Jan Siebelink-80

Mijn bijdrage aan de viering van Jan Siebelinks verjaardag bij boekhandel Dekker&vdVegt, zaterdag 17 februari 2018:
“Links de boulevard, onlangs geasfalteerd, en direct op de hoek koffiehuis Klein Seinpost, herkenbaar aan de groene windschermen.” De eerste regel uit ‘Vera’, het begin van mijn kennismaking met het werk van Jan Siebelink, nu al weer zoveel jaren geleden.
Een kennismaking die voortgezet wordt en voorlopig zijn eindpunt – of is het een rustpunt? –  vindt in de laatste regel van ‘De Buurjongen’: “De publieke belangstelling is groot.”
En dat blijkt dan bijna een profetische constatering te zijn, niet alleen voor deze middag, maar voor alles waar de naam Jan Siebelink aan verbonden is. Jan Siebelink was de afgelopen weken onontkoombaar, radio, tv, krant. En vanmiddag hier.
Tussen Vera en De Buurjongen staan in mijn boekenkast nog een fiks aantal andere titels van hem. Boeken die spelen in Den Haag, rond de IJssel, Parijs, Brussel, Velp, Arnhem. Nauwkeurig beschreven, tot in ieder detail, tot in de kleur van een windscherm. Het decor waarin zijn boeken spelen wordt beschreven als ware het een reisgids. Ik weet nog dat ik een keer op het Haagse station Holland Spoor uitstapte en ik mij zelf opgenomen wist in het decor van “Engelen van het Duister”.  Elke straatnaam klopt. De Fannius Scholtenstraat is de Fannius Scholtenstraat, zoals de Bergweg de Bergweg is. Je kunt niet verdwalen in Siebelinks boeken, alleen een beetje in rondzwerven, om je heen kijken en dan ontmoet je tal van jou inmiddels bekende personages, soms onder een andere naam, maar onmiskenbaar allemaal samen stukjes schrijver. De schrijver die zich opdeelt en terugvindt in de vader Hans, in de broers Casper of Ruben of Lucas. Die zichzelf gestalte geeft in Vera, Clara, Margje, Margaretha. Een schrijver kan niet anders dan vanuit zichzelf schrijven. Hij is als een god in al zijn personages tegenwoordig. En zo geeft hij zich bloot zonder zelf altijd precies te weten welk stuk van hemzelf hij aan de openbaarheid of zijn bewustzijn prijsgeeft. Het is aan ons lezers om dat te ontrafelen. Een schrijver is in al zijn personages maar hij is niet het personage. De schrijver, zelfs Jan Siebelink, is niet de romanfiguur zelf. Lijkt misschien een beetje of heel veel op hem. Een roman is geen biografie en al helemaal geen autobiografie. En die vergissing is zeker bij hem al gauw te maken, zo dicht op zijn huid schrijft hij. En dat is ook steeds weer de uitdaging die hij aan zijn lezer en misschien ook wel aan zich zelf stelt. In ieder geval aan mij. Probeer de schrijver maar eens los te zien van zijn personages. Personages waar de auteur bij voortduring in doorschemert. Is het daarom dat als ik een roman van Siebelink lees ik zijn stem hoor en niet zelden heeft voor mij de hoofdfiguur in mijn fantasie een meer dan opvallende gelijkenis met de schrijver. Maar dat mag je mij kwalijk nemen.
Twee keer mocht ik hier in deze voortreffelijke boekwinkel in gesprek gaan met Jan Siebelink. Dat was ter introductie van Knielen op een bed violen en later Het lichaam van Clara. Dat waren mooie gesprekken over bezieling, geraakt worden en de verhouding schrijver-personage. Als er een schrijver is over wie je via zijn personages meer te weten denkt te komen dan is dat bij Jan Siebelink. Dat dènk je, maar ondertussen kom je als lezer, zoals in alle goede romans , meer te weten over jezelf. De laatste keer was dat via “De buurjongen”. De buurjongen, die een broer wordt, liefdevol opgenomen in het gezin Sievez. De buurjongen maakt mij nieuwsgierig naar wie er nog meer in zijn straat wonen. Ik hoop spoedig met hen kennis te maken aan de schrijvershand van Jan Siebelink. Jan, laat mij weer met jou dwalen door Velp, door Arnhem, door maakt niet uit. Ik zal je volgen.
En o ja, nog van harte gefeliciteerd met je verjaardag.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.