Baard

De derde dinsdag van september, Prinsjesdag, staat bol van de tradities. Met veel genoegen kijk ik elk jaar weer naar de royale bling-bling die aan deze dag verbonden is. Zoveel pracht en praal, zoveel paarden en uniformen, zoveel militair en muzikaal vertoon, zoveel jacquets en hoedjes dat je bijna vergeet waar het omgaat. Maar het gaat om de officiële opening van het parlementaire jaar met het voorlezen van de troonrede in een gezamenlijke vergadering van de beide Kamers van de Staten-Generaal. Op die troonrede zit eigenlijk miemand meer te wachten want in onze zo doorzichtige samenleving is die al dagen tevoren toch weer gelekt en is de inhoud zo goed als helemaal bekend. Dat lekken hoort net als bijna alles op en rond Prinsjesdag bij de tradities die deze dag aankleven. Tradities als de rijtoer door de stad in een meer dan 500 meter lange optocht, het sluiks overhandigen van de tekst aan de Koning door zijn grootmeester, het neigen (want koningen en prinsen buigen niet) voor de vaandels en een wuivende, want zwaaien past een lid van het Koninklijk Huis niet, prinses Beatrix achter een opgeschoven raam aan de Korte Vijverberg.
Bij het voorlezen van de Troonrede ben ik vanmiddag een beetje weg gedut. Dat gebeurt wel vaker als ik voor de tv zit. Ik denk dat ik niet veel gemist heb, want de meest inhoudelijke zaken kon ik al in  mijn ochtendkrant lezen. Een kwestie kreeg daarin geen aandacht, een zaak die tijdens het inleidende tv-programma uit en te na besproken werd en waar zowel presentatrice Astrid Kersenboom als verslaggever Joris van Poppel bijna geen genoeg leken te krijgen: de baard van de Koning. Zou die er af zijn, zou die er nog op zitten. Van Poppel hield een niet representatieve enquête onder vier toeschouwers. Stand 2-2. De spanning ten top. Een deskundige merkte nog op dat niet alleen de Koning daar iets over te zeggen had, maar dat ook zijn vrouw en kinderen mogelijk iets van vonden. De drie prinsesjes hadden wel eens kunnen zeggen: “Papa, je prikt”, duidde de koninklijk-huis-deskundige.
Het Wilhelmus klonk en het koninklijk paar schreed (koningsparen lopen niet) de trappen af en Willem-Alexander had zijn baard nog!
De Nederlandse Munt en PostNL verklaarden al voorlopig de beeltenis van de majesteit NIET aan te passen.

1 reactie op dit bericht

Familiebezoek

Gaat het er dan toch van komen? Sinds een paar uur heeft het er alle schijn van en zelfs meer dan dat. We speelden al een tijdje voorzichtig met het idee, maar vanmiddag besloten we het er dan toch maar op te wagen.
Ik hechtte mij allengs steeds meer aan een rustig bestaan waarin verre  en zelfs minder verre reizen niet of nauwelijks meer aan de orde waren.Ik vond dat ik het wel gezien had. En ik kwam niet veel verder meer dan een weekendje Wassenaar of een paar dagen Drenthe. Het hoogtepunt in onze vakantieperiode was ons optreden als huisbewaarder pal op de nabije Duitse grens en dat gaf toch ook al een heel aardig buitenland-gevoel. Maar die hele tijd speelde Gade toch ook met de gedachten dat zij het wel heel erg leuk zou vinden om op bezoek te gaan bij Neef Gerard die in het diepe zuiden van Frankrijk samen met zijn vrouw een B&B bestieren. Het was een idee dat mij ook in het geheel niet tegenstond, zeker als idee niet. Maar ik zag wel op tegen al dat gehannes van een vliegreis, met uren te voren inchecken, lange wachtrijen, uitgestelde vluchten. Maar toen kwam onze nieuwe auto in beeld, het is een waarlijk genot daar in te rijden. Bovendien zou mij mini scootmobieltje dan mee kunnen, wat mijn mobiliteit daar ter plekken wat zou kunnen vergroten .Natuurlijk is het een heel eind rijden, maar door er twee dagetappes van te maken, waarbij we afwisselend  een paar uur achter het stuur zitten lijken de klein 1.200 kilometer goed te doen.
Vanmiddag hebben we Neef gebeld met de vraag of hij ons een paar dagen kon ontvangen. Hij reageerde meer dan uitnodigend. Ik heb ook mijn Franse Nicht die met haar vouw al jaren in Frankrijk woont direct gebeld en wie weet zullen ook  zij acte de présence en van Issigeac naar St.Hypolite du Fort komen.Wordt het een mooi familiebezoek.
Het hotel halverwege is al geboekt!

2 reacties op dit bericht

Handel

Ik was nog nooit in Handel geweest. Ook wist ik niet precies waar het lag, terwijl ik mij toch beroem op enige cartografische kennis die ik mij dacht toegeëigend te hebben tijdens dat ene jaar dat ik als student sociale geografie stond ingeschreven, -studeren zou ik het niet willen noemen-, aan de toen nog Nijmeegse Katholieke Universiteit. Ik situeerde het dorp met zijn ruim 1.700 inwoners ten noorden van ‘s-Hertogenbosch. Waarom ik dat deed, ik zou het niet weten. Nu weet ik dat ik ten zuid-oosten van de Brabantse hoofdstad moet zoeken en gelukkig wist mijn Tom-Tom dat ook en leidde die Gade en mij keurig naar dit zo typisch Brabantse dorp. Toen wij in de buurt kwamen begon er bij Gade een lichtje te branden, begon haar Brabantse hart harder te kloppen en deelde zij mij opgetogen mee dat zij zich herinnerde dat dit een Maria-bedevaartsoord was, misschien zelfs nog wel is. Zij was er weliswaar nooit geweest, maar wit het evengoed.
Had ik dat ook geweten, dat van het bedevaartsoord , dan was ik vast eerder naar Handel vertrokken om even een kijkje te nemen in de kerk, het wonderbaarlijke Maria-beeld te bewonderen en een kijkje te nemen in de processie-tuin met zijn  wonderbare putje waar geneeskrachtig water uit zou opwellen. En ik zou vast en zeker ook een kaarsje hebben opgestoken. Maar dat zijn allemaal  overwegingen achteraf en de feitjes ontleen ik aan een bezoek aan Wikipedia. En dat maakt mij  toch ook wel weer nieuwsgierig om een en ander met eigen ogen te aanschouwen.
Waarom ik dan wel in Handel moest zijn. Beter wilde zijn? Dat was om de 11e verjaardag van de dochter van de partner van mijn dochter te vieren. Zij woont met haar familie in het buitengebied van Handel, midden in de bossen. De straat waar zij aan woont verwijst ook naar het feit dat het de pelgrimsroute naar Handel was.
De jarige woont daar met haar moeder en stiefvader drie honden, drie kippen  en twee geitjes. Gade gaat gelijk een band met de kippen aan.
En in de tuin staat een reuze trampoline. Gade kan het niet laten. Haar springen evenaart Maria’s hemelvaart.

Nog geen reacties op dit bericht

Druiven

Het is weer zover. De druivenstruik is weer zwaar behangen met vruchten. De struik heeft zich in de loop der jaren een weg gebaand langs de hele achterkant van ons huis en heeft zelfs een uitstapje gemaakt naar het pand van de buurvrouw. Die diep paarse trossen noden om geplukt te worden. Gade en ik heb hebben dat jaren lang gedaan en de druiven aan de buren in de straat uitgedeeld. Dat leverde een bijna Bijbels beeld,want dat boek staat bol van de metaforen waar een druif, ja zelfs hele trossen, een belangrijke rol speelt.
Vorig jaar hebben wij geen tros geplukt. Net zoals nu pik ik af en toe in het voorbijgaan een druifje. Eigenlijk zijn ze te zoet voor mij, maar ik kan aan de verleiding niet weerstaan en troost mij met de woorden van Oscar Wilde dat verleidingen er zijn om aan toe te geven. Vorig jaar heeft een goede vriend van ons in onze wijngaard emmers vol trossen geplukt. Zijn echtgenote heeft daar potten vol jam van gemaakt. Ook dit jaar hebben wij hen al gebeld dat zij weer van harte uitgenodigd zijn om de vruchten van onze struik te komen plukken. Het is zonde om de druiven te laten verrotten of aan de vogels te voeren.Vogels die er steeds minder zijn, omdat onze tuin niet alleen een druivendomein is maar ook bevolkt wordt door onze Harrie en zijn buurkatten.
Ik verwacht dat in de loop van deze of volgende week het oogstfeest gevierd zal worden.
Er was een tijd dat ik druiven alleen maar associeerde met Frankrijk. Daar groeiden druiven  en scheen de zon genoeg warm om ze te laten rijpen. Iets dat hier in ons landje met zijn gematigde zeeklimaat niet lukte. Zo leerde ik dat bij de aardrijkskundelessen van mijnheer De Jong, die ook boeiend kon vertellen over de bauxietwinning  in Suriname. Maar ik vertelde hem toen, eigenwijs mannetje dat ik was, dat bij mijn Oom Rien in de achtertuin een vruchtdragende druivenstruik stond. Dat was lang voor er winterharde soorten waren gekweekt die er voor zorgde dat er nu zelfs Groesbeekse premie cru is en in onze eigen achtertuin overvloedig geoogst kan worden.

1 reactie op dit bericht

Uitvaart

Ik was vandaag weer eens  bij een crematie. Ik weet nooit hoe je dat nu precies noemt, een viering, een bijeenkomst, een dienst. Het crematorium ligt helemaal aan de rand van de stad, weg gedrukt tegen een snelweg. De straat er naar toe loopt dood. Het lijkt er op of men de dood zover mogelijk van het leven heeft weg willen houden. Weg gestopt na wat sportterreinen, een middelbare school. Het kan bijna niet eindiger. De plaats van het crematorium lijkt een metafoor van zijn eigen aanwezigheid aan deze doodlopende weg.. Van hieruit gaat er niets verder. Hier stopt het, hier is het af en uit. Misschien zijn deze gedachten ook alleen maar een ‘hinein-interpretieren’. Mogelijk staat het crematorium hier omdat de bouwgrond goedkoop was en er weinig bezwaren van de buurt te verwachten waren. Puur commerciële overwegingen van een bedrijfsmatig geleide onderneming. Niks geen reflectie, de volgende is al weer aan de beurt.
De bijeenkomst is sober. Ik ken de overledene van mijn werkzame leven. Hij als vertegenwoordiger van een particulier initiatief, ik als representant van de overheid. De zaal zit overvol, rekende niet op zoveel mensen. Alle banken zijn bezet, heel veel mensen moeten staan. De overledene kijkt ons meer dan levensgroot van twee schermen aan. Familie,vrienden, collega’s, zijn partner spreken naar behoren. Mooie muziek wordt gespeeld en er is weer die onvermijdelijke diashow. Gade en ik weten van elkaar nu al dat wij als het bij een van ons zover is wij geen diashow willen. Onze gasten moeten te zijner tijd genoegen nemen met de beelden die zijzelf hebben.
De sprekers schetsen samen een mooi en rijk leven. Niks mis mee. Maar voor mij ontbreekt er toch iets. Een van de sprekers meldt het gegeven dat de overledene ooit gezegd heeft nooit meer een voet in de kerk te willen zetten. Dat mag, moet ieder voor zich zelf weten. Maar ik hoor van niemand hoe er door de dode werd aangekeken tegen dit moment dat toch eigenlijk een ‘rite de passage’ is, een overgang tussen nu en straks, tussen leven en dood, tussen wat was en wat wel of niet komt.
Maar misschien heb ik daar wel meer behoefte aan dan de overledene.

2 reacties op dit bericht

Musical

Vanochtend word ik wakker met een liedje in mijn hoofd. Dat is op zich niet ongewoon, meestal word ik wakker met een liedje in mijn hoofd en ook de dag door komen er tientallen deuntjes in mijn hoofd. Als er iets belangrijks of onbenulligs gebeurt klinkt er een liedje in mijn hoofd dat als ik goed nadenk op de een of ander manier een relatie heeft met die gebeurtenis. Ik weet dat ik daarin niet de enige ben, want bij Kinderen voor Kinderen is er zelfs ooit een liedje over gemaakt. Een wijsje over een liedje.
Het liedje dat vanochtend in mijn hoofd speelde nodigde mij zelfs uit om het luidkeels mee te zingen. Een uitvoering in de badkamer die de zang nog een extra luide, maar niet altijd even mooie galm meegeeft. Ik heb geen idee waarom ik nu net dit liedje zing. Het is een swingend slaapliedje uit de musical ‘De kleine Parade‘. Ik zag die musical in 1969 of 1970 in de Arnhemse stadsschouwburg. Het was het debuut van Joost Prinsen, net van de Theaterschool. Nog steeds kan ik na 50 jaar de meeste liedjes meezingen. En als ik daaraan terugdenk dan weet ik dat op dat moment ik een liefhebber van de musical ben geworden. Er zijn heel wat mensen die niets, maar dan ook helemaal niets met de musical hebben. Dat kan, maar ik begrijp het niet.  Ik kan mateloos genieten van die mengeling van muziek, dans en spel. En ik schaam me er niet eens voor. Ik deel die liefde met mijn Dochter. Samen zagen wij al heel wat musicals. Wederzijds geven wij elkaar voor onze verjaardagen de ander een gezamenlijk musicalbezoek cadeau. Het zijn er te veel om op te noemen. Van Les Miserables  tot Ciske de Rat en van Cabaret tot Hair. En steeds weer liet ik mij meevoeren in die paar uur amusement en verstrooiing.
Vandaag zag ik op You Tube een 50 jaar oud  filmpje van the making of  van de Kleine Parade en luisterde ook weer eens naar de LP. Ja, ik houd van die musical en een heleboel andere.

Nog geen reacties op dit bericht

Prognose

Ik wil u niet lastig vallen met bespiegelingen over mijn gezondheidstoestand. Dat doe ik mijzelf ook niet aan. Ik ben er van overtuigd dat het gaat zoals het gaat. Natuurlijk kun je het nodige doen om een en ander op de rails te houden, maar het is godsonmogelijk om zelf altijd de wissels in de juiste stand te zetten. Dat leidt er toe dat je soms een kant op gaat die je niet verwacht en dat je uitkomt op een rangeerterrein waar je, voor verder te mogen rijden, eerst een onderhoudsbeurt moet ondergaan. Onderdelen worden vervangen of weer wat schoon geborsteld, bijgesteld en opnieuw gesmeerd zodat ze, inderdaad, weer gesmeerd gaan lopen.
Een van die regelmatige stops is voor mij het contact met de trombosedienst. Om de drie weken prik ik de INR-waarde van mijn bloed. Op grond van die uitslag bepaal ik het aantal pilletjes dat ik dagelijks moet slikken om mijn bloed de juist viscositeit te geven. De trombosedienst waardeert mijn waarneming, gaat daar mee akkoord of past een correctie toe. Dat gaat allemaal digitaal. Voor de trombosedienst ben ik een thuismeter. Dat bespaart mij mening gang naar die dienst, ik controleer mij zelf. Maar 1x keer in de drie maanden moet mijn zelf-rijdend  treintje toch een controle-beurt krijgen. Vandaag was het weer zover. Mijn INR-meter wordt geijkt en ik krijg nieuwe controle-strips mee. Daar krijg ik ook te horen dat de drie-maandelijkse check tot het verleden behoort. Vanaf nu volstaat een jaarlijkse controle en zal de volgende afspraak op 9 september 2020 zijn om half drie. Soms realiseer ik me dat ik een man van de dag ben. Daar is op zich goed mee te leven, maar als de verpleegkundige mij vertelt dat zij mij pas over een jaar verwacht kan ik toch niet anders opmerken dat ik dan misschien al drie maanden dood ben. Ietwat geschrokken antwoordt zij dat zij dat toch niet hoopt. Ik ook niet, maar soms, je weet maar nooit. Prognoses zijn uit den boze. Die maak je hooguit voor de wedstrijd Nederland-Noord-Ierland op 10 oktober a.s. (3-1).

1 reactie op dit bericht

Maandagauto

Volgens mij zit er in de auto’s van vandaag de dag veel te veel elektronica. Verderop zal ik vertellen hoe ik op deze gedachte kom, maar eerst een herinnering. Mijn eerste auto was een Ford Taunus, waarvan ik nog steeds het kenteken weet 53-88-MK. Het was een auto van de zaak, die ik vrijelijk privé mocht gebruiken. In de tijd was het woord ‘bijtelling’ nog niet uitgevonden, laat staan dat ik van de fiscus ook maar iets bij mijn inkomen moest tellen. Ja, sommige dingen waren vroeger inderdaad beter. Als er iets aan de auto haperde reed ik naar de Ford-garage, waar de monteur mij vroeg de auto even te starten. Met een meditatieve aandacht luisterde hij naar het motorgeluid en zij dan na een tijdje dat hij het al hoorde. En zijn auditieve diagnose was altijd de juiste. Nog steeds  bewonder ik die monteur om zijn kennis van mijn Ford.
Sinds een paar maanden hebben Gade en ik een nieuwe auto.  Een automaat, onze tweede Citroën. Het rijden in een automaat is een heus pretje. Een pretje dat onlangs een ernstige deuk kreeg. Nee, ik botste niet met een ander voertuig. Dat zou niet eens mogelijk zijn geweest.De auto bleef op zijn plaats, Als ik een paar dagen geleden de auto start gaan alle lichtjes op het dashboard knipperen en lijkt het op een te overdadig aangelicht kersttafereel. Die lampjes doen het allemaal wel, maar de motor zelf doet niets op een klein hikje na. De rest is stilte (Hamlet, akte 5, scene 2).
De volgende dag komt de Wegenwacht. En zelfs als hij, zoals de Ford-monteur destijds. op het gehoor een diagnose had willen stellen was dat onmogelijk geweest. De motor zwijgt. En dan blijkt dat mijn auto meer een computer is dan een voertuig. Via zijn tablet leest de wegenwacht de mogelijke kwaal uit. Het lijkt de accu te zijn. Met zijn hulp krijgen we de motor weer even aan de praat. Genoeg om de garage te bereiken waar ze de diagnose  van de Wegenwachter delen en een splinternieuwe accu monteren .
Van een paar mensen krijg ik te horen dat zij zich verbazen dat wij überhaupt weer een Citroën aanschaften.
Bij de garage start ik de auto. Lichtjes blijven uit, motor draait naar behoren. Het is dinsdag, niet de dag voor een maandagauto.

2 reacties op dit bericht

Gelderlander

Ik ben in Nijmegen geboren. Nijmegen ligt in de provincie Gelderland. Dat ik daardoor een Gelderlander ben is onontkoombaar, maar om nu te zeggen dat ik mij een Gelderlander voel zoals een een Zeeuw, een Fries of een Brabander zich met zijn provincie verbonden lijken, nee. Gelderland bestaat niet. Ja, op de landkaart is een mooi stukje van Nederland  omlijnd en wordt het gebied daarbinnen van oudsher Gelderland genoemd, maar het roept bij mij , hoe ik mijn best ook doe, op geen enkele wijze een gevoel van verbondenheid op. Gelderland is een lappendeken, waarvan de onderdelen op zich allemaal hun eigen karakteristiek en schoonheid hebben, maar waar de samenhang in ontbreekt. De gebieden versterken elkaar niet. Ze zijn ieder voor zich wat ze zijn, liggen naast elkaar in Gelderland, maar maken Gelderland als zodanig nog niet bijzonder. Gelderland wordt gevormd door de Veluwe, de Achterhoek, het Rijk van Nijmegen, de Betuwe, het Land van Maas&Waal , de Bommelwaard, de Liemers  en nog wat mooie streken. Maar een eenheid? Hooguit in verscheidenheid.
Afgelopen zondag togen Gade en ik naar Ulft. Daar hebben zij de DRU-fabriek, -die van die beroemde rooie pannen-,  toen de ovens voorgoed doofden omgetoverd tot een cultureel brandpunt. In die imposante omgeving was de presentatie van een boek over een wel zeer fraai fotoproject. De kunstenares Louise te Poele heeft acht Achterhoekse gemeentes verbeeld in gefotografeerde stillevens die in al hun sereniteit en verstilling een ingetogen maar aansprekend beeld geven van die gemeente. De foto’s in het fraai uitgegeven boek worden begeleid door teksten van de auteur Lotte Lentes.
Het eerste exemplaar van het boek wordt aangeboden aan Pieter Roelofs, hoofd schilder- en beeldhouwkunst van het Rijksmuseum die op plezierige wijze een verband legde tussen de 17e eeuwse stillevens en de hier ook op grote panelen getoonde ‘gemeentelijke’ stillevens. Ook weer een uiting van eenheid in verscheidenheid.
De provincie Gelderland heeft 51 gemeenten. Acht hebben er nu zo’n stilleven. De provincie zou van durf getuigen als zij het voor de overige 43 gemeenten ook mogelijk zou maken een eigen stilleven te verwerven en zo tonen dat Gelderland toch meer een eenheid is dan ik dacht.

1 reactie op dit bericht

Naam

Gade en ik blijven alleen aan de grote ronde tafel achter. Het is zaterdagochtend, een ochtend zoals alle andere zaterdagochtenden. De leden van de koffieclub hebben elkaar weer in het Leescafé gesproken  zoals de meeste zaterdagochtenden. We weten welke film we zouden moeten zien, vertellen over de bijzonder theatervoorstelling, het laatst gelezen boek en delen elkaars lief en leed. De vertrouwde warmte van een vriendenkring, al zoveel jaren lang. Na een ruim uur gaat ieder weer zijns weeg. Gade en ik blijven alleen aan de grote ronde tafel achter. Bestellen een broodje en een kop soep, onze lunch voor vandaag. We lezen de krant, beter: ik blader de krant door lees de koppen en blader snel verder. Het is een krant van niks.
Er schuift met een vriendelijk knikje een dikke meneer bij ons aan tafel aan. Met een krant die er wel toe doet. Hij bestelt een cappuccino en pakt zijn leesbril. Ik lees in mijn krant die er niet toe doet het berichtje dat het plaatselijke zwembad gisterochtend gesloten was omdat de zuiveringsinstallatie niet goed werkte. Het zwembad is vernoemd naar een olympische zwemkampioene van lang geleden. Ik vertel Gade van de sluiting van het bad dat wij frequenteren. De dikke man met de leesbril en de krant die er wel te doet kijkt op en zegt met enige stemverheffing dat hij niet snapt dat zo’n zwembad naar Erica Terpstra is vernoemd. Met een, overigens mij lieve, Nimweegse tongval voegt hij daaraan toe dat er toch Nimweegse zwemmers [swèmmes] genoeg zijn om  te vernoemen. Ik vraag hem een naam te noemen. Hij kijkt mij vragend aan. “Ik bedoel een lid van een zwemclub bijvoorbeeld”, probeert hij. Zijn poging tot een gesprek over de naam van een zwembad verzand voordat het begonnen is. Hij neemt een slokje van zijn cappuccino en verdiept zich in zijn krant die er wel toe doet.
De krant lijkt er toch minder toe te doen dan ik dacht. Zijn leesbril verliest zijn functie. Zijn hoofd zakt voorover. Hij dommelt weg. Wij gaan weg. Zachtjes om hem niet te storen. Wie weet droomt hij wel een heel mooie Nimweegse naam voor het Erica Terpstrabad.

Nog geen reacties op dit bericht