Onderbroken concert

Tegen mijn verwachting in zit de grote concertzaal maar half vol. De optredende zanger en het strijkorkest dat hem begeleidt hebben wereldfaam. Jaren geleden waren wij ook bij een concert van hem. In Amsterdam, het Concertgebouw, een afgeladen grote zaal. Volk juichend op de stoelen, ook al klonk zijn stem wat vermoeid na een heel dag workshops geven. Ik verheugde mij er op hem weer te horen. Ach, kon ik maar half zo goed zingen als hij.
Voor het concert gaan we met een vriendin die ons fêteert nog even eten en ontdekken zo een in prima Italiaans restaurant. De bruschetta vooraf, de ravioli en het dessertje met koffie lijken een prima prelude voor het concert.
We lopen door de striemende regen een paar honderd meter naar het theater. Voel ik mijn buik nu wat rommelen? Het lopen gaat moeizaam, moeizamer dan normaal. Mijn darmen lijken op te spelen en heel mijn lijf dwars te zitten. Dat gevoel ebt langzaam weg als ik de grote hal binnen ga. We begroeten wat vrienden, schudden handen en wensen hen een mooi concert. Dat zal zeker wel lukken. Mooi niet.
We zoeken ons plaatsen , midden in de rij. De zaal roezemoest, zoals zalen altijd vlak voor aanvang doen. Op een onaanwijsbaar ogenblik verstomt het geluid. Even is het helemaal stil. Ik voel alleen maar mijn buik en vraag me af of het gerommel niet te horen is. Het welkomstapplaus voor de artiesten overstemt het. Het orkest zet in. Prelude uit Capriccio van Straus. Het zal vast wonderschoon geweest zijn, maar de muziek komt niet bij mij binnen. Ik word te veel in beslag genomen door het krampend opspelen van mijn ingewanden. Hoe houd ik dit vol? Niet dus, in het applaus na het openingsnummer vlucht ik al excuserend de rij en de zaal uit. Een ouvreuse houdt de zaaldeur voor mij open. Ik sprint langs haar heen en hoor haar zeggen dat ik pas in de pauze weer naar binnen kan. Net op tijd, maar dan ook maar net op tijd weet ik groter onheil te voorkomen. Oef.  Ik mis de liederen van Beethoven en Eisler en wacht in een verder lege foyer op de pauze.
In alle rust geniet ik van het tweede deel van het concert plus vijf toegiften, waarmee de zanger voor mij het gemis van het eerste deel meer dan goed maakt.

Nog geen reacties op dit bericht

Bedelaar

Zoals Nederland een land is van tulpen, molens en klompen zo is Parijs de stad van de Eiffeltoren, metro en de Seine. En natuurlijk van de ‘clochard’, onlosmakelijk aan die stad verbonden. Clochards, dakloze bedelaars, zo heten ze daar. Overal elders waren het zwervers, bedelaars, klaplopers. Mijn Franse leraar uit die tijd kon daar een romantisch beeld van schetsen. De clochards, die sliepen boven de luchtroosters van de ondergrondse, een lege wijnfles als hoofdkussen. Zo iets dachten wij hier niet te hebben, wij hadden geen metro, net zo min als een Eiffeltoren. Wij hadden Swiebertje, de sympathieke zwever die bij Saartjen in den keuken van den burgemeester een kopjen kofjen dronk. Hij deed geen vlieg kwaad. Voor mij bepaalde hij het beeld van de goedmoedige zwerver. Hoe hij aan zijn eten en drinken kwam werd niet duidelijk, waar hij woonde evenmin. Logeerde misschien wel bij zijn vriend Malle Pietje. Gemeentelijke nachtopvang had je nog niet, de plaatselijke hooimijt was hem dak genoeg.
Swiebertje is niet meer en heeft net als zijn Parijse neef de clochard zijn charme verloren. Hun strijd om het bestaan heeft zich verhard en speelt zich nu af bij de AH-winkels in de stad waar zij als bedelaars proberen aan dat beetje extra geld te komen dat voor hen het leven dragelijker doet lijken. Niks romantisch meer aan. Lastpakken, dat worden ze genoemd, weggestuurd zoals je lastige vliegen probeert te verjagen. Bedelaars die herhaaldelijk om wat geld, 1 euro voor de nachtopvang, vragen en daarmee net zo veel als een burgemeester zouden verdienen.
In mijn vriendenkring ontspint zich een gesprek. Moet je een bedelaar nu wel of niet iets  geven. Laten we ze met onze hondenfooi nu wel of niet delen in onze welvaart? Kopen we door onze aalmoes ons schuldgevoel af? Stimuleren we door onze gift de illegale drugshandel? Er komen verhalen over reizen naar het buitenland waar je soms omwolkt wordt door een horde bedelende kinderen, in niets te vergelijken met de nostalgische zwervers van ooit. Het schrijnt. Oplossingen? Wie het weet mag het zeggen.
De straatmuzikant in de stad gooi ik wat munten in zijn hoed, ik kijk weg van de uitgestoken hand van de bedelaar.

Nog geen reacties op dit bericht

Schumen

Ik draag nog zelden een colbertje. Laat staan een kostuum. De jaren dat ik dagelijks jasje-dasje droeg liggen al ver achter mij. Mijn daagse outfit is een trui boven een jeans. Ik heb  ook het idee dat ik veel minder kleding nodig heb dan vroeger. Het overhemd is vervangen door een t-shirt of coltrui. Komt ook nog bij kleren kopen niet mijn favoriete bezigheid is. Beter gezegd, ik houd niet van het passen in een hokje waar ik nauwelijks uit de voeten kan. Veel gedoe. Eigen kleren uit, nieuwe aan, toch weer iets te groot of te klein, schoenen uit en weer aan, ander maat jasje gepast, maatje groter geprobeerd, toch nog een keer dat andere ook nog even aan, eigen kleren weer aan.
Ik heb geen nieuwe kleren nodig en toch stel ik Gade voor na de zaterdagochtend koffie even bij mijn vaste kledingleverancier binnen te lopen. Onbewust heeft hun aankondiging dat de uitverkoop bijna voorbij is vast  bijgedragen aan deze beslissing. “Ik heb niet echt iets nodig, maar laten we toch maar even gaan schumen“, stel ik Gade voor. Mooi Nimweegs woord dat zo uitgesproken betekent dat je niet per se iets gaat kopen, maar even wat gaat rondkijken en wie weet tot aankoop overgaat. aar dat is zeker gen bindende voorwaarde.
Het aardige van mijn vaste kledingleverancier is dat het een zaak is waar het merendeel van het personeel je bij name kent en zo ook begroet. Dat voelt goed. De eigenaresse nodigt ons uit voor een kop thee en we wisselen de stand van zaken uit. Lief en leed wordt even gedeeld.
Na de thee schumen we nog even door de winkel. Nee, bij de afdeling colberts en kostuums hebben we niets te zoeken. Zomershirts met korte mouwen zijn nog niet binnen, het is nog winter. Maar een half uurtje later komt ons schuumtocht toch tot een einde. Met twee coltruien en een coljack verlaten wij het pand.

1 reactie op dit bericht

Zelfportret

Met stille bewondering kan ik kijken naar portretten die een schilder van zichzelf heeft gemaakt. Hij neemt afstand en bekijkt zich met eigen ogen als ware het andermans. Een goed zelfportret getuigt van de kunde om niet alleen  vast te leggen hoe hij er uit ziet, maar geeft ook een blik in de ziel van de geportretteerde. De schilder Caraveggio heeft daar nog een extra dimensie aan door zich in zijn schilderij ‘David met het hoofd van Goliath’ twee keer weer te geven. Het dode hoofd van Goliath is hij zelf en in David zijn de trekken van de jonge Caraveggio te herkennen. Een aangrijpend dubbelportret van de schilder die zich een spiegel voorhoudt.
Nu is het zo dat elke kunstenaar, schilder, beeldhouwer, schrijver gewild of ongewild iets van zichzelf in zijn kunstwerk legt. De schepper is onlosmakelijk met zijn werk verbonden. Heel nadrukkelijk zoals bij Caraveggio of op heel ander vlak meer terloops , anekdotisch  zoals de regisseur Alfred Hitchcock  in veel van zijn films even in beeld komt, als is het maar als voorbijganger of man die zijn bus mist en zich zo te kijk zet.
Ook schrijvers geven iets van zichzelf prijs in de personages van hun roman. Natuurlijk zijn zij niet een op een terug te herleiden tot de held of schlemiel van het verhaal. Een roman is een roman. Maar de auteur, zelfs de biograaf, heeft geen andere taal dan de zijne, ook als hij die anderen in de mond legt. Door de woordkeuze vertelt hij iets van zich zelf.
Elk werk is een afspiegeling van de maker. Dat is ook het geval in stukjes als deze.
Onlangs las ik een van de bijdragen van een vaste weledelzeergeleerde facebookstukjesschrijver, die er in zijn schrijfsels vaak met gestrekt been in gaat. Daarbij schroomt hij er niet voor in plaats van de bal de man te spelen. Hij omschreef iemand met naam en toenaam als een autistische populist. Natuurlijk mag iedereen schrijven wat hij wil. Gelukkig. Maar zelden zag ik een schrijver door die woordkeuze een verholen zelfportret van dergelijke kwaliteit en bondigheid schetsen en zich zo laten kennen.

Nog geen reacties op dit bericht

Nieuws

“De krant kun je niet missen, geen dag.” Volgens mij was dat een slagzin waarmee het krantenbedrijf jaren geleden probeerde zijn product aan de man te brengen te brengen. Het was in de tijd dat je die staande uitdrukking nog straffeloos kan gebruiken. Nu zou ik politiek correct ‘man/vrouw’ hebben moten schrijven. Maar dat terzijde. Het is een illustratie van de vele veranderingen tussen toen en nu.
Wat bleef is de inspanningen die kranten verrichten om abonnees te werven. Daar doen ze heel veel moeite voor. Aantrekkelijke aanbiedingen, weekendbijlagen die niet door te komen zijn, beschouwende katernen, colporterende studenten bij de supermarkt.
Kranten moeten opboksen tegen een overaanbod van nieuws dat het publiek via radio, tv en sociale media veel eerder bereikt dan via de gedrukte en handmatig verspreide edities mogelijk is. Het nieuws in de krant is meestal oud nieuws. Eerder zag of hoorde ik het via radio of tv. De krant is nog wel geschikt om achtergronden te belichten. De papieren krant is eigenlijk een soort Eerste Kamer van het nieuws waarvan de kwaliteit niet bepaald wordt door de waan van de dag, maar ruimte biedt voor reflectie en bezinning op de actualiteit, verbanden aanbrengt, verbindingen legt en feiten checkt. Dat alles wel ingegeven door het nieuws. De papieren krant moet wat mij betreft (maar wie trekt zich dat aan?) zich hoeden voor het worden van een verzameling columns waarvan de schrijvers vrijelijk te keer mogen gaan. Soms vind ik wel dat een krant te veel columnisten heeft. Iets meer achtergrondjournalistiek mag en de krant moet zijn bestaansrecht niet hoeven te ontlenen aan de puzzelpagina.
Onlangs, en zo kom ik tot deze beschouwing, werd Gade voor de Albert Heijn aangesproken door een jongeman, gehuld in een hesje met daarop de naam van de krant, die haar een abonnement probeerde aan te smeren. Zij maakte duidelijk dat zij thuis misschien wel de beste krant van Nederland las. De jongeman vroeg haar toch een gratis krantje mee te nemen, zodat zij kon vergelijken. Vooruit dan maar. Thuisgekomen bleek het een krant van een dag eerder te zijn, editie Achterhoek, zodat wij hier in Nijmegen uitstekend op de hoogte kwamen van welke actualiteit onlangs in Winterswijk had gespeeld. Niet echt wervend. Zo’n krant kun je wel missen, elke dag.

Nog geen reacties op dit bericht

Schor

Mijn stem is bij lange na niet meer wat die ooit was. Mijn neurologe heeft verteld dat dat een gevolg is van een van kwaaltjes die ik heb. Mijn stem is niet alleen heser geworden en ook veel zachter, maar ook de articulatie heeft betere tijden gekend. Dat is wennen voor iemand die van het woord voeren zijn bestaan had gemaakt. Nu hoef ik daar mijn geld niet meer mee te verdienen, maar ik droom toch geregeld dat ik een toespraak of inleiding moet houden en mijn praatje dan uitmondt in een voor mij onverstaanbaar gebrabbel. Het lijkt of de letters in mijn mond over elkaar heen tuimelen. “Brakalabarie“, hoor ik mij zelf zeggen. Maak daar maar eens chocola van. Ik zelf begrijp al niet meer wat ik wil zeggen, laat staan een ander.
Ik weet niet zeker of de verschorring (mooi neologisme) door mijn neurologische afwijking komt of dat het eenvoudigweg een koutje is dat zich hardnekkig heeft vastgezet op mijn stembanden. Maar het kan ook wel een bijwerking van een van mijn medicijnen zijn. Als je de lijst daarvan die op de bijsluiters staan op een rijtje zou zetten dan is er haast geen kwaal meer ter wereld die geen bijwerking zou kunnen zijn.
Ondanks die wat aangetaste stem ga ik toch maar weer eens naar de repetitie van mijn smartlappenkoor. Het is alweer een hele tijd geleden dat ik geweest ben. Het koor komt op een nieuwe plaats samen. Het is even zoeken naar en parkeerplaatsje. Enthousiast wordt ik door een aantal leden na mijn lange afwezigheid begroet. Ik mag om mijn terugkomst te vieren een verzoeknummer indienen. Ik kies voor De Mallemolen. Ik heb ooit gezorgd dat dit liedje op ons repertoire kwam. Maar voor we zo ver zijn worden er eerst andere deuntjes gezongen. Het geluid dat ik produceer valt me erg tegen. Het is een sonoor gebrom waar met enige moeite een melodie in is te herkennen. Ik zingzeg maar een beetje en troost me met de gedachte, zonder mij aan hem te willen spiegelen, dat Leonard Cohen daar tot op hoge leeftijd stadions mee vol kreeg.

Nog geen reacties op dit bericht

Zorg

Ik ben lid van een informeel ienie-mienie eetclubje. Vijf mensen die in een ongeregeld ritme met elkaar eten. Ik ben de enige voor wie  de term ‘eetclub’ op zijn plaats is, want voor de anderen is het, als zij als gastgever aan de beurt zijn, ook een kookclub. Tot nu toe heb ik nog niet hoeven koken. Misschien komt dat nog wel eens en zou ik mij wel weer eens willen uitleven op een specialiteit waar ik in vroeger jaren om gekend was, een simpele maar voedzame kaasfondue. Zeker als het een wat grote gezelschap was en ik in twee flinke pannen aan het roeren was, maakte ik fondues met verschillende toevoegingen. Dat was smullen. Het was in die tijd dat ik ook nog geloofde dat de wereld maakbaar was. Soms  heb ik dat nu heel af en toe ook nog wel, maar ben er wel, sadder and wiser, achter dat het maar marginale en minimale aanpassingen zijn. In de kern is er er vooral verharding van standpunten te constateren. Voor heel veel mensen is hun overtuiging en daarmee hun de waarheid in beton gegoten. Voor mij zijn die altijd van een vraagteken voorzien en zeker niet van een uitroep teken. Graag citeer ik dan Jan Brokken die in een van zijn boeken de hoofdpersoon laat zeggen dat de waarheid nog een verhaal is.
Het aardige van het eetclubje is ook dat de perfecte ambiance vormt om naast het genieten van een goede maaltijd aan de praat te komen. Onlangs kwamen wij, tussen de tomaten/pastinaaksoep en een zeer smakelijke curry, op de vraag hoe ver je moest gaan in de zorg voor iemand, waar de grenzen liggen en of de verwachtingen van de zorgbehoevende de norm voor jouw inzet ten koste van wat je zelf kunt, maar zeker ook wat je zelf wilt. En die zorgbehoevende mag je denken van de wereld, het klimaat tot dichterbij de overbuurman of het familielid.
Toen ik jaren geleden, in de tijd van de kaasfondue, nog dacht de wereld te kunnen redden relativeerde de toenmalige aartsbisschop  mijn geestdrift met de troostende woorden: “Neem niet alle zorgen van de wereld op uw schouders, dat doet zelfs een kardinaal niet.”

