Poets

Ik hou niet van poetsen. Niet dat ik er geen tijd voor zou hebben, tijd zat, maar ik hou er gewoon niet van. Stof afnemen, ramen zemen, stofzuigen (alleen het geluid al), niets voor mij. Terwijl ik dit schrijf hoor ik een paar kamers verder de stofzuiger huilen. Één maandagochtend om de 14 dagen is onze trouwe en geliefde poets in de weer. Dan wordt er geboend, gedweild, geveegd en gestofzuigd. Het geluid van een stofzuiger maakt altijd iets bozigs in mij wakker. Ik heb dan zin ergens tegen aan te schoppen of hard te gaan schreeuwen (of dat zo’n prettig geluid is). Mijn echtgenote houdt ook niet van poetsen, al geeft zij er zich bij vlagen wel aan over. Zal wel een hormonale kwestie zijn. Ik geef me nooit over aan poetsen. Mijn enige werkje is het in- en/of uitruimen van de vaatwasser. En het oud papier eens in de maand buiten zetten.
Na de maandagse poetsbeurt kan ik wel weer genieten van een opgeruimd huis, dat wel. Keuken en kamers stralen je tegemoet en je ziet dat er met liefde schoongemaakt is. Want het is vreemd, maar mijn poets houdt wel van poetsen. Niet bij haar thuis verzekert ze mij, maar wel bij anderen. Hier beleeft ze het misschien wel als een meditatief moment en klinkt het huilen van de stofzuiger voor haar als een mantra die rust en beschouwing brengt. Bij mij is het tegendeel het geval. De stofzuiger is mij nu tot op enkele meters genaderd. De overloop krijgt zijn beurt. Ik voel de bozigheid allengs langzaam opkomen. Er is maar een manier waarop ik die kan bezweren. Het geluid uitschakelen. Dat doe ik door te vragen of we samen even een kopje koffie drinken. En dat ga ik nu doen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.