Kozijnen

My home is my castle. Ja, dat is weer eens iets anders dan mijn huis is mijn kluis waar ik kort geleden nog over schreef. Maar het is allebei even waar. Ik voel mij altijd zeer veilig in mijn huis. Een huis biedt je bescherming. Daar voel je je thuis, is het vertrouwd.  Totdat…
Vannacht slapen Gade en ik niet in ons eigen bed, niet in onze eigen slaapkamer. En ook de komende drie, vier nachten zullen we te gast zijn in ons eigen huis, logeren we in de logeerkamer want morgen heel vroeg, eigenlijk voor mij nog midden in de nacht zullen de mannen komen voorrijden en deels bezit nemen  van ons huis. Vanmiddag kregen we de laatste instructies per mail toegestuurd: “Graag vragen wij u om er zorg voor dragen dat op de plek waar gewerkt word voldoende ruimte wordt gemaakt. Vloeren, trap en eventueel meubilair graag afdekken. U bent zelf verantwoordelijk voor uw eigen meubilair en inrichting. Een gedeelte van uw huis wordt tijdens montage een werkplaats, houd hier rekening mee.”
Er gaat vertimmerd worden aan ons kasteel. Dat mag ook wel, want het is al bijna 100 jaar oud. Her en der kierde het nodige, sloten ramen niet meer helemaal en was op een aantal plaatsen het dubbel glas aan vervanging toe. Ons huis wordt deels een werkplaats. Ik krijg visioenen van werkbanken, draaischijven en houtbewerkingsmachines en lagen stof en zaagsel. Gedurende deze week zullen wij ons terugtrekken in onze logeerkamer. Mijn kluis zal geen bescherming bieden, geen rust, geen kalmte. Er zullen ruiten vervangen worden en op een paar plaatsen komen nieuwe kozijnen.
De bouwplaats is niet toegankelijk voor publiek, wij mogen niemand ontvangen. Het kozijnenbedrijf doet ons : “Het dringende verzoek de voorschriften van het RIVM in acht te nemen. Dus gelieve tenminste 1,5 meter afstand te houden en tijdens ons bezoek niet meer dan 2 personen buiten onze monteurs aanwezig in het huis.”
We zullen zien, ik probeer u op de hoogte te houden, als ik tenminste in mijn kluis kan komen n dat geen werkplaats is geworden.

1 reactie op dit bericht

Couleur locale

De beelden zijn precies het zelfde. De befaamde Vlaamse wielerklassieker ‘De Omloop Het Nieuwsblad’ is te volgen op Nederland 1 op de Belgische zender Sporza. Als je tussen die twee schakelt krijg je precies het zelfde te zien. Hooguit met een paar seconden vertraging. Alleen dat al kan je uitnodigen na te denken over tijd. Dezelfde gebeurtenis lijkt zich in het ene land net wat later of vroeger af te spelen dan in het ander en toch beweren ze allebei een live, een direct verslag van de wielerwedstrijd te geven. Maar dat kleine verschil heeft alles te maken met de techniek, dat gebeurt ook al als ik het zelfde programma bekijk op mijn laptop of via mijn telefoon. Dan is de ene werkelijkheid nog veel trager of sneller dan de andere. Tijd blijkt toch geen absoluut, maar een rekbaar begrip.
Terug naar de wielerwedstrijd, liever gezegd naar het commentaar bij die wedstrijd. Als ik de keuze heb een Vlaamse wielerwedstrijd te bekijken via de Nederlandse of Vlaamse zender dan kies ik voor de Vlaamse. En dat niet om de beelden, want die zijn identiek. Maar wat dan vooral telt is het commentaar. Begrijp me goed . Ik heb niets tegen Danny Nelissen en Herman van der Zandt. Zeer bekwaam en welbespraakt. Maar hoeveel mooier klinken de twee Vlaamse commentatoren. Hoeveel rijker is het Vlaamse wielerjargon, hoe eigen hun tongval. De renners fietsen zich de longen uit het lijf, kukelen ter verhoging van de spanning met fiets en al om. Maar verder is het een saaie aanblik, zeker als er op lange rechte wegen gekoerst wordt. De Nederlandse reportage verdraag ik geen hele middag, maar naar de Vlamingen kan ik luisteren zelfs als er niets te zien is. De ene wieleranekdote haalt de ander in en de ene reporter weet nog smeuïger verhalen op te dissen als de ander.
Op de keper beschouwd zijn alleen de beklimmingen van een stikke muur en de laatste 15 à 20 kilometers het aanzien waard. Maar gelukkig is he het commentaar dat het geheel van zijn specifieke couleur locale voorziet.
NB Overigens ben ik van mening dat de terrassen met in acht name van de regels weer open moeten.

Nog geen reacties op dit bericht

Normaal

Soms denk ik wel eens dat ik een soort kluizenaar aan het worden ben. Maar wel een luxe-kluizenaar, een nep-kluizenaar. Want bij een echte kluizenaar zie ik toch vooral een uitgemergelde magere man in een ruwe kameelharige mantel, opgesloten in een rotsig hol ver van de bewoonde wereld waar een koude steen tot hoofdkussen dient en als enige gezel een of ander scharminkelig woestijndier.
Je kunt veel van mij zeggen, maar niet dat ik uitgemergeld ben, mijn kleding is doorgaan ‘casual’, mijn kamer is geriefelijk en warm, ik woon midden in de stad, mijn bed zacht en mijn poes Harrie kopjes gevend aanhankelijk en aaibaar aanwezig. Dat kluizenaarsgevoel praat ik mijzelf toch niet helemaal aan, maar komt vooral door het idee dat ik nu al meer dan een jaar toch min of meer een gevangene in mijn eigen huis lijk te zijn. Big Brother heeft verordonneerd dat ik achtenhalf uur per dag opgesloten ben en op de uren daarbuiten maar 1 (één) persoon per dag mag ontvangen en ook maar in mijn eentje bij iemand anders op bezoek mag. En dan laat ik nog even buiten beschouwing dat ik op geduchte afstand van de ander moet blijven. De ander nabij is er niet meer bij.
Natuurlijk loop ik over van begrip voor de maatregelen die niet milder worden door ze een advies te noemen. Dat advies om bij elkaar uit de buurt te blijven hindert mij nog het meest. Natuurlijk is het niet zo dat ik, toen de tijden nog normaal waren, ieder uur van de dag iemand om mij heen moest hebben of zelf op bezoek ging. Maar als ik dat wilde zou het wel kunnen, maar nu op weg terug naar normaal maar even niet. “Alleen samen krijgen we corona onder controle”, leert Big Brother ons, maar samen zijn wordt nu ook door diezelfde grote broer sterk ontraden. Samen in je eentje, misschien is dat wel de leidraad van het nieuwe normaal, het nieuwe normaal dat in niets lijkt op het eertijdse normaal waar samen nog met elkaar betekende.
NB Overigens ben ik van mening dat de terrassen met in acht name van de regels weer open moeten.

Nog geen reacties op dit bericht

Requiem voor een ginkgo

Nee, ik heb geen ceder in mijn tuin geplant. Ik ben Han G. Hoekstra niet. Maar in mijn tuin staan wel wat andere bomen. Ik schrijf wel ‘mijn tuin’, maar het is veel meer Gades tuin. Zij is degene die hem onderhoudt en er steeds weer voor zorgt dat als de tijd daar is het een kleurrijk bloemen- en plantenparadijs is. En ik, ik zit op de bank en geniet van de pracht. Een genieten dat zeker als het zonnetje meewerkt intenser en steeds plezieriger wordt. Meer nog dan door de nu opbloeiende krokussen en sneeuwklokjes wordt de tuin beheerst door een grote laurierstruik, en majestueuze taxus, al een heel eind op weg naar de hemel, een appelboom, waarvan de vruchten best te pruimen zijn en een ginkgo.
Een ginkgo is een van de oudste boomsoorten ter wereld, een levend fossiel. En het is een trage groeier. Als er voor een boom het gezegde geldt “Boompje groot, plantertje dood” dan is het wel ginkgo.
Deze boom is in  het Verre Oosten een voorwerp van verering. In Japan wordt de boom als een god vereerd. De Ginkgo of Japanse notenboom staat symbool voor onveranderlijkheid, hoop, liefde, toverkracht, tijdloosheid en een lang leven. Het is een boom die je aan het denken zet. Over vergankelijkheid, over bestaan, de boom van ‘to be or not to be’. Zo bijzonder door Goethe verwoord in zijn gedicht ‘Ginkgo biloba’.
Ik zal niet meer meemaken dat onze ginkgo getooid zal worden met een bladerrijke kroon. Daar neemt die boom zijn tijd, heel wat decennia voor. Het lijkt of de bijzonder tweelobbige bladvorm die tijd nodige heeft om zo te groeien.
Precies aan de ander kant van het tuinhek heeft de buurvrouw jaren geleden ook een ginkgo geplant. Haar boom en die van ons lijken twee geliefden, gescheiden door het schapenhek. Twee koningskinderen die elkaar niet konden krijgen, hoe lief ze elkaar ook hadden. Bomen noden tot verhalen, tot sprookjes.
Vandaag heeft een tuinman haar ginkgo omgehaald en in stukken gezaagd. De boom met zijn eeuwenoude geschiedenis beviel haar niet. Gade heeft haar nog op de rijke verhalen rond de ginkgo gewezen.
Jaren groei weg.
Er staat geen ginkgo meer in buurvrouws tuin.
Er waren eens twee ginkgo’s…

Nog geen reacties op dit bericht

Prik

Een paar weken geleden werd ik midden in de nacht wakker. De bal van linkervoet, net voordat de voet overgaat in de grote teen, leek in brand te staan. Een schrijnende pijn die alleen maar erger werd. De voet verdroeg zelfs het gewicht van het dekbed niet. De pijn was een combinatie van schuurpapier dat over de huid van mijn voet ging en 1000 naalden die er van binnenuit ingestoken leken. Met veel moeite viel ik toch weer in slaap, nadat ik een houding had gevonden dat de pijn min of meer dragelijk was.
Omdat ik de dag erna toch bij mijn fysiotherapeut moet zijn vertel ik hem over mijn euvel. Hij raadt mij, zeker nu het ongerief nog voort duurt, een afspraak met de dokter te maken. Vanmiddag ben ik bij haar op consult geweest. De pijn in de voet is echter al een dag of wat zo goed als weg, maar was er wel degelijk. De arts bekijkt en bevoelt mijn voet. Zij kan geen ongerief constateren. Vertelt dat het jicht kan zijn. Jicht, een mooi ouderwets woord en iets wat spontaan kan ontstaan. Ik ga geprikt worden om na te gaan hoe het met het  magnesium in mijn bloed gesteld is.
Nu ik toch bij haar ben vraag ik wanneer zij verwacht dat ik gevaccineerd zal worden. Het roept bij haar de vraag op of ik wel gevaccineerd wil worden. Als ik dat bevestigend beantwoord maakt zij duidelijk dat zij daar niet op tegen is, maar heeft wel haar medische bedenkingen bij de vaccinaties. Zij vindt dat er daaromheen nog te veel aannames zijn en er nog maar weinig medisch onomstotelijk bewijs voorhanden is. Bijwerkingen zijn niet allemaal goed onderzocht en  de opvattingen over duur en werking van een vaccin stoelen volgens haar nog onvoldoende op wetenschappelijk gefundeerd bewijs.  Maar als ik gevaccineerd wil worden is dat uiteraard mijn zaak. En zij besluit de website van de praktijk in de gaten te houden, daar verschijnt binnenkort meer over de vaccinaties en waar en wanneer er geprikt gaat worden.

1 reactie op dit bericht

Kassie kijken

Ik dacht dat ‘kassie kijken’ geijkt was door Koot & Bie. Die hebben toch niet voor niets veel nieuwe woorden, termen en begrippen aan onze taal toegevoegd of kleur gegeven. Een vieze oude man kan niet meer zonder regenjas en slist. Maar ‘kassie kijken’ blijkt in de Nederlandse taal afkomstig te zijn van de cabaretier Wim Kan, de oervader van de oudejaarsconference. Kassie kijken staat voor het kijken naar televisie, een van de activiteiten die Gade en ik geregeld gezamenlijk beoefenen. Eerlijk is eerlijk, ik kijk beduidend meer dan Gade. Het gebeurt geregeld dat ik een programma volg, zeker als het een quiz is, maar dat Gade, weliswaar naast mij op de bank zittend, een tijdschrift of de krant leest. Ik ben niet verslaafd aan de, zoals Gerrit Komrij hem kwalificeerde, Treurbuis. Ik ben al gauw tevreden met wat ik zie, ben toch vaak benieuwd naar de gasten bij Jinek en blijf dan eigenlijk weer veel te lang hangen.
Kassie kijken heeft echter sinds gisteren een andere dimensie gekregen Ons televisietoestel stond op een wat onooglijk Ikeakastje. Samen met het kastje van Ziggo en een nauwelijks meer gebruikte DVD speler en een paar mandjes met niet meer gedraaide DVD’s. De TV biedt met zijn tientallen kanalen meer dan vertier genoeg en dan heb ik het niet eens over het onuitputtelijke aanbod van Netflix. Het Ikeakastje verborg niet een wirwar aan draden, snoertje en stekkerdozen. Het was een rommelhoekje.
Ik weet niet meer hoe het ter sprake kwam, maar een van onze koffieclubvrienden heeft als hobby houtbewerking. Hij heeft daar een fikse vaardigheid in ontwikkeld. Voor ons TV-hoekje een passend kastje te ontwerpen en ook nog te maken leek hem wel wat.
Onze tv staat op de plaats waar ooit een kachel en schoorsteen stond, schuine kanten bij het leven, geen standaard maten. Er werd gemeten en gemeten, fraai kersenhout gekocht en de vriend ging aan de slag.
Gisteren is het kastje gekomen. Het paste precies. Bravo.
En als er eens een keertje niets op TV is en er van kassie kijken niks komt kinnen we altijd nog naar het nieuwe kassie kijken. Snoeren en kabeltjes zijn uit het zicht. Rustig hoekje.

1 reactie op dit bericht

Terras

Een week geleden lag er nog een fikse laag sneeuw, de vijver dicht gevroren en ’s nachts strenge vorst. De winter zorgde voor romantische plaatjes en de naam Anton Pieck werd bij de beschrijving. van die plaatjes geregeld gehoord. En Nederland zou dan niet kunstgevoelig zijn? Vijf centimeter sneeuw en zo goed als iedereen kent weer de naam van tenminste een kunstschilder. Maar binnen de kortste keren en een groot aantal slippartijen verder met heel veel blikschade is de sneeuw verdwenen. Geen sneeuwduin meer te bekennen. Integendeel, zoveel graden als het pas geleden nog onder nul was, is het nu erboven. Lente! En de naam van Anton Pieck doet een enkeling alleen nog maar aan de door hem ontworpen Efteling denken, maar lijkt al weer vergeten.
De Koffieclub is al tijden niet meer bij elkaar geweest. Natuurlijk op een fiks aantal zaterdagochtenden werd er ‘gezoomd’, maar elkaar echt  treffen was er nauwelijks bij en zeker niet als groep. Thuis mag je maar 1 persoon per dag ontvangen en zelfs buiten wordt iets dat maar naar groepsvorming neigt sterk ontraden. De terrassen zijn nog dicht, net als de cafés en de meeste winkels, de theaters, de bioscopen. Maar hier en daar is er toch een beetje openheid. Winkelen mag dan niet meer of nog niet. Het is maar hoe je het bekijkt, maar bestellingen afhalen, dat mag wel. En zo lijkt ieder café, ieder eethuisje of iets dergelijks nu een bord opgehangen te hebben dat duidelijk maakt dat er zaken ‘to go’ te bekomen zijn. Over de toonbank heen is er koffie en wat dies meer zij te koop. Papieren bekertjes hebben het serviesgoed verdreven.
Toen de terrassen nog open waren (ja,die tijd is er echt geweest) frequenteerde de Koffieclub een plein dat vol gezet was met stoeltjes en tafeltjes. Een zonnige plek, met hoge bomen, vrolijke mensen en cappuccino. De tafeltjes en stoeltjes zijn binnen gezet, het plein is weer gewoon een plein, maar in het aan het plein liggende café is koffie to go af te halen. Mensen zitten met hun bekertje cappuccino op het kunstgras van het pleintje dat weer een terras lijkt. Kinderen spelen. De zon schijnt. In groepjes praten mensen met elkaar, nippen van hun drankje. Het lijkt of zij terrasje spelen. Een van die groepjes is de halve koffieclub. Het lijkt op een oefeningen voor als er straks weer koffie to stay is. Wie weet dan ook weer met appeltaart.

Nog geen reacties op dit bericht

Jonas

Aan de stamboom van de Roelofsen is weer een loot toegevoegd. De tak waar ik aan zit zal na de geboorte van mijn zoon en dochter niet verder uitlopen, maar andere twijgen van de grote boom lopen voorlopig nog door. De nieuwste telg is Jonas geboren op 13 februari jongstleden. Jonas is het kind van de zoon van de dochter van mijn oudste broer. Ik ben dus de oudoom van de vader van Jonas en van Jonas zelf de achteroom. Jonas is mijn achteroom-zegger. Het wordt tamelijk ingewikkeld. Later we het er voorlopig maar ophouden dat Jonas in ieder geval familie is. Weliswaar in de vijfde of zesde graad, maar in ieder geval familie.
Ik heb Jonas ingevoerd in de familiestamboom die ik bijhoudt en dat is een goede reden om weer eens in mijn eigen stamboom te grasduinen. Het verste kom ik daarin als ik de lijn van mijn vader volg. Als ik de rechtstreeks lijn volg kom ik uit in ongeveer 1650. Van rond die tijd weet ik dat ene Joannes Roeloffs (met twee ff) trouwt op 25 november 1671 met Theunisken Beniers die geboren is in 1646. Maar dan houdt mijn kennis op. De familie van mijn vaderskant komt hier uit de buurt, Huissen en Els zijn de plaatsen waar die geschiedenis zich ontrolt.
Toen ik jaren gelden mij in die geschiedenis verdiepte informeerde mijn zoon of ik als een een ridder wat tegengekomen. Dat leek hem als zeven jarige toch wel heel erg mooi. Ik heb hem moeten teleurstellen. Het waren brave boeren, bij sommigen als beroep warmoezenier. Nee, dan ziet de stamboom van zijn moederskant er veel interessanter uit. Daar komen rentmeesters en grondeigenaars in voor, een enkeling heeft zelfs als beroep rentenier.
In mijn zoektocht kom ik halverwege de 19 de eeuw een broer van een van mijn voorvaderen tegen die om een of andere reden de buurt hier heeft verlaten en tijdelijk in Vinkeveen (of all places) terecht is gekomen. Dat riekt naar een mooi verhaal. Misschien mij toch maar eens in verdiepen.
Ik draai voor de kleine Jonas zijn kwartierstaat uit. Een paar dagen oud, en nu al een heel ver verleden.

Nog geen reacties op dit bericht

Dans

Zijn we in cultureel opzicht nu een rijk of een arm land? Daar wordt heel verschillend over gedacht. Wij kunnen ons beroemen op grote schilders, vooraanstaande danstheaters, top acteurs en toneelspeelsters, begenadigde wereldcineasten, architecten van wereldnaam, orkesten wier faam de landsgrenzen ver over stijgt. Maar desondanks kunnen wij niet bogen op een al te grote aandacht voor kunst en cultuur. Met het nodige dedain wordt over kunst en cultuur gesproken als een leuke hobby, vermaak voor de happy few, elitair genoegen waar de gewone man niets te zoeken heeft. Dat gevoelen vindt zijn wortels in wat we dan wel noemen onze calvinistische volksaard en het van oudsher ontbreken van  een hofcultuur die kunstenaars ondersteunde.
Het is al weer een paar jaar geleden dat wij op straat schreeuwden voor cultuur en zo hoopten rigide bezuinigingen op het gebied van kunst en cultuur te kunnen keren. Maar probeer een bewindsman die er prat op ging geen affiniteit te hebben met het veld waar hij politiek verantwoordelijk voor was maar eens  van het belang kunst en cultuur te overtuigen. Hij beroemde zich er op dat die afstand tot dat veld hem juist de meest geschikte man voor die post te maken, zeker als er bezuinigd moet worden.
Ik kwam op deze overweging toen ik keek naar het Kamerdebat van vanmiddag over het gedoe rond het al dan niet handhaven van de avondklok . Een debat dat op dit moment nog niet afgelopen is, maar waarvan de afloop te voorspellen is. Al kijkend en luisterend ontdek ik toch nog een cultuuruiting waarin ons land een zekere faam heeft in heeft verworven en dat is de rituele dans. Een dans die nu weer gedanst wordt in het vergaderzaal van Tweede Kamer. Een dans waar de choreografie vast ligt in een statisch decor, zonder verrassende rolverdeling. Soms doen de dansers hun uiterste best even een eigen interpretatie te geven, een poging die uiteindelijk sneeft. De rituele dans gedoogt geen interpretaties. De passen liggen vast. De dansers kennen geen andere.

1 reactie op dit bericht

Besmet

Voor het eerst is er onlangs in ons gezin iemand positief getest. Waarschijnlijk heeft mijn zoon al maanden geleden corona gehad, maar dat is niet door een test bevestigd. Maar de verschijnselen waren evident en was hij een paar dagen goed ziek en ook een aantal bijverschijnselen zoals vermoeidheid bleven hem niet bespaard. Maar hij is gelukkig herstelt. En nu is hij zelfs werkzaam in de gezondheidszorg, want je moet toch wat. Zijn werk als toetsenist van de ‘Memphis Maniacs’ is met het sluiten van de concertzalen en poppodia op het laagst mogelijke pitje gekomen en ook de festivals waar zijn band geregeld optrad zijn al bijna niet meer dan een herinnering. Er werden wat wissel omgezet en nu werkt hij in een verpleeghuis. Op zijn afdeling is ook corona uitgebroken en hult hij zich tijdens zijn werk in beschermingspakken. Hij heeft de twee vaccinaties die hem moeten vrijwaren van een besmetting al gehad.
Ik wacht nog op mijn eerste prik, maar lijk voorlopig nog niet aan de beurt te zijn. Ik ben een nog min of meer mobile 75+’er, weliswaar met onderliggend lijden¹ maar een prikdatum voor die categorie is nog niet bekend.
Een paar dagen geleden kreeg ik het bericht van mijn dochter dat zij  besmet was en bijbehorende klachten had, inclusief reukverlies. Haar partner was negatief getest, diens bij hen wonende zoon was wel positief. Zij hebben de quarantaine en strikte isolatie nu achter de rug en dochterlief meldde dat in de familieapp met de mededeling ‘Free again’. Ik hoop van harte dat dat de laatste melding over ons gezin en het virus zal zijn.
_______
¹(Wat vind ik dat toch een mooi eufemisme voor krakende wagen. Ik voel me dan bijna een soort Lidwina van Schiedam, die door een val op het ijs haar leven lang met helse pijnen aan bed gekluisterd bleef tot zij in een geur van heiligheid in 1433 stierf.)

Nog geen reacties op dit bericht