Beker

Ooit, toen mijn eigen kinderen nog heel klein waren bedacht ik mij dat ze nog wel heel veel bij moesten leren om ongelukkig te worden. Ik benijdde hun complete kijk op de wereld, nog niet gehinderd door muizenissen, zorgen. Nachten wakker liggen en piekeren waren niet zo hun deel, de wereld was een feestelijk nu waar verdrietjes als sneeuw voor de zon leken te verdwijnen en een stortvloed aan tranen opdroogde in een grote glimlach. Een ideaalbeeld, natuurlijk en misschien wel mooier dan de werkelijkheid, maar nog steeds als ik zo’n kleintje zie, zie ik het ontdekkingsreizigertje dat leeft in een absoluut nu en waar de werkelijkheid zijn waarheid is. Absoluut.
Twee van onze koffieclubleden zijn onlangs weer opa en oma geworden. Hun dochter heeft hen een kleinzoon gebaard, broertje van de wat oudere Z. Bij toeval komen we Z tegen achterop de fiets bij haar vader. Gade en ik feliciteren hem met de geboorte van zijn zoon. Ik richt me tot de kleine Z en zeg dat ik, grappig als ik ben, gehoord heb dat zij net een nieuwe poesje heeft gekregen. Ik verwacht natuurlijk een verontwaardigd commentaar van hoe ik zo dom kan zijn en dat ze geen poesje heeft gekregen maar een broertje. Maar niets van dat alles. Van onder haar fietshelmpje kijken twee stralend blauwe ogen mij hoofdschuddend aan. “Nee,” grote glimlach, “geen poesje, maar een nieuwe beker!” Dat bleek haar veel belangrijker dan het nieuwe net geboren broertje.
Er overspoelt mij een gevoel van heimwee naar de tijd dat een nieuwe beker minstens net zo belangrijk was als een nieuw broertje.Hoe lang ligt die tijd al achter mij?
Ik troost me met de gedachte dat ik eigenlijk ook zeer tevreden ben  met wat ik nu heb en ben. Dat het kind in me nog niet helemaal verloren is. Het enige wat ik misschien mis is dat ik geen vader meer heb bij wie ik achterop de fiets kan zitten.

Eén reactie op Beker

  1. wim van dam schreef:

    Waarom bedacht je je?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *