Nimwegenäör

Ik ben geboren op 22 december 1945. Het was een zaterdag en niks geen zonnegloren of ziedende zee. Het was een donkere en koude dag zonder zon. De lucht was bewolkt en er woei een matige wind. Mijn geboortehuis staat op de hoek van de Weurtseweg en de Bronsgeeststraat, een bovenhuis waar bij gebrek aan een elektriciteitsaansluiting gas- en petrolielampen voor licht zorgden. Als ik heel stil van binnen ben hoor ik nog het suizen van het gaskousje in de lamp als mijn vader die bij het vallen van de avond aanstak. Als klein menneke  werd ik nog met het licht van een petrolielamp naar bed gebracht. Dansende schaduwen begeleidden mij op de gang naar mijn slaapkamer.
Ik kom dus uit het Waterkwartier, toen een arbeiderswijk, gevleid tegen de rivier. Mijn moeder vergoelijkte dat altijd met de toevoeging “Ja, het Waterkwartier, maar wel aan het randje.” Die relativering heb ik nooit nodig gevonden. Die geboorteplaats maakte mij een Nimwegenäör, iets wat in de loop van de jaren zich steeds meer ontwikkelde. Ik ben een Nimwegenäör, geen Nijmegenaar. Nimwegenäör of Nijmegenaar, daar is wel degelijk verschil tussen. Als je hier woont, maakt niet uit of dat op de Kwakkenberg, in het Willemskwarier of Lindenholt is dan ben je een Nijmegenaar of een Nijmeegse, maar ben je hier geboren dan alleen mag je je Nimwegenäör noemen. En da mag oek je laote heure! Wat is dat dan wel, een Nimwegenäör? Iedereen kan een Nijmegenaar zijn, zelfs als die oorspronkelijk uit, om maar wat te noemen Arnhem komt. Iedereen is hier welkom, we hebben de stadswallen destijds toch niet voor niets gesloopt. Maar wat is een Nimwegenäör, wat kenmerkt hem of haar? Stroomt er door een Nimwegenäör zwart-rood bloed? Misschien is het wel zo dat hij echt dubbelbloedig is. Nijmegen was, lang voor het zo heette, toch niet voor niets het punt waar de stoere onafhankelijke Bataaf de joyeuze Romein trof. De soldaat van het 10de legioen die vond dat hij hier al bijna een brug te ver was en dus niet verder noordwaarts trok. En zo kan met een beetje goede wil iets van die stoere Bataaf èn van de explorerende Romein nog steeds in de echte Nimwegenäör terug gevonden worden. Net zoals er eeuwen later ook een vermenging van de plaatselijke bevolking en de geallieerde bevrijders plaats vond. Nijmegen old city, young vibes, zo’n slogan moet toch ergens vandaan komen.
Is dat dan iets typische Nimweegs, dat dubbeldenken. Nijmegen, hoofdstad van het binnenste buitenland? Nijmegen, waarvan ik ooit hoorde dat het een zuidelijke stad was, omdat er carnaval gevierd werd. Nijmegen waarvan met evenveel gemak gezegd wordt  dat het  een noordelijke stad is omdat ze het niet kunnen. Nijmegen waarvan kenners vertellen dat hier een begrafenis altijd nog leuker is dan een bruiloft in Arnhem. Maar dat is folklore die in de stad aan de Rijn vast omgekeerd verteld wordt.
En ik, wat ben ik, ben ik een Nimwegenäör? Ik hoop het van harte. Ik ben trots op deze stad. Soms, nee vaker, voel ik mij een chauvinist en hou ik van deze stad. Vergeef zijn onhebbelijkheden omdat haar schoonheid het altijd weer wint van het genuil er over. Mijn vader is geboren in de Lentse Vossenpels gemeente Elst, een paar jaar geleden ingelijfd bij de stad, zodat ik met terugwerkende kracht zelfs tweede generatie Nimwegenäör werd, verknocht aan deze stad.
Maar ach, misschien is het wel zo dat ik eigenlijk gewoon te laf was om Nijmegen ooit voorgoed te verlaten. Ik eindigde jaren terug niet voor niets mijn Soonet feur de stad met:
Mäör ik, ik hou fan jou,
Da wil ik jou toch segge.
Ik blief je feurlopig trouw.
Tot se me op Jonkerbosch neerlegge.
Nou wít ik bij mien eige
Ik blief bij jou mien lefe
Gao nooit meer aon de haol
Ik sal däör nooit mee dreige
Sellufs nie heel efe.
Ik blief hier aon de Waol.

Eén reactie op Nimwegenäör

  1. jan-herman schreef:

    heerlijk gin NimwegeNEUR!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *