Telefoon

Hedenochtend vertoonde mijn telefoon kuren. En dat hoort hij niet te doen. Bellen, toch een kerntaak van een telefoon, deed hij nog uitstekend, maar andere handige toepassingen weigerden dienst. Er verscheen dan een mededeling dat googleplays was gestopt. Of dat bankieren was gestopt of de buienradar geen dienst meer deed. Het was duidelijk dat een aantal functies er de brui aan leken te geven. In dit soort gevallen bel ik altijd met Zoonlief om raad. Maar hij moest dit keer verstek laten gaan. Hier kon hij, en zeker op afstand, niets aan doen.
Gade had kort geleden haar telefoonzaken geregeld bij de Vodafonewinkel in de stad. Haar van bedrijfswege verstrekte telefoonabonnement liep af nu zij niet meer werkzaam was. Zij koos voor Vodafone omdat dat nauw verbonden was met Ziggo, onze beeld-en geluidleverancier en extra kortingen en andere voordelen opleverden. Mijn haperende telefoon leek haar een uitstekende gelegenheid om eens bij dat winkeltje langs te gaan. We waren toch al vroeg op pad, omdat ik eerste naar het ziekenhuis was geweest voor de tweejaarlijkse oogcontrole. Mijn ogen bleken in veel beter conditie dan mijn telefoon, terwijl ze toch al beduidend langer meegaan dan mijn mobieltje.
De verkoper in de telefoonwinkel beantwoordde precies aan het beeld dat ik van een verkoper in een telefoonwinkel had. Het is toch prettig met dat soort zekerheden in deze wankele wereld geconfronteerd te worden, dat er nog zaken zijn zijn die lijken op wat ze zijn.
De verkoper verklaart mijn toestel voor overleden. Hij kan het mogelijk wel resetten maar heeft geen idee hoe lang het dan goed zal gaan. Hij legt mij de voordelen van een nieuw apparaat uit. Ik vind alles goed, zeker als hij mij de verzekering geeft dat een groot aantal zaken van het ene naar het andere toestel kunnen worden overgezet en mijn maandelijkse bijdrage fors minder wordt.
Ik verlaat de winkel met mijn nieuwe toestel. Helaas is bij het overzetten de ringtone net meegegaan, maar Zoonlief verzekert mij als ik hem met mijn nieuwe aankoop bel dat hij binnenkort het Russische volkslied weer daartoe op mijn toestel zal installeren.

Nog geen reacties op dit bericht

Foto

Neef had een idee. Hij had het gekregen naar aanleiding van een toevallig in handen gekregen boekje waarin foto’s staan van een oude meneer die zijn hele leven in een wijk van Londen heeft gewoond en daarin commentaar geeft op van alles en nog wat. Het leven, de liefde, de kat, ouderdom, carrière, vroeger, nu, straks, de eeuwigheid. Het lijkt Neef een goed idee zoiets ook te maken. Hij zal mij her en der fotograferen en ik mag voor de tekstjes zorgen. Korte tekstjes, minder dan 100 woorden. En de combinatie van foto’s en teksten moeten dan een beeld geven van wat ik denk, doe en ben. Het idee is op een zonnige Drentse namiddag bedacht. De uitvoering begint op een zeer zonnige novembermiddag, een fotosessie. Neef raakt er niet over uit gepraat dat het licht bijna te licht is. ER is nog niet echt een plan gemaakt van waar naar toe. We duiken het verleden n, naar de wijk waar ik geboren ben.In niets lijkt de straat waar ik geboren ben op de wegen die ik mij herinner. Hoge woontorens markeren de ingang van de straat waar als bij toeval mijn geboortehuis en het huis een paar nummers verderop waar ik als vierjarige naar toe verhuisde, gespaard lijken te zijn. Veel van vroeger is afgebroken en vervangen door nieuw gebouwde appartementen. Mijn geboortehuis is verkamerd, er huizen 6 studenten. Ik herken nog de tegeltjes waar ik als kind speelde, kleine vierkante gele tegels. Alles lijkt zo veel kleiner dan ik mij herinner. Of de tijd de omgeving  heeft doen krimpen. Panden die ooit winkel waren zijn woonhuis geworden. Nee, dit lijkt mijn geboortegrond niet meer.
We rijden door naar de kop van de haven, ooit het doel voor een zomers middaguitje waar we in het gras van de dijk beschuit met aardbeien aten. Het is niet alleen het zonlicht dat tranen in mijn ogen brengt. Neef maakt tientallen foto’s van mij. Ik poseer gewillig. De meeste foto’s zullen in de prullenbak belanden. Een troostrijke gedachte.
We rijden de Ooijpolder in. Koffie met appeltaart en dan naar huis. Nog even iets drinken in het koffiecafeetje op de hoek. We hebben al een intekenaar op het ooit te verschijnen boek. Nu moet het er wel van komen. Ik begin aan de eerste proeven van tekstjes.

1 reactie op dit bericht

Uit

Bladerend door Facebook lees ik de mededeling die iemand  geplaatst heeft. Het is eigenlijk een zeer kort verhaal. Een verhaal van een zin waar een hele wereld, een heel leven,een heel drama achter schuil gaat. Beroemd is het zeer korte verhaal dat ten onrechte aan Hemmingway is toegeschreven: “‘For sale: baby shoes, never worn.’” Zes woorden, een heel verhaal. In vertaling zijn zelfs vijf woorden genoeg: “Te koop: babyschoentjes, nooit gedragen.”
Het verhaal, waarschijnlijk niet als zodanig bedoeld, op Facebook luidt als volgt: “En toen was het tegen alle verwachtingen in uit.” Negen woorden, negen woorden waar de wanhoop, het verdriet van afspat.Het zou het begin kunnen zijn van een novelle, een roman desnoods, maar met deze negen woorden is eigenlijk alles gezegd. Je hoort de ontreddering. Alles leek koek en en ei, sterker nog rozengeur en maneschijn. Het leven lonkt, verwachtingen die vervuld gaan worden, geen wolkje aan de hemel. En dan overvalt hem of haar de mededeling. Het is uit. Verwachtingen spatten uiteen. Misschien te veel verwacht?
En toen was het uit. Dat had de verkorte versie van het verhaal kunnen zijn, de samenvatting. Maar die gekoesterde verwachtingen die oplossen in het niets, maken het zoveel schrijnender. Ik hoor als het ware de deur in het slot vallen, hij hoort haar voetstappen zich in de stille straat verwijderen, ze heeft de huissleutels op het tafeltje bij de deur neergelegd. Nog geen tijd voor tranen, nog niet, die komen nog. En als om het zeker te weten schrijft hij op Facebook die negen woorden, veertig letters. Om zichzelf te overtuigen, om te kunnen geloven wat hij net gehoord heeft. Negen woorden, één brandt hem in zijn ziel. UIT.

Nog geen reacties op dit bericht

Dutje

Ik ben een goede slaper. Vaak heb ik het idee dat ik al slaap voordat mijn hoofd het kussen raakt. Mijn slaap is diep, heel diep. Maar ik heb het ook altijd heel druk in mijn slaap. De dromen tuimelen over elkaar heen en uit betrouwbare bron heb ik vernomen dat ik gedurende de nacht ook hele overigens verder onbegrijpelijke redevoeringen afsteek. Van tijd tot tijd beweeg ik tijdens die dromen ook uitbundig. Het gebeurt niet zelden dat ik in de nacht zonder daar weet van te hebben de spullen die op het nachtkastje staan er af mep. Leeslampjes en wekkerradio’s belanden op de grond en nog niet zo lang geleden sloeg ik mij een blauwe duim doordat ik in mijn droom een splijtende smash tijdens een volleybaldroom sloeg. In mijn dromen en tijdens mijn slaap kom ik aan de beweging toe die ik overdag zo ontbeer. In mijn dromen loop en fiets ik heel wat af, beklim steile wanden en dwaal door mij steeds bekender wordende bossen. Dromen die zich herhalen en  mij brengen naar plaatsen de ik steeds meer herken. Zo droom ik geregeld over een station dat mij ooit volslagen onbekend voorkwam, maar waar ik nu blindelings de weg in kan vinden. Met enige regelmaat droom ik ook nog over mijn laatste werkdag. Mijn bureau is zo goed als leeg en ik weet dat ik de volgende dag niet meer terug hoef te komen, maar er is niemand om mijn naderend afscheid enige luister bij te zetten.
Waarom al dit geneuzel over slapen en dromen? Misschien wel omdat het een hobby van mij is. Is iemand anders druk bezig met modeltreintjes of vinylverzamelingen, mij kun je voor een dutje en een mooie droom wakker maken.
En ik kom er ook op omdat ik net uit mijn middagdutje ontwaakt ben. Ik keek even naar het wekelijkse vragenuurtje in de Tweede Kamer. Een van de beste slapmiddeltjes die ik ken.

Nog geen reacties op dit bericht

Kruipruimte

Gade vindt dat het huis een betere isolatie verdiend. Sinds zij haar energie niet meer kwijt hoeft in haar baan is zij van plan het huis aan te pakken. Mij best. Een paar maanden geleden zijn de spouwmuren geïsoleerd en nu acht zij de tijd rijp om ook de vloeren aan te pakken. Zonnepanelen tooien al jaren ons dak, maar nu zal ook de vloer er aan moeten geloven. Ik vind dat allemaal prima.
Toen wij jaren geleden het hele huis kochten bleek dat wij ook een heleboel rommel hadden mee gekocht die opgeslagen lag in de kruipruimte. We hadden de vorige eigenaar niet gevraagd die ook leeg op te leveren en ach, het lag eigenlijk niemand in de weg. Wanneer kom je nu in de kruipruimte? In al die jaren eigenlijk alleen de loodgieter die een oude leiding verving, maar dat was het dan ook wel.
Gade had een meneer uitgenodigd voor een isolatie-offerte. De goede man daalde af in de krochten van ons etablissement en constateerde dat een isolatie zeker zou renderen. Ik had ook niet  anders van hem verwacht. Maar dan moest de kruipruimte wel veel leger gemaakt moeten worden!
Waar haal je iemand vandaan die dat wel even wil doen? In die stoffige, nauwe ruimte kruipen en die dan leeg halen. Omdat de wonderen de wereld nog niet uit zijn liepen wij tegen zo iemand aan die ook nog een vriend had die wel een handje  mee wilde helpen. Gade huurde een aanhangertje en vandaag is de kruipruimte zo goed als leeg gemaakt De buit was verrassend. Oude kranten uit 1968, vogelkooitjes bij de vleet, losse planken, heel veel losse planken en nog meer losse planken, oude leidingen, afvoerpijpen, trapleuningen, resten van een volière. Drie aanhangertjes vol en nog een stel vuilniszakken naar de vuilstort. En niets van die rommel was van ons. Destijds ongemerkt mee gekocht.
De kruipruimte is nu weer bekruipbaar, niet langer een dumpplaats voor overbodige zaken. Met de isolatiemeneer zal binnenkort een afspraak gemaakt worden. We komen er warmpjes bij te zitten.

Nog geen reacties op dit bericht

Handmaid’s tales

Ik zag twee seizoenen van de schokkende serie ‘The Handmaid’s Tales’. Ik ga niet het hele verhaal vertellen maar het is een dystopisch verhaal over een deel van de USA dat veranderd is in een theocratie waar alleen mannen aan de macht zijn. De tweede serie wordt op dit moment uitgezonden op de Vlaamse tv. In dat land, Gilead genaamd zijn door luchtvervuiling en ander ongerief de meeste vrouwen onvruchtbaar. De vrouwen die dat lot niet getroffen heeft worden als ‘handmaid’ toebedeeld aan de ‘commisioners’, de leiders van het land en hun echtgenotes en dienen als broedmachines voor die kinderloze echtparen. De handmaids hebben als ‘bedrijfskleding’ rode mantels en witte gesteven kappen. Deze kleding blijkt nu ook het uniform te zijn dat nu door veel vrouwen bij demonstraties tegen onderdrukking en discriminatie gedragen te worden. Een tv-serie als inspiratie voor maatschappelijk protest. Als een handmaid te opstandig wordt volgt verbanning naar het buitengebied, een goelag waar zwaar en vervuild werk gedaan moet worden. Maar ook ophanging en steniging zijn niet ongebruikelijke tuchtmaatregelen. Een enkeling weet te ontvluchten naar het vrije Canada.
De serie is gebaseerd op een boek van de Canadese schrijfster Margaret Atwood. Gisteravond zag ik in ‘Nieuwsuur’ een interview met haar.
Het angstwekkende aan haar boek en aan de serie is dat je je niet aan het gevoel kunt onttrekken dat dat wat zij beschrijft morgen kan gebeuren, als het al niet aan het gebeuren is. Dat gevoel wordt nog eens verstrekt door haar opmerking dat geen van de door haar in het boek beschreven ontwikkelingen naar haar zeggen niet al eens ooit ergens in de wereldgeschiedenis hebben plaatsgevonden. Zij heeft ze in haar boek met elkaar in verband gebracht en zo is de roman niet alleen een verzonnen dystopie, maar erger nog een profetie die zich onafwendbaar aan het vervullen is.
Vanwege het ‘succes’  van de eerste twee series zijn nu de opnames gestart van een derde serie. Er staat ons nog heel wat te wachten.

1 reactie op dit bericht

Pauwenveer

De uitreiking van de Gelderse Pauwenveer vond plaats in Ermelo. Gade had de uitnodiging voor de feestelijke uitreiking te danken als naklank van haar vorige betrekking en als prelude op een mogelijke nieuwe vrijwilligersfunctie. De Gelderse Pauwenveer is een tweejaarlijkse prijs voor een cultureel initiatief dat extra waardering verdient en wordt uitgereikt door het Prins Bernhardfonds. En ik mocht Gade vergezellen. Op naar Ermelo, dat toch nog verder weg was dan we dachten. Dwars over de Veluwe kwamen we aan bij een immens etablissement. Het leek wel een modern opgetrokken paleis met de dit soort instellingen eigen pseudo-protserige wansmaak. Als het maar glimt lijkt het al aan de doelstelling beantwoord te hebben. Ook de naam wordt van zo veel ouderwets en deftig aandoende letters en verbuigingen voorzien dat het enige moeite kost te achterhalen wat eigenlijk bedoeld wordt. ‘De Heerlickheijd van Ermelo’ blijkt een hotel, restaurant, congrescentrum, wellnesscentrum en trouwlocatie te zijn die opzichtig detoneert met de fraai bosrijke omgeving.
In de ontvangsthal roezemoest het genoeglijk. Voor de prijs, de Pauwenveer, zijn drie kleine musea genomineerd. De winnaar mag met € 25.000 naar huis, de twee afvallers krijgen € 5.000 als troost. Het merendeel van de aanwezigen is betrokken bij een van de drie musea. Musea waar ik het bestaan niet van kende, maar die deze middag uitgebreid in het zonnetje worden gezet. Het zijn het Elburgs Museum, het Elizabeth Weeshuismuseum in Culemborg en de uiteindelijke winnaar het Nationaal Onderduikmuseum in Aalten. Kleine musea met een minieme staf en heel veel betrokken vrijwilligers.
Het feestelijke programma is een mooie mix van informatie en entertainment met als apotheose de bekendmaking van de winnaar. De Commissaris van de Koning kwijt zich op bewonderenswaardige wijze van die taak en geniet er van de spanning tot het uiterste op te voeren. En dan is er de receptie. Ik babbel met deze, Gade met gene. Er zijn drankjes en hapjes. Veel hapjes, want het is op dat tussenuur aan het eind van de middag, waarin de trek begint toe te slaan en er nog op de terugweg een tijdje in de file moet worden gestaan. Foerageren.  Praatje hier, handdruk daar, vluchtige zoen. Tot een volgende keer. Ja, het was een mooie middag. De avond is gevallen, het parkeerterrein zo goed als leeg.

Nog geen reacties op dit bericht

Kleding

Eens in de zoveel tijd moet het er van komen. En vandaag, 8 november is het weer zo ver. De folder van mijn vaste kledingmagazijn zag er aanlokkelijk uit en bood bij aankoop van twee exemplaren een aantrekkelijke korting op de prijs van dat tweede exemplaar. Het was een stralende dag, dus hup, stadwaarts getogen. Nu is het bepaald geen favoriete bezigheid van mij. Kleren kopen. Mij zou je niet straffen als er gewoon landelijk een uniform kledingpakket zou worden voorgeschreven. Vooruit, misschien nog een keuze voor een kleurtje, maar verder voor iedereen een standaardpakket. Ik heb mij ooit ruim anderhalf jaar aan dat regime onderworpen, hoefde nooit te bedenken wat ik die dag weer zou moeten aantrekken. De keuze was eenvoudig: legergroen of legergroen. Niet dat het mij erg flatteerde, maar wat maakte het uit. Het was functioneel.
Nu is de keuzemogelijkheid zo overdadig dat ik soms terug verlang naar het simpele aanbod van de foerier. Zelden was het begrip uniform meer op zijn plaats.
Ik zweer al jaren bij een bepaald merk broek.Dat maakt de keuze al veel eenvoudiger, maar ook dan nog valt er qua kleur veel te kiezen. Ik weet van mijzelf dat ik nauwelijks enig modebewustzijn heb en dat Gade mij van tijd tot moet corrigeren als ik voor in haar ogen stuitende, maar voor mij alleszins acceptabele combinatie kies. Ik ben niet zo gevoelig voor met elkaar vloekende kleuren. Waar ik in ieder geval niet van houd zijn rode broeken. Zelfs een gedistingeerd wijnrood exemplaar dat de verkoper mij voorhoudt kan slechts op mijn afgrijzen rekenen. Gade wijst wat andere aan en schetst de combinatiemogelijkheid met mijn truien, die volgens haar wonderwel passen. Ik geloof haar op haar woord. Ik pas de broeken, die allebei iets ingekort moeten worden. Nog maar twee truien erbij, een paar bretels en een verpakking T-shirts waar geen enkele discussie (zwart) voor nodig is. Zo dat zit er ook weer op.
We vieren de aankopen op een zonnig terras.Het is 8 november.

Nog geen reacties op dit bericht

Nestor

Telefoon. In het oplichtend schermpje zie ik dat het C is die mij belt. Het loopt tegen half elf, ik heb bijna mijn dagelijkse kruiswoordpuzzel in de krant klaar. C vraagt of ik het bericht ook heb gekregen. Ik weet van geen bericht, heb op dit uur van de dag nog niet in mijn mail gekeken. Voor mij is het nog veel te vroeg om erg actief te zijn, de puzzel is na het ontbijt mij activiteit genoeg. Dan vertelt C mij dat H is overleden. Het bericht is rondgestuurd naar alle klasgenoten. Vrij onverwacht is hij gestorven. H was, net als C een jaargenoot van mij. Lid van de klas van ’68 van onze academie. “Tjee”, wat kun je anders zeggen. C vraagt of we samen ergens koffie zullen drinken. Ik nodig hem bij mij uit.
Een paar maanden geleden troffen we elkaar nog op onze reünie. H was de oudste van de klas, had al meer meegemaakt dan de meeste van ons toen hij op de academie kwam. De academie waar je nog gewoon klassikaal les kreeg, de onderwijsrevolutie moest nog goed op gang komen. We waren net zo veel leerling als student en koesterden het ijdele verlangen dat we de wereld nog konden verbeteren en dat de maatschappij  door ons maakbaar was. Idealisten, dromers, nooit echt wakker geworden. Dat bespreek ik met C onder de koffie. We halen weer verhalen op, genieten na van de de reünie en praten over H, onze nestor, al lijkt die term voor de twintigers die we toen waren nauwelijks bruikbaar. Nu wel. C zal naar de begrafenis gaan, samen met wat andere jaargenoten.
Ik ga opzoek naar de toespraak die ik bij onze diploma-uitreiking in 1968 hield. In de chaos van mijn bureau vind ik hem. Had hem destijds voor de reünie opgezocht, maar vergeten mee te nemen. Nu lees ik hem C voor. Een tekst van 50 jaar geleden. Zou vandaag de dag zo weer gehouden kunnen worden. En C en ik concluderen dat er in 50 jaar eigenlijk geen donder is veranderd. Behalve dan dat H, onze klasgenoot is overleden.

Nog geen reacties op dit bericht

Vaccinatie

Ik ben bezig met de afrekening van een fikse verkoudheid. Ik ruim de laatste restanten op van wat een griepje had kunnen worden. Door heel rustig aan doen heb ik dat kunnen voorkomen. Soms leek het er op dat het toch zou doorzetten. Blaffend hoesten dat nergens toe leidde, de keel alleen maar rauwer deed aanvoelen en er voor zorgde dat de spieren door het resultaatloos aanspannen pijnlijk aanvoelde. Ik kon precies voelen waar de longen in mijn lijf zaten.
In dit soort gevallen is er voor mij maar een remedie. Mij niet te druk maken en slapen, veel slapen. En zo er voor zorgen dat de lichte verhoging nergens ontaardt. Maar tijdens het schrijven van dit stukje lijkt het toch weer even dat het virusje, of wat het ook is, weer even heftig zijn kop opsteekt. Mijn keel prikkelt en veroorzaakt een hoestaanval die op geen enkele manier voor verlichting zorgt. Misschien put mijn verkoudheid wel kracht uit de griepspuit die ik vanmiddag haalde en beschouwt het terugtrekkende koutje de injectie als een welkome versterking van het kwijnend bestaan en zet een  laatste aanval in om het verloren terrein te herwinnen. Mijn lijf als slagveld, een geschonden terrein. Wie weet, mogelijk had ik de griepspuit niet moeten halen, dat laten uitstellen tot een later tijdstip als mijn lijf zich niet geplaagd had geweten door die verkoudheid die nu van de omstandigheden gebruik maakt om zich, wie weet dankzij de vaccinatie, nog even niet gewonnen te geven.
Op dit zelfde moment woedt in mij de strijd die als in de 80-jarige oorlog op en neer gaat. Dan weer is een deel van mijn lijf staats, dan weer Spaans. Ik zou eigenlijk liever willen dat ik in de periode van het 12-jarig bestand terecht zou komen, liever nog dat het 1648 was, de Vrede van Münster. Maar je moet oppassen met dat soort beelden. Want ook die vrede was maar van korte duur: 1678 Vrede van Nijmegen. Voorlopig hoest ik nog maar lekker door, niet staats, niet Spaans, maar gewoon op zijn Nimweegs.

1 reactie op dit bericht