Vlinder

Mijn luie stoel staat in de bloementuin van ons buitenverblijf. Ik, nog luier, koester mij in de milde middagzon. Morgen zullen we van hier vertrekken en de terugreis aanvaarden. Maar mag je wel van een reis spreken als je nog geen 10 kilometer ver moet? Zo dichtbij en toch dat complete er-uit-zijn-gevoel.
Ik lees wat, maar het boek glipt steeds weer uit mijn handen. Het dutje wint het van het boek. Ik dommel zachtjes weg.  Hoor het zachte gezoem van de insecten die zich te goed doen aan de nectar die de bloemenpracht te bieden heeft. Vlak voor ik mij helemaal aan Morpheus overgeef zie ik ook nog twee koolwitjes om elkaar heen dartelen en hun onnavolgbare dansje uitvoeren. Een lichtvoetigheid waar ik allen maar van kan dromen. De vlinders zoeken elkaar op, vliegen weer een eindje bij elkaar weg en lijken afgesproken te hebben op welke bloem zij elkaar weer zullen ontmoeten. Ik droom niet van vlinders. Ik ben Zhou niet die niet meer wist of hij een mens was die droomde dat hij een vlinder was of een vlinder die droomde dat hij Zhou was. Ik ben wie ik ben of in ieder geval ik ben die ik denk dat ik ben. Soms zou ik willen dat ik een vlinder was, maar dan wel de vlinder van Lorenz, die naar het verhaal gaat met één vleugelslag hier elders enorme veranderingen te weeg zou kunnen brengen. Een verhaal dat ook weer niet helemaal waar blijkt te zijn, maar de mooiste verhalen hoeven ook niet altijd de waarheid te zijn en al helemaal niet de werkelijkheid.
Als ik uit mijn dutje ontwaakt zijn de vlinders nog steeds aan hun rusteloze dans bezig. Ergens onder een van de bladen zal een van hen haar eitjes afzetten die zullen uitgroeien tot een rups. En die zal na vele vervellingen zich ontpoppen tot een vlinder Een vlinder die de dans zal dansen waar de rups slechts van dromen kan.
Misschien ben ik wel een mens die droomt dat hij een rups is  of een rups die droomt dat hij een mens is of een rups die droomt dat hij als een vlinder dansen kan of …

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.