Rijtje

Albert Heijn. Ik heb maar een paar boodschappen. Voor mij een mevrouw met een hele band vol. Zij heeft zojuist een mevrouw voorgelaten die maar twee vergeten boodschapjes had. Aardige doorlaatmevrouw dus. Als de mevrouw van de twee boodschapjes afrekent, begint die een praatje met de kassière, die zij blijkbaar goed kent. Babbel, babbel, klets, klets. Zo’n gesprekje dus. De mevrouw die doorgelaten heeft, hipt van haar ene been op het andere en kijkt mij, de wenkbrauwen opgetrokken, schouderophalend aan. Je ziet de spanning toenemen. En dan komt het er uit en richt zij zich tot de doorgelaten mevrouw: “Ik heb u doorgelaten, omdat u zei haast te hebben en nu gaat u hier een praatje staan te maken. Dat is niet de bedoeling. Ik moet ook verder.” De doorgelaten mevrouw grabbelt haastig haar twee boodschapjes van de band in haar tas, mompelt tegen de kassière: “Ik spreek je nog wel” en verlaat licht geïrriteerd het toneel. De doorlaatmevrouw moet afrekenen en stopt haar betaalpas in het pinapparaat. En dan toetst zij haar pincode in. Ze krijgt een foutmelding, haalt de pas eruit, stopt hem er opnieuw in en weer een foute pincode. Ze kijkt mij weer wanhopig aan, net alsof ik haar de juiste pincode zou kunnen instralen. “Ja, ik ben zo van mijn stuk door wat ik net gedaan heb, ik vind het zo gênant wat ik dan doe en wat ik zeg en wind me dan zo op dat ik me mijn pincode niet meer herinner.” Ik kijk haar geruststellend aan. Ik heb lang geleden besloten me niet meer aan wachten in rijtjes te ergeren. Je schiet er niets mee op, de rij wordt niet korter, noch gaat het wachten sneller voorbij. Kort tevoren bij de bakker stond ook de hele winkel vol. Je hoort binnenkomers dan moedeloos zuchten. Ik vermaak me door de mensen te observeren. Tijd genoeg voor in de rij. Doorlaatmevrouw probeert haar pincode voor de 3e keer. Bingo. Zij slaakt een grote zucht. “Goed zo,” zeg ik. “Ja,”glimlacht ze terug, “wat een onzin, hè.”

Eén reactie op Rijtje

  1. Frank Geene schreef:

    Jan, het kan nog erger. Ik was boodschappen op de band aan het laden toen een oud vrouwtje zielig kijken een blik soep op de achterste rand van de band zetten (of beter: net achter de band). “Ah, gaat u maar even voor hoor,” zei ik mild en sympathiek.”Ja, meent u dat?” Ja natuurlijk.

    Dus drong ze langs mij door naar de cassiere, in haar rechterhand het blik soep en met haar linker hand zo’n bejaardenkarretje achter d’r aanslepend, om de rits daarvan open te maken en een enorme hoeveelheid boodschappen tevoorschijn te halen. Wel heb je ooit…

    Ze toonde wel aan wat ouderwetse beschaving is. En dan bedoel ik niet haar herhaalde schijnheilige, onderdanig lijkende bedankjes, maar mijn kalmte en flegmatiek, terwijl ik haar diep in mijn hart het liefste de winkel (AH Daalseweg) uit had willen schoppen. Daardoor werd na enkele seconden razernij mijn irritatie over zoveel schijnheilige gluiperigheid ruim gecompenseerd door het gevoel toch van een ouderwets degelijke beschaving deel uit te maken.

    Helaas is het mij niet gelukt haar minzaam uit te zwaaien.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *