Zondag

Het was weer eens een zondag zoals zondagen er uit horen te zien. Voor het eerste sinds weken begon de dag voor mij weer met kerkbezoek. Een tijdje had ik verstek laten gaan. Was het gewoon luiheid, was het de warmte van het bed dat mij aan huis kluisterde of verschool ik mij achter de pandemie die iedereen aanried toch vooral thuis te blijven? Bovendien waren mijn mede-kerkgangers bijna stuk voor stuk lid van een of meerdere risicogroepen die in deze wankele tijden beter gemeden konden worden. En voorzichtigheid is niet alleen de moeder van de porseleinkast, ook te midden van zoveel broze mensen, is het oppassen geblazen. Af en toen volgde ik, als povere  vervanging een H.Mis op tv. Maar die inspireerde nauwelijks. De afstand was te groot en het scherm was eigenlijk te klein om de rituelen tot hun recht te laten komen. De kerk oogde akelig leeg, wierook kringelde op, maar was niet te ruiken. Ik had het wel gezien. Om echt te vieren, om wat dan ook te vieren, moet je samenzijn. Vieren wat ondenkbaar is, dood en verrijzenis.
Twee weken geleden had ik mijn eerste prik gehaald en ik praatte mij zelf aan dat ik mogelijk al een beetje bescherm was. Bovendien hadden de meeste kerkgangers, nam ik aan, allemaal inmiddels al hun eerste vaccinatie achter de rug. In ieder geval in de bovenarm.
Om de dag extra luister bij te zetten scheen de zon uitbundig. Ik zocht een plaatsje en volgde de route die daar naar toe voer. En ook op anderhalve meter was het mogelijk te ervaren dat waar er twee of drie in zijn naam  bijeen zijn, hij in ons midden is. Ik geniet van dit stille uur, samen. Vraag mij niet waarom, maar het doet mij goed. We prevelen zacht de gebeden mee, delen het brood en wensen elkaar woordeloos het beste toe.
Na de dienst praat ik nog even na op het kerkplein. Wij wensen elkaar een goede zondag. De wens komt uit.

1 reactie op dit bericht

Paterswolde

Ik was nog nooit in Paterswolde geweest. Er was tot voor kort nog geen reden geweest om naar Paterswolde te gaan en nu eigenlijk nog steeds niet. Maar ik ben nu net terug uit Paterswolde. Twee nachten logeerden Gade en ik in het Familiehotel Paterswolde. Een paar maanden geleden had Gade bij een hotelketen een voucher gekocht dat een aanzienlijke korting gaf op een verblijf in een van de bij die keten aangesloten hotels. Gade liet haar oog vallen op het Familiehotel in Paterswolde. Op naar Paterswolde, het ons verder onbekende noordelijkste puntje van Drenthe, vlak tegen Groningen aan. En Groningen was nu net de plaats waar mijn Neef en zijn vrouw waren neergestreken na een buitenlands avontuur. Paterswolde was dus een uitstekende uitvalsbasis om een familiebezoek in het hoge noorden af te leggen.
We kregen een riante kamer toegewezen, maar de kamer had een voor mij letterlijk onoverwinbaar euvel. Om onder de douche te kunnen moest ik in de badkuip klimmen, een voor mij schier onmogelijke opgave. Dat de kamer aan het einde van een hele lange gang lag was nog een te overwinnen obstakel, maar een douche in het bad? Navraag bij de receptie leerde dat er een invalidekamer was, aangepast aan de gehandicapte medemens. Zelden lekkerder gedoucht. Ik kwam werkelijk handen tekort om mij te kunnen vastgrijpen aan al de beugels en steunen die in die doucheruimte gemonteerd waren als steun in mijn wankele bestaan.
Fris gedoucht op familiebezoek naar Neef en vrouw. Zij delen het riante herenhuis met een bevriend echtpaar. Neef vertelt dat wij dat paar al eerder hebben ontmoet en dat zij zo’n 20 jaar geleden onze buren waren op een camping in de Franse Vercors en dat een van hun kleine kinderen op een nacht de hele camping had wakker gehouden door haar gehuil. Gade noch ik hebben enige herinnering aan dat voorval, maar het moet wel kloppen, zeker als wij details over de camping uitwisselen met onze tijdelijke buren van destijds, nu de huisgenoten van Neef en vrouw. Ik moet het toen met de tijdelijke buren van toen ook over Neef gehad hebben, die net als zij kinderen uit een ver land geadopteerd hadden. In hun verhalen leefde ik toen voort als ‘Oom Jan’. Ik heb geen spoortje van herinnering meer aan dat gebeuren, Gade evenmin.
Ik vraag me af of ik mij over 20 jaar nog iets herinner over mijn bezoek aan Groningen vanuit Paterswolde? Waarschijnlijk is dat dan ook verdwenen in het zwarte gat van vergeten herinneringen.

Nog geen reacties op dit bericht

Bijzettafeltje

Gade was een paar dagen geleden in de stad en daar tegen een bijzettafeltje naar haar smaak aangelopen. Nu zijn wij al rijkelijk voorzien van bijzettafeltjes in diverse soorten en maten. Dat is een gevolg van het feit dat in de inrichting van onze woonkamer de salontafel ontbreekt. Niet ergens in het midden staat een tafel, groot of klein. In het midden is er alleen maar ruimte. Maar elke bank of fauteuil wordt geflankeerd door een bijzettafeltje. Bijzettafeltjes die niet door eenvormigheid enig verband met elkaar hebben, maar onderling verschillen. Het enige dat hen bindt is het feit dat ze een bijzettafeltje zijn.
Bijzettafeltje zijn handige uitvindingen. Je kunt er gemakkelijk je kopje koffie op kwijt of het boek dat even  niet gelezen wordt wegleggen. Ik  hoef mij niet te bukken naar de grond, het bijzettafeltje biedt uitkomst. Als er al geen bijzettafeltjes bestonden zouden ze onmiddellijk  uitgevonden moeten worden.
Terug naar het begin: Gade had dus een aardig tafeltje gevonden en opperde om samen even naar de stad te fietsen, zodat ik ook ter plekke de mogelijke aankoop in ogenschouw kon nemen. Bovendien vond Gade het dan ook een niet te verwaarlozen bijkomstigheid dat ik wat zou bewegen, iets dat ik veel te weinig doe waardoor ik mij almaar stroever en stijver ga bewegen. Zo worden er twee vliegen in een klap geslagen.
Wij stallen onze fietsen voor de winkel die, weet Gade mij te vertellen, het voorbeeld is van het nieuwe concept winkel, een soort mini-warenhuis waar van alles te koop is, van kleding tot huisraad tot complete woninginrichtingen, van een stukje huishoudzeep tot, inderdaad, een keur aan bijzettafeltjes. Gade voert mij naar het tafeltje van haar keuze. Het gruwt mij aan. Nee, dat is niet mijn keuze, maar ik schreef niet voor niets een keur aan bijzettafeltjes. Een ander model bevalt mij. De koop wordt gesloten. Het tafeltje wordt binnenkort thuis bezorgd. Daar vieren we de aankoop en Bevrijdingsdag met een appelflap.

Nog geen reacties op dit bericht

Twee minuten

Dit blijft een bijzondere dag voor mij. 4 mei, Dodenherdenking. Jarenlang mocht ik ceremoniemeester zijn bij de jaarlijkse herdenking, een manifestatie die ik mee vorm had gegeven en tot voor twee jaar geleden massaal bezocht werd. Aanvankelijk vertrok de stoet vanuit het Stadhuis, nadat een spreker zijn licht had laten schijnen over zijn betekenis van deze herdenking. Maar al gauw kwamen daar zoveel mensen op af dat uitgeweken moest worden naar de Stevenskerk. Daar kwam een groot gezelschap samen waarvan een deel ook al aanwezig was geweest bij het monumentje ter nagedachtenis van de Joodse slachtoffers. Een sierlijk beeldje op de Kitty de Wijzeplaats.
Na de toespraak in de kerk formeerde zich de stoet die werd aangevoerd door een trommelslager met omfloerste trom. En de stad werd al stiller en stiller. De zon zakte weg in het westen. Mensen die langs de kant stonden sloten zich aan bij de langer en langer wordende stoet die in plechtig tempo naar de plaats van de kranslegging trok. In stilte. Geen autoverkeer meer, alleen de vogels die hun avondlied zongen. Bij het monument, vlakbij de Waalbrug stond in stilte al een grote massa te wachten. De Luchtmachtkapel speelde koraalmuziek. Het plein nam de stoet in zich op. Rond het monument stonden de nog lege standaards te wachten waar straks de kransen aan zouden worden gehangen. Ik controleer nog even of alles goed is aangesloten, een blik van de geluidsman bevestigt dat alles goed is. Ik kondig de burgemeester aan. Zijn woorden horen bij dit uur zoals zo dadelijk ook de twee minuten stilte, de Taptoe en het Wilhelmus.
Enig jaar was de burgemeester van Pskov, toen nog actieve Nijmeegse zusterstad, aanwezig bij dit moment. Het enige jaar dat ook de Russische vlag bij het monument hing. De Russische burgemeester legt een krans. Als hij weer naast mij staat fluistert hij vragend in zijn mengeling van Russisch en Engels: “Was it normal?” “Ging het goed?” Ik fluister terug: “Very normal, sir.” Dan zijn we stil. Het is 4 mei.

Nog geen reacties op dit bericht

Vorkje

De vorige keer dat W op bezoek was, moest hij op tijd weer weg. De toen net ingestelde avondklok  dwong hem vroeg in de avond weer te vertrekken om voor 21:00 uur weer thuis in de grote stad U te zijn. Nauwelijks tijd dus voor gezellig natafelen na dat er een vorkje geprikt was. Als W op bezoek komt wordt er altijd een vorkje geprikt. Dat is al sinds jaar en dag zo sinds W een keer onverwacht, vergezeld van een vriend, langskwam. Het was tegen  etenstijd en W vroeg zich af of zij een vorkje konden mee prikken. Sinds die tijd is het vast pandoer dat als W komt er ook een vorkje wordt mee geprikt.
Ooit in een heel ver verleden waren Gade en W buren, maar ook veel meer dan dat. Gezamenlijke vriendinnen bonden hen aan elkaar en zo ook dus aan mij. Niet dat onze levens nauw verboden waren, maar het was toch een verwevenheid waar schering en inslag een fraai patroon vormden. Een patroon dat met iets wijdere tussenruimte toch bleef bestaan, ook toen W naar elders vertrok. Maar we bleven elkaar volgen, een leven lang. Wij gingen op bezoek naar de grote stad U waar W ging wonen. Er werden verjaardagen gevierd, kinderen geboren, relaties verbroken maar het contact bleef. Gelukkig. En nu komt W weer een vorkje prikken, samen met een dochter die hier in de stad is komen studeren en nu van tijd tot tijd op de koffie komt.
We nemen alle tijd voor het eten, voor het vorkje prikken, zoals dat nu nog steeds heet. Er is geen avondklok die ons tot haasten dwingt, tot laat rijden er nog treinen van hier naar daar en terug. We respecteren, zij het met tegenzin, de rivm-voorschriften. Met W zijn we niet gewend anderhalve meter afstand te houden. Maar de vrijbuiters die wij ooit dachten te zijn,  voegen zich keurig.
W vertrekt. Vult een flesje met water voor onderweg. Wij zwaaien ze uit. Weer binnen zien we dat W zijn flesje water heeft vergeten mee te nemen.

Nog geen reacties op dit bericht

Colportage

“Wil je dat nooit, maar dan ook nooit meer doen!”, verzucht mijn zoon. Hij is een paar uur bezig geweest om er weer voor te zorgen dat ik weer op het Internet ben aangesloten. Een tijdje geleden stonden er twee vertegenwoordigers van Ziggo voor de deur met een op het oog zeer aanlokkelijk aanbod. Meer mogelijkheden, minder betalen. We rekenden ons al rijk. Voor wie niet helemaal meer weet hoe dat toen ging, lees mijn blog van 9 april er nog maar eens op na hoe Gade en ik ons een nieuw en voordeliger abonnement lieten aanpraten. Ik vertel het mijn zoon, die ik een paar dagen later ook de doos laat zien die Ziggo ons naar aanleiding van dat nieuwe contract opstuurde. Een doos vol snoeren , kastjes en draadjes die met een paar simpele handelingen een storingsvrije en snelle toegang tot het Internet zou verschaffen. Mijn zoon reageert sceptisch, zeg maar gerust wantrouwend. “Je moet dat soort zaken niet aan de deur kopen, dan word je altijd beduveld” is de bondige samenvatting van zijn reactie. Hij neemt namens ons contact op met Ziggo en komt er alras achter dat er helemaal geen sprake is van één  goedkoop zakelijk contract, maar dat we twee contracten hebben. Het al bestaande privécontract plus een zakelijk contract als VVE, vereniging van eigenaren. Zoonlief regelt het zo dat dat laatste contract als nooit gesloten wordt beschouwd. De toezegging van Ziggo dat alles nu in orde is blijkt maar ten dele waargemaakt te worden. Na een paar dagen floept het internet uit mijn computer en moet alsnog het modem vernieuwd worden. Of iets dergelijks. In dit soort gevallen vaar ik blind op de kennis van mijn zoon, die een poging zal doen een en ander te installeren. Er volgen een paar dagen digitaal analfabetisme. Geen Internet, geen email, geen zo goed als niks, geen skype, geen zoombijeenkomsten.
Vandaag is Zoonlief een paar uur bezig geweest alles weer op orde te brengen. Stekkertjes op de juiste plaats in te pluggen en ziet, de digitale wereld opent zich weer. Wij moeten zoonlief plechtig beloven zoiets nooit, maar dan ook nooit meer aan de deur te kopen.

Nog geen reacties op dit bericht

Spelregels

De overbuurvrouwen informeren of we nog zin hebben om aan het eind van de middag samen een spelletje te spelen. Waarom niet? Kennelijk zijn zij geïnspireerd door de speldrift van het team Oranje dat in Eindhoven zich laat gaan in een quiz ter gelegenheid van de verjaardag van de teamleider. Het is een spel waarin de regels heel duidelijk zijn. Een vraag goed is 1 punt, een vraag fout is 0 punten (vreemd overigens dat bij 0 het aantal punten in het meervoud wordt geschreven, terwijl er toch geen punt in het spel is, maar dat terzijde).
Wij vieren Koningsdag in de straat met een rondje cup cakes waar een vrijwillige bijdrage voor wordt gevraagd. Van de opbrengst zullen plantjes gekocht worden om het zithoekje, het ontmoetingspunt in de straat, weer fleurig aan te kleden. Het is een initiatief van twee kinderen uit de straat die zich op het bakken van  de cakejes hebben gestort. Opbrengst € 57,-.
De dag verglijdt. Niet iedereen lijkt zich te houden aan de coronaregels. Pleinen stromen vol. Schouder aan schouder lijkt een synoniem voor anderhalve meter te zijn . Parken gaan dicht en ook wij overtreden een coronaregel. De overbuurvrouwen komen op bezoek. Twee is meer dan een, maar we voelen ons niet echt schuldig. Natuurlijk , regels zijn regels, maar morgen zijn die weer anders. Wij nemen een voorschotje. Tijd voor een spelletje. Keezen. Keezen is een combinatie van pesten en Mens Erger Je Niet. De speelkaart die je opgooit, bepaalt wat je met je pion mag doen. De regels lijken helder. Ik vorm een team met de overbuurvrouw, maar het eerste wat mijn teamgenote doet is mij van het spelbord af gooien. Het begrip Team krijgt voor mij een gans andere invulling. Ach, het is maar spelletje, maar toch. Dan blijkt ook nog een van de regels te zijn aangepast. Om het spannender te maken, maar daarmee wordt ook de onduidelijkheid binnengehaald. Discussie alom. Wie is de ander wordt een wezensvraag. Ach, het is maar een spelletje. Met een ruiten twee beslis ik het spel in het voordeel van mijn team, waar de vrede inmiddels weer is getekend.
Later kijken we het journaal. Wij zijn niet de enige plaats waar deze Koningsdag regels aan de laars zijn gelapt.

1 reactie op dit bericht

Rijbewijs

De gemeente gaf mij precies vijf minuten. Dat stond tenminste op het afhaalbriefje voor mijn nieuwe rijbewijs dat ik kreeg nadat ik een afspraak had gemaakt. Maandag 26 maart 2021 van 14.05 – 14.10. Afhaalbriefje en oude rijbewijs meenemen.
Keurig op tijd rijd ik met mijn auto naar de stad. Ik realiseer mij dat dit de laatste keer is dat ik met dit rijbewijs rijd. Een rijbewijs dat verliep op 22 december 2020, de dag dat ik 75 werd. Maar door de puinhoop die het CBR is mocht ik met dat verlopen rijbewijs nog 10 maanden na de verloopdatum door blijven rijden. Meer dan een half jaar geleden had ik de aanvraag verzonden, begin augustus vorig jaar. En nu na een aantal medische keuringen en een rijtest verder heb ik dan nu weer een geldig rijbewijs. Geldig tot 15 april 2026, acht ja, wie dan leeft, dan zorgt.
De meneer die mijn rijtest afnam vond dat hij niet kon beoordelen of mijn linkerbeen wel voldoende functioneerde  tijdens de testrit. Is ook lastig te onderzoeken in een auto zonder koppelingspedaal die het linkerbeen geen ander functie geeft dan er te zijn en rustig mee te rijden. Het kenmerk van een automaat. Als ik wilde kon ik nog eens een rijtest maken met een handgeschakelde auto, maar ik kon ook een rijbewijs krijgen met de aantekening dat ik slechts mocht rijden in een automaat. Mijn keuze lag voor de hand. Ik krijg een brief van het CBR met het testresultaat: U bent rijgeschikt voor auto’s met automatische keuze van versnelling, code 10.02. Zij schrijven ook nog dat de eerste twee cijfers van de code straks ook op mijn rijbewijs staan, maar de omschrijvingen niet. Ik zal er rekening mee houden.
Met mijn oude rijbewijs en het afhaalbriefje meld ik mij bij loket 2 in het stadskantoor. De lokettiste begroet mij enthousiast, een oud-collega van jaren her. Ik teken voor ontvangst van mijn nieuwe rijbewijs. Met dat nieuwe rijbewijs rijd ik terug naar huis. Ik merk geen verschil met de heenreis.

Nog geen reacties op dit bericht

Ontsteking

Een paar dagen geleden berichtte ik over een ontsteking die mij teistert. Ik weet niet of het een bijwerking is van de antibiotica die ik slik of dat het gewoon de aankondiging is van virusje, maar ik voel me zo gammel als, ja als wat eigenlijk. Ik geloof niet dat er een standaard combinatie is voor zo gammel als… maar het is of een grote moeheid heeft toegeslagen.
Jaren geleden was ik met een club mensen waar Gade iets mee van doen had in België. Die club had in Antwerpen een zusterclub waar een uitwisselingsweekend mee was. Wij raakten in gesprek met een van de Vlaamse vertegenwoordigers, een cardioloog en die vertelde dat voor een hartpatiënt het beklimmen van een trap iets was als het beklimmen van de Mount Everest zonder zuurstofflessen. Ik vond dat toen een schromelijk overdreven beeldspraak, maar de laatste tijd begin ik een beetje te begrijpen hoe dicht hij bij de waarheid zat. Ik weet niet of de ontsteking die mijn lijf op dit moment aan het bestrijden is er ook extra debet aan is of dat het gewoon (nou ja gewoon) mijn versleten hart is maar de veertien traptreden die van het ene deel van het huis naar het andere voeren, worden slechts met grote moeite beklommen. Boven aangekomen hijg ik als een aftands postpaard en lijken mijn benen van elastiek, nauwelijks in staat mij overeind te houden. Zwabberend zijg ik in mijn bureaustoel. Zitten gaat mij gelukkig nog goed af. Ook het schrijven van een stukje lukt nog, maar lopen is in elke betekenis van dat woord een werkwoord geworden.
Verwonderlijk blijf ik het wel vinden dat naar de stad fietsen met mijn driewieler mij nog gemakkelijk afgaat. Niks geen gepuf of geblaas. Misschien zou ik gewoon eens moeten proberen de trap op te fietsen. Nil volentibus arduum. Zou ook een mo0ie titel voor mijn biografie zijn: De man die zijn trap op fietste. Met als ondertitel Verslag van een onmogelijkheid.

Nog geen reacties op dit bericht

Kramp

Al een paar nachten lang werd ik geteisterd door fikse krampaanvallen in mijn benen. Het leek of elke sper in mijn beide benen zich beurtelings samentrok. Een mij verder onbekende macht leek dan zo hard aan die spieren te trekken dat mijn voet naar een door mij niet gewenste kant uitsloeg en mijn grote teen heel erg eigenwijs in een haakse bocht parmantig rechtop getrokken werd. De enige remedie tegen dat pijnlijke ongemak is een stukje lopen na een tijdje op de rand van het warme bed gezeten te hebben. Nachten zijn wat mij betreft niet bedoeld om die op de rand van een bed door te brengen of met kleine schuifelpasjes door je slaapkamer te stiefelen. Nachten zijn er om behaaglijk onder je dekbed te kruipen, te genieten van de koesterende warmte en mooie en spannende dromen te beleven. Wat dat laatste betreft mag ik niet mopperen. Er gaat geen nacht voorbij of ik beleef een boeiend avontuur en naar zeggen van Gade getuig ik daar luidkeels van. Als ik in bed lig is er altijd dus wel wat aan de hand, of ik wordt geplaagd door pijnlijke krampen of ik maak de dolste dingen in mijn dromen mee. Maar het beroerde daarvan is dat mijn lijf op zulke momenten vaak vergeet tot rust te komen. In de diverse bijsluiters lees ik dat het ook het gevolg kan zijn van de bijwerking van het een of andere pilletje, maar wat het ook is soms geniet ik wel eens extra van een nacht zonder pijnlijke spiersamentrekkingen. Met het dromen heb ik veel minder moeite. Een enkele keer, als het een te spannende kant uitgaat schreeuw ik mij zelf wakker of is het Gade die mij geruststelt en mij doet realiseren dat ik gewoon lekker in bed lig en niet een of ander immens wereldprobleem aan het oplossen ben. Dan draai ik me om, slaap weer in en hoop dat de kramp even niet toeslaat. Welterusten.

1 reactie op dit bericht