Buiten

Het is inderdaad een tijdje geleden dat ik bij haar op bezoek ben geweest. Nu heb ik me laten uitnodigen voor de lunch. We kennen elkaar al een half leven. Althans wat haar betreft. Voor mij is het wat korter. Komt gewoon omdat ik wat ouder ben. We hebben veel met elkaar gedeeld. Ik was haar getuige toen zij trouwde, zij de mijne toen ik in het huwelijk trad. Ze vindt dat ik de laatste tijd wat minder op visite kom.
Zij heeft een energie waar ik jaloers op ben. Een fikse baan, een druk sociaal leven en dan loopt ze een paar keer per week hard en doet mee aan zaken als de Mariekeloop en dat soort voor mij te sportieve evenementen.  Zij is iemand van steeds net weer even iets verder. Dat moet ik misschien even uitleggen. We zijn een aantal keren gevieren op vakantie geweest of een wandelweekendje weg. En zij is het dan die voorstelt toch nog een extra bochtje in de wandeling te maken of toch nog even dat pittoreske straatje in te lopen, want je weet maar nooit wat voor moois daar nog te zien is. Een aanstekelijke gedrevenheid naar het onverwachte.
Zij is ook een groot voorstander van buiten zitten als het maar enigszins kan. Zij stelt dan ook voor de lunch buiten te gebruiken. Het is 3 graden boven nul, maar door de helder blauwe lucht en stralende zon lijkt het warmer. Is zeg nadrukkelijk lijkt, want de wind blaast nog koud, heel koud. Ik kan haar er van overtuigen dat het beter is toch maar binnen te eten. Dat is in orde, maar dan kunnen we straks de koffie misschien buiten drinken, oppert zij. Dat zien we dan wel weer, denk ik.
Als het zover is installeren wij ons buiten. De delen van mijn lijf die direct door de zon beschenen worden koesteren zich in enige warmte. De overgrote rest huivert. Ze zegt dat het best meevalt. Ik kan haar geen gelijk geven. Het tweede kopje drinken we binnen.
Bij het weggaan beloof ik wat vaker te komen. In de zomer is het, weet ik, heerlijk in haar tuin.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *