Reünietje

In 1968 studeerde ik af. Dat klinkt lang geleden en deftig. Het is inderdaad lang geleden, meer dan en halve eeuw. En afstuderen is een groot woord voor het beëindigen van mijn opleiding aan een sociale academie. Een plezierige opleiding die voor mij gemaakt leek en waarvan ik het gevoel heb dat ik er nog dagelijks de vruchten van pluk. Studenten waren we in die tijd, of leerlingen, maar hoe dan ook aardige studenten, aardige leerlingen. Het was ook, zo aan het eind van de jaren ’60, een aardige tijd. Heel veel aardiger in ieder geval dan nu. Toen dachten we nog de wereld naar onze hand te kunnen zetten, blaakten van wilskracht en vermetel vertrouwen en we hadden het leuk met elkaar, we hadden het goed met elkaar. Dat is geen nostalgische terugblik, een beetje wel natuurlijk, maar het is ook een nog levende herinnering. En niet alleen bij mij. Een aantal jaargenoten bevestigt mijn gevoel. De klas van 1968 komt af en toe nog bij elkaar. Vandaag was het weer zover. De grootse plannen van meer dan een jaar geleden om elkaar weer eens op te zoeken moesten in de ijskast. De pandemie. Nu werden we uitgenodigd elkaar voor koffie en lunch te ontmoeten in een uitspanning in het Brabantse waar streng wordt toegezien op het handhaven van de coronaregels. Net op de dag nadat er strengere bindende adviezen over groepsgrootte en ruimtegebruik waren aangegeven. Reden voor een aantal om de uitnodiging toch maar aan hen voorbij te laten gaan. Te groot risico. We waren met ons zevenen plus aanhang. En zelfs die zeven riepen weer die oude sfeer van toen op, van het plezier dat we toen met elkaar hadden, de gein van het samenzijn en intussen ook nog een vak leerden dat ons stuk voor stuk op de een of andere en op soms heel afwijkende manier toch te stade kwam.
Het is goed elkaar weer te zien. We begroeten elkaar op afstand, houden ons redelijk aan de adviezen en hebben het over toen en vroeger, toen alles echt wel even beter was. We spreken af elkaar over een jaar weer te zien. IJs en weder dienende en DV. Vlak voor vertrek maken we met ons zevenen nog een “Grapperhausje”.

Nog geen reacties op dit bericht

Gezelschap

De nieuwe maatregelen tegen het virus zijn mij grotendeels duidelijk. Ik begrijp dat de sportkantines dichtgaan, dat publiek bij wat voor een sportwedstrijd dan ook uit den boze is, kroegen en cafés en wat dies meer zij om 22.00 dicht moeten en dat we de ‘oude’ adviezen en maatregelen als de 1,5 meter distantie, het handen wassen, het niesen en kuchen in de elleboog  en het gebruiken van papieren zakdoeken wat stringenter moeten opvolgen. Ons gedrag moet meer en meer coronaproef  worden. Alleen dan, bezweert de premier daarin visueel door de niet genoeg gewaardeerde Irma beeldend ondersteunt, is er kans op redding. Dat kan ik allemaal nog begrijpen en snappen.
Maar er zijn ook aan aantal zaken die elkaar lijken tegen te spreken. Over de thuissituatie is het advies duidelijk. Bij voorkeur niet meer dan 3 gasten. Maar dan begint bij mij de verwarring na het lezen van onderstaande tekst die ik pluk van de officiële regeringssite over de maatregelen:
*In andere gebouwen dan de eigen woning geldt dat er met maximaal 4 personen een gezelschap mag worden gevormd. Kinderen tot en met 12 tellen hierbij niet mee. Dat betekent dat voor 1 huishouden of maximaal 4 personen, exclusief kinderen, een reservering bij een bioscoop of restaurant kan worden gemaakt.
Dat lijkt duidelijk, maar dan staat er:
*Het aantal personen per ruimte wordt beperkt tot 30.”
Als je maximaal maar met zijn 4-en mag zijn, waarom mag je dan wel met zijn 30-en in een ruikte? Morgen heb ik een bijeenkomst, een reünie. De klas van 1968 komt dan weer bij elkaar in een restaurant voor een gezamenlijke lunch. Naar verwachting zullen we met ons 19-en zijn.  19 is meer dan 4, maar minder de 30.Dus qua ruimte zou het moeten kunnen. Formeel kunnen wij ons presenteren als 5 gezelschappen, waar ook de tafelopstelling op is aangepast. Of benoemen we ons voor de gelegenheid tot een religieuze groepering in oprichting. Dan lijken maximale aantallen bij bijeenkomsten er niet meer toe te doen. Blijft die anderhalve meter tussenruimte, waarvan de ervaring leert dat die nog al eens uit puur enthousiasme danig inkrimpt.
Met mijn geweldige koffieclub zouden we dit weekend samen weg gaan. Maar de twijfel slaat toe. Wat is wijsheid?

Nog geen reacties op dit bericht

Afspraak

Ik heb weer eens een afspraak in het ziekenhuis. Ik heb geregeld een afspraak in het ziekenhuis. Dat komt ervan als de cardioloog, de nefroloog en de neuroloog je om de zoveel maanden willen zien om vast te stellen hoe het met mij gaat en eventueel de behandeling en/of medicatie aan te passen. Zo maar het ziekenhuis binnenlopen is er in deze tijden van corona niet meer bij. Een paar dagen voor de afspraak krijg ik een mailtje van het ziekenhuis met het vriendelijke verzoek een vragenlijst in te vullen. Het ziekenhuis wil weten of ik verkouden ben, smaak-of reukverlies heb, iemand in mijn omgeving heb die corona heeft en of ik het zelf heb en nog wat van die vragen. Die vragenlijst moet ik digitaal niet een, niet twee, maar drie opeenvolgende dagen invullen en de avond voor mijn afspraak krijg ik te horen of ik welkom ben in het ziekenhuis of niet. Ik blijk alle vragen goed te hebben ingevuld wat mij wordt gemeld dat ik een groene patiënt ben dus zonder restricties aan de uitnodiging gehoor kan geven. Die uitnodiging heb ik een tijdje geleden al per brief ontvangen. Ik word verwacht bij de neurologisch verpleegkundige die in de brief wordt voorgesteld met alleen haar voornaam. Als ik een afspraak heb met de specialist zelf dan staan functie, titel en achternaam vermeld. Specialisten hebben blijkbaar geen voornaam, verpleegkundigen alleen maar.
Bij binnenkomst moet ik eerst door een circustent, een soort voorgeborchte waar mij gevraagd wordt of ik een afspraak heb. Of ik voor mijn lol zou komen? Ik laat de email met de uitslag van mijn vragenlijsten zien en krijg een groen briefje, mijn toegangskaartje voor het ziekenhuis. Bij de echte ingang moet ik dat kaartje laten zien. Ik mag doorlopen naar de aanmeldbalie. Voor de derde keer vertel ik bij wie ik moet zijn en mag door naar wachtkamer 2. Keurig op tijd wordt ik opgehaald en licht ik mijn doopceel op neurologisch vlak. De verpleegkundige knikt begrijpend, ik moet een stukje lopen, met mijn voeten op de vloer tikken en duim en wijsvinger naar elkaar bewegen. Het is haar nu duidelijk. Fysiotherapie wordt mij aangeraden. En over een half jaar zien we elkaar weer. Ik krijg de afspraak per brief te zijner tijd bevestigd.

Nog geen reacties op dit bericht

Waarheid

Vroeger was alles veel duidelijker. Links was links, rechts was rechts, de Volkskrant was katholiek, de NRC liberaal en Trouw protestant en de communisten hadden de Waarheid. Maar de verzuiling zette door. Er kwamen groepen die niet meer links, niet meer rechts, maar recht door zee waren. Politieke leiders verklaarden fier dat zij niet naar linkse niet naar rechts bogen maar een stevige middenkoers aanhielden op weg naar ver op de horizon gezette stippen. En met de communisten verdween ook de waarheid. En die waarheid is nog steeds ver te zoeken, is nog steeds verder te zoeken. Er zijn politici die de werkelijkheid naar hun hand zetten. Zij knippen en plakken in beelden en uitspraken en fabuleren zo een nieuwe werkelijkheid die zij tot hun enige waarheid, wat zeg ik tot DE waarheid verklaren. Lichten wij er eentje uit.
In de Groene Amsterdammer lees ik en in Argos van de VPRO hoor ik over de nauwe banden die Baudet heeft met Pete Hoekstra, de trouw Trumpiaan die de Verenigde Staten in Nederland vertegenwoordigt. Daar hoor ik ook over het feit dat Baudets partij in de vergadering van de Tweede Kamer opnames maakt en daarmee vaardig aan de slag gaat en die zo te knippen en plakken dat er een nieuwe werkelijkheid ontstaat. Op grond van die nieuw gecreëerde niet bestaande werkelijkheid preken zij hun waarheid. Ik bekijk een paar van die propaganda-filmpjes. Ik weet dat Lucky-TV van het publieke bestel naar de commerciëlen is gegaan, maar nu lijkt het mij toe dat het ook te zien is op de website van het Forum voor Democratie, de nergens op gebaseerde naam van Baudets claque.
Als ik een paar van die filmpjes heb bekeken vraag ik mij af of er echt mensen zijn die blindelings geloof hechten aan de werkelijkheid die daar geconstrueerd wordt en klakkeloos de denkbeelden van Baudet onderschrijven die letterlijk schrijft dat “Ondanks dat het coronavirus onder controle is, wordt er door de media paniek gezaaid over een stijgend aantal coronabesmettingen. ”
Ik wil Baudet niet betichten van leugens, ik kijk wel uit. Maar ik betwijfel elke waarheid die hij op grond van zijn geschapen werkelijkheid verkondigt. Met elk filmpje dat ik bekijk wordt hij meer een karikatuur van zichzelf.

1 reactie op dit bericht

Levensverwachting

Op Teletekst (pagina 107) lees ik vandaag dat volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek de levensverwachting in 2019 voor mannen met  4 maanden is toegenomen tot 80,5 jaar en voor vrouwen met 3 maanden tot 83,6 jaar. Heel even denk ik dat ik nu nog rond de 6 jaar te leven heb. Maar het gaat hier om gemiddelde en bovendien gaat het om de levensverwachting van het kind van mannelijk geslacht dat nu geboren wordt. Ik moet me dus niet te snel rijk rekenen. Zes jaar dat lijkt me namelijk nog een heel mooie tijd. Het beroerde van statistieken is dat zij vaak uitgaan van gemiddelde. Een statisticus loopt door een rivier van gemiddeld een meter diep. Hij verdrinkt. Met dat grapje leerde mijn wiskundeleraar mijnheer Fliervoet mij de betrekkelijkheid van statistiek zien. Als definitie van een statisticus vertelde hij ook dat dat iemand was die met een voet in de ijskast en met de andere op een kachel staat en dan zegt: “Net lekker.”
Ik ben geboren in 1945. Ik kan over dat jaar geen cijfers vinden, maar in de periode van 1941 tot 1946 is de levensverwachting van een dan geboren jongen 59,7 jaar. Pas op, WOII heeft dat cijfer danig vertekend. De vijf jaar daar voor is de levensverwachting nog 65,87 en de periode daarna al weer 68,69 jaar. Cijfers die allemaal te vinden zijn op de website van het CBS.
Van de jongen die in december 1945 ter wereld kwam  werd dus verwacht dat hij, wilde hij recht doen aan de verwachtingen, eind 2013, uiterlijk begin 2014 zou overlijden. Met enig genoegen en zonder teleurstelling constateer ik dat ik niet aan deze verwachting heb voldaan. We zijn inmiddels die in 1945 verwachte datum al meer dan 6 jaar voorbij. Ik snuffel wat verder op de CBS-site en kom zo terecht bij de pagina waarop de resterende levensverwachting wordt weer gegeven. Ik ben 74. Het CBS geeft mij nog ruim 12 jaar. Zo mooi zijn als die verwachting bewaarheid werd.
IJs en weder dienende en DV heb ik al een onderwerp voor mijn blog van ergens in 2032.

Nog geen reacties op dit bericht

Uitje

Wij hebben weer eens een uitje. Gade en ik. Het is het woord dat wij gegeven hebben aan een gezamenlijk uitstapje. Dat heeft niets groots en meeslepend in zich. De activiteit wordt niet voor niets met een verkleinwoord aangegeven. Alleen in die kneuterige vorm heeft het betekenis. Uit of uitstap, daar kan ik mij niets bij denken. Een uitje of uitstapje heeft ook al ga je weg van huis toch nog iets veiligs. Je gaat niet op avontuur, overlevingstocht of energievretende activiteit. Niks geen prestatie, maar gewoon een uitje. Een uitje kan van alles zijn, als het maar binnen zijn perken blijft. Het bezoek aan een nabij maar niet gekend museum, een rondje fietsen door de Ooijpolder, op de koffie bij vrienden in een dorp verderop, een ijskoffie op een met bomen overhuifd terras. Een uitje is gehoor geven aan de uitnodiging je eens los te rukken van het beeldscherm en er op uitgaan. Fiets of auto, maakt niet uit, hangt ook af van hoe ver het doel is. Rij jij of rij ik.
Gade heeft een uitnodiging om het werk van een goede kennis te bekijken. Een kleine maar fijne expositie  die in een grensdorpje te zien is. We rijden de polder in en slingeren over dijken die willekeurig in het land gedrapeerd lijken. Het landschap is getekend in verschillende kleuren groen en de luchten lijken Hollandser te willen zijn dan ooit door een schilder vastgelegd. Wat een licht.
Het dorp lijkt te slapen, zoals alle grensdorpen in een vergeten stuk van het land lijken te slapen. Even is het heel druk. Een trage tractor, veel te groot voor de smalle wegen, gaat aan het hoofd van een lange rij volgauto’s. De stoet lost op als de leider een boerenerf op rijdt.
We zijn er en bewonderen het uitgestalde werk. Frêle vormen door de kunstenaar ontdekt en glans gegeven. Stil werk, dat rust uitstraalt, uitnodigt tot zowel woordeloos beschouwen als het zoeken naar een verhaal, dat je zelf mag verzinnen.
We rijden door de polder langs de rivier terug. Welk passend decor voor dit uitje.

Nog geen reacties op dit bericht

Buitenspel

Als je bij voetbal buitenspel staat zal de scheidsrechter, al dan niet bijgestaan door de VAR, het spel stilleggen. Als je buitenspel staat mag je even niet meer meedoen. De tegenstander krijgt de bal en wat voor jou zo’n mooie scoringskans leek op te leveren wordt door een snerpend fluitje te niet gedaan. Aan de zijlijn steekt iemand zijn vlag in de lucht en de bal gaat naar de tegenpartij. Door een slimme manoeuvre en tactisch inzicht van de ander die net op tijd een stapje voorwaarts zet, ben jij buitenspel gezet. Nog dommer is dat je je zelf buitenspel zet als je te ver voor de troepen uit loopt en terecht komt in een niemandsland waar niet verder gespeeld mag worden. Dan doe je niet meer mee.
En dan is er nu een rijtje min of meer bekende Nederlanders, althans zo beschouwen zij zich zelf en elkaar dat elkaar gevonden heeft onder de hashtag “Wij doen niet meer mee“. Een simpele oneliner waarmee zij zich zelf buitenspel lijken te zetten. Het beroerde van oneliners is dat er in die ene zin meestal weinig nuance gestopt kan worden. Ik hoor en zie Famke Louise Meijer als haspelende en stuntelende woordvoerster van de beweging(?) bij Jinek min of meer duidelijk maken dat zij zich toch wel aan de richtlijnen en adviezen zal houden. Dus toch meedoet, maar dat ze boos is dat zij als invloedrijke vlogster niet gehoord wordt. Wel door haar miljoen volgers, maar niet door het kabinet en door de regering. Die hebben volgens haar allebei niet in de gaten dat het haar gaat om het principe. “Dat wij in een samenleving wonen waarin mensen hun vrijheid nodig hebben en plezier willen maken”, vat zij haar van een papiertje voorgelezen verklaring samen.
Het levert haar een uitnodiging op van Diederik Gommers, als arts lid van het OMT. Hij neemt het signaal van haar serieus. Zijn serene benadering maakt haar ongenuanceerde gekakel alleen nog maar schrijnender. Dat hebben velen door, behalve Famke zelf  die vooral zonder iets te zeggen gehoord wil worden. Free the people luidt de boodschap. Bevrijd ons van dat soort mensen, is mijn vertaling.
Famke leek zich zelf buitenspel te zetten. De buitenspelregel is ook niet voor iedereen te begrijpen.

Nog geen reacties op dit bericht

Wat is wijsheid

Over een uur gaan ze het in de Kamer weer hebben over de corona-pandemie. Daar zullen ze het de komende tijd, maanden, ik denk zelfs jaren, nog wel over hebben. Ik heb niet het idee dat dat gepalaver iets oplevert. Praatjes vullen geen gaatjes en ik geloof ook niet dat  het virus zich iets zal aantrekken van de politiek geladen beschouwingen daarover. Het virus gaat zijn eigen gang en laat zich niets gelegen liggen aan aangenomen moties, zelfs niet als die kamerbreed aanvaard zouden worden. Ik kan me niet voorstellen dat het virus ook maar een moment, de beraadslagingen gehoord hebbend, zal bedenken van kom, laat ik mij maar eens een beetje terugtrekken, het is nu wel genoeg geweest. Het virus laat zich niet leiden door democratische principes, hoe democratisch het zich zelf ook gedraagt. Jong, oud, man, vrouw, dik, dun, ziek, gezond, het virus kiest zelf waar en hoe toe te slaan.
Er zijn zelfs mensen die het bestaan van het virus ontkennen en die denken je rug op met je adviezen. Voor hen bestaat er geen virus, zijn maatregelen onzin en is er ook niets om je aan te houden. Komt wel bij dat er soms ook het onmogelijke van de mens gevraagd wordt. Heb je eindelijk een kaartje kunnen bemachtigen voor een voetbalwedstrijd, scoort jouw favoriete club en wat moet je doen: Bek houden is het advies. Iedereen die ook aar eens een keertje in een stadion heeft meegeleefd weet dat dat vragen om het onmogelijke is. Dan maar helemaal geen publiek meer bij wedstrijden? Ik ben benieuwd wat de Kamer daar straks over te zeggen zal hebben, maar het helemaal stil krijgen zullen niet.
Met terugwerkende kracht weet iedereen hoe het eigenlijk weken, maanden geleden al had gemoeten. Dat weet ik zelfs, daar heb ik geen RIVM, OMT, Osterhaus voor nodig. Maar wat moet er nu gebeuren, wat is nu wijsheid? En wennen wij aan het nieuwe normaal? Ik heb er nog steeds moeite mee.

Nog geen reacties op dit bericht

Lien, haar moeder en de tandarts

Lien had ik nog nooit gezien. Nu had ik een afspraak voor een kop koffie met haar moeder op een zonnig terras. Een afspraak net voordat ik naar de tandarts moest. Over die afspraak zul je mij vandaag verder niet veel horen. Tandartsbezoek is een vast geregeld gebeuren in mijn zo geordende bestaan. Daar kun je bijna de klok op gelijk zetten. Om de drie, vier maanden neem ik plaats is de behandelstoel die in een comfortabele ligstand wordt gezet en lijdzaam onder ga ik de activiteiten van de mondhygiëniste en de controle van de tandarts. We kennen onze rol in dit geregelde gebeuren en spelen die naar behoren. “Mond iets verder open.” “Goed zo!” “Spoelen en het viel weer mee, niet waar.”  De teksten zijn voor de tandarts en de mondhygiëniste. Ik excelleer in het stille spel.
Lien hoeft nog niet naar de tandarts. Lien heeft nog maar 1 tand, Lien is 8 maanden. Lien is met haar moeder mee. Haar moeder werkte in het koffiecafeetje bij mij op de hoek. Zij was een van de redenen waarom ik met genoegen een kopje cappuccino daar dronk. Maar het koffiecafeetje ging in andere handen over en de moeder van Lien werd vooral de moeder van Lien. Daar was zij druk genoeg mee. Maar nu is er gelukkig even tijd voor een koffie op dat al genoemde zonnige terras. Ik geniet ervan de moeder van Lien weer eens te ontmoeten. Lien zelf kijkt mij een hele tijd gebiologeerd aan. Vorsend. Dan breekt er een grote glimlach door. Ik word geaccepteerd. Het klopt: de glimlach van een kind doet je beseffen dat je leeft. Ik zing van de maneschijn, twee emmertjes water halen en van je ras, ras, ras. Het is allemaal goed aan Lien besteed die vrolijk mee hupt op de schoot van haar moeder.
Het wordt tijd voor mijn afspraak bij de tandarts. De moeder van Lien is op zoek naar een nieuwe tandarts. Ik zal vragen of mijn tandarts nog patiënten aanneemt. Dag Lien, dag moeder van Lien, tot gauw.

Nog geen reacties op dit bericht

Tour

Op het moment dat ik dit schrijf is Tom Dumoulin bezig met de voorlaatste etappe van de de Tour de France. Een tijdrit. Op tv zie ik zijn start. Ik heb dit jaar de tour nauwelijks gevolgd. Hoorde over de klaarblijkelijke  overmacht van de ploeg van Dumoulin, een naar gezegd wordt Nederlandse ploeg met een overmacht aan buitenlandse renners en vernam ook dat er een Sloween was bij wie het geel aan zijn lijf vastgeplakt leek en in wiens dienst Dumoulin zich een verdienstelijke superknecht was geweest. De enkele keer dat ik keek lette ik meer op de mooie plaatjes vanuit de helikopter van het Franse landschap dan dat ik het koersverloop volgde. De uitzending van de Tour was dan voor mij ook meer een ‘Rail Away’, maar dan vanuit de licht. Mooie slow-tv waarbij het zeker met het klapwiekende  helikoptergeluid goed wegdommelen was. Ik heb dan ook kilometers Tour al duttend achter mij gelaten.
In mijn jonge jaren, opa vertel nog eens over vroeger, beleefd ik de Tour veel intenser. Of eindelijk was dat niet de Tour de France, maar onze eigen versie daarvan die ik met met mijn vriendje Wim ontwikkelde. Het was in de tijd dat sigaretten nog verkocht werden in kartonnen doosjes waarvan je vier plaatjes kon knippen. Een sigarettendoosje, waarmee we ook kaartspelletjes maakten, was goed voor vier plaatjes. En op elk plaatje werd de naam van een tourrenner geschreven. Namen als Bahamontes, Bobet en Jan Nolten. Inmiddels zo goed als vergeten namen. Wim woonde in een huis met een heel lange gang met in het midden een loper. En langs die loper schoten we met onze vingers al die kaartjes met een naam van een renner door de gang. Onze eigen Tour met gewone etappes, een keer de gang door of lange etappes, ook weer terug. En er was ook een bergetappe. Dan moesten we het kaartje over de drempel van de keukendeur aan het eind van de gang schieten. Elke dag een etappe waarvan keurig netjes de uitslagen door ons werden bijgehouden. Als we dat spel speelden stond de radio aan en leek het of Jan Cottaar onze tour becommentarieerde.
Tom Dumoulin is binnen. Zijn ploeg en hij krijgen een verrassend pak slaag.

Nog geen reacties op dit bericht