Oud

Vrijdag was het zo’n zonnig etmaal, ingeklemd tussen echte herfstdagen. Op de golfbaan bleek het te druk, dus voor de broodnodige beweging de fiets gepakt. Langs het Meertje door de Ooijpolder naar Oortjeshekken, die magnifieke uitspanning aan de Bisonbaai gepeddeld voor een lichte lunch. Peddelen, een vroegerwoord voor fietsen, maar zo passend bij de ambiance. Groene polder, blauwe lucht met witte condensstrepen en gakkend ganzengeluid. Bij het ophalen van bestelling wordt ik verwelkomd met: “Kijk, en dat is nou de vader.” De bedrijfsleider van het café is een vroegere huisgenoot van mijn zoon. Hij blijkt het 5 minuten eerder met een van zijn medewerksters gehad te hebben over het jubileumoptreden dat de band waarin zoonlief speelt die avond zal geven. De wereld is klein. Nee, de jonge vrouw die mijn cappuccino maakt zal niet naar het concert gaan. Geen oppas voor haar twee kinderen. Ik onderdruk een verbazing. Ik heb dat wel vaker, dan denk ik dat er een 17-jarige werkstudente voor me staan en blijkt het een jonge moeder te zijn van al tegen de 30 of vooruit misschien net 25. Alles onder de 35 is een kind nog aan het worden in mijn ogen.
Ik zal het concert niet bijwonen. Te laat voor een oude man, ze beginnen pas tegen middernacht te spelen. Zoon begrijpt dat als ik later op de middag met hem nog wat drink op een Nijmeegs terras. De dag blijft, ondanks een voorbijtrekkende wolk, stralend. Hij is bezig met de laatste voorbereidingen voor zijn concert.  Vijf jaar bestaat de band en reist het hele land door. Dit weekend, treden ze ook nog op in Groningen. Daar moeten ze om half 2 ’s nachts beginnen. Foutje van degene die hun boekingen maakt. Natuurlijk een onmogelijke tijd. Met reistijd en opbouw een nacht als een dag. En dat prompt na hun jubileumconcert. Hij verzucht dat ze ook geen 20 meer zijn. Hij is 36, geen kind meer. Ik heb er een leeftijdsgenoot bij.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.