Markt

Het is een dorp van niks. Zoals er heel veel Franse dorpen van niks zijn. Een kerk, een kar, een paard een boucherie J. Dubois. Het is zo’n dorp dat ooit een stadje was. Nu eigenlijk ook nog wel, want er is een mairie die elke werkdag van half twee tot half vijf open is en er zijn wel twee bakkers, vijf cafés en zelfs een Petit Casino, een supermarktje ook van niks, waar wel van alles te krijgen is. Nichtlief kent inmiddels het halve dorp en wordt gezoend door de juffrouw van het postkantoor als ze daar een cheque moet inwisselen. Een dorp, een openluchtmuseum gelijk waar je door de week een kanon kunt afschieten en dan eigenlijk nog niemand zou wakker maken. Maar niet op zondag. Dan is iedereen in het dorp. Is het vinden van een parkeerplaats net zo lastig als in Nijmegen en zijn de straten (die zijn er maar weinig) en straatjes (die zijn er heel veel) afgeladen met marktkraampjes, toeristen en zijn ook alle bewoners op straat. Gade zegt geen markt te kennen waar zo veel echt lekkers te koop is. Groenten en fruit en kaas en kazen, Italiaans gebak en kippen aan het spit. Die zijn zo populair dat er voor die kraam een fikse rij wachtenden staat. Op zondagavond wordt er veel kip gegeten hier in de buurt. Er zijn kraampjes met zeep in net zoveel geuren als er wilde bloemen groeien , er zijn tassen en hoeden en schoenen en kleren te koop. Elke kraamhouder spreekt als het nodig is een koeterwaals Engels, ja zelfs Nederlands. De kaasjuffrouw is Belgisch en wij rekenen onze Tomme de Jura en Morbier in onze moerstaal af.
De cafés zitten afgestampt vol. Iedereen met een tas met boodschappen bij zich. De straatmuzikant  op de hoek is een oude Engelsman die hier, gezien zijn repertoire,al veertig jaar lijkt te staan.
Het is zondag in Issigeac. Maandag is het weer een dorp van niks met de charme van een ansichtkaart.

Een reactie op Markt

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *