Klam

Ik ben dol op slapen. Als er slaapclubs zouden bestaan, zou ik daar onmiddellijk lid van worden. Niets is lekkerder dan je uit te strekken, bij voorkeur op mijn eigen voortreffelijke bed, de vermoeidheid langzaam uit je weg te voelen zaken en de ogen te sluiten en dan inslapen. In mijn geval is dat een kwestie van hooguit enkele minuten. Slapen vind ik zo aantrekkelijk omdat mijn slaap bijna dagelijks, of beter nachtelijks, wordt gelardeerd door de meest aangename dromen. Goed, er kan van tijd tot tijd een nachtmerrie-achtig iets tussen zitten, maar dat is te weinig om ook maar enige ophef over te maken. Ook overdag wil ik wel eens een uiltje knappen. Als katalysator gebruik ik daarbij op dinsdagmiddag geregeld de tv-uitzending van het vragenuurtje in de Tweede Kamer. Nog voor een minister aan zijn antwoord op weer een onnozele vraag is begonnen, ben ik al vertrokken. Naar dromenland.
Vannacht merkte ik echter dat we weer in het seizoen van de warme nachten zijn gekomen. Het koelt niet meer echt af en dan heb ik het wat moeilijker. Ik slaap nog wel, ja zeker, maar toch wat onrustiger. Het dekbed is eigenlijk te warm, zonder bedekking slapen te fris en het is er nog niet van gekomen een lichter laken uit de kast te pakken. Lig ik eenmaal in bed dan is het ook te veel moeite weer even op te staan om dat laken alsnogĀ  te pakken en Gade wil ik er niet voor wakker maken. Zelf weet ik dat ik toch op de verkeerde plank zoek en zoveel geraas maak, dat zij wakker zou worden en ik weet ook hoe ze haar nachtrust nodig heeft. Dus blijf ik er mij dan maar halfbewust van dat mijn slaap caramboleert tussen net te warm, net te fris. Komt ook nog bij dat onze slaapkamer een plat dak heeft en dat is ook niet bevorderlijk voor de afkoeling van het slaapvertrek. Het worden weer klamme nachten. Maar ik merk er niet veel van. Ik slaap.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.