Juich

De titel van dit stukje behoeft, voor ik met het eigenlijke stukje begin, enige toelichting. Het namelijk niet een vervoeging van het werkwoord juichen. Nee, het is een door mij onlangs uitgevonden zelfstandig naamwoord. Het stukje had dus ook kunnen heten ‘Een juich’ of ‘De Juich’, maar omdat de titels van mijn stukjes doorgaans maar een woord groot zijn heet het dus ‘Juich’. Het feitelijke stukje begint nu.
Mijn lichamelijke constitutie was gisteren nog niet van dien aard dat ik mij fit genoeg voelde om stadionwaarts te gaan en mijn geliefde voetbalclub de titanenstrijd met de aartsrivaal uit Arnhem te zien aangaan. Het is niet goed om met een hoofd vol bacillen en virussen je zelf bloot te stellen aan min of meer barre weersomstandigheden, 12.000 andere hoesters en proesters en een traag op gang komend genezingsproces te bruuskeren. Een paar dagen eerder had ik mijn kaartje al beloofd aan een vriend en omdat Zoonlief op het moment van de wedstrijd ergens tussen Innsbruck  en Eindhoven vloog kon de vriend ook nog diens zoon laten profiteren van diens kaartje. En zo gingen een andere vader en zoon in onze plaats naar het stadion.
In soortgelijke gevallen had ik mij al vaker toegang verschaft tot de wedstrijd via ‘Eredivisie live’. Voor een luttel bedrag kun je de wedstrijd via Internet volgen. En zo installeerde ik mij in een warme kamer met een kop koffie onder handbereik voor mijn beeldscherm. Ik zal u het verslag van de wedstrijd besparen, hoe aantrekkelijk die op zich ook was. En ik hoef nauwelijks te verklaren dat de beleving in een vol stadion anders is dan in je eentje in je werkkamer.¬† Natuurlijk welde de vreugde in mij op toen wij scoorden. Maar anders dan in het stadion, waar ik in soortgelijke gevallen vanuit mijn smalle stoeltje omhoog wip, de handen ten hemel spreidt en een langgerekt “Yeeeessss!!!” laat horen, beperkte ik mij nu tot een eenzaam en niet eens erg hard geroepen: “Ja!” Dat mag je nauwelijks juichen noemen. Hoeveel reden daar ook voor was. Juichen doe je met z’n allen. Het fijne van juichen is ook de gezamenlijkheid. Voor mijn “Ja!” is het woord juichkreet al te veel eer. Vandaar dat ik voor dat soort uitingen nu de juich heb uitgevonden. Meer dan voldoende als je alleen voor het scherm zit en toch iets te vieren hebt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *