Eeuwig

Bij ‘Pauw’ hoor ik dat Jan Mulder op zoek is naar het eeuwig leven. En wat hem betreft, als ik het tenminste goed heb begrepen, bedoelt hij daarmee niet het eeuwig leven dat er mogelijk zou kunnen zijn nadat we dood zijn gegaan. Nee, hij heeft het over de mogelijkheden om tot in het oneindige door te leven. Hij voorziet de mogelijkheden dat er geen einde aan het laatste einde komt, dat er geen einde meer is en de oneindigheid er altijd is. Op de een of andere manier komt de wetenschap zo ver dat ons lichaam (en hopelijk ook onze geest) nooit zal verslijten, maar in tact blijft en door blijft functioneren tot, ja tot wanneer eigenlijk.
Ik geloof niet dat ik het doorzetten van die ontwikkeling erg zou toejuichen. Ik moet er niet aan denken om er altijd te zijn. Ik vind het mooi dat ik er ben, laat dat duidelijk zijn. Maar ik zal het even mooi vinden er geweest te zijn. Bert Schierbeek dichtte ooit: “Wat gemaakt is vraagt om vernietiging, opdat de schepping voort kan gaan.” Dat lijkt mij een veel dynamischer bestaansgrond dan het verlangen naar een eeuwig bestaan. Een eeuwig bestaan dat ook nog eens ongelooflijk saai kan blijken te zijn om minstens twee redenen. De ene is dat je dan opgescheept blijft met altijd de zelfde mensen om je heen, die elkaar na al die jaren, decennia, eeuwen (wie zal het zeggen) niets meer te zeggen hebben omdat ze elkaar al alles gezegd hebben. De andere reden is dat het ook nog eens zo kan zijn dat de mensen dicht om je heen en ook wat verder van je af niet kiezen voor dat eeuwigdurende bestaan en dat jij als enige stokoude mens overblijft in een zich nog steeds verjongende mensheid. Welk een eenzaam bestaan zal dat niet worden.
Nee, een eeuwig bestaan op die manier trekt mij van geen kanten. Laat mij ooit maar (liefst rustig) sterven. En wat voor een al dan niet eeuwig leven daarna komt, maak ik dan wel mee. Of niet.

Nog geen reacties op dit bericht

Gymnastiek

Van alle kanten kreeg ik van behandelende therapeuten, medici en paramedici te horen dat ik baat zou kunnen hebben bij wat extra beweging. Natuurlijk weet ik dat ze gelijk hebben, niet alleen omdat ze met overtuiging mij vertelden dat wat meer oefening mij goed zou doen, maar het staat ook te lezen in elke brochure van welke patiëntenvereniging dan ook. Ik hield mij zelf dan voor het lapje door mij vast te beroepen op mijn twee keer per week een half uurtje warmwateroefeningen voor bejaarden, deftiger bekend als senioren aquafit. Ik wist natuurlijk ook wel dat dat veel te weinig was om maar een beetje conditie op te bouwen en zei in arren moede dan ook maar ja  op de suggestie uit cardiale hoek om aan een revalidatietraject te gaan volgen. Toegegeven dat mijn bereidwilligheid minimaal was, maar vooruit dan maar. Misschien zou het allemaal we mee vallen en veel slechter zou ik er waarschijnlijk niet van worden. Wie weet, zelfs misschien wel een beetje beter en zou het lopen mij  wat gemakkelijker afgaan. Twee keer in de week, anderhalf uur, inclusief een kopje koffie aan het einde. Een klein groepje mannen, de een nog krakkemikkiger dan de ander, met verhalen die veel gemeenschappelijks hadden. Als ik niet zo’n hekel aan het woord had zou ik ze bijna lotgenoten noemen.
Zoals gebruikelijk waren alle gehandicaptenparkeerplaatsen bezet en begon mijn oefensessie al met een moeizame wandeling van de parkeerplaats naar de afdeling fysiotherapie (C18) die ergens in de verste krochten van het hospitaal gehuisvest is. Meer dan twintig jaar geleden doorliep ik ook al eens ooit zo’n revalidatietraject en tot mijn verrassing ontmoet ik weer een van de therapeuten van toen. Ook de apparaten van toen zijn er nog en staan in slagorde opgesteld. Ik krijg meermaals te horen dat ik maar rustig aan moet beginnen, mij zeker niet moet forceren. En ik trek en strek en buig en druk. Ik had er eigenlijk geen zin in, maar nu ik zo bezig ben bekruipt mij een tevreden gevoel. Het is natuurlijk bejaardengymnastiek,maar ik beweeg. De spierpijn zal mogen wel komen.

1 reactie op dit bericht

Logeren

Ik ben uit logeren. Logeren is heel iets anders dan op vakantie gaan of in een hotelletje een of meer nachtjes slapen. Logeren dat doe je bij opa of oma. Maar ik ben nooit in de gelegenheid geweest om bij mijn grootouders  te logeren. Niet de grootouders van moeders kant en al helemaal niet die van vaderskant. Mijn opa van die kant was al 40 jaar dood toen ik geboren werd. Dat heb je ervan als je een nakomertje bent. Ik ben opa- en omaloos opgegroeid, maar geen praatgroep of zelfhulpgroep voor nodig gehad om daarmee in het reine te komen.
Ik logeerde in mijn jongensjaren veel bij een vriendje in een dorp onder de rook van Nijmegen. Hij woonde op een boerderij met heel veel kippen en wat varkens en een grote hooizolder waar je met de hooibalen de spannendste gangen kon bouwen. Misschien kwam het daardoor dat ik logeren bij opa of oma nauwelijks gemist hebt. Geregeld had ik ook mijn vriendje Wim, die om de hoek woonde, te logeren en sliepen we, beginnende pubers, in een groot bed op de avontuurlijke zolder van mijn ouderlijk huis. Ontdekkingstochten op onbekend terrein met alle spanning van dien.
Ik geloof niet dat ik na die tijd nog veel uit logeren ben geweest. Wel op vakantie in een tent of  hotel, maar dat is niet wat ik onder logeren versta. Net zo min als een overnachting tijdens een weekendcursus in een of ander studiehuis logeren genoemd kan worden.
Nu ben ik wel weer aan het logeren. Twee nachtjes maar liefst. Gade is een paar dagen in de Achterhoek, maar vond het toch een geruststellende gedachte als er tijdens de nacht vertrouwd volk een oogje in mijn zeil kan houden. Je weet maar nooit. En zo pakte ik badjas en toilettas in en slaap in de gastvrije logeerkamer van zoonlief en zijn vrouw.  Een eenpersoonsbed. Meer dan genoeg. Voor ik inslaap denk ik nog terug aan de logeerpartijtjes van heel vroeger, gedachten die overgaan in een droom die ik mij niet meer kan herinneren.

Nog geen reacties op dit bericht

Sokkel

Andreas Hetfeld is de ontwerper en maker van een gigantische replica van een Romeinse soldatenmasker. Dat metershoge masker zal uitkijken over de stad en via een trap kun je door de ogen van dat masker de stad bezien. Misschien is dat wel een van de wezenskenmerken van kunst, door andermans ogen de wereld bekijken. En die ander kan een beeldhouwer, een schrijver, een dichter, een componist zijn, ja ook een uitvoerend musicus die met zijn interpretatie een muziekstuk weer net anders tot leven brengt.
Om het maskerproject ook mogelijk te maken worden er kleine replica’s van het masker verkocht. In brons en in kunststof. Gade en ik zijn bezweken voor een klein bronzen masker. Niet om het project financieel mogelijk te maken, maar vooral omdat we het masker mooi vinden. Het straalt een serene rust uit die in niets lijkt te stroken met het beeld dat ik heb van een Romeinse legionair die moe van de lange dagmarsen hier ver van zijn huis als lid van het Xde legioen gelegerd is. Ooit heeft hij hier in de buurt zijn masker gewoon verloren of misschien gesneuveld, maar dat vertelt het masker niet.
Afgelopen zaterdag konden wij onze replica, nr. 9 uit een reeks van 50, ophalen. Toen wij net thuis waren kregen wij een berichtje van de medewerkster van de boekhandel bij wie wij het masker hadden afgehaald. Zij verontschuldigde zich voor het feit dat zij vergeten was ons het bijbehorende sokkeltje mee te geven. Wij hadden dat sokkeltje nog helemaal niet gemist, want wij wisten niet dat het maskertje met een sokkeltje geleverd zou worden. Zij vroeg mij wanneer ik het sokkeltje kwam halen. Ik antwoordde met de vraag wanneer zij het kwam brengen. De mededeling van Gade dat wij zouden zorgen dat er een koel glas wijn op haar zou staan te wachten deed haar besluiten aan mijn vriendelijke verzoek gehoor te geven. De boekhandel komt naar u toe.
Het masker had al zonder sokkel een mooie plaats op de schoorsteenmantel veroverd. Maar mocht het masker ergens anders komen te staan dan zal het sokkeltje zeker zijn nut bewijzen. De marmeren mantel heeft geen sokkeltje nodig en het masker lijkt het niet te missen.

Nog geen reacties op dit bericht

Feestje

De buurman had een feestje. Dat is iets anders dan: de buurman gaf een feestje. Het verschil wordt wel duidelijk, maar eerst wil ik de buurman nader introduceren. Al wordt dat nog een hele kluif. Deze buurman is namelijk een tamelijk nieuwe buurman. Hij woont hier nu een paar maanden, maar eerlijk gezegd zou ik niet meer weten hoe hij er uit ziet. Toen hij naast ons er introk heb ik hem vluchtig een handje gegeven. Hij heeft toen ook vast zijn naam genoemd,  maar die is mij, net als zijn gezicht niet bijgebleven. Als ik hem op straat zou tegenkomen, ik zou hem niet herkennen.
Gistermiddag was er groot tumult in zijn tuin. Onze tuinen grenzen zonder een fysieke afscheiding aan elkaar. Maar ook in die tuin heb ik hem nooit gezien, al was het weer er wel naar om in de tuin van het zonnetje te genieten. Als het maar een beetje kan wonen wij buiten in de tuin. Hij niet.
Buiten in zijn tuin werden een viertal statafels neer gezet op het inmiddels door paardenbloemen overwoekerde  gazon. Een tuinman lijkt hij ook niet te zijn. Kratten bier werden onder een afdakje geplaatst en wij kregen te horen dat zijn vrienden voor hem een surprise-party in elkaar aan het zetten waren ter gelegenheid van zijn verjaardag en ook als house-warming. Hij zou van niets weten. Allengs stroomde de tuin vol met wat ik aannemen zijn familieleden, vrienden en kennissen waren. Ons werd toegezegd dat zij de overlast zoveel mogelijk zouden beperken. Een vage en moeilijk gestand te houden belofte met tientallen feestgangers.
Toen hij binnen kwam, ik neem tenminste aan dat het bij zijn komst was, knalde het serpentine-vuurwerk, dat overstemde het ‘lang zal hij leven’ en legde een veelkleurig confetti-tapijt op zijn gazon.Het feest begon. De muziek zei boenk, boenk,  boenk. Wij konden daarvan meegenieten maar tegen onze bedtijd ging die naar een meer dan aanvaardbaar niveau. De feestmakers hielden zich aan hun woord.
Vandaag ligt er nog een veelkleurig snipperkleed in buurmans tuin. Naast de barbecue een half afgegeten broodje, een stuk worst, een enkel nog niet opgeruimd leeg bierflesje. Kon er nog weleens lang blijven liggen, net zo als de vier statafels die in een lege tuin geen enkel nut meer hebben. The party is over, maar waar is de buurman?Wie is de buurman?

1 reactie op dit bericht

Eerbetoon

Nu al weer heel wat weken geleden nam ik afscheid van een van de laatste gremia waar ik nog in zat. Het was een werkgroep die zich bezig hield met het plaatsen van literaire teksten op plekken in de stad met de bedoeling dat plek en tekst elkaar versterkten. Wie nieuwsgierig is naar het resultaat kan een en ander bekijken op www.literairebakensnijmegen.nl.
Het afscheid was een mooie avond waar de leden van de werkgroep voor mij een tekst hadden uitgezocht die hen en mij bijzonder aansprak. Die avond kwam ook de toezegging dat die teksten in een klein bibliofiel boekje zouden worden samengebracht als blijvende herinnering aan de plezierige jaren die ik in dat gezelschap mocht door gebracht. De tijd verstreek en ik dacht nauwelijks meer aan de toen gedane toezegging voor een herinneringsboekje. Ik had daar vrede mee, want ach, je weet hoe dat gaat. De weg naar de hel is geplaveid met goede voornemens.
Vandaag kwam de zaterdagse koffieclub weer bij elkaar. Gade had er bij mij op aangedrongen om samen met haar precies om 11.00 in de boekhandel aanwezig te zijn. Dat bevreemde mij een beetje, want het was eigenlijk prachtig terrassenweer en dan kwam de koffieclub bij voorkeur op zo’n terras bij elkaar. Maar Gade verzekerde mij dat een gekend Nijmeegs dichter gehuldigd zou worden en dat we daar toch even ons gezicht moesten laten zien. Het verwonderde mij dan ook niet de dichter daar aan te treffen, maar zag ook andere leden van de werkgroep waar ik zo lang lid van was geweest. Ook dat kon toeval zijn, maar toen die twee gezelschappen, de koffieclub en de werkgroep, bij elkaar aanschoven bleek het niet om de dichter ging, maar dat het ooit beloofde boekje aan mij werd overhandigd. Boekje doet het kunstwerk dat ik kreeg te kort. Het is een eenmalig kloek exemplaar door de bijzondere door Andreas Hetfeld ontworpen kaft en de fraai gezette teksten, vorm gegeven door Brigitte Slangen. Plus nog een beperkt aantal al even fraaie kleinere edities.
Ik geniet van het eerbetoon en van de aanwezigheid van de koffieclub en de werkgroepleden.

Nog geen reacties op dit bericht

15.00 uur

Het is een heel oud beeld dat vanmiddag bij mij binnen kwam. Maar zo helder, of ik er gisteren nog geweest ben, zie ik de keuken-huiskamer weer voor me waar ik groot ben geworden. Een in mijn ogen ruim vertrek, maar ik weet ook dat kinderogen zo’n ruimte altijd groter doen lijken dan het werkelijk was. We leefden vooral in de keuken-huiskamer. Daar stond de grote eettafel waar je wel met 8 man en met een beetje goede wil wel met 12 mensen om kon zitten. Aan een kant van de keuken het aanrecht, met één koudwaterkraantje. Op het aanrecht uiterst rechts een petroleumstelletje waar het eten op werd warm gehouden, aan de andere kant een rechthoekige aquariumbak met een goudvis die Opa werd genoemd en op dat vissenverblijf de kooi voor de tamme parkiet. In de andere hoek van de kamer stond een kolenfornuis en daarnaast de rookstoel, vaste stek van mijn vader. Langs een muur stond het dressoir dat in de meimaand werd omgetoverd tot een Maria-altaartje. Daar tegenover de muur waar een tweepitsgastoestel stond en verder nog een klein tafeltje met de luidspreker van de draadomroep en de KRO-gids. Naast die keuken hadden we ook nog een woonkamer, in de wandeling de voorkamer genoemd. Maar leven deden we vooral in de keuken. Daar aten we, woonden we, deden spelletjes, luisterden naar “De Sprong in het heelal” en naar Paul Vlaanderen. Daar werd Sinterklaas gevierd en werden de Paaseieren genuttigd, maar diende de tafel ook als strijkplank. En om de zoveel dagen wond mijn vader de klok op de schoorsteenmantel op, een klok die altijd van slag was.
Vandaag zag ik die keuken-woonkamer weer heel helder voor me. Maar ik zag niet alleen die kamer, maar ik zag ook mijn moeder en ik weet ook nog hoe laat het was. Iets over drieën. En ik hoor mijn moeder zeggen dat we vergeten zijn om om drie uur even stil te zijn. Het moet een Goede Vrijdag zijn geweest, halverwege de jaren ’50’.

1 reactie op dit bericht

Witte Donderdag

Het is vandaag half tot zwaar bewolkt in Jeruzalem. Veertien graden, maar droog. Wat voor weer het daar tweeduizend jaar geleden was, ik zou het je niet kunnen vertellen. Misschien was het wel zo’n miezerige dag, een beetje guur alsof de lente nog niet echt wilde doorbreken. Het tegengestelde van het weer vandaag hier, waarop een terras je uitnodigend vraagt te komen genieten van de warme zonneschijn. Tweeduizend jaar geleden in Jeruzalem was een groep vrienden allang blij dat ze in de drukte van het komende Paasfeest nog een zaaltje hadden kunnen afhuren om samen de maaltijd te gebruiken. De afgelopen drie jaar hadden ze door stad en land getrokken om een boodschap te verkondigen die ze zelf niet helemaal begrepen. Ze vertrouwden maar een beetje op wat hun leider zei, over koninkrijken die niet van hier waren en dat je je naasten moest liefhebben, de Romeinse bezetters incluis. Soms was dat toch echt te veel gevraagd, maar dan zei hij weer dat je te kleingelovig was en dat je je geen zorgen voor de dag van morgen moest maken. Hij had makkelijk praten, wondere man, die zieken genas en tot twee keer toe zelfs mensen die op sterven na dood waren weer tot leven had geroepen. En nu aten ze samen en dronken wat. En hij sprak weer zo’n formule die ze eigenlijk niet begrepen, brood dat zijn lichaam zou zijn, wijn zijn bloed. En dat ze in de toekomst hierbij aan hem zouden moeten denken. So what of in goed Hebreeuws אז מה.
Na het eten wilde hij samen met hen nog een ommetje maken. Goed voor de spijsvertering. Maar of het nou de wijn was of dat het eten zwaar was gevallen op het eerste het beste bankje in het Olijvenpark doezelden ze weg. Hij liep alleen, heel alleen iets verder. In hun halfslaap hoorde ze hem iets in zich zelf mummelen over een kelk die hij liever voorbij wilde laten gaan. En of zijn vader daar voor wilde zorgen. Weer zo’n tekst die ze niet snapten. In de verte hoorden zij een patrouille soldaten dichterbij komen.

Nog geen reacties op dit bericht

Verleiding

Koffiedrinken met zoonlief. Als hij vindt dat hij weer te lang niet op bezoek is geweest belt hij mij voor een afspraakje. Gewoon even de stand van zaken doornemen. Horen waar hij mee bezig is of bezig gaat. En hoe het met mij gaat. Deze keer spreken we af in koffiecafeetje op de hoek van de straat. We bestellen onze cappuccino. De vraag of we er iets lekkers bij willen beantwoorden we negatief. Lekkers is voor ons allebei een verboden vrucht geworden. En we weten maar al te goed dat die het lekkerst zijn. Maar we weerstaan de verleiding en beperken ons tot, vooruit dan maar, het chocolade paaseitje dat bij de koffie geserveerd wordt. Je moet je niet alles willen ontzeggen.
Natuurlijk hebben we het ook nog even over de brand in de Notre-Dame. Degene die ons de koffie serveert is eigenlijk glazenierster. Ik vraag haar of ze nu niet naar Parijs verhuist, want daar moet nu toch werk te over zijn. Ook al zijn de grote roosvensters naar alle waarschijnlijkheid voor het grootste onheil gespaard, er zullen toch heel wat ramen gesneuveld zijn. En op je cv staat het natuurlijk erg goed, de restauratie van deze kerk. Maar een vertrek naar Frankrijk overweegt zij niet.
De ochtend vordert. En van koffietijd wordt het lunchtijd. Ons voornemen  om het bij twee cappuccino’s te laten wordt door de tijd ingehaald. We vragen de lunchkaart en maken een keuze uit het vele lekkers dat daarop vermeld staat. Ik kies voor een voortreffelijke aspergesalade, zoonlief gaat voor andere lekkernijen. Het smaakt ons beiden voortreffelijk en voelen ons in het geheel niet schuldig om aan de verleiding uiteindelijk toch te hebben toegegeven. Graag citeer ik voorkomende gevallen Oscar Wilde: “The only way to get rid of a temptation is to yield to it.” De enige manier om van een verleiding af te komen is er voor zwichten. Zoonlief en ik zijn het eens.

Nog geen reacties op dit bericht

Notre-Dame

1.
Ik ben een jaar of veertien.  Ik ga met een groep klasgenoten onder leiding van de gymnastiek leraar drie weken naar Frankrijk. Naar Amiens. Daar knappen we zo goed en kwaad als veertienjarigen dat lukt een parochiehuis van een daar werkzame Nederlandse pastoor op. Aan het eind van die drie weken bezoeken we ook nog een paar dagen Parijs. En natuurlijk bezichtigen wij ook de Notre-Dame. Maar na drie weken Amiens ben je natuurlijk ook al wel gewend aan de indrukwekkende schoonheid van Franse kathedralen, waarvan die van Amiens niet een van de minste is. Maar de Notre-Dame staat midden in Parijs en dat is toch nog wel wat anders dan Amiens.
2.
Excursie naar Parijs, samen met collega’s van de Jeugdraad en De Lindenberg. Wandelen door de stad. Sight-seeing. Het is zondagochtend. We lopen de Notre-Dame binnen. De H.Mis is in volle gang. We komen  als net het Credo wordt ingezet. De leden van het gezelschap met een katholieke achtergrond vallen moeiteloos in. “Credo in unum Deum, Patrem omnipotentem, factorem caeli et terrae, visibilium omnium et invisibilium.” Lang geleden geleerde woorden komen weer tot leven. Een volle kerk zingt mee:”Et expecto resurrectionem mortuorum, et vitam venturi saeculi. Amen.”
3.
Met vrouw en kinderen een lang weekend naar Parijs. Een soort einde-huwelijksreis. Schipperen tussen de wensen wat de kinderen willen en wat wij zelf willen. Vast en zeker ook de Notre-Dame bezocht en daar een kaarsje opgestoken voor, ja voor wie eigenlijk.
4.
Als lid van het Nijmeegse Mannenkoor op concertreis naar Frankrijk, met als onbetwiste hoogtepunt het zingen van de Mis op zondagochtend in de Notre-Dame. Een tot op de seconde geregeld  evenement. Op de zaterdagse repetitie in de Kathedraal stukken versneld, ander wat langzamer gezongen om te passen in het strakke tijdschema.
5.
Een paar keer naar Parijs om te vergaderen. Soms een vrij dagje er aan vastgeknoopt. Bij Père Lachaise het graf van Oscar Wilde bezocht. Gegrasduind in dat mooie boekwinkeltje ‘Shakespeare  & Co’ en koffie gedronken in de schaduw van de Notre-Dame. En daar binnen genoten van ruimte, de stilte.
6.
De Notre-Dame is afgebrand. Wat rest is een handvol herinneringen.

Nog geen reacties op dit bericht