Saint-Hippolyte-du-Fort-1

De laatste tijd, dagen, weken, maanden, ja zelfs jaren was ik ervan overtuigd dat ik uitgereisd was. Ik schreef daar zelfs een gedichtje over dat een sterk autobiografisch karakter leek te hebben:
Reisdoel
Zet m’n koffers in de kast
of schuif ze liever nog op de vliering.
Ze kunnen helemaal achterin,
ik heb ze niet meer nodig.
Het verre reizen is voorbij.
Ik blijf nu dicht bij huis
en overpeins m’n dromen.
Van wat is uitgekomen
geniet ik nog eens na.
En wat een droom bleef,
moet dat maar blijven.
Ik zet theewater op.
Het loopt al tegen vijven.
Reizen was voor mij, dacht ik, vooral herinnering geworden. Zakenreizen naar Japan, Nicaragua, Rusland, Slowakije, Taiwan. Vakanties naar Italië, Spanje, Frankrijk maakten plaats voor uitstapjes naar de Achterhoek en Drenthe. Ik vond veel al gauw te ver. En ik dacht mijn neef die onlangs met vrouw en al een nieuw leven begon diep Frankrijk in alleen nog maar te zien als zij noordwaarts  kwamen. Mijn nicht die met haar vrouw al jaren ver weg in de Dordogne huisden zag ik af en toe bij mij thuis. Maar hen opzoeken in hun verre Franse stadjes, nee dat zat er voor mij niet in. Dacht ik zo goed als zeker te weten. Maar wat is zeker? Ja, dat de zon elke dag opkomt en dat er ooit een dag zal komen dat we dat niet meer meemaken. Dat weten we zeker. Maar de rest?
Ik ben op dit moment 1100 kilometer van huis. Met Gade bij Neef en vrouw. En ik kom tot de ontdekking dat waar ik van overtuigd was, ja wat ik zo goed als zeker dacht te weten toch niet altijd overeenkomt met de daagse praktijk. In twee dagen tijd zijn Gade en ik heel Frankrijk doorkruist. Wat ik niet voor mogelijk meer had gehouden is toch weer gebeurd. Verrassing! Voor mij, voor Gade. Een weekje weg en ook toch ook op een bepaalde manier thuis komen.Nicht en vrouw komen ook deze kant op.Een mini-familiereünie. Als dat ook al is het ver weg geen thuiskomen is.

1 reactie op dit bericht

Vignet-2

Bij de Europese verkiezingen heb ik destijds op Vera Tax gestemd. In het parlement is zij onder meer lid van de commissie Transport en Toerisme. Misschien stuur ik haar wel een mailtje met het verzoek om iets aan de unificatie van het vignettenbeleid te doen.” Zo eindigde mijn verhaaltje van afgelopen zaterdag. Natuurlijk is de weg naar de hel geplaveid met goede voornemens, maar ik besloot de andere kant op te gaan en het goede voornemen ook tot uitvoering te brengen. Ik weet niet of daardoor de hemel dichterbij aan het komen is, maar het was in ieder geval de moeite van het proberen waard. Ik stuurde mijn column als chatberichtje naar Vera Tax. Eigenlijk zonder veel verwachtingen,want ik kan me voorstellen dat de leden van het  EP overstelpt worden meet mailtjes, brieven en berichtjes vanuit het electoraat en dat zij wel wat beters te doen hebben dan te reageren op de vragen, verzoeken en opmerkingen over van alles wat Europa aan zou kunnen gaan. En wat is dat niet. Ik maak in mijn berichtje aan haar ook nog mijn verontschuldigingen over de lengte ervan. Het was zeker geen one-liner waar je vlug op kon antwoorden. Per kerende post (en dat is bij email heel snel) krijg ik van haar de complimenten en het verzoek om mijn mailadres “[dan] kan ik gemakkelijker reageren.” Daar wacht ik dan maar op.
Omdat ik niet de vooronderstelling koester dat een Europees milieuvignet in een weekend geregeld is ga ik voor de zekerheid nu toch maar het Franse exemplaar aanvragen en dat is inderdaad een fluitje van een cent. Of om preciezer te zijn van € 4,21. Wel moet ik alle gegevens, en dat zijn er nog al wat, drie keer invullen omdat ik vergeet aan te even dat ik geen robot ben. Maar de “Service de déliverance des Certificats Qualité de l’Air” geeft aan waar ik al die gegevens op mijn kentekenbewijs kan vinden. Voor het eerst van mijn leven lees ik een kentekenbewijs.
Vanochtend vroeg kwam een voorlopige versie van het vignet binnen. Morgen vertrekken we. De huisoppasster heeft de sleutel al opgehaald. Wij zijn even weg.

Nog geen reacties op dit bericht

Vignet

Ter voorbereiding van onze reis diep Frankrijk in dacht ik gelezen te hebben dat het bezit van een Europese gehandicaptenparkeerkaart het bezit van een milieuvignet overbodig zou maken. Met zo’n vignet tracht Frankrijk er voor te zorgen dat vervuilende auto’s uit kwetsbare gebieden geweerd worden en het milieu wat minder wordt aangetast. Maar ik blijk de uitleg op de ANWB-pagina niet helemaal juist geïnterpreteerd te hebben en de vriendelijke juffrouw achter de balie verzekert mij dat ook al heb ik  zo’n parkeerkaart ik toch wel degelijk een milieuvignet nodig heb. Ik kan dat niet in haar winkeltje kopen, waar ik mij zojuist twee alcoholtesters heb aangeschaft die in la douche France tot de standaard auto-uitrusting dienen te behoren. Het vignet moet ik per internet in Frankrijk bestellen. Voor de kosten, € 4,21 hoef je het niet te laten. Voor dat bedrag wordt het zelfs thuisgestuurd, maar de hele rompslomp van formulieren en pdf’jes van je kentekenbewijs komen voor jouw rekening. Ik leer van de ANWB-ster ook dat de levertijd van het vignet 10 werkdagen is. Ik vertrek over 3 dagen. Gelukkig lees ik in de toelichting ook dat een kopie van de factuur die ik na aanvraag prompt krijg toegestuurd ook als vervangend tijdelijk vignet geldt. Ik zou het toejuichen als Europa nog meer Europa zou worden en voor heel dit continent tot voor elk land uniforme en geldende afspraken kon maken. Dat is met de euro ook redelijk gelukt, dan moet dat met een milieuvignet toch ook mogelijk zijn.
Bij de Europese verkiezingen heb ik destijds op Vera Tax gestemd. In het parlement is zij onder meer lid van de commissie Transport en Toerisme. Misschien stuur ik haar wel een mailtje met het verzoek om iets aan de unificatie van het vignettenbeleid te doen.
Ik bel nog even met mijn neef waar wij ons over een paar dagen zullen melden. Ik vertel hem van het milieuvignet waar hij nu, na ruim een half jaar in Frankrijk, voor het eerst van hoort.
Morgen ga ik, voor de zekerheid, toch maar een vignet aanvragen.

1 reactie op dit bericht

Pasje

Het is natuurlijk een alledaagse gebeurtenis, maar zijn dat niet zo goed as alle zaken die ik beschrijf? De meeste van die dingen kabbelen in het ritme van het bestaan mee. Geen hoogtepunten, geen dieptepunten. De dragelijke saaiheid van het zijn. Maar door er over te schrijven krijgen ze wat glans. Niet overdreven stralend, maar net voldoende om het idee te geven dat er toch iets bijzonders aan de hand is en dat je leven een aaneenschakeling van dat soort gebeurtenisjes is die als je er maar een beetje, al is het maar 300 woorden, afstand van neemt iets meer krijgen dan een niemendalletje. Neem nou wat mij gisteren overkwam. Ik had een afspraak in het restaurant in het aanpalende dorp G waar een handjevol leden van de club waar ik lid van ben en wat van hun dames samen aten als afsluiting van een dagje golf om een naar mij genoemde bokaal, zo’n blikken bekertje dat het meer van zijn glans dan van zijn schoonheid moet hebben. Ik was, traditiegetrouw, gevraagd het kleinood aan de winnaar uit te reiken. Het was een prijsuitreiking waar elke schijn van onpartijdigheid en integriteit ontbrak, maar zo goed als niemand die dat deerde. Op weg naar dat etentje reed ik langs de Duitse grens en pal op die grens staat een tankstation, zeg maar een Tankstelle, waar de benzine aanzienlijk goedkoper is. Volgooien dus maar. Ik ga naar binnen om aan de balie af te rekenen, pak mijn portemonnee om mijn bankpasje daar uit te nemen. Geen pasje! En op dat moment herinner ik mij waar dat pasje is. Niet in de buurt in ieder geval. De juffrouw achter de balie belt niet direct de politie om mij als benzinedief te laten arresteren, maar stelt mij gerust met de mededeling dat zoiets geregeld gebeurt.  Ik moet een groot formulier invullen en binnen 48 uur mijn schuld komen voldoen, anders gaat er wel een bericht naar de politie dat ik een dief ben. En ook gaat er een berichtje naar een incassobureau dat mij wel weten te vinden. De volgende dag moet Gade toch in het aanpalende dorp zijn en lost mijn schuld af. Niets aan de hand. Ik zei toch al in het begin, het leven is een aaneenschakeling van gebeurtenissen van meestal niks, soms een beetje en af en toe heel wat.

Nog geen reacties op dit bericht

Val

LET OP. De eerste tien minuten van de voorstelling zijn geheel in het donker. Bent u angstig in het donker of heeft u last van claustrofobie, geeft u dit dan aan bij onze medewerkers. Met die waarschuwing ga ik de Arnhemse stadsschouwburg in voor de voorstelling ‘Val‘ van Schweigman&. Een ode aan het vallen die ondersteund wordt door de soms raadselachtige muziek van het rietkwintet ‘Calefax’.
Een podiumbrede tl-balk trekt horizontaal een lange streep licht. De balk wordt aan het zicht onttrokken. Het wordt donker in de Grote Zaal. Alleen minuscule lichtjes bij de traptreden geven een te verwaarlozen schijnsel. Mogen waarschijnlijk van de brandweer niet uit, want stel je eens voor dat in dit naar risicoloosheid strevende land…
Vanuit verschillende hoogten klinkt de muziek van de vijf rietblazers. Muziek die zo in het donker nadrukkelijk binnenkomt nu ik niet wordt afgeleid door beeld en beweging. Dan hemelhoog een figuur. Is het een mens, een grote kever en nog een en nog een? In een vertraagde val gaan ze neerwaarts en weer omhoog. En dan weet ik dat het engelen zijn. Vallende engelen. Ik maak mijn eigen verhaal bij de beelden van tuimelende gestalten. Het zijn gevallen engelen die hun vleugels hebben verloren. In hun hoogmoed probeerden zij godgelijk of hoger nog te komen. Maar ze verloren het vertrouwen in hun god, een vertrouwen dat hun vleugels gaf. Maar met het verlies van hun vertrouwen verloren ze het vertrouwen dat ze konden vliegen. Met een klap kletsen de engelen, duivels nu, op de aarde. Ik weet de titel van het verhaal dat ik verzin: Hoe de duivel op de aarde kwam en weer verdween. De duivels storten zich, soms tegenstribbelend, soms gedreven in de donkerte van wat de hel moet zijn. komen daar weer uit, belagen de rietblazers, de mensen die muziek van hun leven maken. Mens en duivel worden een, gaan in elkaar op en de ander, de ander is de hel. Vallen doe je niet omhoog. Niet de hemel in. Aan het eind van de val wacht de hel. Wat blijft is een verticaal wijzende lichtbalk. Het wordt weer pikdonker in de Grote Zaal. Stilte. Applaus.

Nog geen reacties op dit bericht

Zwart

Alhoewel daar geen enkele directe aanleiding toe is, kom ik vanmiddag in de pauze  van mijn koorrepetitie in gesprek met een van de koorleden. Op de een of andere manier komt de komende intocht van Sinterklaas ter sprake. Dit jaar zal de Goedheiligman niet per stoomboot, maar per stoomtrein aankomen. Apeldoorn, de plaats die Sint dit jaar voor zijn aankomst heeft uitgekozen is moeilijk over water te bereiken en beschikt niet over een haven die geschikt is voor de jaarlijkse ontvangst. Het sinterklaasfeest is omhangen met tradities, waarvan sommige leiden tot heftige discussie, zeker als het om de kleur van de assistent van de Sint. De stoom kwam bij de gesprekken daarover bij de voor- en tegenstanders van een al dan niet Zwarte Piet bijkans uit de oren. Zwart kon niet meer volgens de tegenstanders die er sporen van al dan niet verdekt racisme en verheerlijking of tenminste vergoelijking van de allang afgeschafte slavernij in zagen. Voorstanders van Zwarte Piet moesten niets hebben van regenboogpieten, zelfs roetveegpieten  konden en kunnen in hun ogen geen genade vinden. TRADITIE en IDENTITEIT waren woorden die in chocoladeletters op hun spandoeken geschreven stonden. Spandoeken waarmee zij toegangswegen blokkeerden zodat de betogers de intocht niet konden bereiken en verstoren.
Tot mijn verbazing heb ik weinig commentaar gehoord op de keuze voor Apeldoorn als aankomstplaats en lijkt de roetveegpiet de standaardpiet te worden, in ieder geval bij de tv-intocht. Tradities blijken dus wel degelijk met de maatschappelijke ontwikkelingen mee te kunnen buigen.
Van de ander kant is het zo dat blackfacing zelfs met terugwerkende kracht in het verdomhoekje terecht is gekomen. Van een goede vriendin uit Zuid-Afrika kreeg ik te horen dat  de Jip en Janneke-boeken met de zwart-wit-tekeningen van de Fiep Westendorp eigenlijk niet door de beugel konden. Zwart geschminkte of getekende gezichten zijn daar uit den boze. Voor mij is dat een bruggetje te ver. Roetveegpieten en stoomtreinen in plaats van stoomboten vindt ik prima, maar Jip en Janneke beschuldigen van blackfacing?
Het gesprek met mijn  koorlid eindigt met de constatering dat de beide partijen elkaar niet de zwartepiet moeten toespelen.

2 reacties op dit bericht

Wesp-2

Op mijn blog van gisteren krijg ik van een van mijn vaste lezeressen een commentaar. Zij schrijft: “Zoek de Wespenvriend eens op. Op Twitter of Facebook. Je gaat anders tegen wespen aankijken!” Ik volg haar advies op en op de betreffende pagina lees ik dat al min vooroordelen tegen de wesp te ontzenuwen zijn. Wespen zouden helemaal niet nutteloos, agressief, nee zelfs niet lastig zijn en verdelgen is wel de slechtste dienst die je de natuur kunt bewijzen, vertelt mij De Wespenvriend. Ik geloof graag dat ze van nut kunnen zijn en dat ik met verdelgen een noodzakelijke wespenstand niet vooruit help. Ook lees ik daar dat van de verschillende wespensoorten er maar een, maar dat is dan ook de meest talrijke, het de mens lastig maakt. Zelfs de in mijn ogen angstwekkende hoornaar wordt als een vredelievend en nauwelijks agressief beestje voorgesteld. Ik ken andere verhalen.
Van de last van de ‘limonadewesp’ ben ik zo min mogelijk gediend. Op een zomerse dag zal ik niet op wespenjacht gaan, maar ze mee laten genieten van het restantje van een in de openlucht genoten maaltijd. Maar een wespennest direct boven mijn slaapkamerraam, daar ben ik niet van gediend. Ik slaap graag met het raam open en zit niet te wachten op een invasie, nee, zelfs niet op één wesp die mijn rust komt verstoren.
Vanochtend op de afgesproken tijd staat de wespenverdelger voor mijn deur. Ik voel mij toch, dat heeft De Wespenvriend wel bereikt, een beetje als de crimineel die een professionele huurmoordenaar heeft ingeschakeld om een klusje te klaren. Als die heeft vastgesteld waar de ingang van het nest is hult hij zich in een anti-wespensteekpak. Het lijkt wel of dat mijn wespen alleen maar agressiever maakt en massaal bestoken en steken ze de in het wit gehulde verdelger. Ik kijk op een afstandje toe, tot drie wespen mij ontdekt lijken te hebben en luid zoemend om mij heen vliegen. Ik trek mij terug.
Na de operatie biedt ik de verdelger een kopje koffie aan. En zelfs op dat moment komen er nog drie wespen wat suffig vanuit zijn kleren te voorschijn. Ik zet de keukendeur open. Met de dood op hun vleugels, want het gif is aan het werk, vliegen ze naar buiten.
De verdelger hoopt dat hij voorlopig, ondanks de garantie, niet hoeft terug te komen.
Einde.

Nog geen reacties op dit bericht

Wesp

“Volgens mij hebben we een wespennest in de spouwmuur.” Gade wijst mij op een aantal wespen die een vrolijk dansje maken ter hoogte van ons slaapkamerraam. Na het optreden zie ik er een aantal verdwijnen in een ontluchtingsspleet net boven dat raam. Andere wespen komen naar buiten alsof zij elkaar aflossen in hun optreden. Nog niet zolang geleden hadden wij op diezelfde plek ook een wespennest. Dat hebben we toen laten verwijderen, maar naar nu blijkt toch niet helemaal afdoende. Misschien is er ook wel gewoon een heel nieuw volk binnengetrokken. Ik ken de migratiepolitiek van wespen niet, maar duidelijk is dat er ingegrepen moet worden. Ik vind het wel vreemd dat er zich nu, de herfst is al begonnen een wespenvolk zich bij ons gevestigd heeft. Heeft vast iets van doen met de klimaatverandering. Maar er is actie geboden. Een actie die vooral bestaat uit het niet zelf proberen de wespen te verdrijven. Op de site van de gemeente zie ik dat zij, mogelijk in het kader van een zich steeds meer terugtrekkende overheid, het bestrijden van wespen op niet openbare plaatsen aan het particulier initiatief overlaten. Ik zoek verder en kom terecht op de site ‘Wespenweg’ . Ik bel het telefoonnummer dat er bij staat en hoor een aantal doorverbindingsklikken nadat ik mijn postcode heb ingetikt. Een vriendelijke mevrouw vertelt mij dat de plaatselijke wespenvanger vakantie heeft en alle oproepen naar haar worden doorgeschakeld, maar dat Nijmegen voor hen toch veel te ver weg ligt. Ik begrijp dat ik het 24/7-bereikbaar zijn zo moet uitleggen dat de telefoon wel beantwoord wordt, maar dat hulp niet gegarandeerd wordt. Zij raadt mij aan verder op Internet te zoeken, maar haar site en die van ‘Beestjesweg’ over te slaan. Want dan krijgen we een herhaling van zetten die een oplossing niet naderbij brengt. “Dat willen we toch niet, hè meneer?” is de vraag waar zij geen antwoord op verwacht
Ik bel een andere wespenjager die belooft mij gauw terug te bellen en dat ook nog doet. Morgen om half negen, negen uur zal hij voor de deur staan. Ik moet het adres  een paar keer herhalen: “Mijn oor is geplopt en nou hoor ik alles maar half en o ja, er moet contant betaald worden en we geven garantie. Tot morgen.”
Wordt vervolgd.

1 reactie op dit bericht

Schaamte

Van tijd tot tijd verkondig ik dat ik na al die jaren hier rondgelopen te hebben twee dingen voorbij ben. En zonder daar een rangvolgorde aan te willen geven zijn dat de ambitie en de schaamte. Ik kan u verzekeren dat de ambitie voorbij zijn een groot gevoel van rust geeft. Het is heerlijk zo weinig nog maar te moeten. De weinige dingen die ik nog denk te moeten beschouw ik meer als een uitnodiging dan als een niet te ontlopen dwang. Uiteraard heeft dat van alles te maken met mijn status als pensionado. Er is geen werk meer dat af moet, deadlines zijn er nauwelijks meer en als ze er wel zijn lijken ze met enig gemak verschoven te kunnen worden. Een agenda zonder werkoverleg, heidagen of iets dergelijks, dat is een zegen, een zegen die ik mij graag laat gevallen. Een leeg bestaan biedt ruimte voor heel veel andere dingen die minstens zo wenselijk zijn en ook nog tevredener maken. Leve het leven de ambitie voorbij.
Naast de ambitie mocht ik ook wel eens roepen dat ik de schaamte voorbij was. Maar eigenlijk realiseer ik mij dat dat ook een gratuite opmerking was om een ongepaste opmerking te vergoelijken. Ik schaamde me (soms) wel degelijk voor wat ik zei. Maar om de schaamte daarover niet in mij toe te laten kirde ik dan uit dat ik de schaamte voorbij was en nog steeds geloof ik mij af en toe als ik dat zeg.
Maar het wordt steeds moeilijker om de schaamte voorbij te zijn. Schaamtes rukken van alle kanten op, zelfs van de meest onverwachte zijden. Er is bijna niets mee waar je je tegenwoordig niet over moet schamen. Vliegschaamte, vakantieschaamte, vleesschaamte. Met enig goed fatsoen mag je niet meer vliegen, op vakantie gaan of vlees eten zonder je te schamen.
Hoe hard ik ook roep dat ik de schaamte voorbij denk te zijn lijkt het steeds meer dat die toch nooit is in te halen.

1 reactie op dit bericht

4/10

Vandaag is het feest van de Heilige Franciscus, maar dat realiseert lang niet iedereen zich. Voor de meeste mensen is het vandaag Wereld Dierendag. Franciscus kon, naar men zegt, met de dieren praten. Het is dan ook niet verwonderlijk dat die twee dagen samenvallen. Dieren staan op een dag als vandaag centraal. Graag geef ik dan ook gehoor aan het verzoek van Harrie, onze bloedmooie zwarte poes, die, alhoewel ik het katse gemiauw van hem niet altijd begrijp, mij vroeg een groot deel van mijn zo goed als dagelijkse column door hem te laten vullen. Het woord is aan hem.

Mijn naam is Harrie. Die naam heb ik niet zelf uitgekozen. Ik weet ook wel dat het eigenlijk een jongensnaam is, maar daar heb ik mee leren leven. Waar ik mij wel groen en geel aan erger, miauw, is dat mijn baas het meestal over mij als ‘hij’ en ‘hem’ heeft. En ik ben wel degelijk een zij en een haar, ondanks het feit dat een dierenarts mij op zeer jonge leeftijd van wat vrouwelijke kenmerken heeft beroofd. Maar dat heeft mijn schoonheid niet aangetast. Ik kan zeer genieten van de vleiende woorden waarin mijn baas mijn schoonheid beschrijft en ik durf te zeggen dat daar geen woord van gelogen is. Ik ben van een onbeschrijflijke schoonheid. Ik neem op zulke momenten  het maar voor lief dat hij mij een fout geslacht toedicht. Ik ben een meisje, wat heet, miauw, een jonge poes in de bloei van haar leven. Als geëmancipeerde poes blijf ik het vreemd vinden dat mijn baas baas wordt genoemd, ook door het vrouwtje. Zij is voor mij veel meer de baas, omdat zij het is die mij mijn ochtendvoer geeft. De baas doet dat zelden, zeg maar, miauw, nooit. Voor mij is er maar een baas het dat is het vrouwtje. Poespower, ja ik spreek mijn talen.
Deze Dierendag kreeg ik vanmiddag zowaar wat extra kattensnoepjes. Dat was voor mij eigenlijk de hele viering van deze dag.
De baas zegt dat ik naar een afronding moet, want ik moet wel in zijn blog passen. Dan wil ik alleen nog maar mijn dank uitspreken aan de uitvinder van het kattenluik, dat mij in de gelegenheid stelt om als ik genoeg heb van de baas  even buiten te wandelen. Ik hoop dan wel dat Niki, de buurkat, goede zin heeft want die kan mij een stuk, miauw,
chagrijnig zijn.
Ik wens u allen, behalve Niki, een zalige dierendag.

4 reacties op dit bericht