Griet op de Beeck

Kom hier dat ik u kus. Vele hemels boven de zevende. Ik las haar beide boeken en op mijn bureau ligt haar derde boek te wachten. Gij nu.
Een paar maanden geleden was ik bij haar optreden in de plaatselijke bibliotheek en ik raakte niet alleen gecharmeerd door haar boeken, maar ook door haar stem, haar verschijning. Zij formuleert met een jaloersmakende  helderheid. Elk woord op de juiste plaats, geen syllabe te veel, geen letter te weinig. Zo zou ik willen kunnen schrijven. Het beneemt me bijna de moed ooit nog een letter op papier te zetten. Maar tegelijkertijd is het een uitnodiging te blijven proberen en te zoeken naar die ene perfecte zin die ergens verborgen nog op mij ligt te wachten.
Griet op de Beeck is te gast in DWDD. De uitzending staat in het teken van de Brusselse aanslagen. Tussen de veelpraters Pieter Vermeersch en Prem Radhakishun komt zij maar weinig aan bod. De mannen lijken het weer eens veel te goed te weten. Bijna aan het eind van de uitzending komt  ze aan het woord. Ze heeft iets opgeschreven. Met als titel ‘Laten we durven’. Ik hoor pure poëzie.  Ik hoor haar zeggen dat wij geen engelen zijn, maar ook geen duivels, laten we mensen zijn. Zij roept op slapende honden keihard wakker te maken en dromen te blijven dromen die uitkomen, dat we in zeven sloten gelijk durven lopen en blijven geloven in de liefde, diet alles is, of toch bijna en laten we durven.
Ik raak ontroert en erger me aan Prem die Griet toch niet het laatste woord gunt en er iets overbodigs aan toevoegt om zijn eigen gelijk te halen, maar niet in de gaten heeft hoe schamel zijn woorden afsteken bij die van haar.
Ik doe Op de Beeck onrecht door haar in flarden te citeren. In de link het fragment. Mij past zwijgen.

6 reacties op Griet op de Beeck

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *