Toespraak

Ik heb al heel wat toespraken gehouden. Als ambtenaar van de burgerlijke stand ontkom je daar niet aan. Ik heb minstens zoveel toespraken geschreven. Als gemeentelijk voorlichter ontkom je daar niet aan. Er is een groot verschil tussen een toespraak houden en er een schrijven. Hou je zelf een toespraak dan kun je de redactie tot het allerlaatste moment aanpassen, een verspreking corrigeren. iets weg laten, iets invoegen. Als je een toespraak schrijft moet je verplaatsen in degene die de toespraak houdt. Al schrijvend wordt je een beetje hem of haar en omgekeerd is het meegenomen als de spreker een beetje de schrijver wordt. Dat is niet aan te leren dat is er gewoon. Ik heb het voorrecht gehad met een burgemeester te werken waarbij  die symbiose er was. Mijn teksten kon hij zich zo eigen maken dat bij het uitspreken, zelfs van papier,  het leek of hij ze ter plekke zelf verzon. Dat was natuurlijk vooral zijn verdienste, maar het materiaal dat ik hem leverde was bruikbaar, zeer bruikbaar. De zinswendingen, de dosering, het klopte allemaal. En dat is een genoegen voor de schrijver, de spreker, maar zeker ook voor de toehoorder.
Het kan ook wel eens faliekant misgaan. Ik schreef ooit een doorwrochte tekst voor een wethouder, die in het Koninklijk Instituut voor de Tropen moest spreken op een congres over gemeentelijke internationale samenwerking. En het ging geweldig mis. De tekst kwam door de presentatie niet over het voetlicht. Haperingen, verkeerde accenten. Mijn tenen kromden, de zijne naar later bleek ook. Een op papier sterke tekst kreeg later in het congresverslag de diepte die hij bij het uitspreken volledig mistte.
Waarom dit blog over toespraken? Ik zag gisteravond  ‘The King’s Speech’. Over het spraakgebrek van Koning George VI en de steun die hij kreeg van zijn spraakleraar de Australiër Lionel Logue. Een film over toewijding. En dat is de kern van de band tussen een tekst, zijn schrijver en zijn spreker.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.