Storyboard

Het is zo’n dag waarin ik me heb voorgenomen heel rustig aan te doen. Ze zeggen wel een dat je naar je lijf moet luisteren en ik hoef mijn oren niet eens te spitsen om het te horen fluisteren dat het het prettig zou vinden om vandaag kalmpjes aan te doen. Ik vind het veel te koud om de deur uit te gaan en zo verdiep ik mij in de krant en zijn zaterdagse bijlagen, luister wat naar de radio en geef mij over aan een heerlijk niets doen. In de middag zap ik langs wat televisiekanalen, maar blijf al bij Nederland 3 of hoe dat tegenwoordig ook mag heten, hangen. Ik laat mij zacht wegzakken in “Razend”, de verfilming van een van de boeken van Carry Slee. Ik weet eigenlijk ook wel dat ik te oud ben voor zo’n film, maar ik heb deze dag niet voor niets uitgeroepen tot een kalm dagje en daar past deze film prima in. Zeker ook omdat Abbey Hoes er in meespeelt en alleen dat al is het aankijken waard. Het verhaaltje is verder flinterdun en propt een heleboel problemen in  anderhalf uur. Problemen die niet alleen aangestipt worden , maar ook nog opgelost en het wordt toch een eind goed al goed.
In het verhaal de hoofdrolspeler bezig met het maken van een film, die niet echt van de grond komt maar waar hij wel het hele storyboard voor heeft getekend. En aan de hand van dat board krijgen wij de film te zien die er misschien uiteindelijk dan toch zal komen.
Door mijn stemming ben ik er misschien wat ontvankelijk voor, maar ik zie toch een mooie metafoor met het echte  leven. Hoe vaak klopt het storyboard dat je voor je zelf, hoe vaag en schetsmatig dan ook met aarzelende krabbels hebt uitgetekend met de uiteindelijke versie van je leven. Her en der liggen om je heen de proppen met daarop de niet gedraaide scenes. En als je dan toch kunt genieten van de uiteindelijk film met jou in de hoofdrol dan heb je voor jezelf een Oscar en een Gouden Kalf verdiend. En in ieder geval een rustig dagje.

Nog geen reacties op dit bericht

Winterlicht

Vanochtend reed ik weer de polder in. In stralend winterlicht. Eens in de zo veel tijd moet ik in de polder zijn, mag ik in de polder zijn. Voor een moment van intense rust. Het is dan of de losse stukjes die mijn bestaan vormen weer met elkaar in verband worden gebracht. Of het evenwicht hersteld wordt. Zelfs als het wat somber weer zou zijn, levert het altijd weer een goed uur op, maar als het zoals vandaag zo’n heldere dag is dan is het helemaal boffen. Een uitbundig blauw overstraalt de polderweiden, het pas geploegde land is nog met een ijslaagje besuikerd en de wegen liggen zwartgewassen langs en over dijken, dijken die de polder beschermen voor een onzichtbare maar heel erg voelbaar aanwezige rivier die zich na een droge zomer schuil houdt achter kribben,wachtend op het moment dat ze weer tot grote hoogte zal stijgen en verderop de laag gelegen stad zal bedreigen.
Vluchten ganzen zijn her en der neergestreken, bespikkelen het landschap. Zou men mij ooit vragen van welk landschap ik het meest zou genieten dan zou deze polder hoge, heel hoge ogen gooien. Het is de uitgewogen mengeling van kleur en licht, van land en lucht en dan is er de rivier, die van verre komt en verder stroomt van oost naar west en dat al jaren deed en blijft doen en richting geeft, hand in hand met de zon, van oost naar west, dag in, dag uit en weer en weer en weer.
Persingen, Kekerdom, Ooij, Leuth, Millingen, Erlecom ze zouden zo maar in het land van de Hobbits kunnen liggen. Maar ze zijn veel dichterbij. Ze liggen om de hoek en baden zich in goud winterlicht, koesteren zich in licht dat hier net wat helderder lijkt te schijnen. Licht dat je lijkt te kunnen ademen, licht dat je lucht geeft.

2 reacties op dit bericht

Aankijken

Toch maar even bij de huisarts langs gaan. Van een paar verschillende kanten krijg ik dat advies. Ik bel voor een afsprak. Bij mijn eigen dokter kan ik pas over een dag of vijf terecht, maar het voordeel van een groepspraktijk is dat er op kortere termijn altijd wel een collega beschikbaar is. Er zijn een paar zaken die in mijn ogen (en die van Gade) geen uitstel verdragen en waarover ik graag de opinie verneem van iemand die er voor heeft doorgeleerd. Ik ga niemand vermoeien met waar ik graag de opvattingen van de geneesvrouw verneem, al was het maar ter geruststelling.
De arts houdt geen zitting in de eigen praktijkruimte, die is eigenlijk te klein geworden en ze kampen daar met ruimtegebrek. Ik word doorverwezen naar een woon-zorgcomplex met een poëtische naam, waar de arts weggestopt is in een armzalig vertrekje. Het gebouw staat er nog niet zo lang maar maakt nu al een desolate intrek. Kleurkeuze en inrichting doen mij nu niet echt verlangen naar het moment dat ik daar in zou moeten trekken. We bellen aan. De deur opent zich en geeft toegang tot een verder lege hal die een stoffige indruk maakt .Een rommelig prikbord geeft informatie over al voorbije activiteiten. Waar in deze accommodatie de arts praktiseert wordt niet duidelijk.  Gade klopt op een willekeurige deur, maar bijna tegelijkertijd gaat verderop een deur open. Het is de dokter zelf, die ons binnen noodt in haar spreekkamer. Er is geen assistent te bekennen, zij werkt hier in haar eentje.
Ik vertel over mijn klachten en zij gaat op onderzoek uit. Zij maakt zich niet al te grote zorgen en adviseert een en ander nog maar even aan te kijken en ook te bespreken met de specialisten die binnenkort op het programma staan. Geruster dan toen wij kwamen vertrekken we weer. We kijken het nog een tijdje aan en houden het op haar advies goed in de gaten. Als de klachten aanhouden moeten wij niet schromen ons te melden. Afgesproken.

Nog geen reacties op dit bericht

Advies

Er is een tijd geweest dat ik dacht enige invloed te hebben. Ik was tenslotte niet voor niets beleidsmedewerker bij een gemeente en met die pet op adviseerde ik het College van Burgemeester en Wethouders. Nu moet je je ook weer niet  al te veel van zo’n advies voorstellen, want voordat het op de behandeltafel van B&W terechtkwam hadden tal van collega’s en boven mij gestelden  ook een plasje gedaan over mijn advies, er een kanttekening bij geplaatst of omdat ze te druk waren met andere zaken er in goed vertrouwen en bijna blindelings een paraaf op gezet. Ik weet niet of dat nog zo is, maar er kon destijds heel wat tijd verstrijken tussen het moment dat je je advies schreef en het in min of meer ongeschonden vorm als beleid op de besluitenlijst terecht kwam en er tot uitvoering kon worden overgegaan. Ambtelijke molens maalden traag en op gewiekste wijze zorgde je er voor dat in de loop van de tijd je eerste gedachtespinsel uitgroeide tot een gewrocht besluit. Maar ik ben nu al jarenlang ontheven van mijn functie, ben een ambteloos burger geworden en de lijntjes naar de gemeente zijn allengs dunner en dunner geworden. Ik heb geen andere invloed meer dan eens per vier jaar mijn stem voor de gemeenteraad uit te brengen. Ben geen lid van enige politieke partij meer en heb daardoor ook maar bitter weinig in de melk te brokkelen. Dat is prima zo.
Gisteravond vergaderde ik met de leden van een werkgroep waar ik al jaren deel van uitmaak en die zich bezig hut met een alleraardigste maar verder ongevaarlijke culturele activiteit. Ik weet niet meer hoe het ter sprake kwam,  maar voor ik het in de gaten had hoorde ik mij zelf een stellige mening verkondigen hoe de stad beter zou kunnen omgaan met het organiseren van en het uitvoering geven aan het beleid op literair gebied. Alsof er geen grotere problemen zijn. Maar even gloeide weer in mij het vuur van de betrokken beleidsambtenaar de ik ooit was. Maar ik realiseerde mij ook dat ik niets meer te zeggen had, dat dit een praatje voor de vaak was. Wat een rustgevende gedachte!

1 reactie op dit bericht

Vergeten

Ik had het gevoel dat ik wat aan het vergeten was. Dat gebeurt me wel eens vaker. Mijn Ex noemt dat een seniorenmoment. En meestal zijn het onbeduidende dingen. Zaken die het niet erg vinden dat ze vergeten worden. Het overkomt mij geregeld dat ik mij naar mijn werkvertrek begeef, of naar mijn keuken omdat ik iets moet doen, maar eenmaal ter bestemder plaatse gearriveerd met geen mogelijkheid kan terughalen wat mij naar werkkamer of keuken bracht.Vaak is er daar dan iets anders dat mijn aandacht trekt en ga ik daar maar mee bezig. Maar het gevoel dat dat maar een pover remplaçant is voor wat ik eigenlijk van plan was, maar wat mij ontschoten was, blijft knagen.
Dat gevoel dus, overkwam mij ook deze middag. Ik had mij gehouden aan de afspraken die voor vandaag in mijn agenda stonden. Ik was keurig op tijd opgestaan om naar het zwembad te gaan, had mij er toe gezet om bij de grootgrutter de boodschappen te doen en daar ook niets vergeten te hebben. Want ook dat wil nog wel eens voorkomen, dat je voor product A naar de winkel gaat en terug komt met product B, C en D, maar thuis weer tot de ontdekking komt vergeten bent product A in je winkelmandje te stoppen. Maar vandaag had ik keurig aan de Gorgonzola en de ham gedacht en uit eigener beweging ook nog melk en kaas ingeslagen.
Goed, ik moet toegeven dat ik bijna vergeten was mijn medicijn in te nemen en dat ik voor de tv even wegdutte, maar toch nog ruim op tijd wakker werd om nog wat vergaderstukken voor vanavond door te nemen en dan nog tijd te over zou hebben voor mijn dagelijkse stukje. Maar ik liet mij wat afleiden door het Internet. Ik zocht daar wat op en dat leidde tot een andere onbeduidende zoektocht. Ik pakte mijn laptop in voor de vergadering straks en toen pas bedacht ik mij dat ik ook naar mijn werkkamer was getogen op mijn stukje te schrijven. Maar dat was ik vergeten. Seniorenmoment! Net op tijd schoot het mij toch te binnen. Voilà.

Nog geen reacties op dit bericht

Poort

Poort van Hees: wij hebben
in uw drank en in elkaars

vertroebeldheid wat nachten
rondgedreven.

Mijn dag breekt, er
verschuiven levens.
Zo eindigt een gedicht van Harry v.d. Vijfeijken, de poëtische beschrijving van Café De Poort van Hees in dat markante pand aan het begin of aan het einde van de Lange Hezelstraat in Nijmegen. Het ligt er maar aan van welke kan je komt. Voor mij ligt het aan het begin van de straat als wij de stad inliepen. Onder de Hezelpoort door kwamen we langs cafés met namen die wij uitspraken zoals ze geschreven werden . “Savoy” en “Chez Jo”, Safooi en Sjesjo. Frans zat nog niet in ons pakket en niemand dacht eraan dat je “Safwa” of “Sjee Sjo”  hoorde te zeggen. Cafés waar we nooit kwamen en in De Poort van Hees al helemaal niet. Waarschijnlijk hadden we het thuis gewoon niet breed genoeg voor cafébezoek. Hooguit heel af en toe een huzarensalade in de lunchroom van V&D, wat een rijk gevoel. “Geniet er maar van, mijn jongen”, hoor ik mijn moeder weer zeggen. Dat deed ik.
Ik ben maar een keer in De Port van Hees geweest. Dat was toen we er gingen praten over het ophangen van het gedicht van Van de Vijfeijke. Toen de Poort van Hees nog De Poort van Hees was. Een café voor de benedenstad, een café waar ondanks regeringsbeleid de asbakken nog uitpuilden en op eigen wijze de wet geïnterpreteerd werd. Perzische kleedjes op de tafeltjes, kleedjes met harde plekken van omgevallen melkkannetjes.
De tijd heeft het café ingehaald. Gerestyled. Vernoemd.De Poort ging dicht, Pacho open en we weten hoe dat uit te spreken. Pacho lijkt in niets op de Poort. Wat bleef is het gedicht van Van de Vijfeijke op een van de ramen. Een anachronisme nu. Grafschrift voor een café dat was.

Nog geen reacties op dit bericht

Tijd

Doorgaans ben ik van mening dat ik op de juiste tijd geboren ben. Ik pas goed in deze periode die begint net na het einde van de Tweede Wereldoorlog. Ik hoor nog ergens bij, bij de baby-boomers die ten volle hebben geprofiteerd van de tijd van wederopbouw. Ik heb nog mogen meemaken dat er geen tv was, het bezit van een auto geen gemeengoed, Internet en Facebook werden uitgevonden en dat je leerde schrijven met een scherp gepunt potlood en later met een kroontjespen, die je doopte in een inktpotje op je lessenaar en je moeder van ode lapjes stof een inktlap naaide. Je kon nog op straat voetballen en bij de kruidenier op de hoek werd een ons kaas nog in plakjes voor je gesneden. En op zondag ging je naar de kerk. Ja, inderdaad, toen was geluk nog heel gewoon. De melkboer bezorgde nog met paard en wagen en de schillenboer haalde eens per week de schillen op en niemand noemde dat toen al gescheiden afvalinzameling. Vuilnisemmers waren nog zwaarder dan hun inhoud.
En dat alles heb ik bewust zie veranderen. In de afgelopen 70 jaar is er veel, heel veel veranderd. Ik zou wel eens willen weten hoe mij mijn vader zou reageren als hij nog eens een dagje terug zou kunnen komen. Mijn vader, die geboren werd in 1891, in een leven en tijd dat in bijna niets meer lijkt op de dag van vandaag.
Gisteren zag ik de kaskraker ‘The favourite’. Een prachtige film over de tijd dat Anne koningin over Engeland was (1665-1714). Geen historische documentaire, maar een spannend verhaal over de relatie tussen de koningin en twee van haar hofdames. Gaat dat zien. Misschien niet altijd historisch verantwoord, maar wel een beeld gevend van intriges en heerlijk decadente hofgebruiken en vermaak.
Ik hoef die tijd niet zelf meegemaakt te hebben. De veranderingen die ik in mijn leven meemaakte zijn mij al meer dan genoeg. Ik ben hooguit nieuwsgierig hoe de film over de tijd er uit zal zien, de film die over 300 jaar daarover gemaakt zal worden.

1 reactie op dit bericht

Diskwalificatie

Je hebt je stinkende best gedaan. De sterren van de hemel geschaatst. Sneller dan ooit iemand op die baan de 1.000 meter afgelegd. Het juicht van binnen. Je kijkt op het scorebord en dat bevestigt wat je al voelde. Jij bent de snelste, de rapste. De pijn in je borst en benen neem je voor lief. Het was de moeite waard. En morgen, je voelt het, je weet het, ben jij de Europees kampioen. Interviews. Ja, het zat er in en nu nu was het er uit gekomen. Baanrecord. Waar heeft de interviewer het nu over. Blokje weg getrapt, uit de baan geschaatst, afgesneden. Voordeel gehad. Hoezo voordeel met die snelheid.  Die paar centimeter, daar haal je geen voordeel uit. Hoe kom je daar nu bij. En als ik al een blokje geraakt zou hebben dan had dat blokje net iets verkeerd gelegen. Ik voel toch precies wat ik aan het doen ben. In een afgemeten en afgepast ritme. Als die blokjes goed liggen, raak ik geen blokje, kan ik niet eens een blokje raken. Zo afgepast rijd ik. Een baanrecord! Wat zeg ik een officieus wereldrecord voor buitenbanen! Man, man, dat laat ik me door een verkeerd neergelegd blokje toch niet afpakken.
Hoezo, juryberaad? Dat is toch nergens voor nodig. De beelden, terugzien? Waarom, vertrouwen ze hun eigen ogen niet meer. Een kind kan nog zien dat dat blokje op de verkeerde plaats lag. Zeker weten!
Bericht op www.NU.nl: De jury besluit Kjeld Nuis alsnog te diskwalificeren vanwege het raken van een blokje op de 1000 meter. De Nederlander had de afstand gewonnen in een baanrecord van 1.08,38, maar is nu uit de uitslag geschrapt. Kai Verbij wint daardoor de afstand in 1.08,97 en gaat ook aan de leiding in het algemeen klassement.

Nog geen reacties op dit bericht

Sound

Natuurlijk had ik vanmiddag een heleboel nuttige dingen kunnen doen. Ik had een boek uit kunnen lezen. Ik hoef nog maar een paar bladzijden en dan zou ik Pieter Waterdrinkers  Tsjaikovskistraat 40 hebben kunnen wegleggen en met een van de boeken die ik voor mijn verjaardag kreeg zijn begonnen. Ik had eerder met dit stukje kunnen beginnen, maar dan nog geen idee hebben waar het over zou moeten gaan. Ik had zelfs een dutje kunnen doen, wat met de kat spelen of een goed gesprek met Gade voeren. Och, een man kan zo veel, zo heel veel doen op een doordeweekse middag en hij kan nog meer, veel meer laten. Maar ik heb vanmiddag geen boek gelezen, geen dutje gedaan of uiltje geknapt en evenmin een goed gesprek gevoerd. Niets van dat alles. Wat ik dan wel heb gedaan is een van mijn ‘hidden pleasures’ uitgeleefd.
Via een omweg kwam ik op mijn laptop terecht bij een film over het maken van de filmmusical “The Sound of Music”. En vandaar uit voert de computer je als een onontkoombare gids langs allerlei soortgelijke opnames. Ik zag een reünie van de acteurs die decennia geleden de Von Trapp-kinderen speelden samen met Julie Andrews en Christopher Plummer.
Ik vind het een heerlijke zwijmelfilm, kan de meeste liedjes meezingen en realiseer mij dat het een zeer geromantiseerde versie van de werkelijkheid is die op zich al suikerzoet is.
Het is een film waarvoor ik op elk moment van de dag wakker gemaakt kan worden, zelfs tijdens een middagdutje.
Toen de film in 1965 uitkwam was ik 19, going on 20. De identificatiefiguur lag voor de hand en natuurlijk was ik gecharmeerd van Charmian Carr, die Liesl von Trapp speelde.
Met heel veel plezier heb ik vanmiddag door  The Sound of Music gebladerd.
Ik had zo veel nuttiger dingen kunnen doen, nu heb ik mij over gegeven aan een van mijn ‘favorite things’.

Nog geen reacties op dit bericht

Worden

Ik hoef zo nodig niet meer iets te worden. Ik ben die ik ben.Tevreden met mijn bestaan, een pensionado in hart en nieren. Ik heb geen sluimerende verlangens meer, ik ben de ambitie en de schaamte voorbij. Ik heb daar de laatste dagen weer veel over nagedacht, zeker sinds ik hoorde van de grootse plannen van Neef en zijn vrouw. Emigreren, al is het maar voor drie jaar, naar Frankrijk. Daar een nieuw bestaan opbouwen. Niks niet rentenieren, maar een B&B runnen. Ik vind het een dappere keuze van die twee, heb vertrouwen dat hen dat ook wel zal lukken, zoals veel van wat zij aanpakten hen lukte. Ik heb nooit die diepe aanvechting gehad mij in een avontuur te storten.  Ja, ooit had ik de moed om een vaste baan op te geven voor een drie-jarig contract met een boterzachte toezegging op een vaste aanstelling daarna. Dat kwam op mijn pad en pakte uiteindelijk onverwacht goed uit. Maar terugkijkend verbaast het mij nog steeds dat ik die beslissing durfde nemen, mij geen zorgen makend over hoe dat toen met de hypotheek zou moeten gaan als als er na die drie jaar geen werk meer was. Ik was niet zo van het avontuur.
Ver daarvoor nog, ik was nog niet eens  of misschien maar net getrouwd, oriënteerde ik mij met mijn toenmalige partner op een mogelijke baan in Suriname, dat toen nog een deel van het Koninkrijk was. Verder dan een eerste kennismakingsgesprek met een vertegenwoordiger van dat Rijksdeel is het toen niet gekomen. Het buitenland bleef enkel vakantiebestemming. En meer en meer ging ik mij verbonden voelen met mijn geboorteplaats. Het leek of ik door de jaren heen steeds meer verknocht raakte aan de stad. Het was duidelijk, ik had mijn bestemming gevonden. Een bestemming die heel dichtbij lag. Een bestemming die zwart-rood gekleurd werd. De stad was mijn habitat.
Nog even en dan woont het merendeel van mijn oomzeggers in het zoete Frankrijk. Met God als buurman en met ons iets verder weg.

1 reactie op dit bericht