Regel

In mijn krant, sinds kort heb ik een nieuw lijfblad, staat een artikel met als kop “Wie schrijft die nieuwe dichtregel die beklijft?” Er is weer een Nacht van de Poëzie en een beetje krant besteedt daar dan aandacht aan. Deze krant doet dat via dit artikel. De schrijver, Joost van Velzen, gaat op zoek naar een regel die de regel van Marsman “Denkend aan Holland/ zie ik brede rivieren/ traag door oneindig/ laagland gaan” in de schaduw zal gaan stellen. Hij gelooft niet dat de regel “Dansen op de bodem van de nacht” van Menno Wigman en tevens het motto van de poëzienacht enige kans zal maken. Remco Campert opteert voor een regel van Lucebert: “schoonheid schoonheid haar gezicht verbrand”. Alex de Roode, een andere dichter beveelt een naar zijn zeggen regel van Gerard Reve aan: “Voor wie ik liefheb, wil ik heten.” Ik weet toch zeker dat dat een regel van Neeltje Maria Min is. Bertus Aafjes schreef niet voor niets:“dichters liegen de waarheid.” Op zich vind ik dat ook een kanshebber.
Ik heb twee favoriete regels en eigenlijk veel meer . Want het hangt van de gelegenheid af welke regel mij te binnen schiet. Maar een regel die allang bij mij beklijft is van Jan Hanlo: “zoals wat schoon is rustig schuilt” uit zijn gedicht  “Zo meen ik dat ook jij bent”. En een goede twee, maar soms ook weer eerste”, afhankelijk van de situatie,  is Bloems regel uit “De Dapperstraat”: “Alles is veel voor wie niet veel verwacht.” 
Vanochtend aan de ontbijttafel besprak ik dit met Gade. Zij kwam met het begin van het gedicht “Ik ben lekker stout” van Annie M.G. Schmidt:“Ik wil niet meer, ik wil niet meer!
Ik wil geen handjes geven!”
Ik weet niet of de lezers van dit blog een favoriete regel hebben. Ben er best benieuwd naar. Mocht dat zo zijn, laat dat weten in een reactie op dit blog. Ik zie een verzamelinkje favoriete regels gloren.

Een reactie op Regel

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *