Zondagochtend

Het moet genoegzaam bekend zijn dat ik in een heel gezellige straat woon. Het gaat niet aan het de gezelligste straat van Nijmegen, laat staan het land te noemen. Er zullen vast heel wat mensen zijn die vinden dat ook zij gezellig wonen. Ach, wat kan dat schelen, ik gun het iedereen in een gezellige staat te wonen.
De afgelopen week ontstond bij een van de bewoonsters het idee dat er zondagochtend maar weer eens samen koffie gedronken moest gaan worden. Zij stopte bij iedereen een briefje in de bus met de uitnodiging om om 11.00 uur zich te verzamelen bij het bankjes die op initiatief van de straat door de gemeente zijn neergezet als ontmoetingsplaats voor de aanwonenden. Gevraagd wordt of je koffie, thee of iets lekkers voor daarbij meeneemt. Uiteraard natuurlijk alleen als je daar zin in hebt.
Tegen de tijd dat het zo ver is lijken er heel wat mensen zin in te hebben, behalve het weer. Het miezert wat en de wind lijkt het onaangename spel mee te willen spelen. Er volgt spoedoverleg tussen de twee aanstooksters. Wat te doen? Verplaatsen. Naar wie? Gade is al beneden en wordt in het overleg betrokken. Zij biedt huis en beschutte tuin aan. Bij de bankjes wordt een briefje opgehangen dat de ontvangst verplaatst is naar nummer 19. Ik weet van niks, maar terwijl ik mij sta te scheren hoor ik voortdurend de bel gaan. Ik ben nog nauwelijks wakker, maar mijn huis gonst al van de bedrijvigheid. Thermoskannen met koffie en thee worden binnengedragen, net als zelf gemaakt gebak in diverse soorten. De straat stroomt binnen, de harde kern althans. Ik begroet Marij, Tineke, Wieneke, Ellen, André, Marianne, Wietske, Jonas, Marit, Thea, Yvon, Mark, Anke en Jolande. Ons huis is voor even een buurthuis geworden. Ik lepel mijn ontbijt naar binnen, meng mij in het gezelschap, praat met de buren. Het is een mooie en verder droge zondagochtend. Gezellig.

Nog geen reacties op dit bericht

Zaterdagavond

Het was een prachtige voorstelling. Met een bijzonder Kylianprogramma nam Introdans afscheid van het seizoen. Ooit las ik in een recensie over een choreografie van Kylian dat hij de bijnaam ‘sluip door, kruip door, Kylian’ verdiende. Hoe dat ook bedoeld moge zijn de vier balletten die ik gisteravond zag maakt die naam weer helemaal waar. In wonderlijk mooie lijnen laat hij elk ballet zijn eigen verhaal vertellen. Soms wat te anekdotisch, maar meestal zijn het de bewegingen zelf die mij meeslepen in hun eigen taal. Ik kijk altijd met lichte afgunst naar de souplesse van de dansers en danseressen. Wat een verschil met de moeite die ik heb overeind te komen uit mijn theaterstoel om mee te doen met de staande ovatie die het gezelschap deze avond ten deel valt.
Omdat het de laatste voorstelling van het seizoen is, is er na afloop ook een soort uitverkoop van niet meer nodige kostuums, schoenen en rekwisieten van het gezelschap. Gade vergaapt zich aan een standje met tassen en tasjes en rikraadt over een aankoop. Ik sta, geduldig als ik ben, wat voor mij uit starend  te wachten als ik wordt aangesproken door een uiterst gesoigneerde heer. Op zijn revers heeft hij het draaginsigne dat hoort bij het officierschap in de orde van Oranje-Nassau. Ik heb zelf ook mijn lintje op. “Ach wat aardig, ik zie dat u ook een gedecoreerde bent. Ik vind dat gedecoreerden elkaar horen te begroeten.” Hij stelt zich voor. Ik vergeet onmiddellijk zijn naam. Ik zeg dat ik maar een ridder ben, hij officier. “Heb wat buitenlands werk gedaan, maar ik vind uw lintje met dat kroontje veel aantrekkelijker”, zet hij het gesprek voort en legt zijn hand vertrouwelijk op mijn onderarm. Mijn voorstel de lintjes dan maar te ruilen wordt met een schaterlach afgedaan.”Ha, ha, het idee!” Met een gebaar van zijn hand wuift hij het voorstel weg en na wat vrijblijvend gebabbel wensen wij elkaar over en weer nog een prettige avond verder.
Bij het weggaan kom ik hem een tijdje later in de garderobe weer tegen. “Donders was de naam toch?” We schudden weer handen, een hand op mijn schouder en ik noem mijn naam: “Roelofs.” Hij: “Prettig kennis gemaakt te hebben.” Ik: “Insgelijks.” Met een lichte hoofdknik vertrekken we uit elkaars leven.

Nog geen reacties op dit bericht

Failliet

Zo een keer in de week ga ik of Gade naar een goede biologische slager. Dan slaan we voor een paar dagen het vlees in. Wat kipblokjes, kalkoenfilet, biefreepjes, steak bavette, lamsmerguez en een enkele keer de aanbieding, slavinken  drie voor twee of iets dergelijks. Vaak ook nog wat broodbeleg. Allemaal prima vlees dat thuis in de het vriesvak gaat. Het bedienend personeel is niet alleen aardig, maar geeft gevraagd ook nog geduldig adviezen hoe het vlees te bereiden. Zo hoor ik vandaag hoe een Engelstalige klant in zijn moerstaal uitleg krijgt hoe een mooi stuk vlees op de barbecue volledig tot zijn recht kan komen en daarvoor in de juiste maat gesneden wordt.
Ik reken mijn aankoop voor deze week af. De slager heeft ook een spaarsysteem. Bij besteding van € 5,00 krijg je 1 punt en 100 punten geeft recht op € 10,00 korting bij een aankoop. Die punten hoef je niet zelf bij te houden , dat doet de slager via een op een bankpasje gelijkende klantenkaart die je ook door de pinautomaat moet halen. Je kunt nog meer cadeaus voor je punten krijgen zoals een fles wijn of een workshop worst maken. Maar ik houd het bij mijn tientje korting als ik ik 100 punten bij elkaar heb. 100 punten staan voor 500 euro aan aankopen. Als ik het goed omreken betekent dat een korting van 2%. Niet om echt wakker van te liggen maar alle kleine beetjes helpen en een tientje ineens lijkt toch altijd meer dan 2% korting bij een aankoop van een luttel bedrag.
Vandaag biedt ik mijn spaarkaart zoals gebruikelijk aan en krijg dan te horen dat het bedrijf dat de spaargeschiedenis administreert failliet is. De achtergronden van het faillissement krijg ik niet te horen, maar ik krijg wel de verzekering dat mij opgespaarde punten niet verloren gaan.De klantenkaart werkt niet meer, maar ik krijg een handgeschreven kaartje mee waarop staat dat ik al weer 32 punten heb gespaard. Spaarkaart of geen spaarkaart, het vlees zal er niet minder om smaken.

Nog geen reacties op dit bericht

C3

Zelfs als ik het had gewild, zou het mij niet gelukt zijn te vergeten dat onze Citroën C3 aan zijn jaarlijkse onderhoudsbeurt toe was. Het begon een paar weken geleden al toen op het dashboard naast de kilometerstand een kleine moersleutel oplichtte.Toen mij dat destijds voor het eerst gebeurde had ik geen notie van wat dat zou kunnen betekenen. Ik leefde in de veronderstelling dat binnen de kortste keren mijn voertuig de pijp aan Maarten zou geven en kokend en pruttelend tot stilstand zou komen. Inmiddels weet ik beter. Mijnheer Citroën heeft een chipje in mijn auto geplaatst dat bijhoudt dat er een jaar voorbij is en dat hij vindt dat de auto aan onderhoud toe is. Dan licht dat moersleuteltje op en sinds kort ook nog eens in alarmerend oranje het woordje ‘service‘. Als dat geen service is. Maar dat is mijnheer Citroën en mijn plaatselijke garage nog niet genoeg.Ik krijg een keurige brief van Citroën Nederland die mij meedeelt dat er alweer een jaar voorbij is en het hoog tijd wordt voor het jaarlijkse onderhoud. Ook ontvang ik een mailtje met berichten van gelijke strekking. Gaat het zo slecht met de autohandel dat ik zo veelvuldig aan de onderhoudstoestand van mijn auto wordt herinnerd? En ze weten van geen ophouden. Ik zie dat ik gebeld ben door een nummer uit Alphen aan de Rijn. Ik ken niemand in Alphen aan de Rijn, maar nieuwsgierigheid wint het van voorzichtigheid. Ik bel het mij verder onbekende nummer.Een warempel het is de koepelorganisatie van mijn plaatselijke dealer met de hoofdvestiging in Alphen aan de Rijn. Ze zijn verheugd dat ik terugbel, een blijdschap die, zo geeft mijn opponent aan de andere kant van de lijn ruiterlijk toe, vooral wordt ingegeven door commerciële redenen. Ik zeg later op de dag terug te bellen, als ik mijn agenda bij de hand heb. Ik heb nog niet neergelegd of weer belt het zelfde nummer met de mededeling dat mijn auto aan onderhoud toe is. 1.000 excuses als ik vertel net door een collega gebeld te zijn over dezelfde zaak.
Ik heb zojuist zelf gebeld.De afspraak is gemaakt.

Nog geen reacties op dit bericht

Puf

Ik heb alle adviezen opgevolgd. Ik drink geregeld, heb het in huis zo donker mogelijk gemaakt, alle ramen dicht om de warmte buiten te houden, doe weinig tot niets, wandel niet in de te droge natuur en mijn T-shirt komt uit de kast met onzichtbare kleding van de keizer. Wat kan een mens nog meer doen om deze hitterecorddag te doorstaan.
Mijn I-phone vertelt me dat het buiten 31° is en dat het nog warmer, zeg maar gerust heter zal worden. In huis is het goed uit te houden, maar ik moet er straks nog uit. Naar de rugtherapeut, oefeningen doen.Ben benieuwd hoe dat bevallen zal. Warmte, zegt men, is goed voor je spieren, maar te warm, hoe pakt dat uit.
Sinds een paar dagen hebben we het dekbed van ons afgeworpen.Een dun lakentje is eigenlijk al te veel. Geregeld slaapt Harrie, de kat, die het met zijn zwarte bontjas wel helemaal warm moet hebben, op ons bed.Vinden wij niet erg.Op het dekbed maakt zij zich dan een holletje door met haar voorpoten, nageltjes een beetje uit, tredbeweginkjes te maken en zich dan behaaglijk neer te vlijen. In de meeste gevallen hebben we daar geen weet van. We slapen. Harrie kent het verschil tussen een donzig dekbed en een dun lakentje niet. Of als zij  het wel kent, trekt zij er zich niets van aan. Maar bij het maken van een holletje op het dunne laken voel ik haar nageltjes er door heen gaan. Op mijn blote vel. Ik jaag Harry weg, maar zij is een volhardend katje. Ze komt terug. Kiest niet meer mijn rug als slaapplaats. Bij het voeteneinde kan het geen kwaad.
Mijn zonnepanelen leveren 1.09 kW. Mijn meter loopt snel achteruit. De ventilator draait op volle kracht. Het is volop zomer, nog een dag.Dan wordt het een stuk minder en hoef ik het niet meer over het weer te hebben.

Nog geen reacties op dit bericht

Velglint

Ik heb al enig genoegen beleefd aan mijn nieuwe driewieler. Met enig gemak brengt hij mij waar ik hem heen stuur, genoeglijk mijn trappen ondersteunend. We beginnen aan elkaar gewend te raken. Je voortbewegen op een driewieler is van gans andere orde dan op een tweewieler. Op een gewone fiets stuur je vooral door het verplaatsen van je gewicht. Op een driewieler moet je echt je stuur gebruiken. Bovendien voel je elke bolling in de weg en moet je je zelf ervan overtuigen dat je echt niet kunt omkieperen. Wat het zelfde is met beide soorten fiets is dat je moet trappen, anders kom je niet vooruit. En er is nog een overeenkomst. Met beide fietsen kun je een lekke band krijgen. Nu is de kwaliteit van buitenbanden sterk toegenomen. Ik kan mij niet meer herinneren dat ik met mijn tweewieler plat reed. Maar gisteren wilde ik met mijn driewieler op pad gaan en wat schetst mijn verbazing en onthutsing als ik mijn linkerachterband leeg zie staan. Niet een beetje zacht, maar zo plat als plat maar kan zijn.
Ik heb mijn fiets verzekerd bij de ANWB en kreeg daarbij ook een jaar wegenwachtassistentie voor rijwielen bij cadeau. En nu de praatpalen verdwijnen heb ik ook nog de Wegenwachtapp geïnstalleerd. Test case: lekke band, fietshulp, wegenwacht. Via de app krijg ik contact met de alarmcentrale. Leg de situatie uit. ”Geen probleem, meneer,”stelt de telefoniste mij gerust, “Binnen het uur is er een Wegenwachter bij u.” Drie kwartier later rijdt het gele busje mijn straat binnen. Binnen het kwartier is het euvel gevonden. Niks geen spijker door de buitenband, maar een slecht gemonteerd velglint en daardoor kon een spaak van binnenuit een gat in de binnenband veroorzaken. De wegenwachter monteert provisorisch een pseudovelglint en plakt de band. Hij raadt me aan de leverancier te benaderen om het euvel meer definitief te verhelpen. Die zegt me toe over een paar dagen langs te komen om de zaak definitief te herstellen. Velglint, ik had er nooit eerder van gehoord, laat staan dat ik wist dat daar iets mis mee kon gaan.

Nog geen reacties op dit bericht

Buurpraatje

Hoe vaak stak ik al niet de loftrompet over het straatje waar ik woon. Natuurlijk,de huizen zijn erg gehorig, vragen gezien hun leeftijd het nodige onderhoud en de verhouding tussen studentenbewoning en gezinsbewoning neigt af en toe wat buitenproportioneel te worden, maar dat ligt niet aan de studenten maar veel meer aan de geldwolven die waar mogelijk een pandje in de straat (en elders) opkopen en dat vertimmeren tot kamerverhuurbedrijf. Mijn straatje is een straatje waar de meeste buren zo niet elkaar bij naam kennen, maar dan toch groeten met een knikje, een praatje. Sommige buren zijn zelfs vrienden of in ieder geval bijna. Buren zijn meer dan bepalend voor de kwaliteit van de woonomgeving. Goede buren compenseren veel gehorigheid.
De warmte wilt nog niet echt wegtrekken.  Zes buren ontmoeten elkaar op de late avond op  straat. Dat leidt onherroepelijk tot een praatje. Natuurlijk ook even over het weer maar ook over de min of meer snode plannen van de geldwolf die weer een pandje heeft gekocht. We horen hoe onheus een buurman door een van de geldwolven werd bejegend. Maakt het straatje een beetje minder gezellig. Geld lijkt voor een rood waas voor de ogen te zorgen en  drie woorden belangrijk te maken: meer, meer, meer.
Het lijkt of de warmte mensen uitnodigt tot een avondwandelingetje. Vrienden van straten verderop sluiten zich even bij ons gezelschap aan. Mengen zich even in het gesprek dat inmiddels overal en nergens meer over gaat en wandelen weer verder. Twee jonge vrouwen, studentes, komen de straat in gewandeld. De een met een zakje snoep, de ander met een zakje chips. Ter hoogte van ons gezelschap dralen ze. De oma van een van hen blijkt in het bovenhuis gewoond te hebben waarvoor we staan te praten. De jonge vrouw vraagt of we haar nog meegemaakt hebben. Alle zes kennen we haar en er blijken nog meer banden te zijn. We snoepen mee van de chips. De jonge vrouwen zouden best in onze staat willen wonen. We wijzen ze op het huis dat vrijkomt en waarschijnlijk studentenhuis wordt. Telefoonnummers worden uitgewisseld. Wie weet hebben we al kennis gemaakt met de nieuwe buren.
De twee studentes wandelen verder. Ons gezelschap lost op, ieder naar zijn eigen huis. De straatlantaarns gaan aan.

Nog geen reacties op dit bericht

T r a a g

Ik woon in Gelderland en in die provincie geldt sinds een paar uur de code geel. Het KNMI heeft dat zo beslist en het RIVM heeft het hitteplan in werking gesteld. Hitteplan, dat is alsof er iemand zou kunnen zijn die de wereldthermostaat een paar graden lager zou kunnen zetten. Maar niets is minder waar. Het plan is gericht op kwetsbare groepen. Ik behoor tot een kwetsbare groep, twee zelfs, misschien zelfs wel drie. Het RIVM noemt ouderen, zorgbehoevenden en mensen met overgewicht. Het Rijksinstituut raadt mij aan voldoende te drinken, mij goed in te smeren, dunne en beschermende kleding te dragen, uit de zon te blijven, rustig aan te doen en zorgbehoevenden in de gaten te houden. Ik beloof dan maar goed op mij zelf te letten. Ik bespeur wel enige tegenstrijdigheid in de adviezen. Want waarom zou ik mij goed moeten insmeren als ik uit de zon blijf?
Het rustig aan doen gaat mij uitstekend af. Daar heb ik ook zonder code geel of een hitteplan geen enkele moeite mee. Ik merk wel dat in die lagere versnelling alles ook wat t r a g e r   g a a t ,  v e e l  t r a g e r. Het lijkt wel of er als vanzelf spaties tussen de letters komen te staan.
Op aanraden van Gade heb ik vanochtend vroeg, nou ja vroeg, om 10 uur mijn boodschappen gedaan. Het heetste uur van de dag vermeden. In mijn werkkamer, met  het zonnescherm naar beneden is het inmiddels 25°. De hittestresscalculator van het FNV geeft aan dat mijn werkplek de code groen krijgt. Mijn werkplek levert geen direct gevaar op voor mijn gezondheid.Blijft natuurlijk dat ik toch wel tot een risicogroep gehoor. Rustig aan dus. Gade adviseerde mij ook om op het heetst van de dag maar een verkwikkend uiltje te gaan knappen. Ga ik zo dadelijk lekker doen. Heel t r a a g .

1 reactie op dit bericht

Kersen

Sinds een echte schoondochter, nu drie weken, hebben wij ook een echte familie-app. Een initiatief van de schoondochter, die zoiets ook meebracht uit haar eigen familie. Zij vond dat ook haar nieuwe familie maar over een eigen app moet beschikken en richtte deze in. Leden zijn naast ik zelf mijn kinderen en hun al dan niet gelegaliseerde partners en Ex en Gade. Berichtjes van allerlei aard vliegen over en weer.
Een paar dagen geleden meldde Ex zich op het net met de mededeling dat zij omkwam in de kersen. Dankzij mijn levendige fantasie zag ik haar, zoals Dagobert Duck een duik nam in zijn geldpakhuis, mijn Ex crawlend door een schuurtje dat tot de nok was gevuld met kersen, heel veel kersen. Zij nodigde ons van harte uit om naar believen haar van haar voorraad kersen te verlossen. Een paar jaar geleden, niet langer dan 5 ,had zij een kersenboompje gekocht in de oprechte veronderstelling dat zij de hand had weten te leggen op een laagstam morellen boompje dat over geruime tijd niet hoger dan tussen de 2½ en 3 meter zou worden. Maar waarschijnlijk heeft aan het miniboompje een verkeerd etiketje gezet. In een paar jaar is het boompje uitgegroeid tot een heuse boom, die rijke vrucht draagt. En niks geen morellen, maar volrode zoete Betuwse kersen. Inmiddels heeft zij dozen vol geplukt en ons opgeroepen mee te genieten van de rijke oogst.
Vanochtend zij we op de koffie geweest bij Ex. Koffie met kersen. Ik voor het eerste helemaal naar Hatert op mijn nieuwe supersonische driewieler die daardoor mooi de gelegenheid kreeg aan mij te wennen. We bewonderden de uit de kluiten gewassen boom, die door Ex tot op reikhoogte ontdaan was van zijn vruchten. Aan de bovenste lading doen zich eksters, merels en ander gevogelte te goed. De boom lijkt een heftige ontkenning van het gezegde Boompje groot, plantertje dood . Zorgt nu zelfs door zijn rijke bladertooi voor wat overlast bij de buren. Ik ruik de Rijdende Rechter .
We arriveren thuis met heel wat kersen. Ik whats-app het telefoonnummer van onze tuinman die de boom vakkundig kan snoeien.

Nog geen reacties op dit bericht

Stedenband

Het was ook mij bijna ontgaan, maar de stedenband tussen Nijmegen en Pskov bestaat dit jaar 30 jaar.Een band waar ik jaren lang mijn ziel en zaligheid in heb gestoken, maar waarvan ik ook al een tijdje van dacht dat die op sterven na dood was. Ooit dacht een gemeente dat het politiek interessant was om in het kader van het afbreken van vijandsbeelden relaties aan te aan met steden in het Oostblok. En die officiële gemeentelijke banden waren dan het voertuig voor uitwisselingen tussen scholen, ziekenhuizen, culturele instellingen en wat dies meer zij. Een levendige uitwisseling tussen organisaties en burgers ontstond. Burgemeesters tekenden intentieverklaringen, gemeenteraden bezochten elkaar over en weer.De stedenband floreerde, ambtelijke ondersteuning, wat subsidie en tientallen, zo niet honderden betrokken burgers. Bezoeken over en weer en borden aan de invalswegen van de stad die getuigden van de internationale banden.
Maar de tijd verging. Stedenbanden werden niet meer tot de kerntaken van een gemeente gerekend. De ambtelijke ondersteuning werd geminimaliseerd en tenslotte helemaal afgeschaft, de subsidie gereduceerd tot nul en uitwisselingen van gemeente tot gemeente waren van Nederlandse (lees Nijmeegse) zijde uit den boze en betiteld als zinloze snoepreisjes. Ach ja, de politiek is vaak niet meer dan de kristallisatie van de waan van de dag. En zo dacht ik dat de stedenband een slapend bestaan leidde. Gisteren ontdekte ik dat dat maar ten dele waar is. Er zijn nog scholen en instellingen die een tamelijk levendig contact met zusterorganisaties onderhouden en er is gewerkt aan een film om de overeenkomsten tussen Nijmegen en Pskov in beeld te brengen Een film die gisteravond werd vertoond en opgeluisterd door  een concert van de Pskovse folkloristische muziek- en dansgroep. Er was een dikke Pskovse delegatie onder leiding van de burgemeester aanwezig die in Nederland was voor de viering van het Hanzefestival in Kampen. Het gemeentebestuur van Nijmegen vond het niet nodig om naar de bijeenkomst een ambtelijke, laat staan bestuurlijke vertegenwoordiging te sturen. Toch niet ongebruikelijk als de burgemeester van je zusterstad op bezoek is. Maar protocol zal ook politiek wel niet meer interessant zijn en de mores daar om heen achterhaald. Ik ben 12 jaar weg bij de gemeente. Ik schaamde me een beetje voor de gemeentelijke onverschilligheid, maar het was goed toch weer veel oude bekenden van rond de steenband te ontmoeten. Bekenden uit Nijmegen en Pskov.

2 reacties op dit bericht