Vuur

Gistermiddag was het voor het eerst dit seizoen weer zover. Alhoewel het nog een zonnig dagje was, liep de temperatuur toch een beetje naar de meer normale waarden voor deze tijd van het jaar. De oudewijvenzomer lijkt op zijn retour.  Gade verraste mij dan ook niet toen zij aan het eind van de ochtend meedeelde dat zij de kachel aan had gedaan. Vaak betekent dat dat zij de thermostaat de opdracht heeft gegeven om de centrale verwarming te laten branden. Maar nu ging het echt om de kachel. Sinds een paar jaar hebben wij een houtbrander. Zo’n Deens kacheltje waarvan de naam alleen al warmte uitstraalt. Morsø. Als dat brandt lijkt binnen veel meer binnen te worden. Behaaglijk en allengs warmer. In een paar tellen likken de vlammen door de aanmaakhoutjes en al vlug vat het grotere houtblok vlam. Ik kan lang naar de vlammen kijken. Levende vlammen. Niet van die op afstand bestuurbare gasvlammen die uit pseudohoutblokken komen en naar believen hoger en lager gezet kunnen worden. Ik hou niet van dat nepgebeuren. Het enige nep dat ik in huis koester is een bos plastic roze rozen. Nog een erfstuk van Gade’s moeder. Maar vlammen horen niet nep te zijn. Dan kun je in je woonkamer net zo goed een vierpitsgasfornuis zetten. Kun je er gelijk de maaltijd op klaarmaken.
Een brandende houtkachel ruikt ook zo lekker. Een knusse geur. En ook de warmte is van een andere kwaliteit dan die van de cv. Je kunt er ook heerlijk bij weg doezelen. Maar dat komt misschien ook wel dat het kacheltje wat zuurstof gebruikt, en dat het verlaagde zuurstofniveau je wat slaperiger maakt. Maar dat is natuurkunde en dat heb ik tijdens mijn middelbareschooltijd nauwelijks gehad, hoef ik niet te kennen. En zelfs als het laatste blok verbrand is gloeit de kachel nog lang na. Een speels vonkenspel. Ik voel me behaaglijk. En het werd 22.3 graden in de kamer. Buiten nog niet de helft.

Een reactie op Vuur

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *