Pees

Ik kon het toch niet laten vanmiddag ook nog even naar de intocht van de Vierdaagse te kijken. Niet live, maar via de tv, waar omroep Gelderland verslag deed vanaf de Wedren en de Via Gladiola. Van tijd tot tijd waren er ook korte filmpjes te zien die een terugblik boden naar de marsen van lang en langer geleden. Daarin was te zien dat er in al die jaren maar bar weinig veranderd is. Wandelen gaat nog steeds stap voor stap en hoe dichter het sluitingsuur van de mars nadert, hoe slechter deelnemers gaan lopen. Soms is van lopen nauwelijks nog sprake en lijkt het meer op strompelen. En dat strompelen is nu ook mijn deel. Ook ik strompel, weliswaar niet op de Via Gladiola, maar gewoon thuis. Bij elke stap die ik zet is het of iemand met een scherpe pin mij in mijn linkerbil steekt. Eigenlijk is van een stap niet eens sprake, het zijn schuifelpasjes en zeker de eerste twee, drie zijn knap pijnlijk. Na die pasjes ebt de pijn wat weg, maar gezellig wordt het niet. Als ik met een hand tegen de pijnlijke plek druk wordt het wat draaglijker. Ik vermoed dat ik een peesontsteking heb. Dat vermoeden lijkt bevestigd te worden als ik Internet raadpleeg. Dat leert mij dat ik waarschijnlijk last heb van een trochantair pijnsyndroom. Als u dat nader uitgelegd wilt hebben kunt u hier klikken. Internet leert mij ook dat een en ander vanzelf weer kan over gaan, maar ook dat het jaren kan duren. Niet echt een troostrijke gedachte. De Internetdokter raadt aan maar wat paracetamol te slikken of bij de huisarts een ontstekingsremmende injectie te vragen. Maar hoe die zich weer verhoudt met mijn andere medicijnen laat ik graag aan mijn eigen dokter over. Volgende week maar eens een afspraak met hem maken.

1 reactie op dit bericht

Glimp

Een paar dagen geleden scheef ik nog dat deze 103de Vierdaagse zo goed als ongezien aan mij voorbij zou laten trekken. Ik was niet van plan mij aan de rand van het parcours te begeven en daar een schier onafzienbare stoet te zien passeren. Ik vond dat ik mijn leven genoeg Vierdaagse had gezien.
Vandaag kwamen de lopers Nijmegen binnen via een straat die zo goed als om de hoek lag. En op die hoek woont de dochter van vrienden van ons, die vanuit het raam van haar appartement een riant zicht heeft op de binnentrekkende wandelaars. Qua geluidsniveau leek het overigens of de hele wandelprocessie als een onafzienbare rij rupsen door mijn achtertuin trok. Alles wat langs de route maar aan versterker aanwezig was stond op 10 en bepaalde zo het wandelritme. Niet meer dat van een vrolijk marsdeuntje, maar klinkklare housemuziek, als een ouverture op het avondlijke muzikale geweld dat onverbrekelijk aan de Vierdaagse verbonden lijk te zijn. Gade en ik besluiten toch maar even wat dichterbij te gaan kijken. Ik laad een krukje om te zitten achter op mijn fiets, maar dat hebben we niet nodig. Hier staat het publiek drie, vier rijen dik de lopers toe te klappen en achter die rijen hebben de aanpalende horecagelegenheden een waar parasolkamp ingericht dat er van boven af uitziet als in der haast opgetrokken vluchtelingenkamp. De dochter van de vrienden zit met haar gezelschap in het raam van haar appartement de lopers te bekijken. Ze laat ons binnen, Gade trakteert op ijs. Het is duidelijk dat de jongelui danig hebben deelgenomen aan de andere zijde van het loopfestijn, de nauw aan deze dagen verbonden feesten. Een beetje brak proberen ze na een te korte nacht weer een beetje op krachten te komen met een pilsje of wat kruidenbitter. Het is pas de derde dag en hen wachten  nog twee feestelijke nachten. Niet alleen de Vierdaagse is een prestatie, ook het feesten vraagt weer een gans andere conditie. Voor beide is die van mij te slecht. Ik stel mij tevreden met een glimp van de intocht deze dag, dat is voor mij Vierdaagse genoeg.

Nog geen reacties op dit bericht

Harrie²

Ik heb het al een hele tijd niet meer gehad over onze onvolprezen kat Harrie. Daar was op zich dan ook geen enkele reden toe. Harrie ging zijn gangetje en wij het onze, maar voortdurend kruisen die wegen elkaar. In ieder geval tot ons genoegen en naar wij aannemen ook tot dat van Harrie, die wij mede dankzij haar naam toch vooral met ‘hem’ en ‘zijn’ aanspreken. Harrie is hoe dan ook een bevallig meisje, dat het goedvindt dat wij in het zelfde bed slapen als waar Harrie ook in ligt. Wij onder het dekbed, Harrie er boven op. De meeste nachten deelt Harrie ons slaapritme, maar van tijd tot tijd verkiest zij het om elders in huis te overnachten. Harrie is een zelfstandige kat die ons uit dankbaarheid voor onze zorg voor haar met enige regelmaat een door haar gevangen libel komt brengen. Wij hebben haar nog niet Diets kunnen maken  dat wij die harerzijds goedbedoelde geste toch niet zo kunnen waarderen.
Tot op de dag van vandaag hebben wij Harrie beschouwd als een werkelijk unieke kat met zijn glanzende pikzwarte vacht en zijn felgroene ogen. Op de website ‘Kat vermist’ zag ik wel vaker een zwarte kat langs komen, maar meestal had zo’n beest dan nog wel ergens een wit befje of een wit vlekje op een achterpoot. Harrie niet, die is egaal zwart, zo is er geen. Dachten wij. Maar nu is er toch een goede rede om dit stukje de titel Harrie², Harrie in het kwadraat mee te geven.
Een paar uur geleden wandel ik de tuin in en zie hoe Harrie gebiologeerd  naar de ander kant van de vijver kijkt. En daar tussen het groen zit haar evenbeeld, een gitzwarte kat, een half maatje groter dan Harrie, die zacht grommend duidelijk maakt niet op de indringer gesteld te zijn. De twee kijken elkaar loerend aan, op veilige afstand. Als de indringer lijkt te vertrekken , snelt Harrie er achter aan. Een heuse catfight van vier, vijf seconden. De tweede Harrie is waarschijnlijk van mensen uit de buurt die hier pas zijn komen wonen. Het is duidelijk dat de grenzen nog bepaald moeten worden. Hopelijk kunnen wij ze uit elkaar houden. Letterlijk en figuurlijk.

Nog geen reacties op dit bericht

Dingetje

De Vierdaagse is weer begonnen. Dit jaar zal ik die voor de derde keer aan mij voorbij laten gaan en er op geen enkele manier er actief nog bij betrokken  zijn. Bijna twintig jaar maakte ik deel uit van het vrijwilligers corps dat op heel verschillende manieren mee werkt aan het welslagen van dit grootse evenement. En dat was telkens weer een feestje, behalve misschien in 2013 toen ik op het het finishterrein struikelde en mijn rechter achillespees scheurde en ik eigenlijk uitviel zonder gelopen te hebben. Ja, dat was me toen wel een dingetje. Ik zou dat nooit zo opgeschreven hebben als ik niet gisteren aan de vooravond van de 103de editie van deze afstandsmars de marsleider van de Vierdaagse op het journaal dat woord ‘dingetje’ had horen gebruiken. Ik vind het een heerlijk ouderwets woord, maar hij kwalificeerde het als een woord “zoals men dat tegenwoordig zegt”. Hij gebruikte het als commentaar op de mogelijke overlast van de veelvuldige aanwezigheid van de eikenprocessierups op het parcours. Dat kon volgens hem: “zoals men dat tegenwoordig zegt, een dingetje worden.” Dat de marsleider daarbij glimlachte maakte het gelukkig allemaal veel minder erg. Het woord was ook de presentatrice van het journaal en de weerman van dienst opgevallen, zodat het weer nu ook wel eens een dingetje zou kunnen worden. Het zou mij niet verbazen als ‘dingetje’ weer een heel nieuw leven gaat leiden. Dingetje maakt problemen veel kleiner, sust en stelt gerust. Zo is de verhouding tussen Rusland en de VS ook nog zo’n dingetje, net als de verkiezing van een nieuwe voorzitter van het Europees  Parlement nog een dingetje is. Het leven lijkt dragelijker te worden door er een dingetje van te maken. Als ik de marsleider hoor zeggen dat de bestrijding van de overlast door de processierups ook nog zo’n dingetje is zie ik de rups een boos gezicht trekken. Zij willen serieus genomen worden, geen dingetje en zullen daarin optocht van getuigen! Dat wordt krabben tijdens de tocht!
Dingen een dingetje noemen draagt niet bij aan de oplossing ervan. Wat in ieder geval geen dingetje is, is de Vierdaagse lopen. Dat is geen dingetje, maar een prestatie zonder en zeker met jeuk.

Nog geen reacties op dit bericht

Attractie

Dit stukje had eigenlijk gisteren, 14 juli, geschreven moeten worden. Stof genoeg, maar de heren Federer en Djokovic besloten er samen de langste Wimbledonfinale ooit van te maken. Ik volgde die van de eerste tot de laatste minuut en toen schoot het blog erbij in. En natuurlijk had ik nu dan gewag kunnen maken van mijn gevoelens gedurende die vele uren toptennis en had ik het kunnen hebben over mijn eigen tenniscarrière die eigenlijk gestopt is voordat die goed en wel begonnen was. Dus verder geen tennis meer in dit verhaaltje.
Wel wil ik verhalen over het grote familiefeest, waar Gade en ik afgelopen zaterdag bij mochten zijn. Mijn schoonzus en haar partner hadden samen genoeg redenen om een groot feest te organiseren, waarvoor zij alle familie van haar en van zijn kant bij uitnodigden. Broers en zussen en hun partners en kinderen. Zo werd het een grote verzameling van mensen die broer of zus, oom of tante, neef of nicht waren. Gade en ik  waren van de super koude kant, maar ik bleef, scheiding of niet, gewoon toch bij die warme familie horen. Even nog was er de vraag of het feest wel door zou gaan, want de helft van de aanwezigen had een paar dagen daarvoor afscheid genomen van een meer dan dierbaar familielid. De gastvrouw memoreerde dat ook nog op bewonderenswaardige wijze. Het werd een warm familiefeest met een sterk reüniekarakter. Als locatie was voor Apenheul gekozen, een attractie op zich, waar het gezelschap al dan niet onder leiding van een gids kon gaan ronddwalen. Uiteraard na de koffie met gebak en voor het uitgebreide buffet.
Mijn mini-scootmobieltje kwam mij zeer te stade en het bleek ook nog een bijkomende attractie te zijn voor een stel van de kinderen die ik een rondritje er op liet maken. Zelf kan ik ook op kinderlijke wijze genieten van het rijden op dat voertuigje onder het motto te dikke man op te klein mobieltje. Waarlijk een attractie! Ook de Apenheulse bevolking was zeer in het wagentje geïnteresseerd.

Nog geen reacties op dit bericht

Automaat

Er zijn mensen die ons, Gade en mij, voor gek verklaren. Doorgaans vat ik dat als een compliment op want ik houd er wel van om net buiten de gebaande paden van tijd tot tijd mijn eigen weg te vinden en te gaan. Bovendien is deze verklaring door anderen in dit geval maar gebaseerd op iets heel erg onbenulligs, iets waarover je je helemaal niet dik of druk hoeft te maken.Waar gaat het over? Ik heb mijn hele leven alleen maar nieuwe auto’s gekocht. En met nieuw bedoel ik dan nieuw af fabriek. Geen tweede-handsje, nee spiksplinter nieuw met hooguit 2 kilometer op de teller. Sommigen verklaren mij daardoor een dief van mijn eigen portemonnee, maar voor mij is het een van de kleine geneugten van de wereld.
Vandaag hebben wij ons nieuwe automobiel opgehaald in de garage. De aflevering hadden wij een paar keer moeten uitstellen, maar het blijft vreemd dat de autoverkoper ons bij de aflevering vandaag begroette met:  “Gecondoleerd”. Gade en ik bedankten hem en vervolgens gingen wij over tot de orde van de dag,de aflevering van een automobiel.
Onze nieuwe auto is van het vertrouwde ingeruilde model, maar dan vijf jaar jonger en voorzien van de nieuwste snufjes, die mij van de ene verbazing in de andere doen vallen. De grootste wijziging is dat dit exemplaar een automaat is. Wat een verschil met mijn oude handgeschakelde exemplaren. Ik heb meer dan 50 jaar mijn rijopleiding in militaire dienst gehad, iets wat aan mijn rijstijl nog steeds te merken was. Het tussengas geven, wat in de oude Nekaf-jeeps nodig was, is nooit helemaal uit mijn benen gegaan en ik moet er erg aan wennen dat mijn linkerbeen geen functie meer te vervullen heeft bij het autorijden. Maar minstens zo verbaasd ben ik over het feit de de ruitenwissers zelf weten wanneer ze moeten gaan wissen, de lampen wanneer het donker genoeg is om bij te lichten en ik maximum snelheden kan instellen. De telefoon van Gade ( de auto staat op haar naam) is verbonden met het touchscreen dat ook vertelt waar de files staan en suggesties geeft voor omrijroutes en ik kan alle radiozenders  uit de speakers doen linken. En als ik van de rechte weg afdwaal geeft de auto een seintje. Mijn eigen weg gaan lijkt er niet meer bij. Ja, in vijf jaar kan er heel wat gebeuren.

3 reacties op dit bericht

Verkleurd

Langzaam begint de stad weer van kleur te verschieten. Van oudsher is die zwart-rood, al eeuwenlang de stadskleuren. Van de weinige historische gebouwen die de oorlog ooit overleefd hebben zijn de luiken nog altijd in die kleuren geschilderd en niet voor niets heeft Nijmegen de oudste stadsvlag, zwart boven, rood onder. Kleuren die ooit even geassocieerd werden met bewegingen die nu juist helemaal niet Nijmeegs waren en vervangen werden door geel en zwart. Maar ook dat waren weer kleuren die niet op ieders bijval konden rekenen.
Een week per jaar wordt het zwart-rood ingewisseld voor het oranje-groen, de kleuren van de Nijmeegse vierdaagse, die op de tweede marsdag ook nog een roze randje krijgt.
Vanochtend ging ik met Gade de stad in. Even samen lunchen, dat hadden we wel verdiend vonden we.  Een tocht naar, maar zeker door de stad is een paar dagen voordat de vierdaagse begint een ware puzzeltocht. Her en der zijn straten versperd door grote trucks die complete podia en tenten afleveren die op bijna elke straathoek opgebouwd worden. Doorgaande straten worden afgesloten, het verkeer, auto’s, fietsers en voetgangers moeten een nieuw spoor door de stad trekken. De stad schikt zich in zijn tijdelijke patroon. De binnenstad verandert in een grote feestzaal, bierpompen staan in slagorde opgesteld en overal komen vuilniszakken te hangen die bij lange na niet voldoende zullen zijn om alle afval te bergen. Tankwagens vol bier zijn de voorraden van de café’s tot het maximum aan het aanvullen, toiletwagens worden als douaneposten bij het begin van de feestende stad geplaatst.
De Nijmegenaar die deze drukte niet zint heeft zijn vakantie zo gepland dat hij de stad die week achter zich laat. De Nijmegenaar die hier blijft aanvaardt deze week de drukte die je betaalt voor het inwoner zijn van de stad met het grootste meerdaagse wandelevenement en de daaraan gekoppelde  feesten ter wereld. Het is niet anders en over een ruime week weer helemaal voorbij en wordt de stad weer aan zichzelf terug gegeven.

1 reactie op dit bericht

Draad

“Ja, je zult de draad nu weer op moeten pakken.” Dat is wat ik de afgelopen dagen van verschillende kanten hoorde. De draad van het alledaagse, want de afgelopen veertien dagen waren allesbehalve alledaags. Het was of ik in twee parallelle werelden leefde. De ene wereld is die van het gewone daagse bestaan waarin boodschappen gedaan moeten worden, verkeerslichten op rood en groen springen en het Nederlandse elftal met 2-0 van de USA in de finale van het wereldkampioenschap voetbal verliest. De draad in die wereld is bijkans ongeschonden, heeft niets aan kracht verloren. Tegelijkertijd is er de voorbije twee weken de wereld met het beperkte decor van een ziekenhuiskamer en een vriendelijk hospice. Waar de familie bij elkaar komt en waar we een draad langzaam aan steeds dunner en dunner zien worden, totdat nee, niet knapt, maar meer uiteen rafelt. Heel veel losse eindjes, een warrig patroon van zaken die geregeld moeten worden. Adreslijsten gemaakt, kaartontwerpen besproken, toespraken geschreven en gesprekken gevoerd worden. Tal van losse eindjes die weer aan elkaar geknoopt moeten worden en zo een hechte kabel  vormen waarin een gouden draad is geweven, een gouden draad van alleen maar mooie herinneringen hoe het was deze veertien dagen, hoe het was een leven lang.
De kabel uit de parallelle wereld zal zich gaan vervlechten met de kabel van alledag. Dat wordt dan de draad die weer opgepakt gaat worden. Soms voel je de kink die in die draad gekomen is. De knoop, die die je laat voelen dat er iets wezenlijks veranderd is, en dat zal blijven. Het leven gaat verder, is dan de gemeenplaats die betekenis krijgt. De draad wordt weer opgepakt. De draad is eigenlijk nooit losgelaten, de draad die mij onlosmakelijk verbindt met gezin, familie, vrienden. Een draad als een kabel, stevig en hecht, gevlochten uit onvergankelijk materiaal, liefde en vriendschap. Die draad pak ik nu weer op.

3 reacties op dit bericht

Uitgeleide

Donderdag 4 juli, 08.20 uur. Telefoon. Op het schermpje zie ik de naam van Zoonlief. Voordat ik opgenomen heb, weet ik wat zijn mededeling zal zijn. Net zoals we wisten wat er aan de hand kon zijn toen Gade en ik  iets meer dan twee maanden geleden in de stad liepen en Els ons belde met de vraag of wij naar Zoonlief konden komen waar zij ook was. Ze had ons iets te vertellen en dat deed ze liever niet via de telefoon. Maar wij wisten toen eigenlijk al genoeg en wat wij vermoedden werd bevestigd. De prognose was twee tot zes maanden.
Een vakantie in de Achterhoek werd naar voren gehaald. Andere plannen bleven wat zij waren, plannen. Haar ziekte stond het niet meer toe ze uit te voeren. En daar in de Achterhoek, waar een groot vogelconcert haar verblijf begeleidde sloeg de ziekte ongekend hard toe. Een zware nachtelijke rit naar het ziekenhuis in Zutphen. Het leek toen veertien dagen geleden  een kwestie van uren. Uren werden dagen. Het ziekenhuis kon niets meer doen dan de belofte waar maken dat zij geen pijn hoefde te lijden.
Els verhuisde naar een hospice, een hospice in Zutphen. Een plek met warme aandacht voor zijn gasten en bezoekers. En daar werd Els het voorbeeld van hoe te sterven. Zij nam er haar tijd voor. Tijd die zij ons gunde om nog dicht bij haar te zijn. Het spreken ging haar steeds moeilijker af, maar ze bleef alert, hoorde alles. En ze wachtte af, nieuwsgierig naar wat er te gebeuren stond maar met de oprechte verwachting dat het nooit een absoluut einde zou zijn. Wat een voorbeeld. Donderdag 4 juli om 8.10 uur overleed ze. Vast overtuigd dat dit geen einde was, maar een voor ons nog onzichtbaar begin.Een begin waarvan zij nu ervaart hoe licht het daar is.
Samen hebben wij Els verzorgd. Wat was en is ze mooi. Geen pijn, geen angst. Die waren er nooit geweest. Kamer Paars was haar kamer in het hospice, haar laatste huis. Daar hebben wij haar uitgeleide gedaan, samen met de mensen van het hospice die voor haar en ons zorgden.
Als Gade en ik terugrijden naar Nijmegen halen we de grote lijkwagen in. Wij zijn op weg naar huis, zij is daar al aangekomen.

10 reacties op dit bericht

Uit Eten

De weg tussen Nijmegen en Zutphen kent nauwelijks nog geheimen voor ons. De afgelopen 10 dagen hebben wij elke dag deze route afgelegd. Vijftig kilometer, bijkans zonder veel file-oponthoud. Het is of de verkeersgoden ons gunstig gezind zijn. Als een soort forensen reizen we heen en weer tussen leven en dood. En elke dag zien wij Els wat zwakker worden. Ze is nauwelijks nog te verstaan, maar wij begrijpen haar uitstekend. Met bijna onmerkbare hoofdknikken geeft zij antwoord op onze weinige vragen. Van tijd tot tijd bevochtigen wij haar lippen met een nat doekje. Heel af en toe helpen wij haar overeind en dan spoelt ze voorzichtig haar mond. Ze zegt geen pijn te hebben, soms een beetje misselijk,maar daar helpt een medicijn tegen, net zoals de morfine zijn werk doet. Eten doet Els niet meer, eten kan ze niet meer, eten hoeft niet meer.
De verzorging en het hospice is meer dan voortreffelijk. Niet alleen voor de gasten is die geweldig, maar ook voor het bezoek is er koffie en soep. Maar ook aandacht en compassie.
Gade en ik hebben de voorbije dagen geregeld buiten de deur gegeten. Zo aten we in het Fletcherhotel op een steenworp van het hospice, waar de kinderen een kamer delen en een paar uur rustig kunnen slapen nadat zij gedurende de nacht gewaakt hebben. Het is vreemd, maar in zo’n ambiance aan een vijver met een klaterende fontein met een echt hotelmenu krijg je toch even een vakantiegevoel. Een gevoel dat ook gemakkelijk wedijvert met weer plotseling opkomend verdriet, dat nooit helemaal weg is en  je toch steeds omsluiert.
En petit comité aten we ook een avond in het vriendelijke stadje. Het was de dag waarop het leek dat de hitte alle bewoners uit de stad had getrokken en wij als enig gasten op het terras van een verder leeg restaurant zaten.
Hoe smakelijk het eten ook is en hoe aardig het dinergezelschap, de mooiste moment zijn toch als ik stil naast Els zit. Haar halve gezicht gaat schuil  onder een zonneklep tegen het felle licht. Ik houd haar hand vast en zij de mijne. Teken van verbondenheid. Woorden voorbij.

1 reactie op dit bericht