Verborgen pleziertje

Ik mag graag, ik geef het ruiterlijk toe, naar curling kijken. Op tv tenminste. Ik geloof niet dat als er hier in de buurt een curlingwedstrijd live te zien zou zijn ik mij naar het ijsstadion zou spoeden om de wedstrijd te volgen. Daar zijn een aantal redenen voor. Waarschijnlijk zou ik het al gauw veel te koud krijgen en al klappertandend de wedstrijd proberen te volgen. Ook zou ik het vaak onnavolgbare commentaar van de Eurosportverslaggevers missen die zonder verdere verklaring het hebben over freezen, een corner guard of een dubbele take-out. Ik aanhoor hen als waren zij goeroes die mantra’s reciteren en precies weten te vertellen dat speler A vandaag wel een percentage van 86 heeft. Ik heb geen notie van 86% van wat, maar ik hoor ontzag in hun stem en neem aan dat 86 dan wel een hele prestatie is.
Ik mag graag naar zo’n wedstrijd op tv kijken en luisteren. Ik zie hoe de spelers en speelsters gemakkelijk over het ijs glijden. Iets waar ik alleen maar van kan dromen en geniet ook van de zichtbare concentratie waarmee zij de zware stenen richting geven. Ik geniet van hun souplesse en lenigheid en het gemak waarmee zij op hun hurken zitten en bevelen schreeuwen naar de leden van hun ploeg die met hun bezempjes de gladde weg voor de stenen nog gladder proberen te maken.
De essentie van het spel is simpel. Dat is bij de meeste spelen het geval. Net als bij golf, jeu de boule of darten is het bij curling de bedoeling dat je zo dicht mogelijk bij het doel probeert te komen. Spelen is soms net als leven. Bij de ene sport is dat de hole op de glad geknipte green, bij de ander is dat de pijl in de buitenste ring en bij curling is dat het middelpunt van het ‘huis‘.
In stille bewondering kan ik zien hoe een steen om die van de tegenstander wordt gecurld en het end alsnog gestolen wordt.
Ik zie hoe de Russische dames met nog een end te gaan met 7-6 voorstaan tegen Zweden. Ik ga naar de afloop kijken.

Nog geen reacties op dit bericht

Beer

Ik had u nog niet voorgesteld aan Beer. Nu had dat ook niet echt gehoeven, want Beer vervult maar een klein rolletje in mijn leven, een heel klein rolletje omgekeerd evenredig aan de omvang van Beer. Beer is kolossaal. Beer is een hond, een heel grote hond. Beer is een labradoedel en logeert nu een tijdje bij de overbuurvrouwen omdat zijn baasje even wat meer tijd voor haar zelf moet hebben. Mijn overbuurvrouwen wilden eigenlijk altijd al een hond hebben, maar aan aanschaf kleefden wat allergische bezwaren. Maar een labradoedel lijkt die overwonnen te hebben. Iemand die allergisch is voor honden zal weinig last hebben van een labradoedel. En nu Beer voor een paar maanden bij de overbuurvrouwen  logeert is dat een mooie gelegenheid om te zien of dat gaat lukken. Ik ben benieuwd hoe het Beer bevalt op een bovenhuis en of hij genoeg heeft aan een paar dagelijkse rondjes om het huis of een uitstapje naar het bos.
Waarom ik Beer, zelden hoorde ik een juistere naam voor een hond, bij u introduceer is omdat onlangs gebeurde waar ik al bang voor was. Of wij een avondje op Beer konden passen.
De buurvrouwen hadden al veel eerder eens het plan geopperd om samen met ons een hond te nemen en gevieren zorg te dragen voor het beestje. Ik zag dat helemaal niet zitten. Ik voelde geen enkele behoefte om van tijd tot tijd een wandelingetje met de trouwe viervoeter te maken, hoe goed een beetje lopen ook voor mij zou zijn. Bovendien zou de hond volgens mij horendol worden van het geregeld verhuizen van het ene naar het ander huis en steeds weer moeten wennen aan een nieuwe leid(st)er van de roedel. Een soort kynologisch co-ouderschap leek mij voor geen van de partijen aantrekkelijk. En ook Harrie, onze kat zou naar ik denk zo haar bezwaren hebben.
Maar de buurvrouwen zijn niet altijd thuis en Beer alleen achterlaten doe je zo’n zachtaardig bakbeest van een hond niet. De buurvrouwen gingen naar de Schouwburg. Of Beer een avondje bij ons mocht komen. Dat mocht, maar je haalt wel heel wat hond in huis. Beer gedroeg zich voorbeeldig. Vleide zich soms tegen ons aan. Dan kun je geen kant meer op, maar lag het grootste deel van de avond toch fiks snurkend op zijn dekentje te slapen.
En hoe het met Harrie en Beer ging? In de gang kamen ze elkaar per ongeluk tegen. Harrie blies zich met dikke staart en al op tot 2x Harrie en Beer week vol ontzag achterwaarts naar zijn dekentje. Allebei lieten ze het wijselijk niet tot een confrontatie komen. Of ze tijd krijgen aan elkaar te wennen? Wie weet.

1 reactie op dit bericht

Verjaardagen

Eigenlijk had ik gedacht dat ik al jaren eerder op deze dag hierover geschreven zou hebben. Maar als ik zo eens door het uitgebreide archief van dit blog blader blijkt dat ik op 19 november over van alles en nog wat heb geschreven maar geen letter gewijd heb aan wat deze dag zo bijzonder maakt of in ieder geval gemaakt heeft. Zeker tot 1967 werd het bijzondere karakter van deze dag gevierd. 19 november is namelijk de geboortedag van zowel mijn vader als van mijn moeder. Mijn vader werd geboren in Lent bij Nijmegen op deze dag in 1891. Mijn moeder kwam precies 10 jaar later ter wereld in Leuth. Zij trouwden in  januari 1925. Mijn vader was toen al 33 jaar oud, een voor die tijd ongebruikelijk late leeftijd om te trouwen. Maar zijn verklaring daarvoor was dat het heel wat tijd had geduurd voordat hij een meisje had gevonden dat op dezelfde dag als hij jarig was. Hoe en waar zij elkaar ontmoet hebben, ik zou het niet weten. Vaag staat mij iets  bij dat zij allebei bij een bakker in Elst in dienst waren. Op Internet achterhaal ik hun trouwakte. Mijn vader is dan broodbakker en woont in Elst, mijn moeder, zegt de akte, is geboren in de gemeente Ubbergen, waar Leuth toe behoorde en woont op haar bruiloft in Bergharen bij haar ouders en voor minder dan zes maanden in Nijmegen. De akte vermeldt zonder beroep. Kort na hun huwelijk zijn ze ingeschreven in Nijmegen, in de Grotestraat 22a en op 26 april 1927 verhuizen ze naar de Weurtseweg. En zo puzzel ik op de middag van hun verjaardag weer wat stukjes van de familiegeschiedenis bij elkaar. Ik begin het steeds meer te betreuren dat ik hen niet eerder naar die geschiedenis heb gevraagd. Ik voelde aan dat ze gesprekken daarover altijd wat af hielden. Ze leken beschaamd dat mijn moeder op haar trouwdag drie maanden zwanger was en hun schaamte daarover op allerlei manieren probeerden te verdoezelen. Dat leek reden genoeg om het zelden of nooit over vroeger te hebben.
Soms hoop ik dat ik hen ooit terug zal zien. Onzin. Maar mocht dat zo zijn dan wil ik alle verhalen van toen horen, die tenslotte ook mijn geschiedenis zijn.

2 reacties op dit bericht

Wonen

Soms vaag ik mij zelf weleens af of er een ander land dan Nederland is waar ik zou willen wonen. Ik probeer dan een afweging te maken van de voor- en nadelen van België of Frankrijk, Nieuw-Zeeland, Rusland, Amerika, Japan, Nicaragua om maar een paar landen te noemen die ik bij die overweging de revue laat passeren. En ik streep af. Het ene land is te ver weg, het andere te dichtbij, sommige landen zijn me te groot, andere te warm. In een land wonen te veel Fransen en dan is er weer een land met een te lastige taal. Er blijkt altijd wel wat aan een land te haperen en kom dan toch vaak tot de conclusie dat het hier in ons eigen landje (we schakelen dan onmiddellijk over in het gebruiken van verkleinwoordjes) zo slecht niet is.  En tevredenheid slaat toe.
Maar er zijn van die dagen dat ik dat beeld van dat kneuterige landje moet bijstellen. Dit weekend nam ik kennis van wat zaken die mij sterk deden twijfelen aan de liefde voor mijn land, die naar Vondel Broer Peter in de Gysbreght van Aemstel laat zeggen, ieder is aangeboren.
Zonder een rangorde aan te brengen waren dat mijn verbijstering over het gehannes van de Belastingdienst die er een genoegen in lijkt te scheppen het de mensen, getrouw hun slagzin, niet alleen niet leuker maar ook nog eens onterecht helemaal niet gemakkelijker willen maken. Burgertje pesten lijkt daar een tot in de hoogste kringen gespeeld favoriet gezelschapsspelletje te zijn geworden. Ik ging het bijna betreuren dat Piet niet alleen van  kleur was verschoten en daarbij ook zijn zak en roe had thuisgelaten. Voor mij had hij al dat belastinggajes in de zak mogen stoppen en enkel reis naar Spanje gestuurd. En de zak had XXXL mogen zijn om ook nog eens de racistische voetbalhooligans erbij te kunnen stoppen en te tuchtigen. Als dat echt het nieuwe Nederland wordt dan mag je mijn portie aan Fikkie geven.
Maar waar moet ik dan naar toe? Spanje kan ook al niet meer met al die lui die in de zak zaten.Dan toch maar Nederland, op hoop van beter?

1 reactie op dit bericht

Intocht

Ik heb naar de intocht van Sinterklaas gekeken. Ik stond niet aan de Waalkade of ergens langs de route die de goedheiligman door de stad placht af te leggen gezeten op zijn schimmel Americo. Ik zag de intocht op tv waar de Sint omringd door roetveegpieten door de Apeldoornse binnenstad trok. Over de roetpieten wil ik het niet meer hebben, dat deed ik al eerder en het zal mij worst of liever nog amandelstaaf wezen hoe die er uit ziet. Piet is Piet, zwart of niet om maar eens een krachtig rijm tegen aan te gooien. Roetveeg prima en wie hem nog degelijk zwart wil hebben, laat hem of haar er gelukkig mee zijn. Kinderen zitten er niet mee. Die zitten, onbevangen als zij vaak zijn, niet met dat soort futiliteiten. Een onbevangenheid die ik ook heel veel grote mensen zou willen toewensen en heel veel demonstratievakken overbodig zou maken. Een demonstratievak lijkt een vast attribuut geworden te zijn bij een sinterklaas-intocht, deel van de traditie. Een traditie die heel veel veranderingen aan kan. Zelfs de traditionele pakjesboot kon worden ingeruild voor een stoomtrein en de oude vertrouwde Americo is vervangen door het paardje Ozosnel. En de koudwatervrees van dat beestje leek een van de redenen te zijn dat er met de trein uit Madrid werd gekomen en niet meer over zee. En geen actiegroep die zich daartegen verzette. En zo werd de intocht van Sinterklaas in Apeldoorn een voor de Sint wat rommelige processie die hij deels te voet, deels in een koets en warempel ook nog voor een stukje op Americo Ozosnel aflegde. Ik had van Sint, mogelijk bijgestaan door zijn hoofdpiet en een andere vertrouweling uit zijn entourage, toch wat meer weerwerk verwacht bij de inrichting van zijn intocht en met zijn statuur en wijze ouderdom wat meer voet bij stuk moeten houden en gewicht in de schaal moeten leggen bij de organisatie van een ander. Het Sinterklaasjournaal leek veel meer het nieuws rond de intocht te bepalen dan te volgen. Ik mag toch hopen dat de Sint volgend jaar weer kiest voor een ordentelijke reis per boot en aankomst in een pittoreske haven. Ik moet er niet aan denken dat de Sint in Lelystad wil aankomen en dan per vliegtuig of erger nog per paarchute  in Nederland zal landen. Ik zie er zo alweer wat demonstratievakken volstromen.

1 reactie op dit bericht

Regelmaat

Nee, een echt avontuurlijk leven heb ik niet. Eigenlijk ook nooit gehad en ook nooit behoefte aan gehad. Ik heb vrienden en kennissen die dat wel hebben. Ondernemende mensen, vaak ook ondernemers die zich met moed en durf, maar ook met hartstocht weer in een commercieel avontuur storten. Verkopen een goedlopend bedrijf om over te gaan tot de aankoop van een mogelijk nog beter lopend bedrijf. Soms met het beoogde resultaat en soms tot de conclusie komend dat tussen droom en daad wetten in de weg staan en praktische bezwaren. Ik heb mij nimmer op de aanvechting kunnen betrappen zulk een avontuur aan te gaan, behalve dan die ene keer dat een zekere baan voor onbepaalde tijd inruilde voor een aanstelling op projectbasis voor maximaal drie jaar met een boterzachte garantie voor een vervolg. Tot mijn geluk mondde dat uit in een veilig en afwisselend ambtenarenbestaan. Nu, na zoveel jaar verbaas ik mij soms nog over de durf die ik toen aan de dag legde. Fortune favors the bold! En dat klinkt toch wat sympathieker dan dat het geluk met de dommen zou zijn zoals we in ons land in dat soort gevallen vaak zeggen. Stoutmoedig, veel mooier woord. Maar van de andere kant heeft de uitdrukking ‘liever blô Jan dan dô Jan‘ wat mij betreft ook zo zijn charmes.
Vanwaar nu al deze beschouwinkjes over regelmaat, uitdaging of het gebrek daar aan, stoutmoedigheid en domheid?
Mijn leven en bestaan is een aaneenschakeling van steeds kleiner wordende dingen. Heerlijk, ik ben het grote moeten voorbij. Ik hoef voor anderen en zeker ook voor mijzelf nog maar weinig. Ik heb een soort allergie ontwikkeld voor het woord moeten. Misschien ook wel omdat ik steeds minder kan. Ik moet niks. Behalve dan mogelijk met een bijna dagelijkse regelmaat een stukje schrijven en dat op Facebook aankondigen met een begeleidende illustratie. Vannacht werd ik even wakker en realiseerde ik mij dat ik de dag tevoren vergeten was om die Facebook-aankondiging te plaatsen. Dom, maar ik weerstond de neiging dat verzuim in het holst van de nacht goed te maken. Midden in de nacht hoor je te slapen. Dat moet ik dan wel. Ik draaide me om, aaide de kat die aan het voeteinde lag te slapen en sliep zelf ook verder. Vandaag zijn er voor het eerst op Facebooks twee blogs aangekondigd. Die van gisteren en die van vandaag. De regelmaat is weer hersteld.

Nog geen reacties op dit bericht

Werelddagen

Er kan geen dag voorbij gaan of die dag is aan wel iets bijzonders gewijd. En dan bedoel ik niet de kerstdagen, de paasdagen of Pinksteren. Die hebben zich al sinds jaar en dag vast in onze kalende verankerd. En ik bedoel ook niet de dagen die aan een bepaalde heilige waren toegewijd. Die laatste dagen leiden in Nederland toch maar een armetierig bestaan. In tegenstelling tot bijvoorbeeld Frankrijk of Duitsland waar naamdagen nog enige betekenis hebben. En er zijn zelfs landen waar de viering van de naamdag die van de verjaardag verdrongen lijkt te hebben. Maar over die dagen wil ik het niet hebben. Nee, ik bedoel de dagen die door een of ander supranationaal instituut zijn toebedacht om extra aandacht te trekken. Zoals de Dag van de Vluchteling (20 juni), WereldAidsdag (1 december) of Nationale Borstkankerdag (10 oktober).
Het zal de meesten van u ontgaan zijn dat het vandaag 14 november Werelddiabetesdag is. Deze dag werd in 1991 door de Internationale Diabetesfederatie en de Wereldgezondheidsorganisatie geïntroduceerd als reactie op de alarmerende toename van diabetes over de hele wereld. Het werd 14 november omdat dat ook de geboortedag was van Frederick Banting, een van de ontdekkers van de werking van insuline.
En als diabetespatiënt lijkt het mij goed deze dag vandaag even te memoreren. Maar naast diabetes heb ik nog een handvol andere aandoeningen en zijn er ook nog meer data die voor mij wat extra aandacht vragen.Laat ik ze eens op een rijtje zetten:
28 januari Trouwdag
2e donderdag in maart Wereld Nieren Dag
11 april Wereld Parkinsondag
3e zondag in juni Vaderdag
29 september Wereld Hart Dag
11 oktober Wereld Obesitas Dag
14 november Wereld Diabetes Dag
22 december Verjaardag
27 december Naamdag.
Ik heb er nog over getwijfeld of ik de Dag van de Zwarte Kat (17 november)  die vooral in Italië aandacht krijgt als eerbetoon aan mijn kat Harrie zou opnemen. Ook de Dag van de Kleine Schrijver (10 december) heb ik maar niet opgenomen. Maar mogelijk zal ik er op die dag toch enige aandacht aan besteden. Maar al die ‘Werelddagen’ laat ik maar voor wat ze zijn. Morgen is er weer een dag. De dag van morgen (Koningsdag en Dag van de Duitstalige gemeenschap in België) heeft genoeg aan zijn eigen leed (Matt6:34).

Nog geen reacties op dit bericht

100

De kogel is door de kerk of liever gezegd de voet is van het gaspedaal. Ik zag hoe vandaag in een persconferentie premier Rutte aankondigde dat binnenkort overdag de maximum snelheid op 100 km/u komt. Ik vond dat hij er maar benepen uitzag en met een heel zuinig stemmetje de voor een oprechte liberaal zo vermaledijde maatregel wereldkundig maakte. En waar hebben we het nu helemaal over?
Stel nu eens dat ik naar Maastricht moet. Dat is van hieruit 137 kilometer. Als ik dat met een constante snelheid van 130 km/u uur zou kunnen doen, wat op zich natuurlijk al godsonmogelijk is, want er is altijd wel een vrachtwagen die een andere gaat inhalen en niet alle verkeerslichten staan op groen, zou die reis mij 63 minuten kosten. Zou ik niet harder rijden dan 100 km/u en ook die snelheid constant kunnen aanhouden, tweede godswonder in een alinea,  dan was ik na 1 uur en 22 minuten in Maastricht. 19, ik zeg NEGENTIEN minuten later dan met die hogere snelheid. Inderdaad, waar hebben het nu helemaal over? Die negentien minuten tussen Nijmegen en Maastricht waren destijds de kroonjuwelen van de VVD, de vroemvroempartij. Natuurlijk wil niemand zijn kroonjuwelen kwijt. Denk maar eens aan de pijn die D66 leed toen de gekozen burgemeester slechts via een bindende voordracht van de raad als een armoedig residu van het oorspronkelijke plan overbleef. Maar het getuigt toch van politieke armoede als negentien minuten tijdswinst tussen Nijmegen en Maastricht -en dat alleen nog maar in optimale omstandigheden- het belangrijkste is dat je als partij je electoraat te bieden hebt. Een tijdwinst die ’s avonds en ’s nachts  ook nog niet eens wordt aangetast. En dan durft de premier ook nog te zeggen dat hij het zo rot vindt en dat we er voorlopig maar rekening mee moeten houden dat die 100 km/u staat en niet afgeschaft zal worden.
Gelukkig is het land waar de premier kan zeggen dat, citaat: “Dit is voor ons land een crisis van een ongekende omvang. Ik heb dat in mijn negen jaar in deze baan in deze heftigheid niet eerder meegemaakt”, einde citaat. Ach, jongen toch…

1 reactie op dit bericht

Bidprentje

Mijn naar Frankrijk verhuisde Neef ondervindt enig lichamelijk ongemak. Voor wie daar meer van  wenst te weten raadplege zijn eigen blog-site dossier moddergat. Een van zijn laatste bijdragen aan die site is een foto van Neef in wat haast een opname  in de Hof van Eden lijkt, het aards paradijs. Neef is daar te zien in het struweel van de Franse Cevennen en uit het onderschrift blijkt dat hij redelijke tevreden is met dit prentje. “Eindelijk eens een foto waar ik goed op sta” verzucht hij in het bijgaande onderschrift gevolgd door de opmerking van zijn vrouw dat dit ook wel een mooie foto  is voor zijn bidprentje.
In onze familie ben ik zo goed als de vaste bidprentjes-schrijver. Dat was een deskundigheid die mij ook te stade is gekomen in mijn daagse werkzaamheden waarin ik namens burgemeesters en wethouders tal van voorwoorden, persberichten, felicitaties en kerstwensen heb mogen schrijven. Kortebaanwerk noem ik dat, net zoals mijn zo goed als dagelijkse stukjes op de deze site, die ook de omvang hebben van de gemiddelde tekst van een bidprentje, zo van rond de drie- tot vierhonderd woorden.
Ik schreef de bidprentjes voor mijn vader, mijn moeder, broers en zussen en zwagers en schoonouders. Prentjes die nu in een doosje liggen te verstoffen en nauwelijks meer bijdragen aan een herinnering aan de overledene.  Ik heb het doosje vanmiddag weer eens opengedaan en zag dat ik niet alleen bidprentjes van familie, vrienden en bekenden daarin bewaard had, maar dat er ook wat geboortekaartjes bij zaten van achterneefjes en -nichtjes. Dood en leven…
Ik hoop en verwacht niet dat ik binnen afzienbare tijd aan de gang zal moeten gaan met het schrijven van Neefs bidprentje. Ik mag toch aannemen dat hij mij zal overleven. Ik heb toch niet voor niets een tijd geleden hem al de opdracht gegeven om als het zover is een van de sprekers te zijn op mijn uitvaart. Ik heb hem zelfs de eerste zin van zijn lijkrede gedicteerd: “Ik had een oom in Nijmegen.”

Nog geen reacties op dit bericht

Parkinsoncafé

Ik ken nogal wat cafés die helemaal geen café zijn en in niets lijken op dat door Vader Abraham bezongen kleine café aan de haven. Ik noem het Geschiedeniscafé waar een aantal keren per jaar aandacht wordt besteed aan de Nijmeegse historie of het Kunstcafé waar inleidingen in het plaatselijke museum te  horen zijn door gerenommeerde kunstenaars of kunsthistorici. Natuurlijk is er ook een drankje te koop, maar dat heet dan een verfrissing. En het is meer luisteren naar de inleiders dan aan de bar een pintje pakken en een beetje gezellig ouwe betten met elkaar. Maar ook zo’n thema-café heeft zijn functie en lijkt gezien de bezoekersaantallen in een behoefte te voorzien.Dat geldt zeker ook voor het ‘café’ dat Gade en ik vandaag bezochten. Ik was in het Parkinsoncafé dat voor een dag onderdak had gevonden in het Montessoricollege. Dat is sowieso al een omgeving die niets van een café heeft en ook geen moeite deed daar op te lijken, maar dat deed niets af aan het bijzondere van de dag die bezocht werd door parkinsonpatiënten, hun mantelzorgers en familie Nu houd ik niet zo van de term lotgenoten. Dat drukt zo’n stempel. Ik heb Parkinson, maar ik ben het niet. Net zomin als ik het alleen maar aan  mijn hart heb, mijn nieren beter zouden kunnen functioneren en ik suikerziekte heb. Maar gelukkig ben ik meer dan de optelsom van al die kwalen en meer, veel meer dan een hart-, nier- of suikerpatient. Ik heb het allemaal wel, maar ben zoveel meer.
Op deze dag zijn er geleerde inleiding over de ziekte van P. en workshops over de voorzieningen voor Parkinsonpatiënten en over diverse onderzoeken waar deelnemers voor gezocht worden tot actieve inleidingen over parkinson en boksen en parkinson en dansen. Ik zie alle verschijningsvormen van de ziekte en troost me met de gedachte dat het altijd nog erger kan. Maar het meest troost ik me met het idee dat ik veel meer dan  mijn ziektes ben. Dat is overigens geen idee. Ik ben gewoon meer, veel meer.

Nog geen reacties op dit bericht