Loridan

Ik heb er niets van op de radio gehord of via de tv gezien. Een bericht in de krant is mij ontgaan. Maar een vriend stuurde mij een whatsappje waarin hij mij condoleerde met het overlijden van Marceline Loridan. Bij niet iedereen zal er een lampje gaan branden bij het horen van die naam. Zij was de weduwe van de wereldcineast Joris Ivens, een naam die bij velen verzet oproept. Dat was toch die filmmaker die heulde met het communistische bewind in China en zich solidair leek te verklaren met Indonesische vrijheidsstrijders.
Ik ontmoette Joris Ivens en Marceline Loridan voor het eerst toen zij in Nijmegen waren waar eind jaren 80 van de vorige Joris Ivens als een soort rehabilitatie het ereburgerschap van de stad aangeboden kreeg. Ook werd er een plein naar hem genoemd en een te klein filmzaaltje in het Filmcentrum naar hem vernoemd. Joris was in alle opzichten een eminence grise van de documentaire film. Zijn nagedachtenis werd in leven gehouden door een Stichting waar Marceline Loridan voorzitter van was. Een stichting die sterke wortels in het Nijmeegse had en waar ik een zeven jaar penningmeester in het bestuur van geweest ben. In principe vergaderde het stichtingsbestuur twee keer per jaar, een keer in Nijmegen, een keer in Parijs. De Parijse vergadering vonden altijd plaats ten huize van Marceline Loridan-Ivens, een fraai appartement in St. Germain des Prés. Marceline was zelf een begaafd filmmaker en schrijfster met een levensgeschiedenis die meer dan het vertellen waard was. Een verblijf in een concentratiekamp had zij overleefd en op bijzonder fraaie wijze vorm gegeven in een film ‘La petite prairie aux bouleaux’ en in boekvorm.
Marceline was ongehoord fel als het ging om het ‘bewaken’ van de culturele nalatenschap van haar man. Zo zelfs dat er een conflictueuze relatie ontstond tussen haar als voorzitster van de ‘Europese Stichting Joris Ivens’ en de rest van het bestuur. Veel vergaderingen en veel gepalaver over en weer in een mengelmoes van Frans en Engels. Maar ik koester ook mooie herinneringen aan die frêle, krachtige verschijning en de vergaderingen in haar appartement waar prijzen van grote filmfestivals Berlijn, Venetië, Cannes naast een levensgrote foto van Joris stonden. 90 jaar mocht zij worden. Een groot kunstenaar, een bijzonder mens.  Loridan, mooie naam voor een centrum voor de cinematografie.

1 reactie op dit bericht

Zilver

Een van mijn ‘hidden pleasures’ is het kijken naar het programma waarin drie B&B’s op tv met elkaar vergeleken worden en de eigenaren kort bij elkaars accommodatie ondergebracht worden. Zij beoordelen elkaar door een bedrag in een enveloppe te stoppen, een bedrag dat hoger, lager of gelijk aan de vraagprijs kan zijn. De B&B met de hoogste waardering wint de aflevering. Ook mogen de deelnemers elkaar verbetertips geven. Het programmaonderdeel waar de geweldige kneuterigheid van het programma het best naar voren komt. Het gaat dan over te hoog of te laag zittende stopcontacten, kledinghaakjes die ontbreken of een gebitsbakje dat node gemist wordt. Maar het meest erge van het programma zijn de beheerders die van hun kamers themakamers hebben gemaakt. Gade en ik reageren allergisch op themakamers waar je van schrik geen oog dicht doet. Voor ons geen themakamer en liefst ook geen al te overdadig ontbijt dat in dit programma in zo goed als alle gevallen veel te uitgebreid is en wel een hele kazerne met hongerige militairen kan voeden, maar waar wel kirrend over gesproken moet worden en o wee als de jus d’orange niet vers geperst is.
Vrienden vieren hun zilveren bruiloft. Ter gelegenheid daarvan zijn we door hen uitgenodigd  in een B&B. Ik was getuige bij dat huwelijk, vandaar. Het zilveren paar heeft ons en de andere getuige gevraagd dit met hen daar te vieren, samen uit eten te gaan en te genieten van de naar hun zeggen voortreffelijke accommodatie.
Het was een mooi verblijf, diep in de Achterhoek. Het is goed met vrienden samen te zijn. We gaan meer dan smakelijk uit eten. Vergeten even dat er een aanslag gepleegd wordt op mijn suikerspiegel, want het is tenslotte een feestelijke bijeenkomst.
We praten nog wat na in de gerieflijke accommodatie. Het album met trouwfoto’s komt te voorschijn en dat laat zien hoe we er vijfentwintig jaar geleden uitzagen. We herkennen ons zelf nog net.
Ontbijt. Precies zoals het moet zijn. Niet te pompeus. Uitgebreide koffieochtend Dan nog even naar het kasteelmuseum vlakbij, een lichte lunch. Het kleine gezelschap breekt op. Ieder gaat zijns weegs. Goede vrienden, mooie maaltijden, prachtige accommodatie. Een zilveren bruiloftsviering met een gouden randje.

Nog geen reacties op dit bericht

Tatoeage

Een paar dagen geleden vierde mijn tatoeage zijn zilveren jubileum. Ik weet dat nog zo goed omdat een dag nadat ik mij met een piep klein roosje had laten versieren ik getuige was bij het huwelijk van een allerbeste vriendin. Vandaag viert zij haar zilveren bruiloft, een bruiloft die ik meemaakte met de vers gezette lichaamsversiering. Het was in die tijd nog veel minder gebruikelijk een tatoeage te laten zetten. Nu loopt half Nederland met zo’n vaak veel kleurige versiering waar mijn petieterige roosje maar schriel tegen afsteekt.
Lang voordat ik mijn tatoeage liet zetten had ik al die nauwelijks uitgesproken wens om er eentje aan te schaffen. Een wens die eigenlijk nergens op gebaseerd was. Geen diepe gronden, geen overwegingen. Gewoon, ik wilde een tatoeage! Punt. Op een borrel met collega’s kwam dat een keer ter sprake. Vraag me niet meer hoe en waarom. In vijfentwintig jaar slijten sommige herinneringen meer dan andere. Maar dat gesprek leidde er wel toe dat ik met twee collega’s naar de tatoeage-studio in de Plu-fabrieken trok. Het was een maandagmiddag om 4 uur. Ik had nog geen flauw idee wat ik wilde laten tatoeëren. Ik wist wel dat het een ouderwets tatoeage-symbool moest zijn. Een hart of een anker of zo iets. Niet te uitgesproken, niet te manifest. In de voorbeeldboeken was er keuze te over. En het werd een roosje, hoog op mijn rechterarm. Donkerblauwe lijntjes, wit ingekleurd. Het zag er vijfentwintig jaar geleden heel erg fris uit. Fijne heldere lijnen, subtiel kleurtje. Ik was trots op mijn tatoeage, geregeld ook een mooi onderwerp van gesprek waarin afwijzing en verwondering elkaar afwisselden: “Jij, een tatoeage, hoe ben je daar toch toe gekomen. Past toch helemaal niet bij jou!” Wel dus.
Goed, het roosje staat er niet zo florissant meer bij als toen op 20 september 1993. Lijntjes zijn wat vager geworden, niet meer zo strak en scherp. Maar het lijkt of het wel veel hechter deel van mij is geworden.
Vanavond vier ik het 25-jarig huwelijk van mijn vrienden.Ik weet niet of ik een toespraakje ga houden, maar de metaforen liggen voor de hand.

Nog geen reacties op dit bericht

Oss

Ik word er altijd een beetje blij van als ik ze langs zie rijden. Zo’n volgeladen superbakfiets waar een stel kinderhoofdjes net boven de rand uitsteekt. Van die kleine guppies die genieten van het ritje van hier naar nergens, op weg naar school of het kinderdagverblijf. Hun heldere stemmetjes overstemmen het zachte zoemen van de hulpmotor. Ze hebben de leeftijd waarvan ik weet dat ze nog heel veel bij moeten leren om ongelukkig te worden. Maar nu is het leven vooral nog genieten, genieten van elkaar, genieten van het ritje. Gewoon genieten van het zijn. Grotemensenzorgen zijn nog mijlenver weg. Kind zijn in zo’n mooie kar, meer is er niet te wensen. Hun vrolijkheid straalt op mij af. De vrolijkheid van een wagen volgeladen. Aanstekelijk. Ze passeren mij op mijn driewielfiets. Wijzen er naar. Ik zwaai terug. Jong leven lacht mij tegemoet.
Sinds vanochtend is dat beeld voorgoed verstoord. Er is een donkere waas over getrokken. Dat wat een vrolijke rit had moeten worden eindigt in een ramp. Een fatale botsing maakt op slag een eind aan vier jonge levens. Ik durf het mij  niet voor te stellen. Ik kan het mij niet voorstellen. Ik wil het mij niet voorstellen. Vier kinderen, uit drie gezinnen. 4, 6 en 8 jaar oud. Nog maar 4, 6  en 8 jaar oud. Twee zwaargewonden, een kind van 11 en de begeleidster.
Als ik het hoor lijkt de wereld even stil te staan. Het gaat mijn begrip te boven. Het is dichtbij, in de buurt van station Oss-West. Het wordt heel koud rond mijn hart. Verdriet en leegte. Zo’n ongeval strookt niet met het vrolijke beeld van een bakfiets vol kindergeluk. Dat kraakt, piept en schuurt. Beeld en werkelijkheid hebben niets meer met elkaar te maken. Het ontreddert. Kinderen van nog geen tien jaar oud horen niet dood te gaan. Niet zo. Zo maar opeens op een overweg in Oss.

2 reacties op dit bericht

Klaas

Klaas is boos. Klaas is boos op de bisschop die hem uitschold voor hyperindividualist. Dat was niet aardig van de bisschop, dat was zelfs heel dom van de bisschop. Bisschoppen horen niet te schelden. Ze horen te verbinden, goede werken te doen, mensen te bemoedigen, herder te zijn, zelfs over een verdeelde kudde en ja ook een steeds verder afkalvende kudde. Klaas was zelfs zo boos dat hij zich liet uitschrijven als lid van de organisatie die gepersonifieerd wordt in de domme bisschop. Klaas stelde een daad! Maar ooit, Klaas schrijft het zelf in zijn afscheidsbrief, ontving hij de eeuwigdurende merktekenen die bij dit lidmaatschap horen. Klaas werd gedoopt en werd gevormd door bisschop Bär. Goed voor twee merktekens. Ik begrijp ook dat Klaas met warmte aan die katholiek jeugd van hem terugdenkt en zich nu geschoffeerd voelt door het domme geneuzel van een bisschop die gewend is fouten te maken. Want dat het instituut heel wat steken heeft laten vallen dat is meer dan overduidelijk en met nog geen miljoen liter wijwater weg te wassen. Ze zijn als pijnlijke merktekens met het instituut verbonden. En door die zaken en de opstelling van de bisschop lijkt Klaas niets anders te kunnen doen dan zich te laten uitschrijven. Maar de herinnering blijft en de merktekens zijn eeuwig durend. Iedereen mag wat mij betreft geloven wat hij wil en daar de vorm aan geven die hem past. Maar je moet oppassen om geen boter op je hoofd te hebben als je in zon loopt. Klaas’ politieke club wordt ook nogal geplaagd of is het getroffen, door niet helemaal in de pas lopende voorgangers. Gelukkig voor Klaas is dat geen reden voor hem zich bij die club uit te schrijven. Er is nog veel voor hem te doen. En ik weet dat er ook binnen de door hem inmiddels zo vermaledijde kerk nog parochies en gemeenschappen zijn waar zoekende mensen elkaar inspireren op hun zoektocht naar mogelijke antwoorden op voor mensen bijna te grote vragen, waar samen gevierd wordt, gebeden en gezocht, maar niet gescholden. Hoe boos ze soms ook zijn.

Nog geen reacties op dit bericht

Prinsjesdag

Fijn! We weten nu officieel wat we eerder niet hoorden te weten, maar wat door een lek al dagen geleden  boven kwam burrelen. Die kennis werd vandaag verpakt in heel veel, mij aansprekend ceremonieel, wuivend staatshoofd met familie, kamerheren, grootmeesters en ander paardenvolk en vervolgens voorzien van commentaar van links, van rechts, van het midden. De eerlijkheid gebied mij te zeggen dat ik de rede van de Koning in eerste instantie niet helemaal heb meegekregen. Ik had slecht geslapen en compenseerde dat tijdens de woorden van de Majesteit. Het “Leve de Koning, hoera, hoera, hoera” bracht mij weer terug in de harde realiteit van het daagse bestaan. De troonrede werd gelukkig kernachtig samengevat en zo kreeg ik bevestigd dat de werkeloosheid nog nooit zo laag was geweest, slechts 3½% en dat ik  gemiddeld wel 1½% aan koopkracht zou winnen. Zoveel goed nieuws. Ik kon het bijna niet meer geloven. Ik leek Klaas Dijkhoff wel, die kon het ook niet meer geloven. Maar dat is een ander verhaal, misschien kom ik daar nog wel een keer op terug.
Wat zou dat voor mij betekenen, anderhalf procent? De toelichters op tv vertelden ook nog dat op de site van het Ministerie van Financiën er een tool zou worden geïnstalleerd die uit zou rekenen wat de troonrede beloofde voor mij ging betekenen. Na wat muisklikken kwam ik uit bij de tool ‘prinsjesdagtool‘. Ik beantwoordde de vragen over mijn situatie en met wat slagen om de arm, een aantal maatregelen waren nog niet helemaal zeker of doorgerekend, kwam er voor mij het volgende plaatje uitrollen. Mijn AOW-uitkering zou maar met liefst € 320 per jaar omhoogschieten, maar helaas, Rutte en de zijnen waren ook genoodzaakt de energiebelasting met € 130 te verhogen, resteerde een batig saldo van € 190 per jaar.U zult begrijpen dat ik van gekkigheid en dolle vreugde niet wist wat te doen. Ik hupte blij gezind door mijn werkkamer roepende:  “Leve de Koning, hoera, hoera, hoera.” Je moet toch wat om uiting te geven aan je dolle vreugde. € 190 erbij! Dat is maar liefst € 0,52 per dag! Het gaat goed met dit land, heel goed!

Nog geen reacties op dit bericht

Weduwnaar

Hoe ik dood zou willen gaan? Ik heb het niet voor het zeggen, niemand heeft het voor het zeggen. Al is dat natuurlijk ook weer niet helemaal waar, zoals bijna niets  helemaal waar is, behalve dan dat als je ooit geboren bent je ook dood zult gaan. Maar daar hebben de meeste mensen het liever niet over. Ik wel. Er gaat geen dag voorbij of ik denk er even over. Vaak met een aanleiding, een sterfgeval in de buurt, maar even vaak flitst het door mij heen. Zo vaak dat ik mij niet kan voorstellen dat er mensen zijn die zeggen  er nooit over na te denken. Wat zal het dan schrikken worden als het eenmaal zover is.
Laat duidelijk zijn, ik zit niet op de dood te wachten. Maar als het zover is dan hoop ik dat ik hem rustig volgen kan en dat hij mild zal zijn, heel mild, zoals de tijd daarna, dat geloof ik oprecht, mild zal zijn. Of er nu niets of iets is. Voorbij zijn de grote en kleine aardse zorgen. En hemelse zorgen zijn een contradictie. En de hel? Dat is toch de ander, die we dan niet meer kennen.
Dit overdenk ik allemaal nog steeds als een gevolg van de uitvaart die ik onlangs meemaakte van iemand die heel onverwacht stierf. Ik probeer te bedenken wat dat voor mij zou betekenen als mijn lief mij zo maar opeens , van de ene minuut op de andere alleen zou laten. Heel alleen, niet weg om een boodschap te doen of een cursus buiten de deur te volgen. Maar absoluut weg. Wegger kan niet, het wegste weg. Een terugkomloos weg. Ik kan het niet bedenken, ik als nabestaande. Ik kan mij die leegte niet voorstellen. Omdat die onvoorstelbaar is. Pas als het echt zo is zal ik voelen wat het betekent. Weduwnaar. Inderdaad heel naar. Ik kan er nauwelijks bij stilstaan. Ik ben niet voor nabestaande in de wieg gelegd.

Nog geen reacties op dit bericht

Sarton

De overbuurvrouwen zijn al weer ruim een week terug van hun vakantie naar de USA. Hun koffers zijn pas een dag of twee terug. Er was iets misgegaan bij het overstappen op de terugreis in Manchester. Vertraging, uitgevallen vlucht met als gevolg dat hun koffer eerder op Schiphol waren dan de overbuurvrouwen, maar omdat zij er nog niet waren gingen de koffers weer retour terug de Noordzee over met als gevolg dat toen zij een paar dagen op hun valiezen mesten wachten. Inmiddels zijn die wel aangekomen, zij het met de nodige beschadigingen. Tijdens hun verblijf in de VS geeft Gade hun planten water, haalt de post uit de brievenbus en houden wij een oogje op het verlaten huis. Burendienst. Dat kleine karweitje wordt steevast gehonoreerd met een souvenirtje van hun reis als uiting van dankbaarheid waarop wij steevast antwoorden dat dat toch niet had gehoeven. Hoort bij het ritueel. Maar nu zat dat blijk van appreciatie in de zo lang onderweg zijnde koffers. Vanmiddag, bij de thee is dat nu allemaal rechtgezet.Cadeautjes uitgepakt en inderdaad gezegd dat dat toch helemaal niet nodig was. De geschenkjes kwamen uit de staat Maine. En voordat we het weten, zo gaat dat tijdens zo’n vrijblijvende kout aan de tuintafel op een zomerse dag in september, vertelt Gade over haar ontmoetingen met de Amerikaanse schrijfster May Sarton, die in Maine woonde. De buurvrouwen kende dat verhaal, dat zich afspeelde aan het eind van de jaren ’80, niet. Gade vertelt en we tuimelen terug in de tijd hoe zij in de boekhandel waar zij toen werkte het werk van May Sarton ontdekte, alles van haar las, haar ging op zoeken toen zij op tournee in Londen en Cambridge was, hoe zij het voor elkaar kreeg dat een van haar boeken vertaald werd en zij May Sarton in ons land begeleidde op een promotietour voor die vertaling. De buurvrouwen hebben nog nooit van May Sarton gehoord, maar genieten van het verhaal. Ik heb het al vaker gehoord, zelfs deels mee gemaakt. Maar ik hoor het graag. Gade kan heel mooi vertellen.

1 reactie op dit bericht

Uitvaart

Ik ben net thuis van een uitvaart. Een zakelijke relatie van Gade uit haar werkzame tijd was plotseling overleden. Zo maar ineens. Niet ziek geweest, weinig gemankeerd, genietend van het leven. Met zijn auto naar de wasstraat gereden voor een poetsbeurt en daar zo maar, boem, de geest gegeven. Als ooit het ‘gij kent dag noch uur’ van toepassing is, dan nu wel. Ik vergezel Gade naar het crematorium, waar het druk is, heel druk. De overledene stond nog midden in het leven. Nu is er geen enkele leeftijd geschikt om te sterven, maar hij was nog lang niet aan zijn pensioen toe. Te jong, zeggen we dan. Maar met leeftijden houdt de dood geen rekening.
De zon schijnt uitbundig als wij het parkeerterrein oprijden. Zoveel stralend herfstlicht. Een bijkans te overdadig decor voor waar we hier samen komen. Het stroomt vol. Gemompel van mensen die elkaar zacht begroeten. Hier en daar een knikje, een handdruk, een vluchtige zoen. Gade ziet veel oud-collega’s terug, ik ken er enkele.
Een stem vraagt om aandacht. Voor de bijeenkomst begint is er de mogelijkheid afscheid te nemen van de overledene. De kist is nog open. Ik herken in de dode nauwelijks de man op de foto die bij de kist staat of op de man die ik een paar maanden geleden nog sprak. De dood heeft ontegenzegbaar de regie overgenomen. Ik wordt geraakt door het verdriet dat ik bij anderen zie.
De bijeenkomst begint. Een bijeenkomst die niets van een dienst heeft. Er is muziek die ik niet kan plaatsen, die bij mij geen emotie oproept of versterkt. Er zijn vier sprekers die ieder op hun eigen manier recht doen aan de overledene. Maar sprekers en muziek en een veelheid aan groot geprojecteerde dia’s wisselen elkaar in een onstuitbaar tempo af. Er is geen moment van bezinning, rust en reflectie ingebouwd. Er is alleen maar dood. Het verdriet blijft groot en schrijnt, maar lijkt verstopt te worden. Ik krijg nauwelijks tijd om het een plaats te geven.
Ik praat na. Ooit als het zover is wil ik ook stilte, naast aandacht, beschouwing over leven en dood, wierook en zegen en een sprankje hoop dat het onzegbare, al is het maar even, gehoord wordt.

Nog geen reacties op dit bericht

Kruiswoord

Nee, verwacht, gezien de titel, geen doorwrochte beschouwing over de zeven laatste kruiswoorden zoals die in het Nieuwe Testament verspreid over de vier evangelies te vinden zijn. Geen van de evangelisten kent ze allemaal, Matheus en Marcus kennen er samen maar een, Lucas drie en Johannes is goed voor vier kruiswoorden. Maar daar wil ik het dus niet over hebben. Een andere keer misschien, wie weet zo rond de passietijd. Je weet maar nooit, die woorden zijn het overdenken waard.
Zo goed als elke dag begint voor mij, naast de gebruikelijke ochtendrituelen, met het oplossen van de kruiswoordtest van mijn ochtendkrant. Ik schep er veel genoegen in die puzzel tot het einde toe op te lossen. Onschuldig vermaak waarvan ik het idee heb dat het mijn geest scherp houdt en een zeker gevoel van bevrediging geeft als ik ook het laatste vakje met de juiste letter heb ingevuld. Als dat gebeurd is plaats ik mijn handtekening naast de puzzel. Heb ik de oplossing niet compleet dan mag er, ik had het over rituelen, geen handtekening gezet worden. Meestal lukt het mij wel, soms geholpen door Gade, die van een aantal zaken veel meer weet dan ik en een welkome ondersteuning is en deelt in het genoegen dat een opgeloste puzzel biedt.
Maar vandaag is het nog niet gelukt de puzzel helemaal op te lossen. Op een  opgave ben ik nog niet gekomen, Gade ook niet en ook een toevallig passerende kennis bood geen soelaas. Natuurlijk zou ik blij moeten zijn met de wel gevonden 14 verticale vragen en de 11 horizontale opgaven, maar 13 horizontaal  blijft voor de helft leeg. De opgave luidt: manier van optreden, bv. wanneer die aanstellerig of arrogant is. Het gaat om een woord van zes letters, waarvan ik er drie zeker goed heb.
Het woordbeeld ziet er zo uit: A . L .  . E waarbij de puntjes voor de ontbrekende letters staan. Ik kom er nog steeds niet uit.
Wat ben ik toch een gelukkig mens, dat dit op dit ogenblik het grootste probleem is waar ik mee worstel.

2 reacties op dit bericht