Burgeroorlog

Als mensen mij wel eens vroegen wanneer ik geboren was antwoordde ik meestal: “Net  na de oorlog, en dat hoop ik zo te houden.” De Tweede Wereldoorlog was toch een soort ijkpunt. Niet dat er na afloop van die oorlog geen oorlogen meer gevoerd zijn. Het lijkt wel of de mensheid net zonder oorlog kan. Er lijkt altijd wel een reden om de wapens op te nemen. Vaak een drogreden, maar als je oorlog wenst te voeren is er altijd wel een vijand te verzinnen. In de tijd dat posters als wandversiering nog in de mode waren werd mijn woonkamer opgesierd met eentje waarop te lezen stond: Stell Dir vor, es ist Krieg und keiner geht hin.
Het tegendeel lijkt nu aan de hand. Met enig poeha is onlangs stil gestaan bij het feit dat wij in ons landje 75 jaar geen grote oorlog hebben  meegemaakt. Althans niet op ons grondgebied. Als we bij een oorlog betrokken waren was het ver weg ergens in het oosten. Johnson was een molenaar en wij maalden er alleen om als wij dat scandeerden in een betoging. Maar de strijd zelf werd elders en ver weg gevoerd. En natuurlijk waren er krakersrellen, maar dat werd zelden oorlog genoemd. Alleen een paar jaar tijdens de Vierdaagse vroegen wat mensen zich af of het hier oorlog was? Maar de soldaten die meeliepen waren vooral blij als ze zonder te veel blaren weer Heumensoord bereikten waar ze vooral biertent aanvielen.
Als ik vandaag de kranten doorblader, het nieuws bekijk lijkt een burgeroorlog op til. Testposten worden in brand gestoken, winkels geplunderd, terrassen vernield, ziekenhuizen bekogeld. De amokmakers zijn er maar druk mee. Avondklok respecteren, ben je gek. Daar zijn we tegen. De maatregelen volgen, niet nodig. Wij zijn voor vrijheid, onze vrijheid, achten ons onaantastbaar. Wij gaan niet ter oorlog elders, we maken oorlog hier. Oorlog tegen alles en iedereen. Een roep om vrijheid, vrijheid om…
*
De cijfers van vandaag: 4129 nieuwe besmetting, 40 doden, 2384 mensen met covid in het ziekenhuis waarvan 664 op de IC.

Nog geen reacties op dit bericht

Klok

Ik heb geen flauw idee hoeveel manuren het de politie afgelopen nacht heeft gekost om her en der de rust te herstellen. Niet iedereen heeft begrepen wat een avondklok inhoudt. Nog maar heel weinig mensen hadden daarmee ooit eerder te maken gehad. Een avondklok in Nederland, dat was al zo goed als een mensenleeftijd geleden. En mocht het ooit in het collectieve geheugen hebben gezeten, dat besef was er al  lang geleden uitgewist.
Toen de avondklok een paar uur oud was zei Gade dat ze eigenlijk best eens op het Keizer Karelplein zou willen kijken om te zien of dat nu werkelijk helemaal leeg zou zijn. Als een soort omgekeerd bermtoerisme. In de tijden dat dat een publiek vermaak was trokken er hordes mensen gewapend met klaptafeltjes en campingstoeltjes naar de snelwegberm om te genieten van de langsrazende auto’s. Genietend van de koffie uit de thermosfles snoof men de benzinedampen op, keek elkaar tevreden aan en wist dat vooruitgang er zo uitzag en rook. Het aantal bermtoeristen nam af met dezelfde factor als waarmee het aantal kilometers vangrail langs de snelweg toenam. Toen heel het land bevangraild was, bleek de bermtoerist uitgestorven.
We hebben ons niet persoonlijk overtuigd van de werking van de avondklok. In onze straat was het net zo rustig als op allen andere avonden. Maar toch was het een raar idee dat je officieel niet eens naar de buren meer mocht om het bij hen afgegeven  pakketje op te halen. Dat kon je straffeloos na half vijf ’s nachts weer doen.
Vanochtend las ik dat de politie op een aantal plaatsen had moeten ingrijpen. Genoemd werden Amersfoort, Den Helder, Rotterdam, Stein en uiteraard Urk, waar rellen zo bij de volksaard lijken te horen dat die bijna bijgeschreven kunnen worden bij de UNESCO-lijst van immaterieel erfgoed.
Ook lees ik dat er meer dan 3500 bekeuringen à  € 95,- zijn uitgedeeld. Dat is toch goed voor € 342.000,-.  Maar of daar de kosten voor de politie-inzet mee zijn betaald?

1 reactie op dit bericht

Poetins paleis

Een Russische gevangeniscel zal ook wel doorgaans niet groter zijn dan 2×2 meter. En dat wordt zeker de komende drieënhalf jaar de verblijfplaats van de Russische oppositieleider Navalny. Direct na zijn gevangenneming heeft deze een video gepost over het meer dan riante buitenverblijf van Vladimir Poetin, zijn bijna almachtige tegenstander. Een exorbitant optrekje aan de Zwarte Zee  voorzien van alle luxe die een mens maar bedenken kan. Het heeft de allure van een statig paleis dat gebouwen als Buckingham Palace, het Witte Huis of het Élysée degradeert tot opgepimpte Vinxwoningen. Om over Huis ten Bosch nog maar te zwijgen. Het zou volgens  de door het team rond Navalny verspreide berichten meer dan een miljard euro gekost hebben. Geld dat komt door corruptie. Uiteraard ontkent het Kremlin alles. Er is geen mens ter wereld die verwacht zou hebben dat er van die zijde een verklaring zou komen dat al de beweringen van Navalny juist en correct zijn en dat Poetin deemoedig het complex, een koninkrijk gelijk, ter beschikking zou stellen van Scouting Rusland of de Russische afdeling van Amnesty International.
Het is natuurlijk geen toeval dat de kring rond Navalny juist nu met deze berichten naar buiten komt. Navalny, weer min of meer genezen van de gifaanval die hij te verduren kreeg,  terug te keren om vandaar de strijd tegen Poetin voort te zetten. Vanuit het voor hem betrekkelijk veilige Duitsland keerde hij terug, wetende dat hij bij het betreden van Russische bodem onmiddellijk opgepakt zou worden met als verklaring dat hij tijdens  zijn opname in een Berlijns ziekenhuis verzuimd had zich bij zijn toegewezen reclasseringsambtenaar te melden. En vergiftigd of niet die afspraak was geschonden. Af uit. Het Russische recht moest zijn loop hebben.
Navalny had met een gerust hart in Duitsland kunnen blijven. Voor hen had hij niet weg gehoeven. Ik moest daarbij denken aan Oscar Wilde die ook de kans kreeg om naar Frankrijk te vluchten toen hem een smartelijke veroordeling tot twee jaar gevangenisstraf boven het hoofd hing, maar hij bleef. Hij ging, nt als Navalny nu, de confrontatie aan. Misschien wel omdat hij er van overtuigd was dat “Er  maar één ding op de wereld is dat erger is dan dat er over je gesproken wordt, en dat is dat er niet over je gesproken wordt.
En Poetin in zijn paleis haalt zijn schouders op.

Nog geen reacties op dit bericht

Koehandel

Ik heb mij ooit bereid verklaard om kandidaat te staan op een lijst voor gemeenteraadsverkiezingen. Maar de voorzitter van het bestuur van een stichting waar ik toen voor werkte vond de baan die ik had en het raadslidmaatschap een incompatibiliteit. Onverenigbaar vond hij en ik trok mijn kandidatuur in lang voor de definitieve kieslijst werd vastgesteld. Nu, bijna 50 jaar later ben ik hem nog steeds dankbaar. Een mogelijk politieke carrière werd zo in de kiem gesmoord en kon ik de slangenkuil die de politiek hoe dan ook is van buitenaf blijven bekijken. Mijn arbeidzaam bestaan schurkte altijd wel dicht tegen de politiek aan, maar maakte er geen deel van uit. En zo kon ik soms met verbijstering, soms met afgrijzen en heel af en toe toch ook bewonderend zien hoe de politiek functioneerde. Hoe de messen soms geslepen werden maar bij toepassing dan toch weer veel meer op een botte bijl leken. Vaak kreeg ik te maken met politici die heel ferm een besluit namen maar het daarbij dan ook lieten. Over uitvoerbaarheid of controle werd niet nagedacht. Tevreden stelde men vast dat er een besluit was genomen en daarmee was de kous af. Een besluit dat in negen van de tien gevallen niet meer was dan een op compromissen gefundeerd slap aftreksel van de oorspronkelijk zo ferm geformuleerde opvatting. Al polderend, soms onterecht voor democratisch handelen versleten, kwam men tot overeenstemming met als verontschuldiging dat politiek nu eenmaal een kwestie van geven en nemen was.
Vanmiddag volgde ik bij vlagen het debat in de Tweede Kamer over een mogelijke aanpak van de bestrijding of indamming van met name de Britse mutant van het coronavirus culminerend in het gehakketak over de avondklok. Was dat nu wel of niet een probaat werkzaam middel? Naar believen werd de een of andere deskundige geciteerd. De een zei dat het zou werken, een ander beweerde het tegendeel. En het resulteerde in een koehandel over een half uurtje later of nee, toch maar een halfuurtje eerder.
Ik heb het idee dat het hoe dan ook te laat is.

1 reactie op dit bericht

Maatregelen

Op dit moment wordt er in de tweede Kamer gesproken over het al dan niet meegaan met de door het Kabinet voorgestelde maatregelen op het virus buiten de deur te houden. Vooral nu er een Britse, Zuid-Afrikaanse en Braziliaanse mutant de macht op onze eigen inmiddels al bijna zo vertrouwde oorspronkelijk Chinees virus lijkt over te nemen. In de persconferentie van vanmiddag (in Binnenhofjargon blijkt dat tegenwoordig een ‘persco’ te heten) kondigt de premier met nog kleine oogjes van te weinig slaap aan dat wat hem betreft er een avondklok komt die niet geldt voor aangelijnde hondenuitlaters. En ook het bezoekersaantal wordt, de Tweede Kamer-volente, per huishouden tot 1 (één) persoon per dag gereduceerd. Tot mijn grote genoegen worden de woorden van de MP (ook jargon) op beeldende wijze vertaald in het Doofs door de onvolprezen Irma. In mijn ogen is zij, de andere niet te na gesproken, toch de enige echte gebarentolk.
Voor vandaag hebben wij onze portie bezoekers al opgebruikt. Twee leden van onze Koffieclub komen niet alleen langs, maar ook aan. Toeval, maar gelukkig is onze keuken ruim genoeg om op anderhalve meter van elkaar te blijven. Onder een kop koffie bespreken we de voorgestelde maatregelen en vragen ons of hoeveel uitzonderingen er niet gemaakt zullen worden op de nauwelijks te handhaven avondklokvoorschrift. Er zullen toch heel wat mensen zijn die in de ‘verboden’ tijd zullen moeten reizen. Al pratend komen we zo terecht op de tijd van de oliecrisis. Een crisis die bestreden leek te kunnen worden door het invoeren van een autoloze zondag. Dat alles speelde in 1973. In die tijd maakte ik deel uit van een adviesraad rond de persoon van Kardinaal Alfrink die op een van de vergaderingen vertelde dat hij vanwege zijn werk nog al eens op zondag door het bisdom moest rijden om ergens voor te gaan. Maar op welke titel zou hij een ontheffing van deze maatregel kunnen krijgen? Smakelijk lachend vertelde hij dat op zijn vergunning om op zondag te rijden als ontheffingsgrond was aangegeven dat hij beschouwd werd als ‘artiest met attributen’. Waar een bisschopsmijter en -staf al niet goed voor zijn.

Nog geen reacties op dit bericht

Droge naald

“Ik stel voor iets anders te proberen”, is de reactie van mijn fysiotherapeut als ik hem vertel dat ik nog steeds last heb van een onwillig been. Nu is het wel zo dat ik niet elke dag met overgave al de oefeningen heb gedaan die hij mij heeft opgegeven en die bij een wat consequenter uitvoeren mogelijk wat meer soelaas zouden hebben gegeven en mijn beenspieren toch wat beter zouden laten functioneren. (Nou, in die zin hadden wel een paar punten kunnen staan, zou de leesbaarheid ten goede komen. Hier zijn er 3 …, naar believen te plaatsen.)
Hij stelt voor met een naald in mijn spier te gaan wroeten. Een techniek die dry needling heet. Klinkt wat minder eng dan droge naald. “Ga maar even liggen.” Ik strek mij uit op de behandeltafel. En dan gebeurt er direct weer wat mij altijd overkomt als ik voor een onderzoek op een behandeltafel ga liggen. Ik kom in een soort hospitaliseermodus, die wordt gekenmerkt door een groot gevoel van overgave en berusting. Met overtuiging kom ik in de rol van patiënt vol van vertrouwen in de behandelaar. “Als het goed is voel je wat spanning in de spier die ik met een dunne naald toucheer.” Ik zucht eens diep. Ik heb al wat vaker acupunctuurnaalden in mijn lijf gehad, maar ik ben nog nooit gedryneedeld. Vond ik altijd eng klinken. Mijn been wordt gedept met wat alcohol. Het is dat ik al jaren geen sterke drank meer tot mij neem, maar anders zou dit het uitgelezen moment zijn voor een borrel als licht roesje. “De naald zit er in, ik ga nu de spier stimuleren.”  Het is goed dat hij me dat zegt, ik heb geen prikje gevoeld. Mijn bovenbeenspier reageert op de prikkeling. De spier trekt samen. “Mooi zo”, zegt de therapeut, “Kom maar weer overeind, dan gaan we nog wat oefeningen doen.”
Verbeeld ik het me nou of beweegt mijn spier zich echt wat soepeler?

1 reactie op dit bericht

Blauwe maandag

Cliff Arnall, een Britse psycholoog zou in 2005 bedacht hebben dat het vandaag Blue Monday is. De maandag van de laatste volle week van januari die volgens een door hem ontwikkeld model gekenmerkt wordt door begrippen als neerslachtigheid, treurnis, somberheid. Nu heb ik af en toe het gevoel dat het al bijna, zonder dat het je aangepraat wordt een jaar lang Blue Monday is.
In goed Nederlands staat blauwe maandag maar voor een korte tijd, eventjes. Als je ergens maar kort gewerkt hebt dan heb je er maar een blauwe maandag gewerkt. Dat wij in Nederland dus al eeuwenlang de uitdrukking blauwe maandag kenden was de pseudo-wetenschapper Arnall niet bekend. Blue monday kun je dus niet vertalen met blauwe maandag. Een blue monday lijkt meer  een tegenhanger van black friday, de dag waarop klanten met aanbiedingen worden verleid hun koopzucht bot te vieren. Er zijn meer dagen die van een kleurtje worden voorzien. Eens per jaar is het Witte Donderdag, de dag voor de paarsgekleurde Goede Vrijdag, een vrijdag die dus niet samenvalt met Black Friday. En wie tijdens de Vierdaagse in Nijmegen is zal het niet kunnen ontgaan dat de tweede marsdag Roze Woensdag is. De dinsdag ken ik zonder nadere kleuraanduiding als Dolle Dinsdag, toen gedacht werd dat WOII voorbij was.
Heel veel dagen hebben hun vernoeming te danken aan ingrepen van de commercie. Zonder hun ondersteuning waren Moederdag, Vaderdag, Valentijnsdag nooit tot ontwikkeling gekomen. Maar dat geldt ook voor Woensdag gehaktdag. En ooit was het zo dat de maandag in zo goed als alle huishoudens wasdag was en de vrijdag was visdag, want vlees was op die dag uit den boze. Vasten- en onthoudingsdag waren begrippen die aan de vrijdag kleefden.
Vandaag zou het dus Blue Monday zijn. Ik heb er weinig van gemerkt. Morgen is het dinsdag 19 januari. De verjaardag van Prinses Margriet. Zal ik ook weinig van merken.

Nog geen reacties op dit bericht

Avondklok

Op dit zelfde moment, het is nu zondagmiddag 17 januari tegen tweeën, vergaderen een aantal ministers in het Catshuis. Een paar dagen geleden hebben zij hun ontslag bij de Koning ingediend met de kanttekening dat ze wel hun best blijven doen om de pandemie die nu wereldwijd rondwaart in te dammen. En om ons gerust te stellen, maar waarschijnlijk ook om hen zelf te overtuigen zeggen we dat ze wat dat agendapunt betreft zich nog steeds missionair voelen en meer willen blijven doen dan alleen maar op de winkel passen. Maar wat kun je nog meer doen dan de lockdown te handhaven tot sint juttemis. Niet-essentiële winkels kunnen toch niet dichter dan dicht, lege scholen kunnen niet leger dan leeg. Natuurlijk kan ook nog verordonneert worden dat je alleen nog maar in je eentje in de auto mag zitten en je ook alleen nog maar in je eentje de straat  op mag en niet verder dan anderhalve meter van je huis of mag. Een van de mogelijkheden die vast en zeker beschouwd wordt is het invoeren van een avondklok. Een avondklok die inhoudt dat je na een bepaalde tijd niet meer de straat op mag. Tot enig tijdstip de volgende dag hoor je thuis te blijven. Je kunt niet meer naar het theater, niet meer naar de bioscoop, maar dat kon toch al niet, want die waren al gesloten. De wereld wordt een gevangenis, je huis de cel waar je je eenzame opsluiting uit zit.
Samen , zeggen de slogans, krijgen we de pandemie er wel onder. Maar het is een eenzame strijd tegen een zo goed als onzichtbare vijand. En ook al spelen we de hele dag verstoppertje, het virus zal ons blijven vinden, hoe laat het ook is. Het virus kan geen klok kijken, het heeft alle tijd. Dan weet je wel hoe laat het is.
Heel wat landen kennen weer een avondklok. Dat zal bij ons ook niet lang meer duren. Maar zal langer duren dan we denken.

Nog geen reacties op dit bericht

Fiets

In een heel ver verleden leerde ik bij het vak staatsinrichting hoe Nederland bestuurd werd. Ik kan mij niet meer herinneren of het een apart vak was of dat het onderdeel was van de geschiedenislessen. Geschiedenislessen die werden gegeven door een docent die de bijnaam ‘Bolletje’ droeg. Het was in die tijd mode om leraren van de middelbare school bijnamen te geven. Misschien bestaat die gewoonte nog wel. Maar in mijn HBS-tijd, maar wie weet nog wat een HBS is, floreerde die gewoonte en had ik Engels van ‘Pipo’ en tekenles van ‘Zuurkool’. Vraag mij niet waarom die leraren nu net die bijnaam hadden, maar zo werden ze genoemd.
Bij staatsinrichting leerde ik over de gang van een wetsontwerp. Een van de stappen in het proces van wetgeving was dat het ontwerp van een wet  om advies naar de Raad van State ging, het hoogste rechtscollege in ons land. Mijn leraar vertelde toen de anekdote dat bij een proefwerk een van zijn leerlingen die gang van een wetsontwerp had moeten beschrijven. Waarschijnlijk had die leerling  destijds niet alles goed verstaan en was dat deel van het proces in zijn aantekeningen  en later in het proefwerk terecht gekomen met de mededeling dat een wetsontwerp op de fiets naar de Raad van State ging. Een mooie verschrijving. In gedachte zag ik een bode op de fiets met wapperende jaspanden, het wetsontwerp achterop zijn bagagedrager door Den Haag fietsen van het Binnenhof naar het gebouw van de Raad van State aan de Kneuterdijk.
Hoe Nederland bestuurd werd was vandaag uitgebreid op tv te volgen. Om kwart over twee kondigde premier Rutte het ontslag van zijn kabinet aan. Het struikelde over de afhandeling of liever gezegd het niet-afhandelen van de toeslagenaffaire.  Na de persconferentie daarover stapte de premier op zijn fiets om de Koning  op de hoogte te brengen. Op de fiets, niet om advies. Onder aan de trappen van het paleis van de Koning stalt de premier zijn fiets. De premier loopt de trappen op. Binnen wacht de Koning:
“Dag Premier.”
“Dag Majesteit.”
“Een advies. Je hebt jouw fiets toch wel op slot gezet?”

1 reactie op dit bericht

Asscher adieu

Ik moet mij heroriënteren. Het was mij de laatste tijd steeds duidelijker geworden op wie ik zou gaan stemmen over een paar weken. Tenminste als de verkiezingen doorgaan en er niet nog veel meer kinken in kabels komen die een stembusgang zouden beïnvloeden, mogelijk zelfs verhinderen.
Ik was ooit lid van een politieke partij, was actief in werkgroepen en betaalde keurig mijn contributie. En ik kon mij in die tijd zeer goed vinden in de uitgangspunten van die partij die streefde naar een meer rechtvaardige verdeling van kennis, macht en inkomen. Ik galmde vol overtuiging het clublied mee ook al voelde ik mij geen verworpene der aarde. Ik had groot vertrouwen in de toenmalige partijleiding wiens charisma mij zeer aansprak. Maar aan dat enthousiasme kwam een einde toen een latere partijbons met droge ogen durfde verklaren dat te veel ideologie geen pas meer gaf en dat zijn partij de ideologische veren diende af te schudden. Die opmerking heeft de vroeger vakbondsleider na zijn politieke carrière geen windeieren gelegd, gezien de vele uitnodigingen die hij kreeg om commissaris van grote instellingen en bedrijven te worden. Maar zijn opvattingen vervreemden mij wel van de partij. Ik zegde het lidmaatschap op en werd partijloos, maar waar kon  een sociaal-democraat nog terecht? Ik zweefde links van het midden. Bleef de partij wel volgen maar ergerde mij aan de goedkope machtsstrijd die politiek lijkt aan te kleven. Dergelijke interne kwesties zijn zelden goed voor de geloofwaardigheid van een partij. Verkiezingen maakten dat vaak heel duidelijk. Zetelverlies als gevolg.
Er komen weer verkiezingen aan. En ik hoorde en zag Lodewijk Asscher, de oud-wethouder, oud-minister en huidig partijleider, nee, sinds een paar uur ook oud-partijleider. In Asschers woorden hoorde ik weer iets van het haast teloor gegane sociaal-democratische élan terugkomen wat mij voor hem innam. Misschien is het zelfs zo dat ik dat graag wilde horen.
Asscher trok de consequenties uit zijn houding in de toeslagaffaire die onder zijn ministerschap destijds zijn beslag kreeg. Hij trekt zich terug uit de politiek. Ik moet mij heroriënteren.

Nog geen reacties op dit bericht