Klankkleur

Ik bezit de vreemde eigenschap dat als ik iets op  beeld zie ik de bijbehorende reuk werkelijk ruik. Is erop het journaal een reportage over een verschrikkelijke bosbrand dan ruik ik het smeulende hout. Wordt er op tv in een kookprogramma een brood gebakken dan zie ik dat niet alleen maar snuif dan ook werkelijk de geur van vers brood. Ik noem dat een soort van helderruikendheid en geeft aan het bestaan een extra dimensie, maakt een beeld compleet.
Ik heb er wel eens wat over gelezen, deze complementaire werking van de zintuigen. Er zijn mensen die kleuren zien bij getallen, de dagen van de week, het horen van muziek. Bij dat laatste krijgen klanken echt kleuren. Dat is meer nog dan de klankkleur, het karakteristieke van een klank, er komt een dimensie bij uit een ander zintuiglijk gebied.
Ik was bij een uitvoering van het Nederlands Kamerkoor samen met het ASKO/Schönberg-ensemble onder leiding van Reinbert de Leeuw. Ik luisterde naar ‘Via Crucis’ van Franz Liszt en ‘Jetzt immer Schnee’ van de Russische componiste Sofia Goebaidoelina. En bij beide zo verschillende stukken is het veel meer dan luisteen. Het is een beleving waar tekst, zang, muziek, klank kleur krijgen. Meer nog, door de opstelling van de zangers in het laatste stuk is het of de concertzaal zelf meezingt, of het gebouw een van de uitvoerenden is en nu na meer dan honderd jaar zijn eigen stem laat horen. Ik hoef mijn ogen niet eens dicht te doen om als in een vloeistofdia uit de hippie- en flower powerjaren kleuren in een traag ritme over elkaar heen te zien lopen.
Hoe anders en toch ook het zelfde in Listz’s Kruisweg. Ik volg de eenzame tocht van Jezus naar Golgotha. Elk van de veertien staties verbeeld in klank en tekst.  Zijn lijden en wanhoop vastgelegd in klank die kleur krijgt.
Een adembenemend mooie avond.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.