Op tijd

Ik houd er niet van ergens maar net op tijd te komen. En nu ik dit zinnetje geschreven heb, weet ik dat dit niet helemaal waar is. Bij een vergadering wil ik nog wel eens wat te laat komen, maar zeker als er een trein of bus gehaald moet worden of een voorstelling of concert bezocht gaat worden, ben ik graag ruim op tijd. Te ruim op tijd, vindt Gade vaak die een oprecht voorstandster is van ergens precies op tijd te zijn. Nu is haar mobiliteit ook beduidend groter dan de mijne, dus is zij beduidend sneller van A naar B dan ik. Vaak resulteert dat dan ook in haar boodschap: “Ga maar vast, ik haal je wel in.” Ik heb nog niet meegemaakt dat dat niet gebeurd is.
Gisteren stond in mijn agenda de onthulling van het zoveelste literaire baken. Ik ben lid van de werkgroep die her en der in de stad min of meer literaire teksten ophangt die daardoor de plek en de tekst extra allure geven. Een paar straten verder in een net ontworpen parkje zal een gedicht van Jaap v.d. Born onthuld worden dat refereert aan het zwembad dat daar ooit was en de ooit beroemde zangeres die daar onder zijn begerig oog haar baantjes trok. De werkgroep ontvangt de dichter en de zangeres in een nabije horeca-gelegenheid. Maar dat laat ik vanwege de hitte en mijn lichamelijke constitutie, een mens moet naar zijn lichaam luisteren en niet naar een zangeres, aan mij voorbij gaan. Ik voeg mij bij het gezelschap als de onthulling werkelijk plaats vindt. Gade en ik stiefelen in mijn tempo naar het parkje dat  in een pastorale rust onder de felle zon ligt te wachten op wat er gaat gebeuren. Niets dus, er is buiten twee spelende kinderen geen mens te bekennen. Langzaam begint het mij te dagen. Misschien is de opening niet zoals in mijn agenda op zaterdag, maar op zondag. Dat bevestigt de uitnodiging die ik thuis inzie. Ik was een dag te vroeg. Nog nooit zo op tijd geweest. Vanmiddag tweede poging.Ben benieuwd of ik dan op tijd zal zijn.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *