Uit de bocht

” Een dag zonder afspraken en verplichtingen, die zich langs een min of meer vast routeplan begeeft.” Zo beschreef ik in mijn stukje van gisteren de dag die voor mij lag. Een dag zoals er veel in het rustige en gelijkmatige bestaan van een pensionado zijn. Ik kan daar zeer van genieten en vind dat je dat na bijna vijfenzeventig jaar op dit ondermaanse ook wel verdient hebt. De genoeglijke saaiheid van het bestaan. Ja, ja dat denk je dan. Maar voordat je het weet worden die mijmeringen ruw verstoord door wat er nog geen dag later gebeurt, alsof de geschiedenis je duidelijk wil maken dat zij zich niet door wat jij denkt laat bepalen, maar haar eigen autonome spoor trekt.
Ik fiets op mijn driewieler naar de praktijk van S. Eens in de drie weken heb ik met haar een afspraak, een genoegen dat ik mij niet graag laat ontzeggen. Blokkades worden aangepakt en het lijf wordt weer in evenwicht gezet. Na een uurtje stap ik weer op mijn fiets, en ritje van een paar kilometer. Mijn driewieler is een betrouwbare bondgenoot, waar ik gemakkelijk mee manoeuvreer. Tot dat ene moment. Ben ik nog te veel in gedachte bij de behandeling door S? Maar waar het ook aan ligt ik neem een bochtje om een rijwielpad  op te gaan te klein en mijn linker achterwiel wordt door een stoeprand omhoog gezwiept en ik tuimel met fiets en al naar rechts en land, bedolven onder mijn voertuig, met mijn hoofd tussen de struiken van het groenstrookje naast het fietspad. Ik lig. Kan geen kant meer op. Nog voor ik mij ook maar een beetje bewust ben van de situatie staan er wat mensen om mij heen. Mijn fiets wordt rechtgezet. “Blijf maar even zitten.” Ik word heel voorzichtig overeind geholpen. “Hij bloedt!”, hoor ik een mevrouw zeggen. “Het is maar een schaafwondje”, stelt een ander mij gerust. “Gaat het?” Ik antwoord dat het gaat. Ik mankeer niets, mijn fiets ook niet. “Uw pet, meneer”. Die was afgevallen. Ik bedank mijn drie hulpverleners, stap op en rijd weg.
Thuis heeft Gade worstenbroodjes gekocht voor de lunch. Voor mij is er vandaag al weer meer dan genoeg gebeurd.

Nog geen reacties op dit bericht

Oblomov

Vandaag heb ik een oblomov-dagje. Oblomov is een personage uit het gelijknamige boek van Gontsjarov die hem neerzet als een aartsluiaard die zich afvraagt waarom hij het bed uit zou komen. Dat gevoel overspoelt mij ook van tijd tot tijd. Niet omdat ik opzie tegen de dag, hoezeer die zich ook in een geruststellende gelijkmatigheid aan mij voltrekt, maar omdat ik immens kan genieten van de lome warmte van het bed na een goede nacht die mij zoals bijna altijd de mooiste dromen liet beleven. Het kost mij dan moeite het dekbed  achterover te slaan en van de gedroomde wereld het gewoon weer dag te laten worden. Een dag zonder afspraken en verplichtingen, die zich langs een min of meer vast routeplan begeeft. Ontbijt, de krant, het dagelijkse kruiswoordraadsel, koffie met Gade even op de hometrainer en het strelen van Harrie de kat, als die zich tenminste laat zien. Harrie die nu een wit randje aan zijn zwarte oor heeft. Zij is even wezen kijken naar de benedenverdieping en waarschijnlijk met haar oor lang een net gesausde muur gelopen. Het misstaat haar niet.
Ik speel een spelletje. Alleen. Kun je dan winnen? Kijk naar snooker op tv, heerlijke slow tv, net zoals de rechtstreekse uitzending van de stemmingen in de Tweede Kamer, die met algemene stemmen aanneemt dat het olifantje Buba in Nederland mag blijven.
Ik lees de column van Welmoed Vlieger. Een citaatje: “Advent is immers een tijd van verwachting, van uitzien naar het moment waarop – zoals C.S. Lewis het ooit verwoordde – ‘the son of God became a man to enable men to become sons of God’.” Zo’n zinnetje alleen al tilt de dag over zich zelf heen. Genoeg om over na te denken.
Nee, ik ben geen luie Oblomov. Ik ben meer iemand die volgens Karel van ’t Reves Oblomov  “een grote weerzin [voelt] als van hem verwacht wordt zich druk te maken over de dingen waar iedereen zich druk over maakt. ”
Vlieger in haar column zegt dat achter al het oorverdovend kabaal dat gemaakt wordt onverdraaglijke vertwijfeling schuil gaat. Zo’n dag als vandaag is de uitgelezen tijd dat kabaal te doen verstommen en de vertwijfeling plaats te laten maken voor verwachting dat de tijd komt dat ‘the son of God became a man to enable men to become sons of God’.

Nog geen reacties op dit bericht

Wilde

Meestal gaat deze dag onmerkbaar voorbij en wordt er nauwelijks aandacht aan besteed dat het vandaag precies 120 jaar geleden is dat Oscar Wilde overleed. Op een wat armzalige hotelkamer in Parijs. Hij was daar uiteindelijk terecht gekomen na het uitzitten van zijn gevangenisstraf  in de gevangenis van Reading. Het was in die tijd nog strafbaar in Engeland als een man van een man hield. De vader van zijn levenspartner schreef hem ooit een kaartje met daar op “To Mr. Oscar Wilde, posing ad a somdomite.” De schrijffout was origineel, maar de aanklacht leidde uiteindelijk tot Wilde’s veroordeling.
In mijn boekenkast staat een metertje Oscar Wilde. Een paar biografieën en natuurlijk zijn werk. Oscar Wilde en ik gaan al tientallen jaren samen. Hij trok mijn aandacht als personage in een TV-serie over Lily Langtry die eind jaren ’70 op de Nederlandse tv werd uitgezonden. Op aantrekkelijke wijze werd hij daar neergezet door Peter Egan en ik was verkocht. Niet zo zeer aan Peter Egan als wel aan Oscar Wilde. Ik raakte gebiologeerd door zijn persoon, die als briljant student in Oxford, geboren in het Ierse Dublin later in de Britse society furore maakte als toneelschrijver, dichter en ook als causeur goed voor honderden scherpzinnige aforisme. Een man die op het toppunt van zijn roem werd verguisd, maar dacht dat hij  uiteindelijk wel aan het langste eind zou trekken. Niets was minder waar.
Ik heb heel wat plaatsen bezocht die nauw met hem verbonden waren. Ik dwaalde door de gangen van het Magdalen College in Oxford, waar hij studeerde, stond voor zijn huis in Tite Street in Londen waar een eenvoudige plaquette er aan herinnert “Oscar Wilde, wit and dramatist lived here.” Ik liep langs het hotel  in de Rue des Beaux Arts waar hij stierf en bezocht verschillende keren zijn graf in Parijs op Père Lachaise, legde er een roos neer en drukte een zoen op zijn tombe.
Oscar Wilde(1854-1900) .

Nog geen reacties op dit bericht

Kuierlatten

Ons huis staat op zijn kop. Op de begane grond staat al een week niets meer op zijn plaats. De vloeren zijn afgeplakt, wandkasten ingepakt in plastic. Ons huis, de keuken en de woonkamer lijken in niets meer op de gezellige vertrekken die het waren. Ze zijn schilderswerkplaatsen geworden. Het geluidsdecor bestaat uit het onophoudelijke gezoem van schuurmachines en de muziek van radio 358, het favoriete radiostation van de beide schilders. De enige troost is dat over een dag of tien het allemaal weer voorbij is en als de meubels dan weer op hun plaats staan en de boel strak in de lak zit het er weer voor tientallen jaren tegen kan. Maar voor nu is het even improviseren en is dat op zich ook weer niet onaardig.
Wie er geen lol aan beleefd is onze kat Harrie. Voor haar is het te veel herrie, te veel gedoe. Zij vindt haar heil elders en laat zich de hele dag niet zien. Normaal loopt zij op een dag steeds van binnen naar buiten, gebruikmakend van het kattenluikje, maar nu lijkt zij als van de aarde verdwenen. De eerste dagen verscheen zij weer als de schilders verdwenen, maar vrijdagavond komt ze niet naar binnen. Ons roepen en fluiten, het rammelen met haar snoepjesblik, het heeft geen effect. Harrie blijft weg. Gade en ik nemen aan dat al de veranderingen haar te veel zijn en dat zij voorgoed de kuierlatten heeft genomen. Met zwaar gemoed gaan wij slapen en proberen te wennen aan een leven zonder Harrie, die naar wij denken voorgoed vertrokken is.
Midden in de nacht voel ik haar pootjes over mij heen. Droom ik? Nee, Harrie is terug en wij voelen hoe wij aan die kleine zwarte rakker gehecht zijn geraakt.
Zaterdagochtend, Harrie eet zijn ontbijt en gaat zijn eigen weg. Even buiten wandelen. Denken we. De hele dag geen Harrie te zien en ook ’s avonds niet. Harrie is weer weg. Nu echt definitief denken we. We slapen er slecht van. Harrie lijkt weg. De ochtend breekt aan. Geen Harrie. “Zou zij niet op jouw werkkamer kunnen zitten?”, suggereer ik. Gade gaat kijken. Zij vindt Harrie opgesloten in de logeerkamer. Heeft daar bijna 24 uur vast gezeten. Harrie beloont ons met kopjes geven. Wij blij.
Harrie is weer buiten aan het wandelen, benieuwd of hij vanavond nu wel gewoon binnenkomt en zich niet verstopt. Dat is niet goed voor onze gemoedsrust.

Nog geen reacties op dit bericht

Acteren

Van tijd tot tijd verschijnen er oude woorden die om de een of andere reden een nieuw jasje hebben aangetrokken. Zo viel mij bij de verhoren in het kader van  de mini-enquête rond  belastingtoeslagperikelen op dat het woord leemlaag de stroperigheid van de contacten tussen financiën en sociale zaken goed weergaf. Een leemlaag die een snel en adequaat handelen in de weg stond, zeer ten nadele van de talloze getroffenen. Hoge ambtenaren kregen daar naar hun zeggen weliswaar buikpijn van, maar bleken niet in staat die pijn te verhelpen. Zij hadden daar te weinig op geacteerd. Ik vond dat een vreemd gebruik van het woord acteren. Acteren dat is een rol spelen, iets dat acteurs kunnen. Hier werd dat begrip versimpeld tot handelen, doen. Als je het voor het eerst hoorde leek het of ‘te weinig acteren’ minder erg was dan ‘niets aan gedaan hebben, de zaak op zijn beloop laten.’ En als je dat dan constateert is er heel wat improvisatietalent nodig om recht te praten wat krom is. Improviseren is iets dat goede acteurs in hun mars hebben, maar waar  bewindslieden, directeuren-generaal en ook politici niet altijd kaas van hebben gegeten. Laat acteren maar aan acteurs over. Zorg er maar voor dat je je zaakjes op orde hebt, doen wat gedaan moet worden om er niet te laat achter te komen dat je te weinig geacteerd, zeg maar gewoon gedaan hebt.
Wat dat betreft was het me het weekje wel. Op allerlei fronten  zag ik  Griekse tragedies heropgevoerd worden. Op dat hedendaagse Haagse podium was het niet alleen drama, maar soms ook een boertige klucht waarin als in het theater van de lach deuren open en dicht gingen en de spelers van rol verwisselden met een voor de toeschouwer niet altijd te volgen snelheid. Niet elke speler was even tekst vast en sommigen herinnerden zich niet meer wat ze ooit hadden ingestudeerd en liepen vast in een niet meer helemaal afgemaakte claus.
Shakespeare zei het meer dan 400 jaar geleden al:”All the world’s a stage, And all the men and women merely players.. They have their exits and their entrances“. Lang niet iedereen is een glansrol toebedeeld. Niet elke speler kan acteren.

Nog geen reacties op dit bericht

FvD

De werkelijkheid lijkt het uiteindelijk toch altijd weer te winnen van de fantasie. Er zijn tv-series die smeuïg verslag doen van politiek geharrewar, maar waarbij je weet dat de schrijvers zich wel erg hebben laten meeslepen door hun eigen gedachtespinsel en de werkelijkheid daarmee wat geweld aandoen. Ongeloofwaardig maar wel onderhoudend. Ik genoot destijds van House of Cards dat met het vertrek van Kevin Spacey een voortijdig einde kreeg. Die serie volgend dacht ik vaak dat het toch niet waar kon zijn en nam het politieke gekonkel groteske vormen aan.
Vandaag de dag hoef je geen abonnement op Netflix of Videoland te nemen om te genieten van een politiek steekspel waarin meer dolken in een rug worden gestoken dan Shakespeare in zijn beste dagen ook maar kon verzinnen. En er is niets verzonnen, de actualiteit is meer absurd dan welk verzinsel ook.
Als ik de website van Forum voor Democratie (FvD) raadpleeg is er ogenschijnlijk niets aan de hand. De fractie in de Tweede Kamer wordt gepresenteerd zonder dat gewag gemaakt wordt van het vertrek van de een en het afzien van het fractieleiderschap van de ander. Ook wordt een kandidatenlijst voor de komende verkiezingen gepresenteerd waar nog geen gaten in zijn geschoten, terwijl zo goed als de helft al heeft gezegd van die lijst af te willen. En zoals in elke spannende politieke serie  een vleugje romantiek het verhaal goed doet, nemen oud-geliefden nu ook afstand van elkaar. Als een slechte B-acteur laat hij live op tv zijn tranen daarover vloeien. De fractieleider en het meisje. Een spannende aflevering in deze reality soap, waar geen letter van gescript is. Er is een minpuntje aan deze groteske serie. Dat is het gebrek aan dialoog. Nu is het nog veelal een monoloog in een rommelig decor van half opengeschoven gele gordijnen. Een tweespraak, dat zou mooi zijn, maar zal waarschijnlijk binnen de kortste keren ontaardden in een onverstaanbaar tegen elkaar in praten.
Ik ga weer verder kijken naar de volgende afleveringen. Waarschijnlijk te zien in M, Beau of Op1. RTL-Boulevard, waar het verhaal eigenlijk thuishoort, zal in de vooravond wel een preview geven.

1 reactie op dit bericht

Schuren

Wij logeren in ons eigen huis. Wij zijn verkast naar de eerste verdieping, het bovenhuis. Mijn werkkamer is woonkamer geworden en biedt overdag een veilige schuilplaats voor ons en voor Harrie de kat. Die resideert, verstopt onder de bank, zich afvragend wat dat monotone gebrom is dat haar oren van ’s ochtends vroeg tot ver in de middag teistert. Wij hebben haar uitgelegd dat het de schilders zijn die de benedenverdieping van een frisse verflaag voorzien. Maar voordat er geschilderd kan worden moet er eerst geschuurd worden, zodat alles mooi glad is. En dat schuren brengt de nodige herrie met zich mee. Dat vertellen wij Harrie , maar die toelichting is voor haar geen enkele reden om haar veilige plekje onder de bank, lekker tegen de verwarming aan, te verlaten. Zij laat zelfs tussen 08:00 uur  en 16:00 uur haar etensbak onaangeroerd. Pas als de schilder vertrokken zijn komt zij weer aarzelend onder de bank vandaan en probeert zich al snuffelend er van te overtuigen dat de kust veilig is en de voor haar snerpende geluiden verstomd zijn. Onze oudemensenoren  hebben nauwelijks last van het geluid. Harrie wel. Harrie houdt niet van schuren, Harrie houdt sowieso niet van vreemde mensen in haar huis en als er geschuurd wordt al helemaal niet.
Er schuurt wel meer in dit land. (Tjee, wat een er met de haren bijgesleept bruggetje.) Maar als het op dit moment ergens niet gladjes gaat dan is het we in of net buiten het Forum voor Democratie. Partijleiders gaan en komen toch weer terug en communiceren met elkaar via slordig opgenomen verklaringen. Als het woord democratie ooit door een partij ten onrechte als deel van zijn naam is geoormerkt dan is het wel bij FvD. Goedkope straatvechters die zich met al de middelen die ter beschikking staan bevechten. Er lijkt geen schuurpapier voldoende om daar de zaken ooit weer glad te strijken. De korte glans van even geleden bladdert als vanzelf af. Het drama dat een klucht lijkt te worden. De witkwast erover en weg ermee. Mooi klusje voor mijn schilders.

1 reactie op dit bericht

Keuring-2

Ik had er nog niet op gerekend. Vrij kort geleden kreeg ik van de afdeling neurologie te horen dat het nog wel een paar maanden kon duren voordat ik aan de beurt was voor een afspraak over mijn keuring gemaakt zou worden. Ik ben bezig mijn rijbewijs te verlengen en gezien mijn leeftijd en kwalen gaat dat gepaard met een aantal extra keuringen. De vertraging lag dus niet bij het CBR, maar vooral bij de polikliniek van het ziekenhuis die hun prioriteiten begrijpelijkerwijs in deze coronatijd nu net niet bij rijbewijskeuringen hebben liggen. Toch was het een horde die wel degelijk genomen moest worden. Ik pleegde wat overleg met het CBR en termijnen werden verlengd. De druk was van de ketel, zeker als ik gebruik zou kunnen maken van de coulanceregeling dat ik met mijn verlopen nog een tijdje zou mogen doorrijden.
Eind vorige week moest ik de polikliniek voor iets anders bellen. Informeerde toen ook of er zicht was op een keuringsafspraak. De was er bij lange na nog niet, maar als er een plaatsje vrij zou komen , zou er aan mij gedacht worden. Ik vind het altijd fijn er als er mensen zijn die aan mij  denken.
Gisteren aan het eind van de middag krijg ik een telefoontje. Of ik morgen ter keuring kan komen. Om 08:00 uur! Voor mij is dat nog in het holst van de nacht, maar ik zeg geen nee. Opnieuw dan onder aan de wachtlijst te komen trekt mij ook niet.
Het is nog pikdonker als ik  naar de dependance van het ziekenhuis in het nieuwe deel van de stad rijd. Ik verwacht een uitgebreide keuring, waar mij het hemd van het lijf zal worden gevraagd en ik allerlei testen en testjes moet doen. Ik denk wel een uurtje bezig te zijn. Ik maak mij er een beetje sappel over. Mijn rijbewijstoekomst hang er vanaf.
Ik ben keurig op tijd, de onderzoekende neuroloog ook. 10 minute later sta ik weer buiten Ik heb met mijn ogen zijn vinger moeten volgen, met mijn ogen dicht het puntje van min neus aangewezen, over een rechte lijn moeten lopen en bevestigend geantwoord op zijn vermoeden dat ik het redelijk wel maak wat mijn parkinson betreft. De arts zal zijn bevindingen naar het CBR sturen. Ik wacht af.

 

Nog geen reacties op dit bericht

Legaal

Toen in 1973 mijn zoon werd geboren was er nog geen internet, althans niet voor huiselijk gebruik. We belden nog met een vaste bakelieten telefoon en handgeschreven brieven waren niet niet vervangen emailberichten. Sterker nog, in die dagen kon je met een telefoon alleen maar bellen of gebeld worden en alleen soldaten kenden een wachtwoord waarmee zij konden bewijzen dat ze niet tot de vijand behoorde.
Een paar jaar later deed de huiscomputer zijn intreden, de Commodore 64. Het lukte zelfs mij op daar wat eenvoudige opdrachten te programmeren. Ik stond verbaasd van mijzelf. Maar daarmee had ik ook de grenzen van mijn kunnen op dit gebied bereikt. Zoonlief, intussen een tiener ging op computerkamp en overvleugelde mij in kennis en vaardigheid op alle mogelijke manieren. Floppy-disc, ROM en RAM, hardware en software, termen waar hij naar believen mee strooide waren voor mij begrippen aan het worden uit een  wereld die nooit helemaal en zelfs niet een beetje de mijne zou worden. Zijn kennis en kunde, daar kon ik wel op varen. Hij was het die mij roelofs@eu cadeau deed en mijn steun en toeverlaat werd als er iets met mijn computer en later laptop aan de hand was. Vaak was dat het gevolg van een door mij verkeerd ingedrukte knop, waardoor schermen verdwenen en andere niet verwachte zaken gebeurde. Hij werd en is nog steeds mijn privé helpdesk die verschillende functies op mij  laptop programmeerde en mij verzekerde mij niet druk te aken over de al dan niet aanwezige authenticiteit van een en ander. Als er weer eens wat gewijzigd of aangevuld moest worden deed hij dat voor mij met alle plezier onder de strikte voorwaarde dat hij niets hoefde uit te leggen(ik zou het toch niet snappen).
Gisteren kreeg ik de mededeling dat ik mijn Word programma niet meer kon gebruiken. Zoon ging aan de slag en haakte mijn computer aan aan zijn volstrekt legale apparatuur. Iets wat van de mijne bleek nog nooit gezegd had kunnen worden. Van zijn huis uit kon hij in mijn computer kijken en de nodige verfrissingen aanbrengen. En dat alles volstrekt legaal.
Ik heb steeds minder om te biechten, nu ook mijn Word 100% legaal is (neem ik aan?).

Nog geen reacties op dit bericht

Buba

Er zijn natuurlijk belangrijker zaken in de wereld om je druk over te maken dan dat verhaal over een olifant. De Amerikaanse verkiezingen, covid-19, de ontwikkelingen in Polen en Hongarije, stikstof, jihadisten die messenzwaaiend rondtrekken, allemaal veel belangrijker en het overdenken waard. Dan is het wat een olifant boven het hoofd hangt maar klein bier, maar het raakt mij meer dan al die berichten die ons in chocoladeletters in voorgeschoteld worden door de media.
Het was maar een terloops berichtje in de journaals en in de kranten. Ik had er niet eerder van gehoord. Het gaat over Buba. Buba is een circusolifant en die twee zaken, circus en olifant, die horen niet meer samen. Sinds een paar jaar mogen er in circussen geen ‘wilde’ dieren  meer optreden. Buba is dertig jaar geleden als jong kalf bij het Circus Freiwald terecht gekomen en daar een topattractie geworden. Ik weet niet of Buba ooit een echt wild dier is geweest, dwalende dor de Afrikaanse savannes, maar daar heeft zij, olifantengeheugen of niet, waarschijnlijk nauwelijks meer weet van. Buba hechtte zich aan de familie Freiwald en die circusfamilie hield van Buba. Buba, die geen rol meer vertolkte in het circusprogramma trok wel met het circus mee van plaats tot plaats, totdat het virus reizen onmogelijk maakte. Buba mag nog tot het eind van het jaar bij de familie blijven, maar dan moet ze daar weg. De minister van olifantzaken zegt op zoek te gaan naar een opvangplaats voor Buba, ergens in Europa. Maar de familie is bang dat Buba dat niet zal trekken en eenmaal uitgezet, ver van de familie in eenzaamheid zal wegkwijnen zo zonder de haar bekende familie dicht bij. De minister volhardt in haar standpunt. Buba moet gaan, zoals alle circusdieren moesten vertrekken. De uitzondering kan niet gehandhaafd blijven.
In het jeugdjournaal zie ik hoe Buba tevreden van zijn paprika’s smult en het verdriet van de circusfamilie. Buba’s uitzetting, klein nieuws, maar ik heb met haar en de familie te doen.
Kom op minister, 1 oude olifant, dat kan het land er toch nog wel bij hebben.

2 reacties op dit bericht