Blijven

Ik vind het niet erg om oud te worden. In feite vind ik dat ik dat al ben. 70, een nooit verwacht te halen respectabele leeftijd, zeker voor iemand die er van overtuigd leek de 30 niet te halen. Ik weet niet waar die gedachte vandaan kwam. Die was er gewoon. Een eigen autonome gedachte, niet te herleiden waar zijn gronden lagen. Misschien dat ik tamelijk jong mijn vader verloor? Ik was 22 toen hij, 76 jaar oud stierf. De eerste in een lange reeks familieleden. Ik was een nakomertje en zo zag ik met enige regelmaat ouders, broers en zussen, zwagers en schoonzussen doodgaan. Ik heb wat bidprentjes geschreven en zo werd de dood een kameraad waaraan ik dagelijks dacht en denk. En nu zijn er geen gezinsleden meer, een schoonzus nog, die daar steeds minder weet van heeft.
Oud worden, oud zijn. Dat manifesteert zich vooral in een lijf dat niet meer kan wat ik wil. Dat strammer wordt, minder beweeglijk en zienderogen slechter functioneert. Ik loop als de oude man die ik ook ben en fietsen wordt een opgave omdat ik mij onzekerder voel dan nodig is. Maar als ik naar Oortjeshekken fiets is het of de dijk smaller is geworden en de tegemoetkomende auto’s breder. Onzin natuurlijk, maar toch voelt het zo. Het brein dat op zich nog uitstekend functioneert, plant een beetje overbodige angst in mij. Angst die van het fietsen een¬†krampachtige¬†activiteit maakt. Ontspannen,¬†geef ik mijzelf als opdracht. Maar de opdracht is makkelijker gegeven dan uitgevoerd. Ook dat hoort bij ouder worden. De grenzen worden wat strakker getrokken, de grenzen tussen willen en kunnen. Nu is het meer een zaak van wat ik niet meer kan ook niet meer te willen. Vrede te hebben met de beperking, maar tegelijk ook weten niet te veel toe te geven aan de lethargie Te blijven lopen, te blijven bewegen, te blijven.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *