Perspectief

Dit is een dag door dood omzoomd. Nee, verwacht nu geen somber stukje. Iedereen die mij maar een beetje kent, -en dat zijn er minder dan gedacht, want wat is kennen?-, weet dat er geen uur voorbij kan gaan of ik denk niet even aan de dood, aan het straks niet meer zijn. J.C. Bloem dichtte toch niet voor niets: “En elk zijn is tot niet-zijn geschapen.” We leven allemaal in de schaduw van de dood. Vandaag is het de sterfdag van mijn oudste broer, nu al weer 37 jaar geleden. Te jong gestorven? Vandaag zou Cees van der Pluijm 62 zijn geworden als hij niet in december 2014 gestorven was. Te jong?
Ik keek gisteren met Gade naar het programma van Coen Verbraak ‘Kijken in de ziel’, waar hij sprak met mensen wie de dood was aangezegd. Die terminaal waren, die wisten dat het einde niet straks en ooit was, maar bijna en nu. Twee van zijn gesprekspartners waren op het moment van uitzending al overleden. Een van zijn gasten was een jonge studente, begin twintig. Zij had iedereen die straks bij haar uitvaart zou spreken verboden te zeggen dat zij te jong gestorven was en vertelde ook dat een vriendin van haar in een gedicht geschreven had dat voor haar de klok van de wand was gehaald. Tijd deed er niet meer toe, maar daarvoor in de plaats stond er op de muur  ‘leven’. Leven dat je altijd doet in de schaduw van de dood, maar ook  in de glans van het bestaan.
Mij is bij benadering nog geen tijd aangezegd. Mijn cardioloog zegt dat mijn hart fragiel is. Dat is een mooi woord voor broos, een eufemisme voor zwak. Maar daarmee kun je wel 70 worden en perspectief houden op een zich nog steeds verschuivende horizon met daarachter een niet-zijn, een ‘not to be’. Of is er toch een ‘to be’? En hebben Cees en mijn broer daar weet van? Houdt het weten op, blijft er geloven over? We zien wel. Het is prachtig weer. Ik ga boodschappen doen. Er moet tenslotte ook gegeten worden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *