BN

In afwachting van weer wat moed en een andere fiets ben ik voor een aantal verplaatsingen aangewezen op het openbaar vervoer. Hoeveel daar ook op gescholden wordt, ik vind het een meer dan aanvaardbaar alternatief. Komt ook omdat ik maar een steenworp van de bushalte woon en de bus mij in een luttel aantal minuten naar de stad brengt. Hoef maar weinig te lopen, hoe goed dat ook voor mij zou zijn.
Ik sta te wachten bij de bushalte. Nog 2 minuten, zegt het inlichtingenbord. Ik ben dus mooi op tijd. Dan lichten er letters op: oponthoud. En de 2 wordt een 3. Mag geen naam hebben, niet zeuren. Daar is de bus al, de deur schuift open, ik stap in en zoek een plaatsje naast een mijnheer met een fijn getrimd snorretje en een montuurloze bril. Busstoelen zijn tamelijk smal, contact met de buurman is zo gelegd. Nog voor ik goed en wel zit, voegt hij mij toe: “U bent van de burgerlijke stand, hè en ook schrijver, niet waar?”  Beide beweringen schurken tegen de waarheid aan, zijn in ieder geval geen ‘fake news’. Ik vraag de man hoe hij het weet.”Ik lees kranten en dan kom ik u wel eens tegen, al ken ik u verder niet. U bent een bekende Nijmegenaar.” Die constatering wordt gevolgd door een uitgebreid commentaar op de herinrichting van een deel van de route die de bus rijdt en de vele voordelen die een seniorenabonnement gekoppeld aan je ov-kaart heeft. “Die kosten heb je er zo weer uit.” Ik ben bij de halte waar ik moet uitstappen. “Plezierige ochtend verder.” Ik wandel in mijn eigen inmiddels bedachtzame tempo naar de boekhandel voor de zaterdagkoffie. De boekverkoopster W komt naar me toe met in haar kielzog een vader en drie kinderen. Of ik maar een stukje wil voorlezen uit mijn ‘Nijntje git fietse-vertaling’. Natuurlijk, alles voor de verkoop en het BN-er zijn heeft zo zijn aangename prijs.

Nog geen reacties op dit bericht

Tuin

Ooit, toen Gade nog geen Gade was, maar een meer dan geliefde collega en wij nog ver van elkaar woonden, hadden wij het er wel eens over hoe samen verder te gaan. En daarover dromen, zeker toen het echt aan was, leverde tal van mooie fantasiën op. Een ervan was om in Nijmegen-Oost een boven- en benedenhuis te betrekken. Ik de bovenwoning, zij de benedenwoning met tuin. Die tuin was wel een bindende voorwaarde voor haar. Niet voor mij, ik was geboren in een bovenhuis, daar jaren gewoond en ook toen ik een huis met een tuin had, kwam mijn tuinieren niet verder dan het verplichte geregeld maaien van het gazon. Tuinieren was niet helemaal mijn ding, zeg maar gerust helemaal niet.
Toen dat idee vastere vorm begon te krijgen, dat idee van die twee aan elkaar gekoppelde bij elkaar horende woningen, boven en beneden , kwamen verwachtingen uit. Ik kocht een bovenwoning met een optie op de benedenwoning, een optie die na een paar jaar ingelost kon worden. Mijn geliefde, toen nog steeds niet Gade, dat kwam pas weer 7 jaar later, kocht het benedenhuis. Een huis met een tuin, waar ik vanaf mijn dakterras in kon kijken en zag hoe in de loop van de tijd die tuin steeds meer haar signatuur kreeg. En nu nog is het Gades lust en leven in die tuin bezig te zijn. Groene vingers. Ik niet. Ik kan zeer van de tuin genieten, van wat er groeit en bloeit. Maar dat bewonderen is mij meer dan genoeg.
Eens per jaar nodigt Gade haar tuinengel uit. Michaël,de tuinman. Vandaag is het zover. Struiken worden gesnoeid , boompjes verwijderd, andere geplant, de vijver wordt schoon gemaakt. Er wordt gemest, gegraven, gerooid, de druif gekortwiekt om straks weer vrucht te kunnen dragen. Ik vind het allemaal mooi en prachtig om aan te zien.
De tuin is klaar. Het kan weer lente worden!

Nog geen reacties op dit bericht

Polen

Zo’n drie, vier keer per jaar organiseert mijn zaterdagse koffieclub een Koffieclub+bijeenkomst. Mijn zaterdagse koffieclub acht ik bekend. Elke zaterdag treffen wij elkaar bij de plaatselijke boekhandel. Vijf echtparen, 10-12 jaar geleden spontaan ontstaan zonder verdere verplichting. Als je kunt, kom je, als je niet komt, even goede vrienden, want dat zijn we in de loop der jaren wel geworden. Op die zaterdagen bespreken we aan de ronde tafel in de koffiehoek wat ons bezighoudt: boeken, films, elkaar. Vrijblijvendheid troef, gezelligheid eveneens. Intussen bezoeken we elkaars verjaardagen (als er tenminste een feestje is) of vieren samen oud & nieuw.
Een tijdje geleden opperde een van ons het idee om een keer per kwartaal een Koffieclub+ te houden. Intussen zijn er vier van zulke bijeenkomsten geweest die volgens een vast stramien verlopen. Om 19.00 uur komen we bij elkaar en beginnen met een smakelijke maaltijd. Om 20.00 uur snijdt een van ons een onderwerp aan. Dat kan iets zijn wat hem of haar bezighoudt, waar iemand het nodige van weet of waarvan het aardig is om te horen wat anderen ervan vinden. Dus niet een rondetafelgesprek dat alle kanten op kan wapperen, maar een gericht gesprek van ruim een uur. Dat worden er meestal twee. En zo hebben we met elkaar van gedachten gewisseld over het vluchtelingenprobleem en of dat wel een probleem is, over creativiteit, of religie nog een rol in ons leven speelt. Diverse onderwerpen, die stuk voor stuk waardevolle avonden opleverden.
Een van ons is een wat ik zou willen noemen ‘historiofiel’. Ik weet niet of dat woord bestaat, maar hij is in ieder geval zeer geïnteresseerd in de geschiedenis en was daarbij bijzonder gegrepen door de geschiedenis van Polen, het land dat heen en weer werd geschud tussen Duitsland en Rusland en dan weer werd opgedeeld, verenigd en weer onderdrukt. Hij vertelde daar gedreven over en er ontstond een levendig gesprek over eigen cultuur, onderdrukking, vrijheidsdrang en over wat de geschiedenis ons leert. De koffieclub creëert zo zijn eigen ‘education permanente’. Ik kijk uit naar onze volgende +bijeenkomst.

Nog geen reacties op dit bericht

Verder

De regelmaat lijkt er deze week goed uit te zijn. Ik hecht er aan om mijn blog in de ochtend te schrijven, maar daar is de afgelopen dagen weinig van terecht gekomen. De ochtenden worden deze week geteisterd door bezoeken aan medische zorgverleners in allerlei soorten en maten. De een verzorgt wat fysiek onderhoud, de ander komt met een diagnosticerende bevestiging van  een lang bestaand vermoeden. Die van vandaag komt met een compliment dat ik zo keurig mijn INR op peil weet te houden en morgen zal mijn diëtiste mij waarschijnlijk vertellen dat dat met mijn gewicht wat minder het geval is. Deze week slalom ik van de ene zorgverleenster naar de andere. Ik mis geen poortje en hoop behouden beneden aan te komen.
Van diverse kanten krijg ik de nodige bemoediging en medeleven. Dat doet goed. Ik besluit me zelf op een broodje zalm te trakteren. Op weg naar de boekhandel, waar ze niet alleen heel veel mooie boeken verkopen maar ook smakelijk broodjes zalm op de kaart hebben staan, loop ik S tegen het lijf. Ik ken haar al van een paar levens geleden, bijna 30 jaar geleden. Nu komen we elkaar alleen maar bij toeval tegen. Warme ontmoetingen vol genegenheid. “Ventje toch,” is haar reactie als ik vertel hoe het is. S is een kop langer dan ik, dus dat verkleinwoord is op zijn plaats. We wisselen telefoonnummers en nieuwe adressen uit.
In de boekhandel ook weer aandachtige bezorgdheid. Maar feitelijk is er niet veel veranderd. Het leven gaat zijn gangetje, misschien wat trager maar dat valt anderen nog meer op dan mijzelf.
Volgende week geen enkele afspraak met een arts of iets wat daar op lijkt. Een week die alles in zich lijkt te hebben dat het leven gewoon verder gaat. Dat mijn blogs ’s ochtends geschreven gaan worden, dat Harrie, de poes de nodige aandacht vraagt en ik ’s avonds Gade zoals elke dag zal vragen hoe haar dag was en of zij nog beleid heeft gemaakt.

Nog geen reacties op dit bericht

P

Ik kan weer een (para)medicus toevoegen aan mijn rijtje behandelaars. Dat is intussen al een hele verzameling. Het lijkt wel of ik ze spaar. In willekeurige volgorde waren dat tot vanochtend een huisarts, een praktijkondersteunster, een diëtiste, een fysiotherapeute, een cardioloog, een nefroloog, een osteopaat, een acupunctariste, een pedicure. En dan vergeet ik nog bijna de tandarts en de mondhygiëniste. En dan houdt ook nog de apotheker een oogje in het zeil. En sinds vanochtend is daar een neurologe bijgekomen. De huisarts had aangeraden om een neuroloog te kiezen die gespecialiseerd was in Parkinson. Dat werd dus even wachten, maar vanochtend was de  afspraak. Gade wilde graag mee om de door mij vergeten vragen te kunnen stellen en met mij het verdict aan te horen.
Precies op tijd worden wij bij de neurologe binnen geroepen. Ik had een mijnheer verwacht. Oude vooroordelen kunnen lang doorwerken. Handen worden geschud. Hier nog geen op de hygiëne gestoeld protocol van geen handen schudden. Ik doe mijn verhaal van bevriende fysiotherapeuten die mogelijk een Parkinson gelieerd bewegingspatroon bij mij hadden gesignaleerd, van het bezoek aan de huisarts en de doorverwijzing die nu ophanden is. Braaf beantwoord ik haar vragen en doe wat testjes, loop voetje voor voetje door een lange gang, wordt onverwacht omgeduwd, kijk naar boven en naar onderen, volg met mijn vinger haar vinger. Met een hamertje worden mijn reflexen getest. Alles lijkt mij nog redelijk aardig te lukken, maar voor de neurologe is er voldoende bewijs voor dat wat wij al een tijdje vermoedden, een milde Parkinson. Over een tijdje zal er een hersenscan gemaakt worden om alle eventualiteiten uit te sluiten. Ik krijg de verzekering dat er goed mee valt te leven, iets wat ik waarschijnlijk al een tijdje doe. Mijn handschrift laat me al geruime tijd  in de steek en soms formuleer ik wat onzekerder. De dokter merkt ook nog op de Parkinson een ziekte is die je met zijn tweeën hebt, Gade en ik. Daarom is het maar goed dat ze meegegaan is.
In het ziekenhuisrestaurant eten we een broodje. Gades werk wacht, ik ga, zoals altijd, een stukje schrijven.

3 reacties op dit bericht

Water

Water hoort er gewoon te zijn. Als we de kraan open draaien hoort er koel helder water te stromen. We zijn daar zo mee verwend dat we het heel gewoon zijn gaan vinden. En dan is er opeens ergens een lek en stroomt het water naar waar het niet hoort te zijn. Afgelopen weekend werden een aantal provinciegenoten door zo’n euvel geteisterd. Ik heb ook wel eens een tijdje zonder water gezeten. Een loodgieter legde een nieuwe buis aan of het waterbedrijf moest in de straat wat repareren. Maar dan werd je keurig van tevoren gewaarschuwd. Wist je hoelang het ongemak kon gaan duren en sloeg je wat extra flessen in of liet wat pannen vol lopen. Niks aan de hand. Maar stel je eens voor dat op een willekeurige ochtend er geen water meer uit je kraan komt. Voor het laatst spoel ik het toilet door. Zo op het oog niets aan de hand, maar het reservoir zal zich niet meer vullen. Nu zou ik dat nog kunnen oplossen door voor volgende spoelbeurten met een emmer wat water uit mijn vijver te putten. Maar dat water lijkt me minder geschikt om koffie mee te zetten, maar gelukkig staat er nog een fles water in de koelkast. Daar kan ik straks mijn senseo-apparaat mee vullen  en met dat water kan ik ook nog mijn tanden poetsen, maar douchen met een fles Spa-blauw is schier onmogelijk. De afwas is ook niet te doen. Maakt niet uit of ik die met de hand of met de machine doe. Geen water, dat wordt heel lastig.
Per dag gebruikt de gemiddelde Nederlander, en er is geen enkele reden om aan te nemen dat ik niet gemiddeld zou zijn, 119 liter. Dat was in 1969 nog 190 liter, maar de technische verbeteringen aan vaatwasser en wasmachine leidden tot die afname. Het meeste water gaat nog verloren aan mijn dagelijkse douchebeurt. 51 liter. Ik heb er weer van genoten vanochtend. Mijn watervoorziening deed het prima. Ik ga mijn tweede kopje koffie maken.

Nog geen reacties op dit bericht

Lezen

Ik ben altijd wel in een boek bezig. Soms zelfs in twee of drie. Zo lees ik nu van tijd tot tijd in de wondermooie dubbeluitgave van ‘Alice in Wonderland’ en ‘Alice in Spiegelland’. Het wordt daarmee een van de weinige boeken die ik meer dan eens heb gelezen. Al weet ik niet zeker meer of ik destijds voor mijn literatuurlijst Engels dat boek wel helemaal gelezen heb. Kan ook zijn dat ik me beperkt heb tot een uitgebreide samenvatting die net voldoende was om op het mondelinge eindexamen te doen of je het hele boek kende.  Er zijn maar een paar boeken die ik vaker las. Dat zijn ‘De kleine Prins’ van Antoine de Saint-Exupéry en ‘Het grote avontuur’ van Alain Fournier.
Ik ben nu ook elke dag een paar bladzijden aan het lezen in de verhalenbundel ‘Halleluja’ van Annelies Verbeke. Van haar las ik met veel genoegen een paar maanden geleden ‘Dertig dagen’. Haar verhalenbundel valt mij niet mee. Kan goed aan mij liggen, dat ik te kort lees om er echt in te komen. Maar het kan ook zijn dat de verhalen te kort zijn om de karakters tot ontwikkeling te laten komen.
Ik struikel  over een lange zin. Een van de lelijkste zinnen die ik ooit gelezen heb. Lelijker nog dan de slechtste zin die ik zelf geschreven heb. Maar misschien bent u het helemaal niet met mij eens en vindt u het een grandioze zin. Een zin die naar mijn mening verzuipt in zijn informatie.  Kan ook de inzending zijn voor de wedstrijd ‘Maak een zin met zoveel mogelijk voorzetsels’: “Ze blijft het een vreemd idee vinden van Bob om alle medewerkers van zijn Brusselse architectenbureau voor een week over te brengen naar een onooglijk klein gehucht in de oeverloze uitgestrektheid van het New Yorkse platteland.”
Gelukkig schreef zij ook nog heel veel mooie zinnen, maar hier had haar redacteur wat langer naar moeten kijken. Ik leg de zin voor aan een aantal belezen vrienden. Die vinden ook dat ze wel eens mooiere zinnen hebben gelezen.

1 reactie op dit bericht

Bruna

De telefoon. De krant, althans een journalist. Wat mijn reactie op het overlijden van Dick Bruna is? Ik had van zijn dood nog niet gehoord en geef fris van de lever mijn commentaar. Ik zet aan met een zwaar metafoor, te zwaar en in geen enkele verhouding tot de luchthartigheid die het werk van Dick Bruna eigen is.  Luchthartigheid die geschraagd is op vakmanschap. Gelukkig verschijnt mijn reactie niet in de papieren krant. Op de website van de krant ziet het er zo uit:
Verslagenheid bij Nijntje-vertalers na overlijden Dick Bruna
NIJMEGEN – Met Dick Bruna is een stukje van Dick Bruna-‘vertaler’ Jan Roelofs uit Nijmegen zelf overleden, laat Roelofs weten. „Alsof de Stevenstoren (karakteristiek stukje Nijmegen, red.) is ingestort”, zegt de ras-Nijmegenaar. Hij heeft een band met Bruna gekregen, omdat hij twee boekjes van de kinderboekenschrijver in het ‘Nimweegs’ heeft vertaald: Opao en opoe pluus en Nijntje git fietse. „Die vier zinnetjes bij zijn tekeningen lijken simpel, maar zijn dat dus helemaal niet. Dat merk je direct wanneer je bij het vertalen probeert de rijmtaal, de beelden en de sfeer te handhaven”, weet Roelofs.” Tot zover de Gelderlander-website.
Natuurlijk is het niet zo dat met het overlijden van Dick Bruna mijn wereld is ingestort en ook de Stevenstoren staat nog fier overeind. Maar het is wel zo dat met zijn dood de schepper van een icoon is heen gegaan. En dat wilde ik zeggen met die wat ongelukkige metafoor van een ineengestorte toren. Ik ben tenslotte Dick Bruna niet, de meester van het minieme met maximale uitstraling, zowel in zijn tekeningen als in de meeste van zijn teksten.
Met heel veel plezier heb ik gewerkt aan de beide vertalingen. Vertalingen die recht deden aan wat Bruna heeft willen zeggen in klare lijn en klare taal. Mijn vertalingen verkopen niet slecht. Integendeel. Beide titels staan in de toptien bij de plaatselijke boekhandel.
Nijntje Pluis is wees geworden. Haar geestelijke vader is overleden. Nijntje zelf heeft het eeuwige leven.

Nog geen reacties op dit bericht

Afbouw

Ik ben langzaamaan mijn babsenbestaan aan het afbouwen. Babs staat voor buitengewoon ambtenaar burgerlijke stand. Ik ben een heleboel zaken langzaam aan het afbouwen. Bij heel wat dingen is het mooi geweest. Nee, ik leg het hoofd niet in de schoot, maar het geeft een zeker gevoel van opluchting om zonder veel verplichtingen verder te gaan. Niet meer te moeten, nauwelijks meer te hoeven, elk moment van de dag de vrijheid van het bestaan te voelen en een agenda te weten die naast de geregelde bezoeken aan therapeuten en medici alleen maar leuke dingen bevat. Koffie drinken hier, een koorrepetitie daar, maar geen vergaderingen meer of overleg dat toch nergens toe leidt.
Ik ben meer dan twintig jaar babs geweest. Mijn eerste benoeming stamt uit 1994. Hoeveel huwelijken in die jaren gesloten heb? Dat kan ik alleen maar schatten.Er waren jaren bij dat er wekelijks twee of meer waren, er waren jaren bij dat lichamelijk ongemak het aantal drastisch verlaagden. Het is lastig huwelijken te sluiten met een hartinfarct of een gescheurde achillespees.Maar op een gemiddelde van een per week kom ik toch wel en als we dan uitgaan van van 40 effectieve weken per jaar (een mens gaat tenslotte ook van tijd tot tijd op vakantie)  dan kom ik op zo’n 880 huwelijken en partnerschapsregistraties. En dan tel ik niet mee de huwelijken van vrienden en familie die ik sloot in Breda, Ubbergen, Amsterdam, Groesbeek, Overbetuwe, Leiden, Geldrop, Coevorden, Persingen en Beek.
890 paren, 1780 mannen en vrouwen. Regelmatig wordt ik in de stad nog toegeknikt door mij onbekende mensen. In de meeste gevallen is het een van mensen die ik in de echt verbond.
Nog hooguit een paar huwelijken te gaan. Over een paar maanden het laatste als zoonlief gaat trouwen en wie weet wordt ik door een bekende nog wel eens gevraagd hun huwelijk te sluiten, maar dat dan niet meer als vaste babs. Om aan het idee te wennen heb ik mijn Facebook-pagina al aangepast.

2 reacties op dit bericht

Dynastie

Ik heb hem even op pauze gezet. Ik kijk naar de  documentaire ‘Wij Moszkowicz’ gemaakt door Max, de kleinzoon van de grote stamvader van de Moszkowicz-dynastie. Ik stop hem even omdat mijn stukje geschreven moet worden. Gisteravond keek ik naar de gedramatiseerde serie over die zelfde dynastie. Langzaam zie je hoe de leden verzinken in het moeras van intriges, halve waarheden, het ene gat stoppen met het andere, achterklap, promiscue uitstapjes en malversaties. Scheurtjes in hun bestaan worden scheuren en langzaam sodemietert de dynastie in elkaar. Ontreddering die nog een tijdje gemaskeerd kan worden, maar het onherroepelijke einde lijkt onafwendbaar. Shakespeare-achtig drama dat zich afspeelt tussen Limburg en Amsterdam.
Ik geloof dat die teloorgang eigen is aan elke dynastie. Uiteindelijk zal die altijd wankelen onder zijn eigen gewicht en als daar van buitenaf ook nog eens stevig tegen aan gebeukt wordt, is het duidelijk wat er overblijft. In het beste geval een romantische ruïne, en de meeste gevallen een puinhoop.
Ik ben blij dat ik niet uit een dynastie kom. Mijn vader was een bakkersknecht, mijn moeder huisvrouw. Nu niet echt een ideaal uitgangspunt voor het vestigen van een dynastie. Maar gezellig was het bij ons thuis wel. Ooit op een verjaardag van hen beiden, ze waren op dezelfde dag jarig, 19 november, zongen wij hen toe: “Onze Jan en onze Dina, dat is een heel goed paar, trots op ons, hun kinderen en trots op elkaar.” Misschien, bedenk ik nu, zijn dat de twee sleutelwoorden die op het gezin waar ik uit kom van toepassing waren: trots en gezellig. Een gezin dat van elkaar hield, natuurlijk er waren spanninkjes, zussen die soms niet met en even vaak niet zonder elkaar konden. Kleinigheden die zorgden voor sprankelingen in het familiebestaan en die bij mij een glimlach oproepen bij de herinnering eraan. Intussen is er van dat gezin weinig meer over. Ik ben zo goed als de laatst overgeblevene van wat we ooit ‘Circus Roelofs’ noemde. Een circus dat verder trok en langzaam uit zicht is geraakt. Maar geen puinhoop heeft achter gelaten. We waren tenslotte geen dynastie, wel een trots en gezellig gezin.
Ik ga de documentaire verder kijken.

2 reacties op dit bericht