Driebanden

Hoe weinig is er maar nodig om je door de tijd heen te laten tuimelen. Ik geniet van de expedities die mijn geest door het verleden maakt en waar vroeger en toen weer lijken op gisteren of pas geleden. Herinneren is de tijd doen krimpen. Ik heb de dag van vandaag lui doorgebracht. Ik begon de ochtend voor mijn doen heel bezig door weer te beginnen met mijn wekelijkse uurtje chi-kung. Maar daar wil ik het een andere keer nog weleens over hebben. Het is altijd goed om een paar reserve onderwerpen in portefeuille te hebben. Na de chi-kung is het koffietijd en de halve dag al weer om. Een dag die verder gevuld zal worden met het inhalen van een serie die ik keek en via uitzending gemist bekijk ik de tweede aflevering van Wie is de Mol? waarin mij zo goed als onbekende BN’ers meewerken aan een stukje China-promotie. De enige BN’er die ik kende mocht na de eerste uitzending al haar biezen pakken. Maakt de identificatie met de achterblijvers en hun pogingen er achter te komen wie de mol zou kunnen zijn niet makkelijker op.
Als ik van uitzending gemist weer terugschakel naar de actuele tv-programmering kom ik terecht in een reportage over het Nederlands kampioenschap driebanden. Ik wist niet dat driebanden nog bestond, maar in Berlicum wordt er nog om de hoogste eer gestreden en leggen de spelers ingewikkelde patronen op het groene laken om een carambole te scoren. Ook zo’n woord dat ik heel lang niet meer gehoord had. Het blijkt geen live uitzending, want de commentator geeft zijn bevindingen niet met een fluisterstem door zoals dat ooit Ben de Graaf deed en daardoor aan dat spel ook een mysterieus, ja zelfs religieus tintje gaf. Want net als in de kerk hoorde je bij de biljartsport hooguit op fluistertoon te spreken.
In mijn jeugd hadden we thuis een klein tafelbiljartje van niks dat met veel moeite min of meer waterpas op de keukentafel gelegd werd. Het biljartje liep voor geen meter en de ballen waren van plastic.  Ik zie de woonkeuken in mijn ouderlijk huis weer glashelder in al zijn jaren 50 kleuren en licht voor me. Mijn vader staat achter me en leert me wat effect geven is. Ik stoot en ik mis. Mijn vader zegt: “Nog eens, maar raak de bal iets meer links.” Ik scoor een punt. Ik kijk mijn vader trots aan. Hij knikt tevreden.

Nog geen reacties op dit bericht

25 jaar later

In de krant van gisteren lees ik een artikel waar in de burgemeester van Nijmegen van toentertijd terug blikt op zijn rol rond het hoogwater van 25 jaar geleden. Twee jaar eerder hadden we ook te maken met hoogwater en ook toen was het voor de medewerkers van de gemeentelijke afdeling voorlichting -met excuses voor de voor de hand liggende beeldspraak- alle hens aan dek.Het was rond de kersttijd en we werden teruggeroepen van verlof. Nog nooit zag ik in korte tijd  zoveel kerststollen en amandelstaven bij elkaar. Het leek of alle collega’s die mee gegrist hadden van de kersttafel en het zonde vonden die onaangeroerd te laten. Dat ’93 hoogwater was een mooie oefening voor dat van twee jaar later waar een massale evacuatie van grote gebieden onontkoombaar was. Het waren spannende tijden met de terechte vraag of de dijken het zouden houden of niet. Achteraf bleken zij dat wel te doen, maar dat was op dat moment nog lang niet zeker.
Binnen de kortste keren werd een van de grote zalen in het stadhuis ingericht als perscentrum en fungeerde de afdeling voorlichting als ontmoetingsplaats voor de vele journalisten die in die tijd geaccrediteerd werden. De telefoons stonden letterlijk niet stil en vanuit de hele wereld kwamen er aanvragen voor telefonische en live-interviews. En zo stond ik voor de camera’s van de Duitse tv, de BBC, de Spaanstalige CCN, die er voor zorgde dat ik zelfs in onze zusterstad Masaya herkend werd en de Noorse en Canadese tv. Bijna al die interviews waren goed voor een anekdote zoals bij het live-interview aan de overstroomde Waalkade voor het tweede Duitse net. Tijdens dat interview begon het hard te regenen. Een behulpzame productie-assistent kwam met een paraplu, maar werd door de regisseur terug geroepen met de kreet: “Kein Regenschirm, Regen gibt mehr Drama.
Van de BBC kreeg ik het verzoek om tijdens het tv-gesprek mijn handen in mijn jaszakken te houden voor een rustiger beeld. Toen ik dat aan de Noorse journalist voorstelde  zei het dat niet nodig te hebben met de opmerking: “We have such an boring tv, we are glad that something moves.”
In die tijd, nu bijna 25 jaar geleden haalde ik zelf met een bijna goed geschreven naam de voorpagina van de New York Times. Mooi natuurlijk, maar de duizenden evacués hadden toen andere zorgen en nu heel andere herinneringen aan die tijd. 

Nog geen reacties op dit bericht

Apport!

Ze blijven maar een uurtje. Vanochtend werden ze voor het laatst wakker in wat zo goed als het noordelijkste puntje van Nederland is. De laatste dag van hun vakantie. Zij waren hier een maand, een maand waar zij een tournee door heel het land hebben gemaakt op bezoek bij vrienden en familie. Nu zijn ze zojuist weer op weg gegaan naar het diepe zuiden. Een rit van zee tot zee, van Waddenzee tot Middellandse Zee. Een jaar geleden zijn ze vertrokken uit Nederland om in de Franse Cevennen hun geluk te beproeven. Soms lijkt het wel of zij naar daar zijn verhuisd vanwege hun prachtige hond, die zij daar ooit bijna in een opwelling hebben aangeschaft. De hond is weer thuis vlakbij waar het beest ooit geboren werd. Maar honden voelen zich overal thuis al kan ik mij goed voorstellen dat zijn riante huis in Frankrijk met een grote uitrentuin hem meer bevalt dan de povere vrijheid die zijn riem hem hier biedt. Als Neef en zijn vrouw aanbellen begroet de hond ons als oude bekenden. Nog niet zo lang geleden waren wij een dag of 10 bij hen te gast in dat dorp waarvan de naam alleen al een gedicht lijkt. Saint Hippolyte du Fort. Nooit gedacht daar ooit te komen. Toch gelukt. En nu is het heel goed Neef en zijn vrouw weer even te kunnen zien, even te omhelzen. Familie dichtbij. Zuid-Frankrijk is te ver om even langs te gaan voor een kop koffie of een onderhoudend gesprek. Voorlopig moet ik het weer doen met dit te korte bezoek. Ze moeten gauw weer door, vandaag willen zij Metz als tussenstop nog halen. Ook de hond is blij met het oponthoud. Een tennisbal is hem genoeg om achteraan te rennen en steeds weer terug te brengen. Neef laat zien dat de hond weer wat geleerd heeft en keurig luistert naar de bevelen zit en blijf en pas na apport! de bal achterna gaat.
Soms zou ik willen dat ik tegen Neef zit en blijf kon zeggen. En appport! zou ik voor me houden. Honden, ja honden, die luisteren. Maar neven? Gade en ik zwaaien hen uit, Neef, zijn vrouw en de hond. Ik blijf.

Nog geen reacties op dit bericht

Boeren

Soms zijn verjaardagsvisites veel te kort om alle wereldproblemen te bespreken. Zeker als het een middagbezoekje betreft. Na de jarige gefeliciteerd te hebben, bijna aan de thee mijn  tong verbrand te hebben en van de chocoladetaart te hebben genoten tuimelt het gesprek naar de mogelijkheden van een derde wereldoorlog, via de interne staatsgreep van Poetin, een kort verslag van een rondreis door Marokko en de zonzijde van het om-schapnaar de verbazing dat de boeren zo hun gang konden gaan op het Malieveld. En dat terwijl ze toch eigenlijk niks te klagen hebben. De ene gast weet  het nog zekerder dan de andere. Boeren horen niks te mopperen te hebben. Zij heeft zelfs in de krant gelezen -en waarom zou het dan niet waar zijn- dat een beetje boer meer dan modaal verdient. Waar haal je dan het lef vandaan om met je tractor het gras op het Malieveld aan gort te rijden en de infrastructuur van een land lam te leggen door snelwegen en verkeerskruispunten  te blokkeren. En dat terwijl boeren toch het meest profiteren van Europese subsidies en stikstofproblemen in stand houden door de overtollige veestapels die zij menen in stand te moeten houden ter wille van  de export van hun producten. Van boter, kaas en melk tot maïs, tomaten en aardappelen. Een veelvoud van wat wij in ons eigen land nodig hebben. Laat ze toch verhuizen naar het oosten van Duitsland of liever nog Polen en daar hun nering tot het oneindige uitbreiden, maar niet hier. Oeps!
Het  is dat ik niet zo goed wil luisteren, maar anders had ik bijna een pleidooi gehoord om een muur om ons land te bouwen en van Nederland een autarkie te maken.
Ik verbaas mij over de stelligheid van de beweringen waarbij elke nuance verdwenen lijkt. Ik heb te weinig weet van de in en outs van het boerenbedrijf, maar weet dat er ook een ander kant van het verhaal is, een heel andere. Het verwondert mij ook dat het recht op demonstratie met groot gemak terzijde wordt geschoven, terwijl ik toch weet dat dit recht door enkele gasten in andere gevallen gekoesterd en gepraktiseerd werd.
Gelukkig betreft het maar een verjaardagspartijtje zonder enige beslissingsbevoegdheid. De chocoladetaart was overigens perfect.

Nog geen reacties op dit bericht

Pond

Ik ontmoette haar voor het eerst in het genoeglijke koffiecafeetje bij mij op de hoek. Dat is intussen al weer een paar jaar geleden. Ik kwam daar als gast, zij bediende mij. We raakten aan de praat en van het ene praatje kwam het andere. Zo gaat dat nu eenmaal. Soms blijven dat terloopse gesprekjes. Een andere keer is het het begin van wat meer contact. Ik verwonder mij nog steeds over dat fenomeen hoe weinig er nodig is om sommige mensen leuker, boeiender en interessanter te vinden dan anderen. En hoe bijzonder aardig het is als je het niet onterechte idee koestert dat dat niet eenzijdig is. Het bleef niet bij contactjes in het koffiecafeetje. Op een uitnodiging op visite te komen ging zij tot mijn genoegen in. Dat werd destijds een plezierig koffieochtendje met luchtig gebabbel over wederzijdse interesses.
Van de week kreeg ik een berichtje van haar. Ze had gehoord van mijn ziekenhuisopname, was benieuwd hoe het nu met mij ging. Een paar maanden geleden kreeg ik van haar te horen dat zij en haar partner een baby verwachten en ik wilde graag weten hoe zij het nu maakte. Reden genoeg om haar uit te nodigen weer eens bij te praten. We maken een afspraak voor aan mijn keukentafel. Precies op de afgesproken tijd is zij er. Ik zet koffie, presenteer een sprits. Koffietijd. Op de achtergrond speelt zachtjes Hilversum 4.Dat geluid komt uit een luidspreker die reageert op geroepen bevelen, weet heeft voor wat voor weer het is, op uitnodiging een mop vertelt en antwoord geeft op vragen die je aan het apparaat stelt. We hebben het over alles en niets wat ons bezighoudt en natuurlijk ook over haar zwangerschap. Het gesprek komt op nog geheime meisjesnamen en geboortegewicht en ik vertel dat ik bij mijn geboorte slechts vier pond woog. Op dat moment bemoeit mijn Harman/Kardon-speaker zich met ons gesprek en deelt ongevraagd mee dat “1 € = £ 0,86”. Het is niet iedereen gegeven te weten dat het ene pond het andere niet is. Ik zet de speaker uit, ons gesprek kabbelt plezierig verder. Ik geniet.

1 reactie op dit bericht

Rollator

Vlak voor ik het ziekenhuis mag verlaten, de ontslagbrief heb ik al op zak, maak ik in afwachting van de komst van Gade nog een wandelingetje over de afdeling. Ik hoop nog een glimp op te vangen van mijn favoriete verpleegkundige, maar zij is waarschijnlijk druk met de zaken die echt haar aandacht behoeven. Door de bezuinigingen hebben zij en haar collega’s maar heel weinig tijd voor patiëntencontact en hollen ze van het ene naar het andere taakje. Ik besluit nog maar een rondje te lopen en leen voor even de rollator van mijn kamergenoot. Ik heb nooit eerder achter, of is het met, een rollator gelopen en het is een revelatie. Het is of ik door de gangen zweef en het apparaat mij onvermoede krachten geeft. De afdeling cardiologie, maar ook de gang maag-, darm-, leverziekten vliegen voorbij, met een snelheid die het waarnemen nauwelijks mogelijk maakt. In no time ben ik terug op mijn kamer, overtuigd van de voordelen die een rollator mij kan bieden.
Gade is gearriveerd, koffer gepakt. Bij het afdelingssecretariaat vraag ik mijn groeten over te brengen aan mijn favoriete verpleegkundige, die bij het horen van haar naam uit een kantoortje komt. Ik druk haar hand en bedank voor de zorg en aandacht.
Op weg naar huis gaan we nog even bij zoonlief en zijn vrouw langs en vertellen over mijn rollator ervaringen en dat zo’n apparaat mij wel wat lijkt. Vlakbij waar hij woont is een winkel waar ze heel veel verschillende modellen rollator te koop hebben en ook nog ander spullen die een aangepast leven zeer wel mogelijk maken. Gade stelt voor daar even langs te gaan en voordat ik het zelf goed en wel in de gaten heb ligt er een huur-exemplaar achter in de auto om een weekje uit te proberen of het mij zal bevallen.
Vanochtend mijn eerste wat groter proefrit gemaakt. Boodschappen bij de Albert Heijn en de bakker. Tijden niet zo’n eind gelopen. Zo goed als zeker zal het huur-exemplaar vervangen worden door een eigen rollator. Ik bezit allengs een heel wagenpark, driewieler fiets, rollator. Op naar de scootmobiel.

1 reactie op dit bericht

Vrijdag

Heel lang geleden had ik ik les van mijnheer De Kroon. Zelfs op de Academie waar ik toen op zat heette dat  gewoon les. College was iets voor de universiteit. Wij kregen gewoon les. Ik heb er nauwelijks fantasie voor nodig om het kraken van de schoenen van mijnheer De Kroon te herinneren. Mijnheer De Kroon, -docenten hadden in die tijd nog geen voornaam, dat kwam pas als je na een stagejaar in het vierde jaar zat- had de gewoonte om zijn lessen al wandelend door de klas te brengen. En de schoenen van mijnheer De Kroon kraakten en begeleidden ritmisch wat hij ons probeerde te leren bij iedere pas.  Sociale filosofie en krakende schoenen zijn sinds die tijd voor mij onlosmakelijk aan elkaar verbonden.
Mijnheer De Kroon had zijn sociaal-filosofische kennis niet van zich zelf. Hij behandelde vooral de geschriften van professor R.C. Kwant. Ik weet niet of het voorbeeld uit de boeken van de hoogleraar kwam of dat mijnheer De Kroon het zelf had verzonnen maar hij maakte ons diets dat Robinson Crusoë, de romanheld gecreëerd door Daniël Defoe, die na een schipbreuk 28 jaar op een onbewoond eiland doorbracht, pas weer mens werd toen  hij Vrijdag ontmoette.
Mijn ziekenhuisbed is als een eiland waar ik de enige de enige bewoner ben. Nou ja, op zichtafstand zie ik nog wat van die zo goed als verlaten eilanden met een enkele bewoner. Ze zijn niet te beroepen. Ik zwaai wat, ze zwaaien terug, een enkeling reageert niet. Ik ben alleen, besta alleen voor mijzelf. BEZOEKTIJD.  Er meren kleine bootjes aan met 1, 2 mensen er in. Verderop spoelt een  drenkelingen aan op mijn zilverwitte strand. Hoe het met mij gaat? Ik voel mij weer mens worden. Ik word herkend, ik herken hen en noem ze vrijdag, zaterdag. Ik noem ze augustus en april, geef ze alle namen van de wereld en noem mijn eigen naam. Voor wie ik liefheb wil ik heten…

Nog geen reacties op dit bericht

Uitzicht

Een paar dagen geleden was zij nog even op bezoek. Twee keer zelf. Zij werkt ook in dit ziekenhuis op een heel andere afdeling en piepte er tijdens haar pauzes even tussen uit om te komen kijken  hoe het met mij ging. Bliksembezoekjes die afgerond werden met een stevige knuffel. En nu een paar dagen later krijg ik een berichtje van haar met de vraag hoe het mij gaat en laat die vraag vergezeld gaan van een foto van het uitzicht van het Italiaanse vakantiehuisje waar zij nu een lang weekend is. Ik zie majestueuze bergen door nevelslierten omkranst, veraf kleine huisjes aan bergweggetjes die van niks naar nergens leiden. Een andere wereld op een paar uur afstand, de vliegschaamte voorbij. Dat vind ik nog een van de jaloersmakende zaken van het jong zijn. Voor hen is de wereld een dorp dat bereisd wordt met een gemak of Italië, maar ook Amerika en Azië naast de deur, in ieder geval niet verder dan om de hoek, liggen. Binnenkort zal zij voor een paar weken naar het andere einde van de wereld reizen en zij lijkt nog maar net terug van maanden lang door Zuid-Oost Azië trekken met geen andere gids dan de dag van vandaag.
Ik beantwoord haar appje en stuur haar een foto van mijn uitzicht. Ook mijn wereld is klein, heel klein geworden, maar anders dan die van de jonge reizigster. Mijn wereld is deze dagen ineen gekrompen tot een ziekenhuiskamer en ,vooruit, de lange gang er naar toe en mijn uitzicht gaat niet verder dan het vlakbij staande rijtje bomen en het hek om het ziekenhuisterrein. Daarachter begint de rest van de wereld. Maar die moet ik nu vooral fantaseren. In ieder geval dit weekend nog. Als alles volgens dokters plan verloopt word ik maandag of dinsdag ontslagen. Dan is de wereldreizigster ook weer terug uit Italië.

2 reacties op dit bericht

Update

Natuurlijk had ik de hoop dat na een paar dagen ziekenhuis en een stevig infuus de vochtbalans in mijn lijf zodanig zou zijn dat dat ik weer monter voor een tijdje naar huis zou mogen gaan. De eerste dagen gingen werkelijk voortreffelijk. Ik verloor weer kilo’s en 1 kilo was het equivalent van 1 liter vocht. Maar na een tijdje stokte de afname en resteerde met name rond de enkels niet gewenste ophopingen. Verhoging van het medicijn zou geen soelaas bieden. Een tweede infuus met een ander geneesmiddel bleek noodzakelijk. Zorgvuldig werd  een naaldje ingebracht en zo ziet mijn onderarm en bovenkant van mijn hand er uit als en tankstation met twee soorten benzine, waarvan er geen een super is. Samen met de chip die op mijn bovenarm geplakt is en die mijn glucosewaarde in de gaten houdt doen zij mij steeds meer een bionische man voelen die alleen maar door kunstmatige ingrepen op de been wordt gehouden. Nu is dat op de been ook maar een zeer betrekkelijk begrip. Dat beperkt zich tot een wat traag geschuifel achter de als rollator dienende infuuszuil, waar mijn twee geneesmiddelen aanhangen. Het traject is de twee gangen op mijn afdeling waarbij de belangrijkste keuze is of we het parcours linksom of rechtsom zullen afleggen.
Wat de prognose is? Voorlopig is dat afwachten of de medicijnen aanslaan en dan zien of een medicamenteuze aanpak met pillen effect zal sorteren. Op de achtergrond speelt nog de mogelijkheid tot dialyse, een mogelijkheid die wat mij op de achtergrond mag blijven. Voorlopig is het een perspectief dat mij niet echt aantrekt. Ik zie mij nog niet drie keer per week naar het ziekenhuis komen om dan gespoeld te worden. Maar niets veranderlijker dan de mens.
Het wordt weer tijd voor een rondje wandelen. Beweging is goed en wie goed doet goed ontmoet.

2 reacties op dit bericht

Ziekenhuiskamer

Een ziekenhuiskamer is niet zo breed. Eigenlijk te smal voor de vier bedden die er in staan. Met de bedden is op zich niks mis. Via een aantal knopjes kan het in schier elk mogelijke stand gemanipuleerd worden. Standen die reiken van heel plat tot min of meer comfortabele leunstoelen.De ruimte tussen de bedden wordt opgevuld met kastjes en zware nauwelijks te verslepen stoelen. De vier gasten hebben samen de beschikking over een toilet annex douche. Dat wordt een kwestie van goed plannen in de wetenschap dat wij alle vier hier liggen om overtollig vocht te verliezen.
Het ziekenhuis is aan te zien dat het niet aan de tand des tijds aan het ontsnappen is. Wat dat betreft is een ziekenhuis net een mens. Maar het ziekenhuis probeert wel te vernieuwen. Bij mijn korte wandelingetjes stuit ik zelfs op de proefopstelling van de ontwerp ziekenhuiskamer 2.0. Binnenkort zullen er alleen nog maar drie- en tweepersoonskamers zijn. Driespersoonskamers met maar liefst twee natte ruimtes, waar de bedden ruim van elkaar staan, zo dat de lades van de nachtkastjes wel open kunnen. De eenpersoonskamers ogen als riante suites, 4-sterren hotelkamers naar de kroon stekend. Maar de realisering is toekomstmuziek. Voorlopig moet ik en mijn kamergenoten het doen met de wat gedateerde voorzieningen  waar bij gebrek aan ruimte de gangen volgestouwd zijn met apparatuur, rolstoelen en rollators en dunne doorschijnende gele gordijnen om een bed een air van beschutting en privacy denken te bieden.
Gelukkig is een ziekenhuiskamer maar een doorgangsplaats, een soort haven waar je tijdelijk in ronddobbert op weg naar beterschap of eeuwig leven. Het blijft steeds de vraag wat de keuze is die de schipper maakt. Bakboord of stuurboord, met of tegen het tij.
De afgelopen dagen heb ik de bewoning van mijn kamer danig zien veranderen. Passagiers komen en gaan. Ik blijf nog een paar dagen zeker, mogelijk meer. Probeer me thuis te voelen in kamer 17, bed 1.

Nog geen reacties op dit bericht