Prikkeldraad

Gistermiddag zag ik hem stijfjes van het podium afstappen. Een kersverse bolletjestrui aan. Een vage glimlach, waarin het trekken van de 33 hechtingen zichtbaar was. Een nieuwe volksheld is geboren. Johnny Hoogerland. Uit Yerseke. De Nederlandse televisie zond het niet meer uit. Ik zag het op de Belg en voelde het in mijn eigen kuiten toen ik hem na de huldiging licht trekkebenend van de kleine verhoging zag stappen.  Dat heb ik toch al gauw. Iemand hoeft maar iets te vertellen over een gebroken ledemaat of ander venijnig kwetsuur en ik voel de pijn in mijn eigen lijf bijna integraal mee. Als een soort medium of gestigmatiseerde heilige. Ik moet er niet aan denken om zelf van de fiets gereden te worden. Tijdens mijn fietstocht van eergisteren heb ik de afzettingen van Nederlandse weides ook eens bekeken. Drie of vier rijen prikkeldraad boven elkaar. De pinnen steken venijnig uit en zijn vaak zo verroest dat het ontsmetten van een wondje alleen al een pijnlijke zaak wordt. Laat staan 33 hechtingen. Ik kreeg beelden van een doornenkroon die diep op een gepijnigd hoofd wordt gedrukt. Bewondering heb ik voor Hoogerland. Natuurlijk kun je ook zeggen dat het een zot beroep is waar je met zo veel pijn en ongemak toch doorfietst. Er zijn mensen die zich voor minder ziek melden. Maar het hoort natuurlijk ook wel bij de heroïek van de eenzame strijder die zwoegend achter het peloton net op tijd binnenkomt. Maar meer nog dan voor zijn lichamelijke prestatie heb ik bewondering voor zijn rust en kalmte. Niks geen getier en gevloek. Alleen de milde constatering: “Hij zal het wel niet expres hebben gedaan.” Mooi bijna vergeten woord ook: expres. Het legt al bijna de schuld bij Hoogerland zelf. Je wordt met een vaartje van 60 kilometer van de weg geveegd en opgerold in het prikkeldraad en merkt alleen maar op dat het wel niet expres zal zijn gedaan. Zo iemand verdient toch veel beter dan om met zijn blote kont in de krant te staan. Zo iemand geeft je een ere-geel-groen-witte bolletjestrui.

Eén reactie op Prikkeldraad

  1. Peter Vissers schreef:

    Wielrennen heeft wel iets van een western. Pas door het ondergaan van veel pijn wordt de hoofdpersoon een held. In de western heeft de held na het lijden van allerlei vormen van ongemak recht op wraak op de veroorzakers van zijn ellende. Wij (ik) zijn (ben) het daar als kijker graag en volledig mee eens. Met de stelling dat de chauffeur hem wel niet expres van de weg af gereden zal hebben, ontstijgt Hoogerland het genre. En ontneemt hij ons (mij) de mogelijkheid tot identificatie. Hoogerland is een goed en verstandig mens. Gino Bartali – vorig najaar zag ik zijn fiets en andere parafernalia in Rome – fietste rond met een medaillon van Theresia van Lisieux, was lid van de Derde Orde en de Katholieke Actie. Hij moest snikken van vreugde na een gesprek met de paus. Johnny’s herstel werd de afgelopen dagen blijkbaar in het bijzonder bevorderd door een sms van de gereformeerde burgemeester van Reimerswaal. Let wel: de laatste had de sms op de Dag des Heeren verzonden. Bartali werd De Monnik genoemd. Hoe gaan we Johnny noemen?

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *