Dubio

Ik zit in Dubio. In deze vakantietijd zou je dan haast gaan denken dat ik ergens ver weg in het Italiaanse Toscane zit te genieten op een mooi pleintje in het lieflijke dorpje Dubio. Of misschien is het een middeleeuws stadje waar de oude omwalling nog in tact is en dat mede daardoor een prominente plaats heeft gekregen op de werelderfgoed lijst van de UNESCO. In beide gevallen wordt het dorpje beroofd van zijn eigenheid door de hordes toeristen die op aanraden van de ANWB en het Italiaans Verkeersbureau er naar toegetrokken zijn en nu file lopen door de hellende steegjes. Dubio ligt het warm te hebben in de blakerende zon en ik als toerist heb het nog warmer. Ik zou haast zelf gaan geloven dat Dubio bestaat en gemakkelijk via een fly-drive te bereiken is door te vliegen naar Verona of Pisa. Ik zou met het grootste gemak een heel hoofdstuk over Dubio kunnen schrijven in de reisgids ‘Italië voor beginners’, zeker omdat ik Dubio helemaal naar eigen believen kan inrichten. Maar dat Dubio is er alleen maar in mijn fantasie.
Nee,ik zit werkelijk in dubio. Een kapitaal of onderkast maakt het verschil tussen fantasie en werkelijkheid. Mijn twijfel is eigenlijk van zeer bescheiden aard. Van de keuze voor het een of ander hangt niets wereldschokkends af. Het is een te miniem onderwerp om er ook maar iemand mee te vermoeien of mij er raad over te laten geven. Ik kom er ter gelegener tijd zelf wel uit. Ik leg het probleem, dat nauwelijks een probleem is wel even voor aan Gade, dat wel. Zij probeert mijn twijfel duidelijker te maken door zeer gericht vragen te stellen die nauw verband houden met de kwestie. Mijn antwoorden zouden mij behulpzaam kunnen  zijn, maar die kaatsen tussen enerzijds anderzijds en dat maakt het allemaal ook niet duidelijker. Dubio is niet voor niets de hoofdstad van de Provincie Chissà.

Nog geen reacties op dit bericht

Landgoed

Eerst was er nog even die verjaardag te vieren. Een gebakje, een babbeltje, een drankje, een hapje, een dansje en nog een babbeltje. Zo’n verjaardag dus, precies zoals die hoort te zijn. Bekend en nieuw gezelschap, maar hoe dan ook aardig, erg aardig. Aan het eind van de middag was het partijtje voorbij en werd ons een prettige vakantie gewenst. Nu blijft het natuurlijk altijd weer de vraag of je als gepensioneerd koppel wel op vakantie kunt gaan. Je hebt al vrije tijd te over en hoeft je dagen alleen maar te vullen met dingen die je leuk vindt. Behalve wanneer de een of andere medische specialist je ter controle ontbiedt. Dan heb je het uiteraard nog zelf voor het zeggen of je aan die invitatie gehoor geeft. Ik vertoon dan toch vooral risicomijdend gedrag en vervoeg mij keurig op de afgesproken dag en tijd bij de behandelend geneesheer. Maar nu de komende veertien dagen dus niet. Wij reizen af naar ons tijdelijke buitenverblijf. Wij gaan op het huis van vrienden passen die tijden weg zullen zijn, dwars door Europa. Het is een riant huis met veel, heel veel tuin, waarvan een deel zelf het bos wordt genoemd. Wat mij betreft is er, zeker als je het vergelijkt met onze eigen stadstuin, sprake van een landgoed. Aan de overkant van de straat ligt Duitsland en dat draagt toch ook weer bij aan het vakantiegevoel, nog eens versterkt doordat er over het bed in de slaapkamer een heuse klamboe hangt. Ik denk dat dit een van de eerste keren is dat Duitsland en een klamboe in een zin verenigd bijdragen aan een vakantiegevoel.
Het huis is rijkelijk voorzien van boeken, zodat ik mij afvraag of ik wel toe kom aan de meegebrachte literatuur. Dat wordt grasduinen door de boekenkasten. Grasduinen op een landgoed, ja dat is ook vakantie. Om nog maar te zwijgen over de kippen en de haan die door Gade liefdevol verzorgd zullen worden de komende twee weken  tot wij hier door anderen afgelost worden.
In ons huis wordt Harrie liefdevol verzorgd door de vrienden die daar als huisbewaarder optreden. Ons huis, tien kilometer van hier. Voor vakantie hoef je niet per se ver weg.

1 reactie op dit bericht

Blauwbaard

Blauwbaard was voor mij een tamelijk onbekend sprookje. Assepoester, Roodkapje, de wolf en zeven geitjes en Sneeuwwitje waren mij van jongs af aan redelijk bekend. Zij werden mij verteld door mijn moeder, maar Blauwbaard kende ik alleen van naam. Misschien vond mijn moeder het wel een te gruwelijk verhaal, door de vele vermoorde echtgenotes die in het verboden kamertje opgestapeld lagen. Nu zijn alle sprookjes natuurlijk doordesemd met met gruwelijkheden, maar de meeste kennen toch een gelukkig eind en is er op tijd een jager of langs rijdende prins die zorgen dat er nog lang en gelukkig geleefd wordt.
Gisteravond maakte ik kennis met een bijzonder bewerking van het sprookje, verteld vanuit het perspectief van de laatst levende echtgenote, die anders dan in het oorspronkelijke sprookje toch ook gruwelijk aan haar einde komt. Blauwbaard echter, zoals in de oerversie, niet het onderspit delft omdat zuster Anna de redders heeft zien komen. Daar had het NJO in een mooie voorstelling met muziek, tekst, dans, acrobatiek en animatie geen boodschap aan. Het werd een ‘gesamtkunstwerk’ waarin de boodschap was dat het een vraag blijft of je je partner eigenlijk wel helemaal  kunt kennen. Wat als die een geheim met zich meedraagt waarvan  je je achteraf beseft dat je het liever niet willen weten?
In een sprookje komt ook vaak een tocht, een zoektocht voor. Dat was in Blauwbaard niet zo het geval, maar het was wel een zoektocht om de plaats van opvoering te vinden. We wisten dat het in het Honigcomplex was, een broedplaats voor veel activiteiten. Maar het heet niet voor niets ‘complex’. De oude fabriek heeft tal van ingangen en het wordt even zoeken welke het is. We rijden het hele gebouw rond en dan blijkt het toch te zijn waar we begonnen te zoeken. De ingang is alleen maar bereikbaar via een lange stalen trap waar de beachvolleybalhal   is omgetoverd in een theaterzaal. Maar de zoektocht wordt bekroond door een prachtige voorstelling, de moeite van het zoeken waard.

1 reactie op dit bericht

Christina

Vanochtend om 8:00 uur liep mijn wekker af. Het is een radiowekker en met mijn ogen en oren nog nauwelijks open hoorde ik dat de omroepster van dienst mij vertelde dat deze ochtend prinses Christina was overleden, 72 jaar oud. De nieuwsleester had dat te horen gekregen van de Rijks Voorlichtingsdienst. Eerlijk gezegd moet ik zeggen dat ik niet onmiddellijk in tranen uitbarstte. Ik had meer iets van ach ja, dat kan gebeuren als je kanker hebt. Ik ken meer mensen  die op 72-jarige leeftijd aan kanker zijn bezweken en die mij meer veel meer deden. Bovendien had ik al tijden lang geen moment aan prinses Christina gedacht. Maar vandaag met de radio 1 was zij onontkoombaar. Niet alleen werd haar doodsbericht bijna elk half uur herhaald, maar er kwamen ook steeds meer details. Zo zal zijn niet bijgezet worden in de koninklijke grafkelder in Delft, maar heeft zij gekozen voor een crematie, net zo als zij ooit koos geen lid meer te blijven van het Koninklijk Huis door voor haar huwelijk met een Cubaanse vluchteling geen toestemming aan het parlement te vragen. Uiteraard bleef ze wel lid van de koninklijke familie want familie heb je niet voor het uitzoeken, die heb je gewoon.
Ik heb Christina leren kennen als Marijke. Inderdaad niet direct een naam waarbij je aan een prinses of zangpedagoge denkt. Ik heb een nicht die ook Marijke werd genoemd door haar ouders, mogelijk zelfs geïnspireerd door de prinses. Zij liet zich later Mieke noemen om de zelfde reden waarom de prinses Christina werd, toch een naam met enige allure.
Christina werd steeds minder prinses, zij genoot, vertelt de radio mij, van haar anonimiteit in New York waar zij jarenlang heeft gewoond en zich inzette kinderen in contact met muziek te brengen.  En daar werkte zij ook als zangpedagoge. Want zingen kon ze. Bij begrafenissen en huwelijken in de familie getuigde zij daarvan.
Christine, een prinses op de achtergrond. Vandaag nadrukkelijk op de voorgrond, maar daarna zal ik nauwelijks meer aan haar denken. Een vergeten prinses.

1 reactie op dit bericht

Analyse

Ik ben gefascineerd door het beroep van mijn gaste. Eindelijk is het eens van gekomen samen koffie te drinken. De afspraak stond al een heel tijdje gepland, vroeg dit jaar, maar er kwamen wat kinken in de kabel. Maar nu is het er toch van gekomen. Tijd om samen eens bij te babbelen. Over koetjes en kalfjes, maar ook wat ons zoal is overkomen en ons bezighoudt. Mijn gaste is analist.  Als ik niet zou weten dat zij bij de politie werkt zou ik daarbij denken aan iemand die in de paramedische sector aan de slag is. Niet dat ik daarbij een concrete voorstelling heb, maar wel een beeld van een laboratorium met borrelende retorten, mensen met veiligheidsbrillen op die stoffen determineren, verbanden leggen en verschillende bloedwaardes bepalen. Iets wat ik alleen van films en ziekenhuis-tvseries ken.Van dat medium ken ik ook de profilor die in politieseries vaak al een deus ex machina vlak voor het einde een magnifieke conclusie uit de beschikbare data trekt waardoor de boef, hoe slim of gewiekst ook, alsnog tegen de lamp loopt en het hele rechercheteam trots weer een succes op zijn palmares kan bijschrijven. Mij wordt duidelijk gemaakt dat ik dan toch een te romantisch beeld heb van haar werkzaamheden als analist. Daar gaat het minder om het oplossen van misdaden maar het speuren naar verbanden om preventief extreme ontwikkelingen te voorkomen.
Ik heb niet het idee dat er over mij een dossier wordt opgebouwd als zou het mij niet verbazen als er in Moskou toch wat gegevens van mij bekend zijn. Na zo’n 20 bezoeken aan Rusland en daarvoor nog de Sovjet-Unie en herhaaldelijke contacten met de Russische ambassade in Den Haag kan het haast niet anders dat men dat op de een of andere manier geboekstaafd heeft. Maar misschien heb ik ook daar weer een veel te spannend idee van, ook weer gevoed door mijn te rijke fantasie. Een fantasie die van mij een heel slechte analist zou maken, want daarvoor zou je toch een minder romantische inborst moeten hebben.

1 reactie op dit bericht

Voorpagina

Wat mijn zoon allemaal heeft uitgespookt toen hij 15 was, ik zou het niet weten. Er is in ieder geval nooit een politieagent bij mij aan de deur geweest om mij te vertellen dat zoonlief om wat voor reden dan ook even mee naar het bureau had gemoeten. Dat was niet het gevolg van mijn perfecte wijze van opvoeden. Hij zal best dingen hebben gedaan die ik niet wil weten. En het is trouwens ook al bijna 30 jaar geleden dat hij 15 was. Maar stel nu eens dat hij in 1988 met wat vriendjes in een openstaand en verlaten pand een brandblusser had leeggespoten en een klappertjespistool had weggegooid. Dat voorbijgangers dat gezien hadden en de politie gewaarschuwd, dan nog had er in De Gelderlander geen letter over te lezen gestaan. Ik was een oppassende vader, een brave referendaris ter gemeentesecretarie. Na overleg met de kinderpolitie waren wij overeengekomen dat in samenwerking met het bureau HALT via een taakstraf de zaak was opgelost en het recht zijn loop had gehad. Laat duidelijk zijn, in 1988 en ook niet daarvoor, noch daarna heeft mijn zoon iets met de politie te maken gehad, naar ik weet.
Je bent 15 jaar en loopt met wat vriendjes te lummelen in de stad. Niet echt op avontuur uit, maar gewoon een beetje klieren. In de gracht ligt een krakkemikkige verlaten woonboot. Je hoeft niet eens iets te forceren om binnen te geraken. Je vraagt je af wat twee brandblussers in zo’n verlaten schuit doen. En verrek, ze blijken nog te werken ook. Geintje, kwajongens die elkaar met blusschuim proberen te raken. In de verte zie je politie aankomen. Wegwezen lijkt verstandig, maar je wordt ingehaald. Je neppistooltje heb je voor de zekerheid maar weggegooid. Ze mochten eens denken dat je een terrorist bent. Je vertelt hoe je heet en dat je moeder de burgemeester van Amsterdam is. En alleen daarom al weet een paar maanden later via De Telegraaf, onder het mom dat dit nieuws is, iedereen ervan. Een voorpagina vol niet geverifieerde suggesties. Het blijft toch een krant die niet eens goed genoeg is om de vis in te pakken.

6 reacties op dit bericht

Na 40 dagen

Dit zal wel de laatste keer worden dat ik schrijf over het ontruimen van het huis van Els. Het huis is nu zo goed als leeg. Nog een kleine poetsbeurt en dat was het dan. Einde verhaal of in ieder geval einde van een hoofdstuk. Dochterlief heeft met een vriendin nog wat in het lege huis gewerkt. Lijmresten van de vloerbedekking verwijderd, oud papier verzameld, nog een keer naar de afvaldienst gereden. We hebben afgesproken samen te lunchen. Uit het oud papier heeft ze nog een plakboek gered van Els haar tijd als au pair in Engeland. Zij was daar van half 1964 tot 1965. Een paar jaar daarna zijn we samen daar nog terug geweest en op bezoek bij de mensen  waar zij toen  bij in huis was. In het plakboek kom ik hen weer tegen. Ik herinner mij weer het etentje dat we bij hen hadden samen met de grootouders van de kinderen die aan Els haar zorg waren toevertrouwd. Mij zijn de rabiate standpunten bijgebleven  die granddad debiteerde over de superioriteit van het blanke ras. Els en ik deden er het zwijgen toe.
Ik kan er niet toe komen het plakboek bij het oud papier te gooien. Waarschijnlijk zal het gaan liggen verstoffen in een laatje van mijn bureau. Maar weggooien, nee dat niet. Daarvoor is het een te bijzonder tijdsdocument.
Een paar dagen geleden heeft Gade de vijver bij Els leeggehaald en is de vijverbak verwijderd. Dat moest van de woningbouwvereniging.Vijf kleine kikkertjes heeft zij weten te redden en die overgebracht naar onze vijver. Vandaag vond dochterlief nog een dolende kikker in  haar moeders tuin. Zij heeft die gevangen en naar onze vijver verhuisd. Daar zette hij (of zij) zich op de bloem van een waterlelie, bijkomend van alle emoties, de nieuwe omgeving  verkent.
Els is nu 40 dagen geleden overleden. In veel geloofstradities is vandaag een bijzondere dag, een nieuw fase is ingegaan.

Nog geen reacties op dit bericht

Gemengd Nieuws

1.
Voor het eerst van mijn leven lees ik wat er op de achterkant van mijn tube tandpasta in heel kleine lettertjes gedrukt staat. Het geheim hoe er uit het mondje van de tube drie niet in elkaar overvloeiende kleuren kunnen komen, wordt niet onthuld. Wel lees ik tot mijn verbazing dat ik deze tandpasta eigenlijk maar twee keer per dag mag gebruiken, goed moet spoelen en de pasta zeker niet inslikken! Er staat niet bij wat er dan zou kunnen gebeuren, maar ik krijg visioenen van langzaam afbrokkelend  glazuur en los zittende kiezen, het tegendeel van wat de tandpasta in veel grotere letters belooft te doen. Voor de zekerheid spoel ik maar een paar keer extra.
2.
Het weer is er geschikt voor en een beetje beweging zou het genezingsproces van mijn ontstoken peesaanhechting goed doen. Zeggen de deskundigen. Gade heeft mijn driewieler al buiten gezet en we hebben een oplossing gevonden om de wandelstok die mij tot steun is op de fiets te bevestigen. Zo’n stok geeft bij het lopen wel degelijk een beetje steun, maar werkt vooral als een ‘safety blanket’, een schijnveiligheid die niet wezenlijk bijdraagt aan een betere voortgang maar een geruststellende werking heeft. En stel dat ik malheur met mijn fiets krijg dan kan ik stokgesteund te voet de tocht naar huis aanvaarden. Ik maak een rondje van ruim een half uur, een soort wijksafari waarin ik niets tegenkom dat ook maar enigszins het vermelden waard is.
3.
Als ik weer thuis ben en tevreden over het fietsrondje dat ik gemaakt heb, haal ik de kussen van de tuinbank naar binnen. Er dreigt regen. Ik zie hoe de buurman in zijn tuin bezig gaat 12 kubieke meter zand uit zes grote  zakken te scheppen. Nu kan ik dat nog op de voet volgen. Over een tijdje zal een schutting die aanblik in de weg staan. Dan komt Harrie, de poes binnen. Een vers gevangen vlinder in haar bek. Een prooi die zij altijd even binnen brengt om trots te laten zien wat zij nu weer verschalkt heeft. Waarschijnlijk kijk ik niet snel genoeg, want zij miauwt zacht en opent daarbij haar bek.Voor de vlinder de uitgelezen mogelijkheid het hazenpad te kiezen en Harrie in opperste verwondering achter te laten. Men zegt dat katten geen gezichtsuitdrukking hebben, maar Harrie ziet er ontzettend bête uit.

Nog geen reacties op dit bericht

Latijn

Over een paar dagen, 15 augustus precies, is het Maria ten hemelopneming. Nee, van mij nu geen theologisch betoog over dit fenomeen. Sommige dingen moet je gewoon maar durven geloven. Al lijkt het mij een vrij eenzaam bestaan voor de Heilige Maagd nu zij als een van de weinigen met lichaam en ziel in de hemel is. Het is iets dat, naar ik meen, alleen ook haar zoon  ten deel is gevallen. Maar in 1950 heeft paus Pius XII het tot dogma verklaard. Einde discussie. In de bijbel is over haar hemelvaart niets te vinden, maar evengoed blijft het een mooi verhaal waar je van alles bij kunt voorstellen.
Vanochtend werd in mijn kerk al aandacht besteed aan Maria’s hemelvaart en werd het Salve Regina gezongen, een antifoon in het Latijn. En zo klonk weer eens het oude vertrouwde Latijn van mijn kerk van toen in mijn kerk van nu. Ik maakte een sprong in de tijd. Het was of ik weer in mijn oude al lang afgebroken kerk van toen zat. In de tijd dat de priester nog met zijn rug gekeerd naar het volk in het Latijn voorging. Ik begreep toen niets van die taal, maar elk woord, elke syllabe verankerde zich toch in mij en nog steeds, een mensenleven verder, kan ik heel veel van die teksten met enige hulp weer citeren. En tijdens het zingen van die wondere woorden rook ik weer hoe het was toen ik dicht tegen mijn moeder aan zat op de harde houten bank en naast haar knielde en net over de rand heen kon kijken en hoorde van mea culpa, mea maxima culpa via dominus vobiscum tot ite missa est.
Dat was in de tijd dat ik op kinderlijke wijze geloofde en mij nergens over verwonderde, laat staan dat ik ergens over twijfelde. Soms denk ik dat gevoel eigenlijk nooit is overgegaan. Het credo heeft een nieuwe taal gevonden.

Nog geen reacties op dit bericht

kleine lettertjes

Op de meest onverwachte plaatsen in ons huis kun je tegen stapeltjes boeken aanlopen. De boekenkasten zijn te klein geworden of misschien is het wel zo dat we gewoon te veel boeken kopen. Dat laatste komt ook doordat wij onze crowdfunding-investering in een mooie lokale boekhandel hebben laten uitbetalen in boekenbonnen die wij in die winkel kunnen gebruiken. Dat voelt rijk aan, zo’n riant bedrag aan bonnen.
Het is ook vakantietijd en dat lijkt ook een uitgelezen (sic) moment om de boekenvoorraad aan te vullen en wat leesvoer voor de komende tijd in te slaan. Op naar de boekhandel. Ik zelf schaf de nieuwe biografie van Joop den Uyl door Dik Verkuil aan. Liever had ik gezien alle commentaar daarop eerst die van de al een paar jaar gelden verschenen biografie door Annet Bleich gekocht, maar die is in herdruk. Van mijn aardige boekverkoopster hoor dat die weer verkrijgbaar is op 3 augustus 2022. Het duurt me te lang om daarop te wachten. Ook in de antiquarische afdeling is dit boek niet meer te verkrijgen. Wel loopt Gade daar tegen een bundeling van drie romans van Louis Paul Boon aan. Ooit uitgegeven door de Nederlandse Boekenclub, intussen al een paar keer van naam veranderd. De drie boeken zijn samen goed voor 450 pagina’s. Vierhonderdvijftig bladzijden met voor mij veel te kleine letters op een overvolle bladspiegel. Gade vindt dat ik toch kennis moet nemen van zijn werk  en biedt zelfs aan dat voor mij voor te lezen. Ik wijs haar op de twee boeken die zij gekocht heeft en ook op lezen wachten. De voorleestijd zal ten koste van haar eigen leestijd gaan, tijd die ik haar van harte gun.
Blijft dat ik toch opzie tegen het lezen van zoveel kleine lettertje. Kleine lettertjes die ik in polissen en dergelijke meestal maar voor kennisgeving aanneem.
Leesbrillen liggen bij ons thuis meestal op een plaats waar je ze niet verwacht en niet nodig hebt. Voor Louis Paul Boon heb ik voor de zekerheid maar een nieuwe aangeschaft.

Nog geen reacties op dit bericht