Nog geen reacties op dit bericht

Ochtendgloren

Slapen is een van mijn favoriete bezigheden. Ik ben er ook erg goed in. Slapeloze nachten zijn een mij zo goed als onbekend fenomeen. Ooit toen ik met werken nog mijn geld moest verdienen kon het wel eens gebeuren dat ik midden in de nacht geplaagd werd door de gedachte dat ik nog het een en ander moest doen. Dan wilde het wel eens gebeuren dat ik de warme sponde verliet om in het holst van de nacht een lijstje te maken van taakjes die nog op mij leken te wachten. Meestal was het schrijven van zo’n lijstje voor mij slaapmiddel genoeg. De volgende ochtend bleken het vaak futiliteiten te zijn waar ik me druk over gemaakt had. Nu hoef ik mij bijna nergens meer druk over te maken. Natuurlijk doe ik dat nog wel eens. Volkomen onterecht, maar het heeft nauwelijks invloed op mijn slaapgedrag. Als ik naar bed ga zet ik de radio aan op een stand dat die na vijftien minuten er het zwijgen  toe doet. Zelden dat ik wakend dat kwartier vol maak. Vaak is het zo dat ik al slaap als mijn hoofd het kussen raakt. Dan begint de nacht die voor mij meestentijds gelardeerd is met een kleurrijk palet aan dromen, die ik naar zeggen van Gade niet alleen stil in mijn hoofd beleef, maar ook vorm geef door onverstaanbaar gemurmel en soms drukke armbewegingen. Die  zorgen er voor dat de zaken die op het nachtkastje staan er van afgeveegd worden en ik ze bij het ontwaken op het slaapkamermatje voor mijn bed aantref, mij afvragend hoe ze daar terecht zijn gekomen.
Zo gemakkelijk als ik inslaap, zo moeilijk heb ik het bij het wakker worden. Het is met de grootste moeite dat ik mij aan Morpheus armen ontworstel. Op dat moment heb ik alleen maar de wens nog lang, heel lang te blijven liggen.Het ochtendgloren kan mij gestolen worden. Maar meestal is er geen ontkomen aan en is er een zelf aangegane verplichting die noopt op te staan, de gordijnen opzij te schuiven. Altijd te vroeg, veel te vroeg.

Nog geen reacties op dit bericht

Uitstraling

Ik raak van tijd tot tijd onder de indruk van mensen die zonder iets te zeggen of iets bijzonders te doen op een niet nadrukkelijke maar onontkoombare wijze aanwezig zijn. Door de manier van lopen, zich bewegen, de wereld inkijken hebben zij een uitstraling, een présence die aansprekend is. Ik ben niet in staat precies te omschrijven welke factoren het zijn die ten grondslag liggen aan dat fenomeen. Als zo iemand ergens binnen komt zijn ze er, is er geen ontkomen aan. Ze hebben een haast magnetische werking. Zonder aanstellerij, volkomen van nature beheersen zij de situatie.
Laat ik maar een voorbeeld geven. Ik reis af naar Amsterdam. Het is zondag en ben op weg naar het Muziekgebouw aan het IJ voor een middagconcert, samen met Gade en een vriendin. Het uitje is een verjaardagscadeau voor die vriendin. Gade en ik geven geregeld dit soort uitjes als cadeau. Dat is niet alleen leuk voor de ontvanger, maar ook voor ons als gevers.We zijn tijdig afgereisd, genoeg tijd om voor het concert nog te lunchen. Al we net aan tafel zitten zie ik een politicus binnen komen die zelf mogelijk denkt te vallen onder de categorie mensen die zojuist beschreef. Maar voor mij is het een zichzelf overschattende blaaskaak die aandacht vraagt door foute dingen op het verkeerde moment te roepen. Hij schuift een paar tafeltjes verder aan. We zitten met de rug naar elkaar. Punt.
Er komt iemand binnen die wat zoekend rondkijkt, maar die direct mijn aandacht vasthoudt. Ook omdat het gezicht en haar présence mij vaag bekend voorkomen. En verder is het een verschijning die aan mijn eerder omschrijving voldoet. Gade buigt zich voorover en vraagt op een toon die past bij de omgeving of dat niet een familielid is van een goede bekende die wij al een jaar of 10 niet meer hebben gezien. Ook Gade is onder de indruk. We twijfelen. Kan het zijn, of toch niet.
Na het concert schuiven we de zaal uit, nog steeds onder de indruk maar ook rikraaiend ja of nee. Gade spreekt haar aan. “Hè, wat een verrassing jullie weer eens te zien”, antwoordt ze hartelijk. Ook een natuurlijke eigenschap van dat soort mensen.

Nog geen reacties op dit bericht

Plantenkas

Ik ben zeer tegen mijn gewoonte in een paar weken niet naar mijn favoriete boekhandel geweest. Gewoonlijk kom ik daar minstens een keer per week op de zaterdagochtend om samen met een aantal vrienden het leven, de wereld, de laatste film of meest recent gelezen boek te bespreken. En natuurlijk ook om koffie te drinken in het inpandige leescafé. De boekhandel heeft de afgelopen weken een face-lift ondergaan. Eigenlijk vond ik niets mis met hoe die er uitzag. Functioneel en met betrokken boekverkopers die op alle vragen wel een antwoord wisten of met je mee dachten. Gade en ik hebben een bijzondere band met de winkel. We deden mee aan een crowdfunding actie om de boekhandel die een deel van een slecht functionerende keten was geweest zelfstandig voort te laten bestaan. De actie slaagde in korte tijd en de boekhandel veroverde weer de plaats die zij verdiende. Mijn naam prijkte op de wand van donateurs.
Ondanks alle ingrijpende aanpassingen bleef de boekhandel  open tijdens het verbouwingsproces, waar niets op zijn plaats bleef. Wat wel dicht ging was het leescafé. Mijn zaterdagse koffieclub zocht die weken elders domicilie.
Omdat wij zaterdag buiten de stad zijn gingen Gade en ik vandaag een kijkje nemen. Even had ik het idee de verkeerde winkel binnen te lopen. Het was even wennen, maar al gauw was ik gecharmeerd van het uitgekiende lichtplan en de nieuwe opstelling in het achterste gedeelte van de winkel. Op verrassende wijze zijn de inrichters er in geslaagd ruimte en intimiteiten te combineren en spatten de rijen boeken veelkleurig ruggelings uit de schappen. Even dacht ik in een plantenkas te zijn, want her en der zijn er groenversieringen die de illusie geven in een tuincentrum verdwaald te zijn. Maar ook geeft het geheel het idee een Eftelingachtig sprookjesdecor te zijn, een combinatie van een droomvlucht en het kasteel van Doornroosje. Een logisch vertrekpunt om je steeds weer in een leesavontuur te storten.

Nog geen reacties op dit bericht