Blik

Als ik mijn tanden poets kijk ik zelden in de spiegel. En als ik al in de spiegel kijk, kijk ik zonder iets te zien. Ik zie mijn gezicht, maar neem nauwelijks waar. Het gezicht is me al zo lang vertrouwd, komt me bekend voor en soms als ik echt waarneem is het of ik ondanks die vertrouwdheid naar het gezicht van een ander, een vreemde kijk. Dan is het of de rimpels, mijn sikkenbaardje, de wallen en wijkende haargrens niet van mij zijn. Soms heb ik de neiging dan iets tegen dat mij dan vreemde gezicht te zeggen, maar dat gezicht is net zo snel als ik en al liplezend zie ik dan wat ik tegen die ander zeg. Zijn lippen vormen geluidloos mijn woorden en ik hoor enkel maar mijn stem die zich richt tot een beeld dat niet horen kan.
Maar meestal poets ik werktuigelijk mijn tanden, loopt wat door het huis en verder niets. De dag breekt aan, de nacht breekt aan, al naar gelang het ochtend, avond is.
Gisteravond kijk ik in de spiegel, en dan opeens  en ook maar even, heel even, zie ik niet mijn gezicht, maar is het of ik vader zie. Zijn het zijn ogen die mij aankijken, langer dan ze ooit deden. Het beeld verdwijnt direct, maar beklijft toch ook. Die ene tel die duurt en duurt kijk ik in de ogen van mijn vader, kijk ik met de ogen van mijn vader. In mijn ogen herken ik die van mijn vader, zie ik mijn vader. Of ik op mijn vader lijk? Er zijn nauwelijks mensen meer die mij dat zouden kunnen zeggen. Maar dat terloopse spiegelbeeld laat mij even duidelijk zien hoezeer ik zijn zoon ben. Het was een flits, een detail, mijn oog is zijn oog. Een zachte blik, vertrouwd, zoals dat alleen tussen een vader en een zoon kan zijn. Een blik die alles zegt. Zegt wat nooit werd uitgesproken en ook geen woorden nodig heeft.

3 reacties op Blik

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *