Rood

Er trekt een oranje-rode waas over het land. Van zuid naar noord kleurt de landkaart  in steeds feller kleur. Dan geel, dan oranje, dan rood. Er wordt keurig binnen de vakjes gekleurd. De wereld buiten Nederland lijkt niet meer te bestaan. Die is stralend wit. Binnen het land krijgt iedere provincie zijn kleur, alsof er echt provinciegrenzen bestaan en het precies over die grens nou net meer of minder glad is, de sneeuw precies voorbij die grens wat hoger of lager ligt.
Voor mij is de wereld niet geel, oranje of rood. Voor mij is de wereld wit. Sneeuwwit. Het is of de tuin zich onder een groot wit dekbed verschuilt. Geen groen, geen kleur, geen geel, geen oranje, geen rood. Zelfs de vijver lijkt dicht te sneeuwen. Vijftig tinten wit De grote struik achterin¬† buigt door onder elke laagje sneeuw op elke blad. Een windvlaag. Het is of de struik zich uitschudt, bevrijdt van de te zware last. Net als de kat die fluks weer binnen is na nauwelijks buiten te zijn geweest. Code rood is zelfs haar zwarte pels te gortig. Omstandig schudt zij de twee, drie vlokken van haar af. Ze kijkt me aan. “Hondenweer”, lijkt ze te zeggen en likt haar poten droog.
De wereld om me heen is bepoedersuikerd, als een te kitscherige kerstkaart . Op straat trekt een moeder een slee. Haar kind kraait het uit. Een roze bloem in een grijs witte wereld waar de sneeuw door een enkele auto zijn maagdelijke status heeft verloren.
Een straat vol geparkeerde auto’s in wintervacht.¬† Het advies is opgevolgd. Blijf maar thuis, ga de weg niet op. Het is stil. De sneeuw dempt alle geluid.
Alleen de waddeneilanden en Limburg hebben code geel. Maar hoe kom je daar als je beter niet weg kunt gaan?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *