Requiem

Zoonlief was jarig geweest. Zoonlief houdt van requiems. Ik vind dat in het geheel geen morbide keuze. De dood hoort bij het leven, als geen ander ben ik daarvan overtuigd. Zijn liefde voor een goed uitgevoerd requiem kon dus best nog eens genetisch bepaald zijn. Gade en ik boden hem voor zijn verjaardag een requiem aan. Gisteren was het zo ver. Eerst een plezierige maaltijd in het aanpalende restaurant en dan naar Verdi’s Messa da Requiem. Een volle en zoals altijd in De Vereeniging te warme zaal.
Verdi schreef een huiveringwekkend stuk muziek. Imposant. Er hoeft maar weinig meer te gebeuren of de tranen lopen echt over mijn wangen. En ik kan in de muziek, hoe triomfalistisch die op het eerste gehoor ook is, niets van zekerheid over wat er straks zal zijn horen. De muziek is vragend. Ik hoor hoe ze tegen de grote poort naar de eeuwigheid aanbeukt. Open je, open je op deze dag van toorn, op deze dag van vrees: Dies irae, dies illa. En dan als de poort zich langzaam opent zal er niets dan leegte zijn. Het hele requiem ervaar ik als een vraag of ik gelijk heb. Het vier solisten  smeken: Libera animas omnium fidelium. Bevrijd de zielen van alle gelovigen. En verderop in het Lux aeterna vragen zij nog eens om het eeuwige licht en klinkt er als een ver antwoord een twinkelend fluitje. Zou er dan toch verlichting zijn? En aan het slot roept het koor: Libera me. Bevrijd mij van de eeuwige dood. Maar als ik van de eeuwige dood bevrijd word, wat dan? Grazige weiden, gouden bordjes? Ik weet het niet. Vooralsnog ga ik er vanuit dat er niets zal zijn, niet eens leegte, maar gewoon niets. Maar ik weet het niet. Ik ben een agnost.
Thuis lees ik in het programmaboekje¬† dat “Verdi’s Requiem wellicht een van de meest imposante toonzettingen van de tekst van de dodenmis is. En dat voor de agnost die Verdi was!” Dat was het dus wat ik hoorde.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *