Paradijs

In ons vakantieverblijf hebben wij nog al wat aanloop. We zitten dan ook niet aan het andere eind van de wereld. Het is een goddelijk plekje, een mini-landgoed waar het goed toeven is deze dagen in de lommer van de vele bomen. Normaal zou zoiets schaduw heten, maar hier kun je het niet anders dan lommer noemen. Zelfs de taal lijkt zich aan de omgeving aan te passen. Heel af en toe waait er een zoeltje die onder het bladerdek de warmte dragelijk maakt. In dat decor scharrelt de haan met zijn kippen. Als die  vindt dat het daar tijd voor is, kraait hij zich lang makend nadrukkelijk, de kippen stemmen zacht tokkend in. In de verte bast een hond. Het is niet voor niets dat veel gasten deze plek als paradijselijk omschrijven. Is het het licht, is het de kleur, is het de warmte? Of het samenspel van alle drie?
Een paar dagen geleden is S op bezoek. Zondagochtend. Normaal zit ik op die tijd meestal in de kerk. Is het daarom dat ons gesprek over wat er ooit straks zal zijn uitmondt in haar vraag of ik geloof in hemel, vagevuur en hel. Nee, ik geloof niet in hel of vagevuur, maar misschien is er wel een hemel. Hoe ik me die dan voorstel? Ik heb daar gen flauw idee van en elke voorstelling die ik mij daarvan kan maken wordt onmiddellijk ingehaald door een ander beeld. Beelden die schuiven van een kinderlijke fantasie met eten van gouden bordjes en met engelenvleugels op een wolk langs het firmament suizen tot, ja, tot wat? Tot zijn en niets meer. Ik heb er geen idee van, net zo min als van god, al geloof ik wel dat die  of dat er is. Waar dan ook. In ieder geval hier, want het kan toch geen toeval zijn dat iedereen het heeft over een goddelijk plekje, een paradijsje.

Eén reactie op Paradijs

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *