Bijpraten

Er zijn van die terloopse ontmoetingen die door gebrek aan tijd  te oppervlakkig blijven. Je loopt elkaar tegen het lijf in de stad, op het perron waar pas blijkt dat je in de zelfde trein hebt gezeten , bij Albert Heijn. Je wisselt wat standaardzinnen: “Alles goed met je, zeker?” Antwoord: “Ik mag niet mopperen”. Aangevend dat daar best reden toe zou kunnen zijn, maar de bus wacht, een afspraak moet gehaald worden. Er is geen tijd om verder te praten. Of misschien is er eigenlijk helemaal geen zin of belangstelling om met de ander verder ook maar enige diepgang in het gesprek te brengen. En dan hebben we de beschikking over die geweldige dooddoener “We moeten gauw maar eens echt bijpraten.”. En terwijl je het zegt weet je dat het er nauwelijks van zal komen. Het beloofde belletje of mailtje blijft uit en de volgende keer dat je elkaar weer ziet kom je er op terug en zegt dat het er niet van gekomen is. Soms met heel veel oprechte spijt in je stem, soms weet je ook dat je het er helemaal niet van wil laten komen. Even bijpraten.
Ik heb de goede gewoonte om met wat vrienden van vroeger van tijd tot echt een bijpraatafspraak te maken Dat lukt beter met degene die wat verder weg woont. Je maakt een echte afspraak om samen te lunchen, een museum te bezoeken, thee te drinken. Kennissen dichtbij moeten het toch meestal doen met dat toevallige contact in de stad, op het perron of bij Albert Heijn.
Gisteren had ik ook weer een bijpraatsessie. Niet een op een, maar met een groepje. Ik zit in een bestuur van een stichting waarbij een aantal vrijwilligers in verschillende mate actief is. Zo 1 à 2 keer per jaar wordt er een bijpraatbijeenkomst georganiseerd. Geen vaste agenda, maar een vrijblijvende uitwisselingen van ideeën en ervaringen. Soms zelfs krijgt een plannetje vastere vorm. Het is een goede zaak om zo als Van Dale zegt al pratende op de hoogte te komen van elkaars omstandigheden, even bij te praten.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.