Ranja

Mijn schilders, deze week krijgt mijn huis een verfbeurt, zijn robuuste mannen. Ze zien er imponerend uit in een strak wit T-shirt en een broek die duidelijk verraadt wat hun vak is. Een vak dat ze verstaan. Het huis ruikt naar ammonia, waarmee ze het houtwerk hebben afgenomen, dan wordt er geschuurd, geplamuurd,  gegrond en over een paar dagen gelakt. Het zal er weer piekfijn uitzien. De mannen pauzeren af en toe. Een kop koffie met een glaasje water is hen genoeg. Nee, liever geen senseo, daar zijn ze op uitgekeken. Ik zet koffie in een 2-persoons cafetière voor hen. Ik zelf pak gewoon mijn senseootje. Ik ben geen schilder. Aan het eind van de dag drinken ze nog een glas water. En dan roept de vraag van een van hen een oud woord in mij wakker. Of ik er ook een beetje ranja in heb? Ranja. Wanneer heb ik dat woord voor het laatst gehoord, laat staan gebruikt. Het is weer zo’n woord dat in een ruk heel wat stoffige gordijnen die nu van vroeger scheiden, wegtrekt. Ranja. Soms mengde je het met te veel water en smaakte het nergens naar, soms goot je een te grote slok in het glas water en was het keelprikkelend zoet. Ranja, thuis had ik het als kind maar heel af en toe. Ik associeer het met verjaardagen van mijn vriendje Wim. Ranja met spritskoeken.  Op hoogtijdagen was er bij ons thuis Exota. In een beugelfles. De donkerbruine Exota prees mijn moeder aan als ware het echte Coca-Cola. Ik wist dat het niet zo was, maar liet de verbeelding aan het werk. Mmm, Coca-Cola.
Ik weet niet of er nog echte ranja bestond toen mijn kinderen klein waren. Roosvicee was er wel. En nog gezond ook.
En nu vraagt mijn forse schilder om een beetje ranja in zijn glas water. Waar haal ik nu opeens ranja vandaan? Er staat nog appeldiksap in de koelkast en leng daarmee zijn glas water aan. Het kan hem maar matig bekoren. Kan ook niet anders als je om ranja hebt gevraagd.

3 reacties op Ranja

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *