit moment heeft niemand slechte vrienden. En dat is maar goed ook. Pas achteraf kom je er achter dat sommige vriendschappen niet zo goed voor je waren. Dan pas begrijp je dat anderen zeggen dat je zo geworden bent omdat je slechte vrienden had. “Slechte vrienden hebben Jan op het verkeerde pad gebracht, dat verklaart veel.” Laat duidelijk zijn, het zijn maar voorbeeldzinnetjes, elke gelijkenis met bestaande personen berust louter op toeval.
Ik geloof niet dat ik ooit slechte vrienden heb gehad. Zij die ik vriend mag noemen waren, ook achteraf, geen slechte vriend, sommigen durf ik zelf als  goede vriend te kwalificeren.
Ik hoop ook dat ik voor niemand ooit een slechte vriend ben geweest. En mocht dat wel zo zijn dan wens ik hem of haar alsnog een goede buur, niet alleen als tegenhanger van een verre, maar ook van een slechte vriend.

2 reacties op dit bericht

Debuut

Tot voor een paar uur geleden kende ik nog geen grootvader van een keeper van een eredivisieclub. Maar nu wel. Als ik na de dienst een kopje koffie drink met een mede-kerkganger vertelt die mij dat hij zojuist het bericht heeft gekregen dat zijn kleinzoon debuteert als keeper in de eredivisie. Hij betreurt het dat hij geen directe getuige kan zijn van dat moment, want het kwam tamelijk onverwacht. Zijn kleinzoon speelde dit seizoen voor het eerst als derde keeper bij die club en afgesproken was de hele familie zou gaan kijken als hij eens een keer onder de lat zou komen te staan. Niemand had verwacht dat dat moment nu al aangebroken was. De eerste en tweede keeper zaten in de lappenmand en deze zondagochtend  werd de kleinzoon opgesteld. Dat vertelt de grootvader mij met enige trots, maar ook met wat teleurstelling want de wedstrijd zou over 20 minuten beginnen en in die tijd was de afstand van hier naar daar onoverbrugbaar. Hij kon zijn kleinzoon dus niet aan het werk zien.
De kleinzoon/keeper blikte op de radio tevreden terug op zijn debuut. Hij hield de nul, zoals dat in het jargon heet. En het aardige was dat hij niet de tijd had gekregen om zenuwachtig te worden. Daarvoor was de tijd tussen benoeming en aan de slag gaan te kort.
In mijn werkzaam leven heb ik die zenuwen voor een debuut wel gekend. Had  ik wel overal aan gedacht, geen inschattingsfouten gemaakt en de juiste puntjes op de juiste i gezet. Waren de juiste afspraken gemaakt en hadden anderen zich aan die afspraken gehouden. Elk meer of minder groot evenement was een debuut, telkens weer een eerste keer waarin je het onverwachte zoveel mogelijk moest incalculeren. Ik troostte mij zelf dan vaak door op  te merken dat het morgen voorbij zou zijn. Schrale troost. Maar opgelucht ademhalen als het toch allemaal weer gelukt was. Dat zal de keeper en zijn grootvader ook wel gedaan hebben toen de arbiter de wedstrijd afblies en de eindstand 2-0 was. En zo ken ik nu een grootvader van een eredivisiekeeper die een geslaagd debuut maakte.

Nog geen reacties op dit bericht

Bereikbaarheid

Van de vele functies die mijn mobiele telefoon zou kunnen uitvoeren, gebruik ik er maar een paar. Ik ben te gemakzuchtig om al het goeds dat het apparaatje je kan bieden mij eigen te maken. Maar de voor de hand liggende functies als bellen en een chatberichtje sturen gaan mij goed af. Maar ik heb de mogelijkheid om mijn mail ook op de telefoon in te zien en te versturen niet geactiveerd. Dat berichtenverkeer bewaar ik voor mijn laptop en ik hoef niet direct te weten wie mij wat bericht. Handig vind ik het wel om Internet te kunnen inzien en Google-maps heeft mij op mijn verzoek geregeld de weg gewezen, maar mijn Facebookberichten bewaar ik voor thuis. En ik stel er hoegenaamd geen belangstelling in om in  ‘real time’ te weten waar die of die ingecheckt heeft en al helemaal niet hoe de eerste gang van zijn o zo voordelige toeristenmenu er uit ziet. Laat staan de tweede of derde gang. Het is niet iedereen gegeven voedsel goed te fotograferen en dat maakt de plaatjes er niet smakelijker op. Nee, ik haal lang niet uit mijn toestel wat er inzit, maar ik heb er ruimschoots genoeg aan.
Een vriend van me is veel bedrevener in het benutten van de mogelijkheden die zo’n toestel biedt. Hij kan iets met zijn toestel dat ik van mij lang zal ze leven niet op mijn toestel zou willen. Hij heeft zijn toestel zo ingericht dat hij met een enkele druk op een knopje (vraag me niet welk) kan zien waar zijn echtgenote zich bevindt. Ik hou veel van mijn Gade, maar ik hoef niet van minuut tot minuut te weten waar zij is en daarbij dan te fantaseren wat zij aan doen zou kunnen zijn. Ik zou dat voelen als een enkelband en we zijn dan wel met elkaar getrouwd, maar zeker niet tot elkaar veroordeeld.
Vanochtend was  mijn vriend zijn vrouw even kwijt. Ze moest zich ergens tussen Antwerpen en Gent bevinden, maar zijn berichtgever daarover zweeg in alle talen. Ik zag zorgelijke trekken in zijn gezicht en opluchting toen hij zag dat ze toch ergens op de Vrijdagmarkt in Gent opdook. Samen zijn is een goed ding, maar of dat ook moet betekenen dat je altijd en overal van elkaar weet waar de ander is? Dat haalt toch het avontuur uit een relatie.

Nog geen reacties op dit bericht

Pelgrims

Er wordt wat afgelopen. En heb ik het niet over wekkers na een gezonde nachtrust en ook wil ik het niet hebben over de Nijmeegse Vierdaagse dat voor heel veel mensen toch het summum van wandelen is. Natuurlijk is het een hele prestatie om vier dagen 30, 40 of 50 kilometer te lopen en dan weer uit te komen op de plek waar je begonnen bent. Op  sommige plaatsen is het zo druk dat er geen doorkomen meer aan ijs. File lopen, te veel mensen op een te smal parcours. Dringen om toch op tijd terug te zijn. Ook al is het geen wedstrijd, je kunt toch te laat binnenkomen en dan mag je de volgende dag niet starten en ben je op de laatste dag na sluitingstijd binnen dan loop je wel je kruisje mis.
Ik heb het ook niet over de hardlopers die in strakke pakjes met hartslagmeters behangen op zondagochtend hun rondjes rennen. Rond de tijd dat ik ter kerke ga zijn het, naast de hondenuitlaters, de enige mensen die ik dan tegenkom. Sommige van die lopers zijn toonbeelden van fit- en getraintheid, maar er zijn er ook bij wier hoofd zo rood ziet dat ik geen enkele associatie met gezond bewegen krijg.
Nee, als ik het vandaag over lopen heb bedoel ik de groeiende belangstelling  voor de spirituele wandeltochten. De meest in het oog springende daarbij is natuurlijk de pelgrimage naar het graf van de apostel Jacobus in de naar hem genoemde Noord-Spaanse stad. Een tocht die nu ook te volgen is op televisie en laat zien dat het niet allen een pelgrimstocht is gericht op zelf inkeer, maar ook een tocht met afzien, blaren, pijnlijke knieën en dienst weigerende benen. Een tocht waarin, zeggen de deelnemers, je je zelf tegen komt. Ik hoop dat de ontmoeting hen bevalt.
Ik loop nauwelijks meer. Het lijf laat het niet meer toe. Zelfs de rond Nijmegen gesitueerde ‘walk of wisdom’ is mij kilometers te lang. Het is een wandeling die naar bedoeling van de organisatoren: “klassieke levensvragen met moderne thema’s verbindt: de zoektocht naar authenticiteit en de uitdaging om met miljarden mensen te leven op één planeet.”
Een zoektocht die ik zelf bij voortduring afleg, een pelgrimstocht in stilte. De stilte van denken, voelen, geloven en soms zien, even.

Nog geen reacties op dit bericht

Vriendschap

Zelden vond ik een tekst meer bezijden de waarheid dan de ooit door Henk Westbroek gezongen regels: “Een keer trek je de conclusie, vriendschap is een illusie. Vriendschap is een droom, een pakketje schroot, met een dun laagje chroom.” Ik ben blij met mijn vrienden, zij geven glans aan mijn leven. Je koesteren in hun belangstelling, wat een goed gevoel. En belangstellen in hun wedervaren is daar het al even glanzende spiegelbeeld van.
Natuurlijk is het zo dat door Facebook het woord ‘vriend’ aan waarde heeft ingeboet. Ik ken mensen die wel over de 1.000 en meer Facebookvrienden hebben. Me dunkt dat er geen chroom genoeg is om die vriendschappen ook nog maar een beetje stralend te houden. Het laagje dat over die vriendschappen ligt is zo dun dat de roestplekken er al doorheen schemeren. Dat is verroeste vriendschap.
Een vriendschap glanzend houden is een heel werk, maar ook een plezierig werk dat rendement op levert.Van een goede vriendschap wordt je allebei beter. En het is alles behalve een pakketje schroot. Echte vriendschap glanst van zich zelf en heeft geen chroomlaagje nodig.
Wanneer noem je iemand je vriend? Als ik mijn Dikke Van Dale op nasla lees ik onder het lemma vriend: “persoon aan wie men  door genegenheid en persoonlijke voorkeur gebonden is resp. die ons een dergelijke genegenheid en voorkeur betoont.”
In die omschrijving kan ik mij wonderwel vinden. Wat mij vooral aanstaat is de wederkerigheid. Wat dat betreft leunt vriendschap tegen liefde aan. Ook vriendschap kan niet, net als liefde, van een kant komen. Misschien is er nog een overeenkomst. Oude liefde roest niet, luidt het gezegde. En dat doet oude vriendschap ook niet. Die kunnen het allebei zonder chroom stellen.
Vanmiddag lunchte ik bij een oude vriendin, vijfendertig jaar geleden raakten we bevriend. Een half mensenleven. Op de terugweg in de auto mijmerde ik over vriendschap terwijl ik zachtjes voor mij uit Westbroeks ‘Vriendschap’ neuriede. Zonder woorden.Want die klopten niet.

1 reactie op dit bericht

Leesvoer

Het schiet niet op. Ik ben verkeerd bezig. Ik mag graag in een boek duiken en mij dan identificeren met een van de personages. Ik heb dan het gevoel dat ik naast mijn daagse leven ook in dat boek leef, in een wereld die de auteur voor mij getekend heeft en die ik dan zelf mag inkleuren. Het gebeurt niet zelden dat een boek bijna de werkelijkheid lijkt over te nemen. Dat had ik onlangs bij het lezen van ‘Veldheer Banner’ van Marie Kessels waarin ik kennismaakte met een door zijn vriendin beschreven parkinsonpatiënt. De identificatie lag voor de hand en als ik het er met Gade over had waarschuwde zij mij dat ik mij moest blijven realiseren dat ik Banner niet was en ook nooit zou worden. Ik had de neiging veel van wat ik meemaakte met Banner-ogen te bekijken terwijl ik weet dat ik veel meer op die van mijzelf moet vertrouwen.
Dat overheersende meegevoelen heb ik ook geregeld in mijn dromen, die zo waar lijken te zijn dat ze vaak mijn stemmingen bepalen en het mij soms moeite kost weer in de stemming van alledag te komen. Maar op de bijsluiter van een van mijn medicijnen lees ik dat dromen, ja zelfs nachtmerries in het rijtje bijwerkingen staan. Dat zal het dus wel zijn.
Maar ik begon te zeggen dat ik verkeerd bezig ben. Ik ben in drie boeken tegelijk bezig. Dat houdt in dat geen van die boeken eigenlijk de aandacht krijgt die ze ieder voor zich verdienen. Ik laat personages uit het ene boek bijna een  rol spelen in het ander boek en moet mij steeds weer nadrukkelijk realiseren wie nu in welke roman thuishoort. De die boeken liggen verspreid door het huis en de kamer waar ik ben bepaalt waar ik in verder lees. Natuurlijk is het ‘probleem’ makkelijk op te lossen. Ik moet nu gewoon voor een boek kiezen. Dat ene waar ik net in begonnen ben, dat kan nog wel wachten. De ander is een pil van bijna 1.00o pagina’s, waar ik al een eindje ben. En eigenlijk zijn dat vijf romans in een band. Ik denk dat ik maar verder ga in Griet op de Beeck’s ‘Het Beste Wat We Hebben’. Het andere leesvoer moet maar even wachten.

Nog geen reacties op dit bericht

Lek

De weg naar de hemel is geplaveid met goede voornemens.En zo was ik van plan voor een controlebeurt met mijn driewieler naar het ziekenhuis te rijden. Een gemakkelijk overbrugbare afstand, maar toch net ver genoeg om mij zelf het idee te geven dat ik weer wat aan het voor mij zo goed zijnde bewegen had gedaan. Ach ja, ik ben een meester in mijzelf voor het lapje houden. Ik weet ook wel dat die paar kilometer fietsen ook maar een druppel op de gloeiende plaat is, maar misschien is het ook wel dezelfde druppel die de emmer doet overlopen. Waarschijnlijk is het er net iets tussen in, maar het weer was goed en ik heb het altijd wel zeer naar mijn zin op mijn fantastische voertuig. Met blij gemoed en ruim op tijd pak ik mijn fiets uit de gang. En eenmaal buiten zie ik mijn fietstocht in duigen vallen. Niet een erg mooie beeldspraak, maar fietsen is er niet bij. De voorband is, hupsakee nog maar een beeld er tegen aan, zo plat als een dubbeltje. Er is op dat moment geen tijd meer voor actie, want ik moet op tijd op de afdeling interne geneeskunde zijn. In de auto gestapt en naar het ziekenhuis. De behandeld arts omschrijft de situatie als fragiel maar stabiel en kwalificeert mij als een blijmoedig mens. Hij heeft mij door, maar mijn band is nog steeds lek.
Maar dat zal niet lang meer duren. Ik ben al sinds 1971 lid van de Wegenwacht en zo slim geweest voor een paar tientjes per jaar mij ook te verzekeren van fietshulp. Ik meld mijn malheur en de juffrouw van de Alarmcentrale vertelt mij dat er binnen een uur een Wegenwachter voor mijn deur zal staan. Dat gebeurt al binnen de 10 minuten, hij was in de buurt. Hij gaat direct aan de slag en vindt de oorzaak van het euvel: een kapot velglint waardoor een spaak van binnenuit een lek in de band kon maken. Met ducttape (wist trouwens niet dat je dat zo schrijft) fabriceert hij een provisorisch lint. Zijn advies is wel de leverancier van mijn fiets te bellen en die te laten zorgen voor een nieuw velglint. Een servicebeurt kan naar zijn mening ook geen kwaad.
De afspraak is gemaakt.

Nog geen reacties op dit bericht

Onderdak

Gade is een weekje de stad uit. Een week die zij in stilte op een waddeneiland doorbrengt met mediteren, wandelen en vooral niet spreken. Zelfs de maaltijden worden in stilte doorgebracht. Een stilte die heb ik begrepen volstrekt niet als een doodse stilte omschreven mag worden. Ieder jaar maakt zij zo’n week mee en ieder jaar ben ik die week geheel en al op mijzelf aangewezen. Er zijn mensen die op zo’n stilteretraite reageren met de mededeling dat dat niets voor hen zou zijn en zich daarbij direct afvragen wat er dan van mij in die week terecht moet komen. Voor mij is het weer even een tijdje terug in de tijd. Het is pas sinds een paar maanden dat Gade ook overdag thuis is, nu zij het daagse werk achter haar heeft gelaten. Eigenlijk is het weer net als de tijd dat Gade nog in Amsterdam werkte en daar ook door de week een paar nachten verbleef. En die vele jaren heb ik ook overleefd, dus ook deze week zal ik wel doorkomen. Ik heb wat lunch- en eetafspraken, wat paramedici rekenen deze week op mij en ook in het ziekenhuis moet ik mij voor een driemaandelijkse controle laten zien. En voor de rest van de week lijkt die op al mijn weken. Ik ben dus onderdak en in de nachten vergezeld Harrie de kat mij op mijn elke nacht weer spannende reizen door dromenland. Ik ben dus niet alleen onder dak maar ook onder zeil.
Toch vind ik het vreemd de zorg die sommige mensen uiten als ik zo’n week alleen thuis blijf. Ze kijken er vaak ook nog bij alsof ze verwachten dat ik zo niet in zeven, dan toch  wel minstens in vijf sloten tegelijk zal lopen. Voorlopig kan ik ze geruststellen. De eerst 50 uur ben ik ongeschonden doorgekomen.
Ik ga zo dadelijk eten bij Ex. Dus van de honger zal ik ook wel niet omkomen.

Nog geen reacties op dit bericht

Verjaardag

Ik ben in een aantal  verre landen geweest. Rusland, Taiwan, Japan, Nicaragua, Slowakije om er maar een paar te noemen. Eigenlijk waren dat maar oppervlakkige bezoeken, vaak aan mijn werk gerelateerd en eigenlijk te kort om mij op antropologische wijze te verdiepen in het gezinsleven. Alsof ik überhaupt daartoe de kennis en kunde zou bezitten. En ook al kwam ik in de meeste landen ook bij mensen thuis op bezoek, ik maakte er nimmer een verjaardagsfeest mee. Dat is jammer, want graag had ik hier vandaag een vergelijkende studie willen schrijven over het vieren van verjaardagen in de door mij bezochte landen. Maar dat zit er dus niet in. Maar ik kan het wel hebben over het vieren van Nederlandse verjaardagen. Het zou mij niet verbazen als een aanvraag bij de UNESCO om het vieren van verjaardagen op de lijst van immaterieel cultureel  geplaatst te krijgen niet gehonoreerd zou worden. Dat is toch minstens even specifiek voor onze volksaard als, om maar wat te noemen, krulbollen in Zeeuw-Vlaanderen, het vendelen in Gelderland en het heggevlechten of de Boxtelse Heilig Bloed processie. Voorbeelden uit een heel lange lijst waarop ook de Nijmeegse Vierdaagse en het blokgooien in Roden figureren. Heel veel van de zaken op die lijst zijn mijn volkomen onbekend, maar als het sinterklaasfeest er op staat dan hoort de verjaardagsviering er zeker bij. Want de verjaardagsviering geeft toch het gevoelen van het volk zeer weer.
Ik kom net van de viering van de verjaardag van de overbuurvrouw. Let wel ik zeg de viering. Haar echte verjaardag is pas over een paar dagen, maar een beetje verjaardagsfeest gedoogt dat het iets eerder of later gevierd wordt. Ook is het niet ongebruikelijk dat zeker bij dames wat met de leeftijd gesmokkeld wordt. Zo viert mijn overbuurvrouw vandaag dat zij volgend jaar voor de vijfde keer negenendertig wordt. Het feest is niet compleet met een luidkeels meegezongen “Lang zal ze Leven”. En natuurlijk zijn er cadeautjes en van de kinderen tekeningen. Bij het ritueel horen zoenen en een door de jarige uitgesproken vaste formule van “Dat had je toch niet hoeven doen.” En er zijn hapjes en drankjes.
Voor mij is het duidelijk. Verjaardagsvieringen horen thuis op de inventarislijst immaterieel cultureel erfgoed. Zeker die van mijn overbuurvrouw.

1 reactie op dit bericht

Rug

Maar weer eens even op Internet bevestiging gezocht. In mijn zoekmachine tik ik ‘lumbaal stenose’ in. In 0,52 seconden krijg ik ongeveer 36.300 resultaten. Wat de mensen ook van het Internet of Google mogen zeggen, ik zou willen dat ik nog een fractie van de snelheid van het Internet te beschikking had. Ik lees: “De lumbale kanaalstenose of vernauwing van het lendenwervelkanaal is een aandoening die tamelijk veel en vooral bij oudere mensen voorkomt. Mensen die hieraan lijden klagen over pijn in de benen bij het lopen en staan. Het is niet altijd een pijnlijk gevoel, maar soms juist een moe gevoel. Als de klachten erger worden wordt de loopafstand steeds kleiner. Als de patiënt maar op een bankje gaat zitten of voorover bukt zakken de klachten weer af.
Ik herken mijzelf letter voorletter in de gegeven omschrijving, al is er niet alleen sprake van pijn in de benen, maar ook een zeurderig gevoel in de onderrug. Ook klopt dat van dat bankje niet helemaal. Ik heb gemerkt dat ook een stoel, een krukje of zelfs een tuinmuurtje vrijwel onmiddellijk soelaas biedt.
Ik kom weer even op dit onderwerp dat mij dagelijks bezighoudt omdat ik zojuist weer geconfronteerd werd met een fikse aanval, die inmiddels alweer niet meer dan een pijnlijke herinnering is.
Ik beweeg mij vooral op de korte afstanden pijnloos voort met mijn geweldige driewieler. Ik vond dat de banden wel wat meer lucht verdienden en overschatte mij zelf geweldig door die banden te gaan oppompen met mijn degelijke Gazelle fietspomp. Bij de eerste band was er nog weinig aan de hand, maar bij band twee en drie leek het of mijn rug vast kwam te zitten en ik eruit dacht te zien als Quasimodo, de gebochelde klokkenluider van de Notre Dame. In die gehoekt houding liep ik naar het tuinmuurtje (vandaar mijn toevoeging eerder in dit stukje), zette mij neer en ziet de pijn vloeide weg als het water in het doucheputje. Een gevoel dat grote opluchting geeft.
Leg een en ander niet uit als een elegie. Lopen en staan zijn inderdaad soms wat lastig, maar ik kan nog heel goed liggen en zitten. Ik ben daar zelfs een meester in.

Nog geen reacties op dit bericht