Gevangeniseten

Met een half oor luister ik naar de radio. Ik geniet van mijn ontbijt. Een dubbele boterham met kaas (30+) en tomaat en een mok thee. Een eenvoudig, maar smakelijk begin van de dag. Ik hoor hoe er geklaagd wordt over de kwaliteit van het eten in de Nederlandse gevangenissen. Dat is sinds enige tijd uitbesteed aan een Franse cateraar. Ik hoop voor de gevangenen dat die een Nederlandse dependance heeft. Anders is de kans wel erg groot dat het eten lauw, zo niet koud aankomt. De vertegenwoordiger van de boeven zegt dat er nog geen echte klachten zijn, maar dat hem toch signalen bereiken dat het eten niet echt smakelijk is. Hij geeft toe dat er over smaak niet te twisten valt, niet iedereen  houdt van bloemkool, maar dat het eten vaak doorgekookt is en daarom niet meer lekker, dat zou toch niet mogen Los van het feit of je van bloemkool houdt of niet. De voorman van alle gevangenisdirecteuren zegt dat het allemaal wel meevalt. Hij proeft nog wel eens een hapje mee en vindt dat er weinig te klagen valt. Hij geeft toe dat er geen keuzemenu bestaat, maar dat mag toch niet betekenen dat je je eten zo maar weg gooit. Dat doe je toch niet, zelfs al ben je de grootst denkbare schurk. Met eten knoei je niet en dat gooi je zeker niet weg!
Ik heb nog nooit in de gevangenis gezeten. Laat staan gegeten. Heb wel geregeld in cursuscentra gegeten en sommige van die keukens waren van een bedenkelijke kwaliteit. Daar leek het devies ‘het hoeft niet lekker te zijn, als het maar gaar is’. En dat was het dan ook. Heel gaar. Toch heb ik daar geheel vrijwillig steeds keurig mijn bordje leeg gegeten. Omdat het altijd nog beter was dan het eten in gevangenissen, waar je  volgens mijn vader brood met spijkers en zeep te eten kreeg en alleen maar water te drinken. Een visioen dat hij opriep als ik weer eens zat te tetten boven mijn bordje warm eten. Ik was een heel slechte eter. Mijn vader kookte vaak. Had dat geleerd in het leger. Was legerkok geweest. Nu nog verlang ik soms naar de manier waarop hij macaroni maakte, gebakken tomaat of met de feestdagen hazenpeper. Zo’n kok als mijn vader was gun je elke gevangene. Viel er weinig te klagen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *