Conditie

De garage is zo goed als de buurman van het instituut waar men twee keer per week probeert mijn conditie op te vijzelen. Ik doe dat uiteraard zelf, want alleen ik kan dat bewerkstelligen. Het begeleidende personeel geeft alleen aan of ik een van de fitness-apparaten een tikje zwaarder of lichter moet zetten en spreekt mij van tijd tot tijd bemoedigend toe. De zwaarste oefening op zo’n middag is de gang van het parkeerterrein naar de oefenruimte met onderweg een venijnige trap die na het bestijgen mij duidelijk maakt dat mijn conditie nog verre van optimaal is. Maar misschien zit meer of beter er ook niet in. Conditie blijkt later het sleutelwoord van deze maandagmiddag te zijn. Na de gymnastiek rijd ik naar het belendende garagebedrijf. Het is niet helemaal direct naast het ziekenhuis waar ik mijn oefeningen doe, maar ik vind belendend een te mooi woord om het niet te gebruiken, zelfs als het niet helemaal klopt. Het woord is te mooi om alleen maar door de brandweer te laten gebruiken als die in een verklaring zegt de belendende percelen van een brandend pand te redden door ze nat te houden.
Ik parkeer mijn auto bij het garagebedrijf en meld mij aan de balie. En ik vertel het verhaal van de aangevreten isolatie onder de motorkap(zie blog van gisteren). Zonder dat hij ook maar iets gezien heeft stelt de baliemedewerker de diagnose: “Dat moet een een steenmarter zijn geweest. Laten we maar even gaan kijken”. Hij stelt me onmiddellijk gerust met de mededeling dat het verder geen kwaad kan en dat er twee oplossingsmogelijkheden zijn. Dat is een nieuwe isolatie aanbrengen. Volgens hem is dat eigenlijk nergens voor nodig, terwijl hij nog wat plukjes isolatiemateriaal  weg haalt. Ook kan hij een marterverdrijver installeren. “Houdt de beestjes gegarandeerd weg en houdt uw auto in goede conditie.” Ik zie af van beide mogelijkheden. Een beetje risico maakt het leven alleen maar wat spannender. We maken wel een afspraak voor een jaarlijkse onderhoudsbeurt. “Controleren we gelijk de lakconditie van uw voertuig en de rest.” Misschien moet ik mijn eigen lakconditie ook maar weer eens checken op roest van binnenuit.

Nog geen reacties op dit bericht

Thuis

Voor we vertrekken drinken we koffie bij de buren. De buren van het boshuis. Vrienden van al heel lang. Het is goed elkaar te zien. Ons boshuis hebben we schoon achtergelaten. Of beter gezegd heeft Gade schoon achtergelaten. Ik heb wat spullen naar de auto gebracht en wat water in het ruitenvloeistofreservoir gegoten. Toen ik de motorklep openzette zag ik allemaal geel isolatiemateriaal in de motor liggen. Normaal hoorde dat stevig onder tegen de voorklep te zitten, maar nu lag het als vers gevallen gele sneeuw in kleine vlokken verspreid. Ik zet de aangevreten hoes weer vast tegen de klep. Had een muis, een steenmarter zich te goed gedaan aan het isolatiemateriaal? En was het daarbij gebleven of had het beest of beestje mogelijk gesmuld van  vitale kabels en leidingen. Als ik dit verhaal vertel aan de buren van het boshuis vraagt een van hen of ik de auto al gestart heb. Want misschien zijn de beestjes rigoureus te werk gegaan en zal er straks bij het omdraaien van de sleutel niets gebeuren. Blijft het voertuig angstwekkend stil en is er alleen het uitbundig zingen van de vogels te horen. Ik wil het nog niet weten en ja, een kopje koffie wil ik ook nog wel. Onheil moet je zo lang mogelijk uitstellen. In het ergste geval… Geen idee wat er in het ergste geval zou kunnen gebeuren. Je probeert het je voor te stellen, maar weet pas hoe erg het ergste geval is als het ergste is gebeurd. We nemen afscheid van ons boshuis en van de buren van het boshuis. Die zullen we gauw weer zien in een heel ander decor. Gade zal rijden. We proberen de ruitenwissers. Die werken, net zoals de radio en de gebruikelijke lampjes op het dashboard lichten op. Starten. De motor slaat onmiddellijk aan. Niets aan de hand. Op weg naar huis. Huis zonder bos. Harrie de kat die de hele week goed gezelschap heeft gehad begroet ons met een fikse krul in de staart.

Nog geen reacties op dit bericht

More

Vandaag pas kom ik er achter waar de naam van het museum voor staat. More is geen less, maar betekent eenvoudigweg MOderne REalisten. dat geeft dan ook direct aan waarin dit mooie museum in Gorssel is gewijd. Een puissant rijke verzamelaar is helemaal gek van realistische schilderijen die laten zien wat ze voorstellen. Geen abstract werk. Dat betekent niet dat de collectie saai of eenduidig is. Elk goed schilderij laat zich meervoudig duiden en nodigt uit tot een steeds weer andere beschouwing, een ander verhaal. De collectioneur heeft zoveel schilderijen en zo veel geld dat hij er zelfs twee musea met gemak mee kan volhangen. En dat heeft hij heel stijlvol gedaan. Hij kocht daartoe een kasteel in Ruurlo en een voormalig gemeentehuis in Gorssel. En zeker Gorssel ligt maar op een steenworp afstand van ons boshuis. Het kasteel-museum verder weg is het onderkomen geworden van zijn Willinkverzameling. Magisch realisme dat uitnodigt tot nog een verhaal, een steeds verspringende waarheid. In More-Gorssel is een dwarsdoorsnede van de eigen collectie te zien.Op de bovenverdieping wordt een wisselexpositie ingericht die pas over een paar dagen te zien zal zijn.
Op de parkeerplaats bij het museum zetten wij mijn kleine scootmobiel in elkaar, waarmee ik langs de expositie en naar het museumcafé kan zoeven. De meeste bezoekers lijken wel duplicaten van onszelf. OSM. Er zijn wel een stelletje heel erge OSM’ers bij. Zij houden bij het beschouwen van een werk het hoofd heel erg schuin en verkondigen hun opvatting luider dan voor hun gezelschap strikt noodzakelijk is. En ook door hun outfit, een kleurrijk shawltje of een opvallende haarband maken zij duidelijk dat ons soort mensen er in verschillende gradaties zijn en dat willen ze weten ook. En met zijn allen weten wij ons verbonden door de Museumjaarkaart
De appeltaart in het café smaakt werkelijk zoals appeltaart hoort te zijn. Ouderwets.

Nog geen reacties op dit bericht

Oud

Als we aankomen in het stadje Z schuift de zon net zo ver op dat we op het terrasje van zijn warmte kunnen genieten. Iets verderop waait er nog een te fris windje, maar als je  aan de zonnige kant van de straat zit (daar is toch ook een liedje over?)  heb je daar geen last van. Het moet een mooi beeld zijn, ouder echtpaar drievoudig genietend. Van de zon, de cappuccino en elkaar. Met mijn schuifelpasjes, een stok in de ene hand en Gade aan de andere arm ben ik van de parkeerplaats naar hier geraakt. Na de koffie nog even op zoek naar de ene winkel waar ze King Louie verkopen, maar er geen jack in een goede kleur voorhanden is. Terug naar Joppe,naar het bos, waar een middag lekker lezen wacht. Ik installeer me in de luie leesstoel en lees verder in Marente de Moor’s roman Foon. Nee, ik ga het verhaal hier niet navertellen. Ik heb sowieso een hekel aan lezers die in hun enthousiasme over een boek je het in hun eigen, vaak gebrekkiger, woorden gaan navertellen. Op pagina 129 lees ik een overdenking van de hoofdpersoon die mij aanspreekt. Zij woont met haar veel oudere echtgenoot, haar vroegere professor, tamelijk geïsoleerd in de Russische bossen. Meer verklap ik niet. Het citaat: Ik wist niet dat mannen niet geleidelijk, maar plotsklaps verouderen , dat ze zich op een dag een scharrelpasje aanmeten, zin krijgen in zoetigheid en je bij je arm grijpen in plaats van bij je billen. Vanaf dan mag je zijn lijf verplegen, maar blijf weg bij zijn geest, die heerszuchtiger zal zijn dan ooit.
Als ik dat gelezen heb komt het beeld dat ik had van ons bezoekje aan Z in een heel ander licht te staan. Ik woon ook, al is het maar tijdelijk, in een bos, ben ouder dan Gade en mijn tred heeft niets krachtigs meer, ik schuifel door het leven aan Gade’s arm. Het mannelijke personages in het boek heet Lev. Ik Jan. Gelukkig maar.

1 reactie op dit bericht

Bezoek in het bos

Het is al weer een paar jaar geleden dat Gade via Facebook herontdekte dat zij een volle neef in Canada had wonen. En ook nog een nicht, kinderen van een oom en tante die begin jaren ’50 van de vorige eeuw naar de ander kant van de oceaan waren verhuisd. Die neef en nicht trouwden in Canada en kregen ook  kinderen, zodat Gade er ook nog wat achterneven en-nichten bij kreeg, waarvan er inmiddels weer twee in Nederland wonen. De Canadese neef en nicht zijn een paar weken in Europa voor familiebezoek en hadden laten weten dat ze graag bij Gade, hun Nederlandse nicht op bezoek wilde komen. Gade, die zich wel eens beklaagde over het feit dat zij zo weinig familie had, keek naar dat bezoek uit, maar wist ook dat zij op de datum dat het haar verre familie schikte in het boshuis zouden vertoeven. Maar ook huurauto’s zijn uitgerust met een adequaat navigatiesysteem waar zelfs het kleinste ook maar net toegankelijke bospaadje op te vinden is en je uitlegt hoe te rijden. Vandaag kwamen neef en nicht plus hun Canadese wederhelften op bezoek. Neef en nicht die nog wel Nederlands spreken zijn in al die tientallen jaren nog al gecanadariseerd. voertaal wordt dus ook vanwege  de Canadese partners deze komende uren Engels en komen er zo weer achter dat heide in het Engels heather is. De begroeting is allerhartelijkst. Even lijkt het een scene uit Spoorloos, de Canadese en Nederlands nicht hebben elkaar decennia geleden voor het laatst gezien en de omhelzing overbrugt al die jaren en de de oceaan die hen scheidt. Rond koffie met gebak wordt de familiegeschiedenis weer opgerakeld. Mij volstrekt onbekende ooms en tantes passeren de revue. Ze zeggen mij niets, ik ben tenslotte van de koude kant.
We lunchen in het pannenkoeken restaurant verder op in het bos. De Canadese nicht vraagt zich af of het gek is dat zij als lunch voor een portie bitterballen gaat.

Nog geen reacties op dit bericht

Bos-2

In het bos waar wij deze week verblijven heb je eigenlijk niks nodig. In deze pastorale omgeving lijken dan wat bomen, blauwe lucht, een mild zonnetje, vogelgezang en op zijn tijd een kopje koffie meer dan voldoende. En vooruit, een goed boek. Dan lijkt zo’n vakantieweekje compleet. Maar op de een of andere manier zijn we door de moderne tijd niet meer tevreden met dat kleine genoegen en slepen we naar dat idyllische buitenverblijf toch weer een aantal zaken mee waarvan we denken er niet buiten te kunnen. Misschien generaliseer ik teveel door het over we te hebben. Laat ik voor mijzelf spreken. Naast mijn tandenborstel en wat schoon ondergoed, op zich samen met de rust, het uitzicht ruim voldoende voor een stil genoegen heb ik ook ook mijn laptop en mobieltje mee genomen. Apparaten die de grote mensenwereld het bos binnen brengen. Als gezocht excuus zou ik natuurlijk kunnen aanvoeren dat ik de laptop nodig heb voor het zo goed als dagelijks schrijven van een stukje als dit. En als je die computer toch bij je hebt kun je net zo goed even je mail checken. Ik zei het al, goedkoop smoesje. Ooit was er een tijd dat er nog geen mobieltjes waren en hadden we aan die ene telefooncel op een pittoresk dorpspleintje in een ver vakantieland en een handvol muntjes voldoende om in noodgevallen contact met de achterban te leggen. Nu lijken we niet meer zonder telefoon te kunnen en klagen we over gebrekkig bereik.
Ons huisje in van zo goed als alle gemakken voorzien. Weliswaar niet met de snelheid die we gewend zijn, maar die lijkt zich aan de omgeving te hebben aangepast. Om de een of andere reden heeft de tv met van tijd tot tijd brokkelig beeld een voorkeur  voor TV-Drenthe. Drenthe, dat was ooit. Een vriendin die iets verderop in dit lievelingsbos op een mini-landgoed woont is handiger dan wij en regelt de tv opnieuw in. Zonder haperend geluid en mozaïekbeeld. Ongestoord vieren wij onze vakantie verder.

1 reactie op dit bericht

Bos

Ik woon een weekje in een bos. Nee,niet meer in Drenthe. Drenthe is verhuisd naar Frankrijk, ver weg, bijna dat hele land door. Twee dagen rijden of met het vliegtuig. Dat zit er allebei even niet meer in. Dus het dichterbij gezocht. Minder dan een uurtje rijden verpozen wij in een lieflijk boshuisje. Als het huisje in Duitsland had gestaan was het vast en zeker niedlich geweest. Anders dan thuislaten we hier de luiheid rustig toe slaan. We leven normaal al niet erg snel, maar nu gaat alles nog een beetje trager. Bij de zeer draaglijke traagheid van het bestaan heeft niet alleen ons dagritme zich aangepast. We slapen lang uit, lunchen  als de tijd daarvoor eigenlijk al voorbij is en voor we in het dorp boodschappen gaan doen is er eerst nog dat terras waar we profiteren van het lente-oefeningen van de zon. Die slaagt er al aardig in te doen waarvoor wij hem bedoeld vinden: schijnen.
De traagheid van het bestaan wordt gedeeld door de wifi die het internet een paar versnellingen lager zet en ook de digitenne die voor tv-beelden moet zorgen lijkt ook wel aan vakantie toe.
Het aardige van ons huisje is vooral de plaats waar het staat. Midden in het bos, dat misschien wel niet een echt bos is, maar de vele hoge bomen rond het huisje zijn zo gerangschikt dat zij samen er uitzien als een echt bos dat je door de bomen heen ziet. Die bomen zijn ook de uitgekiende schuilplaats voor tientallen, misschien zelf wel honderden vogels en vogeltjes,die gezamenlijk niet alleen voor een lunchconcert zorgen, maar ook voor een ochtend optreden en een matinee verzorgen en de dag eindigen met een langzaam uitstervende serenade. En op die vogelmuziek dansen de citroenvlinders en koolwitjes hun onverwachte choreografie. Hoog in de lucht trekken vliegtuigen een wit spoor dat nog eens bevestigt hoe blauw de lucht wel is.
Hier in het bos lijkt alles, als je niet beter wist, te kloppen.

1 reactie op dit bericht

Mobiliteit

Morgen vertrekken Gade en ik een weekje naar de bossen rond Joppe. Nee, Joppe ligt niet in Friesland. Het is dan misschien ook wel een Fries lijkende jongensnaam, maar ons Joppe ligt in Gelderland. Waarom Joppe Joppe heet, ik zou het niet weten. Misschien is het vernoemd naar de Bijbelse plaats Joppe in Israël, het huidige Jaffa. Wij waren al vaker in Joppe, in een voortreffelijk boshuis in een omgeving waar sommige wegen nog van leem zijn en waar een uitgebreid fietsnetwerk is bestaat dat je door de bossen van de ene uitspanning naar de andere brengt. Maar de komende dagen zullen we, in ieder geval ik, weinig van dit netwerk gebruik maken. Mijn driewielfiets past van geen kanten in onze C3 en op die fiets van hier naar daar is me net iets te gortig en gaat de actieradius van mijn e-tricycle ver te boven. Dus dat wordt niet fietsen de komende week, want met een tweewieler op de smalle paadjes waag ik mij niet meer. Voor mijn mobiliteit ben ik aangewezen op ons autootje en voor de conditie zal ik kleine rondjes over de hei bij ons tijdelijke huisje wandelen. Heel kleine rondjes. Als het om sportief gedrag gaat zal dat vooral bestaan uit het bekijken van de Giro op tv.
Gade had nog even geprobeerd om een scootmobiel voor een paar dagen te huren. Natuurlijk is zo’n apparaat natuurlijk ook maar een surrogaat, maar je zit in de buitenlucht en geeft toch een andere kijk op de omgeving dan vanuit een automobiel. De verhuurder adverteert als prijs voor huur een bedrag van iets meer den €6,- per dag. Dat lijkt goed te doen als je hem maar een weekje nodig hebt. Maar na telefonisch contact blijkt dat er minimaak voor 30 dagen gehuurd moet worden. Na een week mag je het mobiel wel weer terugbrengen, maar dan betaal je toch voor minstens 30 dagen.
De komende dagen is mooi weer voorspeld. Ik heb zo het vage vermoeden dat mijn mobiliteit zich zal beperken van de gang naar het terrasje, waar ik met een goed boek (Foon van Marente de Moor) misschien de foon, maar zeker ook de vogeltjes in het bos.

1 reactie op dit bericht

Vooruitgang

Op mijn smartphone, ik neem tenminste aan dat het mobiele telefoontje dat ik heb een smartphone is, staan tal van icoontjes die ik a) van zijn lang zal die leven nooit gebruiken en b) van het merendeel geen notie heb waar ze voor staan en waar ze voor te gebruiken zijn. De meeste van die icoontjes (waar verder niets heiligs aan is) heb ik niet zelf erop gezet. Mijnheer Samsung heeft dat voor mij gedaan in de onterechte veronderstelling dat hij mij daar een dienst mee zou bewijzen en mijn dagelijkse bestaan op de een of andere manier zou veraangenamen. Sommige van die icoontjes zijn wel handig. De ingebouwde schijnwerper komt af en toe op duistere plaatsen zeer van pas, maar ja, de watermeter, verstopt in een donkere kelderhoek hoef ik maar een keer per jaar af te lezen en de gasmeter is ook al smart van zijn eigen en stuurt de  gegevens zelf door. Ook de ingebouwde agenda gebruik ik nauwelijks, ik zweer nog bij mijn papieren exemplaar. Veilige map, traffic reply, hangouts, Malware bytes, OneNote, Smart switch Galaxy Themes, het zijn een paar voorbeelden van de iconen die mij niets zeggen.  Ik durf  ze niet eens aan te raken, onzeker van het feit dat ik misschien wel zaken installeer waar ik helemaal niet op te wachten zit. Zo heb ik op de een of andere manier een account op mijn naam gemaakt met daarbij de foto van een mij weliswaar bekend maar op wie ik in de verste verte ook maar een beetje zou lijken. Ik ben niet helemaal een digibeet, want De Gelderlander, NOS teletekst, Bankieren, Buienradar en Wordfeud Free zijn icoontjes die ik er zelf heb opgezet en regelmatig raadpleeg of gebruik.
Vanmiddag is het mij ook weer gelukt een nieuwe skype-verbinding met iemand tot stand te brengen en wij elkaar niet alleen kunnen spreken maar ook zien. ik schrik van de wallen, rimpels en plooien in mijn gezicht die ik tijdens zo’n gesprek te zien krijg. Is er geen app die, leve de vooruitgang, mij wat elektronisch zou kunnen face-liften.

1 reactie op dit bericht

2-3

Doorgaans ben ik geen Ajax-fan. Natuurlijk spelen zij op dit moment in de Nederlandse competitie het meest aantrekkelijke voetbal. Ik vind het een genot om hun sierlijke aanvallen te zien. Op de mooiste momenten is het als een sierlijke choreografie voor 11 spelers en 1 bal. Bijna blindelings leggen zijn de fraaiste patronen op het veld en lijkt de tegenstander in het niets op te lossen. Als er zo gevoetbald wordt maakt het mij niet uit welke club het is die dat kunststukje uitvoert. Dan geniet ik van de schoonheid die voetbal op zijn best biedt, esthetiek van de bovenste plank.
Voor de wedstrijd gisteravond van Ajax vs. Tottenham Hotspur was zo goed als iedereen er van overtuigd dat de Amsterdamse godenzonen de finaleronde van het belangrijkste clubtoernooi zou halen. Het zou niet van zelf gaan, dat niet, maar niet doorgaan naar de volgende ronde was geen optie. Het klusje zou geklaard worden. En vijf minuten na het begin van de wedstrijd heeft het daar ook alle schijn van. 1-0. En zelfs ik, toch geen hardcore Ajaxsupporter, hoor mij zelf “YES” roepen. Ik denk, met de voetbalverslaggever, dat het gebakken zit. Ajax zal doorgaan. Oogstrelend blijven zij verder voetballen, de sporadische tegenstoten worden efficiënt gepareerd. In de rust feliciteren de analisten op tv elkaar al. In voetbaljargon heet het dat Madrid al om de hoek ligt. Maar voetbal, zelf het mooiste, schrijft zijn eigen wetten. Kort samen gevat: 2-1 en 2-2. Maar Ajax is nog steeds door. Nog wel. Ze houden op met mooi voetballen. De bal in de ploeg houden, bij de cornervlag proberen tijd te rekken, maar de bal knullig over de achterlijn tikken. Angstige pogingen ongeschonden het einde te halen. 5 minuten blessuretijd. En een keeper die al treuzelend wat tijd probeert te winnen, een paar seconden, maar daardoor een wedstrijd lijkt te verliezen. Nog minde dan een halve minuut te spelen. Een schuiver in de uiterste hoek. 2-3. Einde Europees avontuur.
Wat wacht is de nationale competitie. PSV is nog niet uitgeschakeld.

Nog geen reacties op dit bericht