Kwalitijd

De titel van dit stukje is niet een onbedoelde verschrijving, maar veel meer een samenvatting van wat mij op dit moment, nog meer dan anders, bezighoudt. De keuze tussen tijd en kwaliteit. Wat in ieder geval duidelijk is, is dat het lijf een kwakkelend bestaan leidt. Mijn hart, de motor van alles, levert te weinig capaciteit om de boel draaiende te houden. Daar zit goed de sleet in. Maar er zijn nog al wat mogelijkheden wat steun te geven. Met medische ingrepen kan er nog wat tijd aan mijn bestaan worden toegevoegd. Niemand durft aan te geven hoeveel tijd er mi j dan nog ter beschikking staat. Maar het gaat er mij ook vooral om hoe die ‘extra’ tijd kan worden ingevuld. Een kwijnend bestaan vanuit een ziekenhuisbed dat heel veel tijd (maar hoeveel?) zou kunnen opleveren trekt mij niet aan. Geen eenzamer plaats dan een ziekenhuisbed in een doorwaakte nacht. Van harte (!)  lever ik wat tijd in voor kwaliteit. En kwaliteit bestaat voor mij nu uit samen met Gade op het bankje in onze zonnige achtertuin, Harrie de kat in de buurt en een kopje cappuccino met een appelflap. Maar er hoeft niets, er moet niets, er is immers genoeg  genoten.
Vanochtend volgde ik de dienst vanuit de boot van het schipperspastoraat. En het koortje zong van de kleine dingen die het hem doen. Eigenlijk een al jaren versleten liedje, maar nu letter voor letter, noot voor noot, hoe wankel gezongen ook, opnieuw waar.
Tijd heb ik genoeg, er ligt een eeuwigheid op mij te wachten. Dus als ik toch zou moeten kiezen, ga ik voor kwaliteit. Sluit ook beter aan bij de rest van mijn leven, waar ik niets over te klagen heb.
Ik kijk door het ziekenhuisraam naar buiten. Er is alleen maar licht en zon. Binnen vraagt de catering of ik iets wil drinken.

6 reacties op dit bericht

Pompen of verzuipen

“To be or not to be that is the question” Ik weet niet of er een Hamletvertaler is geweest die ooit bedacht heeft  die fameuze regels  om te zetten in hedendaags Nederlands: “Pompen of verzuipen, dat is de vraag”. Want dat is op de keper beschouwd een bondige samenvatting van de gesprekken die ik de afgelopen uren met de zaalarts heb gevoerd. Ondanks diverse medicatie blijft de pompfunctie van mijn hart te gering om het te veel aan vocht in mijn lijf op natuurlijke wijze af te voeren. En dan resten er een aantal mogelijkheden. Dat kan zijn nog wat langer in het ziekenhuis blijven om te zien of een zwaarder medicijn wel het gewenste effect heeft of met een iets lichter medicijn naar huis worden getuurd en over een weekje   poliklinisch te bekijken wat de resultaten zijn. Maar in alle gevallen blijft het een keuze tussen Scylla en Charybdis. En dat is sinds de Griekse oudheid al een onmogelijke keuze.
De arts kan en wil geen enkele garantie geven voor het welslagen van welke aanpak dan ook. Terecht, want het is een onmogelijke vraag en op onmogelijke vragen zijn alleen maar onmogelijke antwoorden. Er is geen zekerheid te geven op dat wat niet te weten valt. Hoe graag je dat ook zou willen.
Samen met Gade spreken we met de zaalarts. Ik kies, maar is er wel sprake van een echte keuze?,  van toch nog maar een keertje pompen. Verzuipen kan altijd nog en als het zover komt wil ik glorieus ten onder gaan. Zoiets als de Titanic, en het scheepsorkest ‘Abide with me’ speelt. Maar nu eerst is pompen het devies.

1 reactie op dit bericht

Opgenomen

Ik weet niet of mijnheer B uit Paterswolde zich erg ongerust heeft gemaakt nu hij een aantal dagen mijn blog heeft moeten missen. Een tijdje geleden liet hij mij als trouwe lezer weten dat hij zich zorgen maakte als hij niet elke dag mij via mijn blog tegenkwam. Die zorgen zijn (n0g) niet nodig, ik ben nog niet dood maar lig sinds een paar dagen weer eens in het ziekenhuis. In het ziekenhuis, aan het infuus. Een infuus dat er voor zorgt dat het vocht dat ik vasthoud toch op natuurlijke wijze mijn lijf verlaat. Ik houd dat vocht vast omdat mijn hart te zwak pompt om als een poldermolen die polder ook droog te houden. Mijn huisarts las mijn bloedwaarden en achtte het raadzaam mij naar het ziekenhuis te sturen en zo reed een reusachtige ambulance ons straatje in. Twee broeders hielpen mij de trap af en de brancard op. En in een kalm gangetje, nee, helaas geen gillende sirenes of blauwe zwaailichten, want dat zou ik toch wel mooi gevonden hebben, ging het richting ziekenhuis. Daar wachtte mij een eenpersoonskamer, want nu met covid weet je maar nooit. Een milde quarantaine en een testje verder deel ik nu een kamer met twee anderen. Binnen de kortste keren heb ik mij aangepast aan aan het ziekenhuisregime. Op de meest onmogelijke uren begint de dag en moet je bepalen wat wanneer je hoe laat iets wil eten of staat er iemand aan je bed om bloed te prikken, temperatuur te meten en wat in mijn geval heel belangrijk is, hoeveel ik afgevallen ben. Want minder gewicht = minder vocht.
Natuurlijk weet ik ook wel dat we vooral met symptoombestrijding bezig zijn. Het is niet voor niets dat ik nu al voor de derde keer met een zekere regelmaat hier te gast ben. Als ik vandaag of (over)morgen ontslagen wordt is dat met de wankele zekerheid dat ik over een tijdje weer opgenomen wordt.

6 reacties op dit bericht

Buiten

Al een paar dagen ben ik aan huis gekluisterd. Aan een heel erg klein deel van mijn huis. Sinds ik een paar dagen geleden op weg was naar boven en op eigen kracht de eerste verdieping niet meer haalde, ben ik gebonden aan die ene verdieping. Een verdieping die van alle gemakken is voorzien. Daar is mijn slaapkamer, mijn badkamer, een toilet, een keukentje en mijn werkkamer met mijn laptop. Wat heeft een mens nog meer nodig dan de liefdevolle zorg van een partner. Het enige wat ik niet heb op dit moment is buiten. Buiten dat ligt onder aan de trap die ik nog niet waag af te gaan omdat ik bij lange na niet zeker weet of ik hem ook weer opkom. Het wachten is op het aanbrengen van de traplift die op dit moment op maat gemaakt wordt en over een dag of wat, -de verwachting is volgende week vrijdag-, geleverd zal worden.
Intussen is het zo dat ik voor alle medische en para-medische zorg het huis niet meer uit hoef. De huisarts is uitgebreid op bezoek geweest en ik heb haar ook een paar keer al telefonisch geconsulteerd. Zij wilde graag mijn bloed gecontroleerd hebben en ook daarvoor kwam vanochtend een prikzuster een paar buisjes bloed aftappen. En morgen komt mijn behandelende fysiotherapeut  op bezoek om samen te bekijken of er nog een behandelplan opgezet kan worden dat onwillige spieren wat in het gareel zet.
En zo wordt mijn eerste verdieping niet alleen een plezierig verblijfsruimte maar functioneert het ook als wacht- , spreek-  en behandelkamer, zeg maar als  als dependance van mijn huisartsenpraktijk, fysiotherapeut en prikpost. Zo multifunctioneel als het maar kan.
De afspraak voor mijn tweede coronaprik, gepland op 1e Pinksterdag is verplaatst na de dag dat de traplift er zou moeten zijn. Dan ga ik waarschijnlijk voor het eerste weer verkennen hoe het is buiten te zijn. Via mijn traplift naar de vrijheid. Dat zal wennen zijn.

1 reactie op dit bericht

Oud

We worden gewoon te oud. Op een gegeven ogenblik lijkt het niet meer te kloppen. Ons lijf wordt te stram en te stijf om alle functies die jarenlang zo vanzelf sprekend leken te zijn naar behoren te vervullen.
Ik heb ooit ergens gelezen of gehoord dat het menselijk lichaam gemaakt was om zo’n 40 jaar mee te gaan. Zo rond die tijd zou de sleet er in kunnen komen en zou het logisch zijn dat er haperingen gingen optreden. Na die tijd zou het de verkeerde kant op kunnen gaan, lichamelijk en geestelijk. Bij de een wat meer dan bij de ander. Maar verslijten doen we. Bij de een blijft het lijf in topconditie maar takelt de geest in een ongewild snel tempo af. Bij de ander blijft de geest sprankelen als van een twintigjarige. Bij de een in sprake van een gezonde geest in een krakkemikkig lichaam, een ander kan bogen op een krachtig lijf maar haperende geest. Weinigen is het gegeven tot op hoge leeftijd èn geest èn lichaam in tact te houden. De meesten van ons worden gewoon te oud om de verloedering voor te blijven. Daar zijn we, ik in ieder geval, niet op gebouwd. We worden gewoon te oud voor onze leeftijd en met veel kunst- en vliegwerk, een pot vol pillen en regelmatige controles en check-ups worden we ouder dan dat we ooit gedacht hadden te worden. Zonder al dat kunst- en vliegwerk, pilletje meer, pilletje minder hadden we de pijp allang aan Maarten gegeven. Zonder de geregelde onderhoudsbeurten waren we allang een herinnering geworden.
Elk jaar zingen we dat hij of zij lang zal leven. Drie maal hoera. Maar soms denk ik wel eens dat we niet gemaakt zijn voor weer een jaar en nog een jaar erbij. Misschien leven we wel gewoon te lang, langer dan bedoeld.  We worden gewoon, nou ja gewoon, te oud, veel te oud.

2 reacties op dit bericht

Val

Het gebeurt halverwege de trap naar boven. Misschien een trede hoger, misschien een trede lager. Voorzichtig loop ik naar boven. Ik ben de laatste tijd nog al wat wankel op mijn benen. Het is met de grootste moeite dat ik naar boven klauter en uitgeput en hijgend kom ik daar aan. De laatste dagen biedt Gade mij bij mijn gang naar boven wat ruggensteun aan. Soms lijkt het alsof ik het niet zal halen, het einde van de trap. Deze keer is het echt zover. Het lijkt of alle kracht uit mijn lijf vloeit. Ik zijg neer en kan geen kant meer op. Met geen mogelijkheid krijg ik nog wat beweging in mij. Ik kan niet vooruit, ik kan niet achteruit. Als een zak vol aardappelen lig ik uitgeteld. Ik voel de paniek in mij op komen. Ik ben bang dat ik naar beneden zal glijden via die roetsjbaan het leven uit. Ik had mij het einde toch glorieuzer voorgesteld. Gade spreekt bij bemoedigend toe, maar ik kan mij niet meer bewegen. Zou niet weten hoe hogerop te komen, bang de trap af te glijden. Ik bezit mijn ziel in lijdzaamheid. Laat me maar, laat me maar liggen.
Gade belt een overbuurvrouw wakker. Hulptroepen van de overkant van de straat. Een geruststellende stem. Ik krijg een kussen onder mijn hoofd geschoven en de vermaning rustig te blijven liggen. Alsof ik iets ander zou kunnen. Op de en of ander manier ben ik toch wat naar boven geschoven. Weg van de trap, die ik als een gapende kratermond ervoer.
Heel langzaam voel ik weer een beetje , een heel klein beetje kracht terug komen. Ik krijg de instructie op mijn knieën te gaan zitten. Dat lijkt te lukken. Heel voorzichtig word ik overeind geholpen en schuifel ondersteund naar de rand van mijn bed. Burenhulp op zijn best. Ik hijg mij in slaap.
Vandaag komt de dokter langs. Medicatie aangepast, alles even gecheckt. Tot de komst van de traplift over een dag of tien wordt de eerste verdieping mijn habitat.

Nog geen reacties op dit bericht

Feliz Cumpleaños

Eigenlijk ben ik te moe om zo aan de rand van de middag nog achter mijn lapt0p te gaan zitten en er nog een stukje uit te persen. Ik ben niet te moe, ik voel me me moe. Het lijf heeft het druk met overleven en dat vreet energie. Ik kan vanmiddag dan ook niet aan de verleiding weerstaan om even aan de moeheid toe te geven. Zonder ook maar iets van mijn kleren uit te doen zoek ik mijn bed op, maak mij een behaaglijk holletje om  even weg te doezelen en de hoofdpijn weg te slapen. Dat even wordt een paar uur, een paar uur waarin mijn lijf niet of nauwelijks opspeelt. Het is een droomloze slaap of beter gezegd ik herinner mij geen droom meer. Gade heeft net voor ik insliep nog even de kersenpittenhalsband verwarmd. “Tegen de hoofdpijn.” Ik roep nog een keer om de kat, maar die laat zich in geen velden of wegen zien. Het is duidelijk dat zij  dat geen tijd vindt om haar gebruikelijke plaatsje aan het  voeteinde van ons bed in te nemen. Dat ritueel volvoert zij als het nacht wordt, niet om twee uur ’s middags.
Ik slaap in met op de achtergrond nauwelijks hoorbaar het nieuws. Voor de zoveelste keer hoor ik dat de koningin 50 is geworden en dat vanavond een verjaardagsgesprek met haar zal worden uitgezonden. 50. Ik vraag mij af of zij ooit had kunnen bedenken dat zij op haar vijftigste de partner van de koning van Nederland zou zijn. Wanneer zou zij voor het eerst op de atlas eens hebben opgezocht waar dat land, was het een land? , precies lag en op Wikipedia hebben gelezen:”The Kingdom of the Netherlands (Dutch: Koninkrijk der Nederlanden; pronounced [ˈkoːnɪŋkrɛiɡ dɛr ˈneːdərlɑndə(n)] (About this soundlisten)),[g] commonly known as the Netherlands,[h] is a sovereign state and constitutional monarchy with 98% of its territory and population in Western Europe and with several small West Indian island territories in the Caribbean (in the Leeward Islands and Leeward Antilles groups).
Maar Wikipedia bestaat pas sinds 2001, dus dat kan zij toen nog niet geraadpleegd hebben.
Voor ik ook maar het begin van een antwoord heb gevonden, slaap ik.

Nog geen reacties op dit bericht

coffee to go

Ik kan mij niet voorstellen dat er niet ergens op de wereld iemand bezig is met het onderzoeken van de invloed op de taal van de pandemie. Vast zal er wel een taalkundige zijn die afstudeert, mogelijk zelf promoveert op een gedegen studie naar het gebruik van  woorden die meer dan een jaar nu frequent voorkomen en daarvoor niet of nauwelijks gehoord werden. Zeg maar corona-woorden zoals pandemie zelf, maar ook teststraat,  ic-capaciteit, RIVM, groepsimmuniteit, OMT, avondklok, Janssen en Janssen, mondmasker, onderliggend lijden, bijwerking, prikpost en dergelijke. Woorden die een verborgen bestaan leidden, maar waar nu de kranten vol mee staan en elk journaal mee lijkt te eindigen, als het er al niet mee begonnen is.
Een van de termen die voor mij onlosmakelijk met de tijd van nu verbonden zal blijven is coffee to go. Restaurants en cafés moesten noodgedwongen sluiten en ook al werden binnenruimten zo ingericht dat aan alle veiligheidseisen voldaan leek te worden, er mocht geen maaltijd meer geserveerd worden, geen biertje getapt en elke horecagelegenheid meldde op een zelf geschilderd bord dat zij door een open raam wel een coffee to go mochten serveren. Afhaalkoffie of meeneemkoffie leek de nationale drank te worden, de wankele kurk waarop de horeca zich probeerde drijvend te houden. En de creatieve ondernemer liet het niet bij koffie. De mens leeft niet van koffie alleen. Ik zag aankondigen van hutspot to go en zelfs gerenommeerde restaurants kalkten ‘ook afhalen‘ op hun ruiten en ramen. ‘Alleen afhalen‘ ware correcter geweest gelet op het advies in je eentje boodschappen te doen.
De sluiting van de horeca leek de doodslag te zijn voor mijn zaterdagse koffieclub. Maar wij lieten ons door een pandemie niet kisten en leiden een ondergronds bestaan. Vandaag spraken we weer af bij een terras op de voor ons gebruikelijke tijd van 11:00 uur. Even was het ons ontschoten dat de terrassen pas om 12:00 uur gasten mochten ontvangen. Het café schonk in papieren bekertjes wel coffee to go. Die dronken wij op het trottoir bij het terras. Voor een keer een coffee to go-club.

Nog geen reacties op dit bericht

Traplift

Ik woon voortreffelijk. Een prima huis, wat zeg ik, we hebben zelfs twee huizen, in een geweldig straatje. Natuurlijk blijft er af en toe iets te wensen over. De huizen zijn tamelijk gehorig en is het zo dat als ik moet niezen de buurman zijn zakdoek pakt. En de vier meiden die naast ons samen een studentenhuis bevolken vergeten wel eens rekening te houden met het feit dat zij niet de enige bewoonsters van de straat zijn. Maar in de praktijk valt dat allemaal wel mee en natuurlijk is het ook zo dat de een wat geluidsgevoeliger is dan de ander. En soms zijn er bewoners die nog moeten wennen aan het feit dat zij buren zijn. En dat is in een straatje als dat van ons onontkoombaar. Vrijstaande huizen kent ons straatje niet, maar als je je er voor openstelt krijg je daarvoor heel veel burengenoegen voor terug.
Terug even naar ons dubbele woonhuis. Heel veel ruimte voor twee mensen. Drie verdiepingen en als je de kelders mee rekent zelfs vier. Op de bovenste verdieping kom ik zelden. Op die verdieping heeft Gade haar werkkamer. We blijven  die kamer zo noemen, ook al werkt Gade niet meer. Het is haar pied à terre, al blijft dat een vreemde benaming voor deze hoog gelegen kamer. Op die verdieping twee kamers voor eventuele gasten en een badkamer. Een trap lager mijn ruime werkkamer, ook een onterechte benaming, een keukentje en onze slaapkamer en doucheruimte en weer een trap lager, en daar ga ik het overhebben, de woonkamer, ruime keuken en hoe heerlijk, een als het weer meewerkt zonnige tuin.
De trap tussen de begane grond en mijn werkkamer beklim enkele malen daags en dat is voor mij geen sinecure. Hijgend en puffend kom ik boven aan en duizelt het mij soms voor ik helemaal boven ben. Dat heeft niet te maken met de trap, maar veel meer met mijn tanende conditie die allerbelabberdst is. Natuurlijk, ik zou wat meer moeten bewegen, maar de geest is gewillig en het vlees steeds zwakker.
Over veertien dagen wordt er een traplift geïnstalleerd. Ik wil hier nog lang niet weg.

Nog geen reacties op dit bericht

Profeet

We hebben ze in soorten en maten, de ……des vaderlands. En op de puntjes is naar believen in te vullen dichter, theoloog, filosoof, denker, componist. En er zullen vast ook nog wel wat categorieën bestaan die aan mijn aandacht ontsnapt zijn. Wie aan dat illustere rijtje ontbreekt is in ieder geval de profeet. Ik zou niet weten welk instituut als de peetvader van de profeet des vaderlands zou moeten fungeren, maar het is een titel die ik wel zou willen hebben. Inderdaad, niet veel langer dan gedurende een jaar, want een profeet wordt in eigen land nauwelijks geëerd (Joh 4:44). En na dat ene jaar heeft zelfs de profeet des vaderlands zijn krediet wel verspeeld. Een profeet des vaderlands is immers geen premier des vaderlands. Die weet zijn eigen waarheid bij elkaar te liegen of, als het hem zo uitkomt, zich zijn eerder verdedigde mening niet meer actief te kunnen herinneren. En over wat je niet meer weet kun je niet liegen en heb je jouw waarheid altijd aan jouw kant.
Maar stel dat ik een advertentie onder het kopje ‘personeel gezocht‘ zou zien waar te lezen stond: “Gezocht profeet des vaderlands met weinig verstand van heel veel zaken. Goede schrijfvaardigheid is een aantoonbare vereiste. Kandidaat moet kunnen bogen op minstens 1 (één) uitgekomen profetie. De benoeming geldt voor max. 12 maanden en kent geen financiële vergoeding. Een tegemoetkoming in de reiskosten is bespreekbaar” ik zou de oproep zonder er iets op uit te doen naast mij neerleggen. Niet door gebrek aan vaardigheid. Ik kan redelijk schrijven, maar jaren geleden al heb ik mij voorgenomen steeds minder te gaan doen. Reiskosten zou ik sowieso niet meer maken. En naar ik denk zou de aanschaf van een binnenkort aan te schaffen traplift wel niet als reiskosten van de begane grond naar de 1e etage en v.v. aangemerkt worden. Wel zou ik de niet nader genoemde sollicitatiecommissie kunnen wijzen op mijn profetische gaven. Ik citeer mijn blog van 18 maart l.l.:” Reken maar op een voortzetting van de huidige coalitie. Na een aantal rituele dansen,  veel water bij de wijn, en omwille van de bestuurbaarheid van het land zullen die vier, VVD, D66, CDA en CU, samen goed voor 78 zetels elkaar weten te vinden en het bleef zoals het was.”
Op dit moment wordt het eindrappoet van formateur Tjeenk Willink in de Kamer besproken. Ik lijk aan de eis van 1 uitgekomen profetie te gaan voldoen. Dat is mij waardering genoeg.

Nog geen reacties op dit bericht