Been

Ik weet niet of het mijn heup is die hard tegen het matras drukt, of dat het het matras is dat hard tegen mijn heup drukt. Het is tenslotte nog midden in de nacht en op de schaal van wake en slapen bevind ik mij nog heel dicht tegen slapen aan. Ik voel aan mijn heup, maar die voelt net als anders. Hoe dat anders is, weet ik eigenlijk ook niet, want ik voel zelden of nooit aan mijn heup. Zeker niet als ik nog zo goed als slaap. Ik ga wat verliggen.  Dat helpt niets. Het onprettige gevoel in mijn been blijft. Ik sta even op.  Ik verlies bijna mijn evenwicht. Het lijkt of mijn linkerbeen even dienst weigert. Mijn linkerbeen is toch mijn lievelingsbeen. Door een vreemde speling van de natuur ben ik linksbenig en rechtshandig. Al valt die handigheid ook wel erg mee. Ik ben meer onhandig, dan rechtshandig. Ik moet me even vasthouden. Strompel naar het toilet. Niet alleen slaapdronken, maar ook nog met een onwillig been. Als ik terug ben vraagt Gade wat er is. Ik zeg haar dat mijn been niet meer wil. Ze leeft met me mee. Ik zeg haar maar rustig verder te slapen. Dat doe ik ook. Ik voel het pijntje in mijn heup bijna niet meer. Droom vreemde dromen. Dromen in dromen, waarin ik niet meer weet of ik nou echt in Amerika ben geweest of dat ik dat alleen maar gedroomd heb. In mijn droom ben ik er van overtuigd dat ik er echt geweest ben, terwijl in die zelfde droom mij wordt voorgehouden dat ik dat alleen maar gedroomd heb.
De wekker loopt af. Tijd om op te staan. Het pijntje in mijn heup lijkt verdwenen. Het voelt alleen nog maar of er een pijntje heeft gezeten. Mijn linkerbeen geeft weer de steun die mij zo vertrouwd is als lievelingsbeen. Mijn rechterbeen sukkelt er wat achteraan, ook zoals gebruikelijk. Onder de douche weet ik het zeker. Ik ben nooit in Amerika geweest, anders dan in de transit-hal van het vliegveld van Miami.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *