Roest

We konden niet meer precies nagaan hoe lang het was geleden dat we elkaar gezien hadden. De laatste keer  moet een paar jaar geleden zijn. Intussen had ze al een keer haar haar laten groeien en dat ook weer afgeknipt in het model dat ik van haar kende. Voor het eerst ontmoetten we elkaar in 1973, misschien zelfs nog wel een jaar eerder. We werden vrienden, heel goeie vrienden, intieme vrienden, zoals dat in de jaren 70 van de vorige eeuw wel meer mensen overkwam. Mooie tijden. Maar we groeiden uit elkaar, gingen onze eigen weg en leefden een eigen leven, met onze partner, onze kinderen en met zo’n 100 kilometer afstand. Misschien een kerstkaart af en toe en bij tijd en wijle de koestering van een zoete herinnering. We verloren elkaar uit het oog, niet uit het hart.
Om de een af andere reden, het hart heeft er die het hoofd niet kent, nam ik weer contact met haar op. Ze was te druk met ander zaken. Zaken van levensbelang. Weer wat later werd het contact hernieuwd. Bezoeken over en weer, hooguit twee drie keer per jaar. Vast stramien, een museum bezoeken, daar of hier, een hapje eten en dan weer naar huis. Wetend dat dat wat geweest was, geweest was, maar ook niet echt voorbij. En toen kwam de klad er weer wat in. Drie keer per jaar werd twee keer, werd één keer en toen een tijdje niet. Volgden elkaar via de moderne media en zeiden dat er toch maar weer eens van moest komen, een bezoekje, weer eens dezelfde verhalen vertellen, luisteren naar elkaar.
Vandaag liet ik haar kennis maken met de wereld van Paolo Ventura, zwierven door zijn oneindige wereld, waarin sprookjes waar worden en daarna een precieuze lunch met inderdaad dezelfde kostbare verhalen, luisteren naar elkaar. De belofte een volgend bezoek niet zo lang te laten duren.
Oude liefde roest niet, maar heeft zijn eigen zachte glans.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *