Voorbij?

De man was er van overtuigd geweest dat het allemaal voorbij was. Allemaal, alles. Het was mooi geweest, er was genoeg genoten. Nee, hij overdacht niet wat er in zijn leven zo al gebeurd was. Hij keek niet terug en vooruitkijken hoefde hij ook niet meer. Het was zo als het was, hij kon het niet mooier maken dan het was en dat was al mooi genoeg. Hij had er vrede mee, vrede dat het voorbij leek. Een beetje nieuwsgierig dat was hij natuurlijk wel, maar hij wist ook dat hij niet verder kon kijken. Niemand wist wat er na voorbij was, na voorgoed voorbij. Hooguit kon hij een voorstelling maken van hoe het zou zijn, maar hij wist ook dat dat alleen maar een verbeelding van zijn verwachting zou zijn. Nergens anders op gesteld dan op zijn eigen fantasie. Het was zijn tijd, hij was daarvan overtuigd. Maar het tij keerde. Vrienden zeiden dat het zijn tijd nog niet was. De man moest aan dat idee wennen. Hij dacht zijn eigen tijd te kunnen indelen. Maar nee, misschien had hij nog wat te doen. Iets of iemand, misschien hij zelf wel, had hem nog nodig. Hij kon nog niet gemist worden.
De man wist ook, of voelde in ieder geval, want zeker weten deed hij zo goed als niets, dat het geen zin had te gaan zoeken naar wie of wat hem nog nodig zou hebben. Dat zou een zoeken zonder vinden worden. En zo besloot hij niet gaan zoeken, maar rustig af te wachten. Hij maakte zijn agenda leeg zodat hij tijd te over had dat mocht er iets of iemand op zijn pad komen die hem nodig had, hij ruimte had. En tijd. Een ding baarde hem zorg. Zou hij dat wat of wie hem nodig had, wat hij nog te doen had, wel herkennen?

Eén reactie op Voorbij?

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *