Dag

De dag ligt ongeschonden voor ons open. Geen afspraak, niets dat moet of zou moeten of wat geen uitstel zou kunnen verdragen. Zo’n dag die zich ook morgen of zelfs overmorgen kan afspelen, een dag van niks moet, niks hoeft. Zo’n dag lijkt het te worden.
De buurvrouw belt aan. Zij worstelt met het systeem om een parkerende gast aan te melden bij dat gemeentelijke geavanceerde parkeersysteem. Het lukt haar niet. Mij wel. Deze kleine verstoring van de regelmaat, een voorbode? Gaat de dag dan toch anders verlopen dan gedacht?
Telefoon. Voor Gade. Haar opvolgster belt met het trieste bericht dat de bedrijfsadministrateur plotseling is overleden. De administrateur waar Gade elke week wel drie uur mee vergaderde, punten op i werden gezet en boekhoudkundige mogelijkheden tegen elkaar werden  afgewogen. Geen medewerker waar zij zoveel contact mee had als met de administrateur. Minder dan een week geleden had ze nog een gesprek met hem om de laatste zaken rond haar vertrek af te wikkelen, de laatste declaraties, de laatste vergoedingen. Ze had afscheid van hem genomen met de mededeling dat ze elkaar waarschijnlijk niet meer zouden zien. “Ach,” had hij geantwoord, “we komen elkaar vast nog wel eens ergens tegen.” Niet dus. De dood was plotseling, meer dan dat, gekomen. Op een plaats waar je hem niet echt verwacht. Hij was met zijn auto voor een poetsbeurt naar de autowasstraat gereden en daar in elkaar gezakt. Reanimatie mocht niet meer baten.
Zaterdag is zijn uitvaart. We zouden die dag naar Amsterdam gaan, een middagvoorstelling in de stadsschouwburg. We doen de kaartjes over aan een bekende. Wij zullen hier blijven om aanwezig te kunnen zijn bij zijn afscheidsdienst.
De dag die ongeschonden voor ons leek te liggen heeft krassen opgelopen, zijn glans verloren. Ze leert ons weer de dag niet te prijzen voor het avond is.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *