Thai

Het is een luie zondagmiddag. Misschien zo als bij de schepping zondagmiddagen zijn bedoeld. Ik kijk wat televisie, een televisie die na Buitenhof bol staat van de sport. Ik zap tussen schaatsen, wielrennen in de baan en buiten, voetballen. Het zappen maakt dat ik niets echt volg. Zie een Nederlandse derde worden bij wat een puntenkoers heet. Een in mijn ogen oneerlijk onderdeel waarin je met een ronde voorsprong in een keer net zo veel punten krijgt als in de honderd ronden vier keer je het schompes te fietsen om een sprint winnen. Als ik doorzap zie ik hoe iemand voor een aangeschoten handsbal een strafschop tegen krijgt en daardoor ziet dat de tegenstander gelijk maakt. In België wordt gekoerst. Ze hebben  nog 77 kilometer te gaan. Dat is mij te veel en te ver. Even lijkt het of ik in die koers mee trap. Ik heb een zelden gebruikt apparaat met twee pedalen dat je een fiets-illusie geeft en waar je luie stoel als zadel functioneert. Het geeft mij in ieder geval het idee dat ik iets aan beweging doe. De tv gaat uit, bezoek kondigt zich aan. De zondagmiddag gaat nu nog meer op een zondagmiddag lijken. Het is theetijd. Een goede vriendin die ik al een tijdje niet meer gesproken heb. We wisselen de nieuwtjes uit. Nieuwtjes die vooral betrekking hebben op onze lichamelijke gesteldheid. Wij wisselen ziekenhuiservaringen uit en ik merk dat mijn verhalen over die opname steeds meer een anekdotisch karakter krijgen. Ik hoor verhalen over iemand met een pinda-allergie. Hij heeft daar zo’n last van dat zelfs als hij zijn vriendin zoent die net een pinda heeft gegeten hij dat met een bijna fatale allergie-aanval moet bekopen. Al pratend en luisterend verglijdt zo de zondagmiddag, een luie zondagmiddag.
Ik eindig toch nog een beetje actief en ga naar mijn werkkamer en beschrijf mijn luie zondagmiddag.
Waarom dit stukje dan Thais heet? Ik hoor de voordeur opengaan.Gade heeft bij de afhaalthai de avondmaaltijd gehaald. De middag is voorbij.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.