Wintertuin

Ik heb mij eigenlijk nooit afgevraagd waarom het Nijmeegse literatuurfestival ‘Wintertuin’ zo heet. Sinds gistermiddag weet ik waarom. Ik was bij een activiteit van de Wintertuin. En het was stervenskoud in de voormalige fabriekshal, waar een van de programma-onderdelen plaatsvond. Ergens ver weg van de plaats waar het publiek zich ophield in wat een uitdragerij van oude stoelen en stoeltjes leek, deed een eenzame kachel een vergeefse en op voorhand tot mislukken gedoemde poging de temperatuur een paar tienden van graden Celsius te verhogen. Maar gelukkig was het programma hartverwarmend. Twee schrijvers gingen in gesprek met vier andere schrijvers en dichters. Het ene gesprek vlotte wat beter dan het andere. Dat lag niet alleen aan de ondervraagde schrijvers, maar ook aan de mate van voorbereiding van de gesprekken door de ondervragers. Op zich lijkt het een leuke gimmick om de vragen, zoals in het gesprek met Niña Weijers, te laten bepalen door een bingomolen. Nummertje 42 mondt dan uit in de vooraf opgestelde vraag 42, maar dat verhindert wel enige diepgang als een gesprek goed op gang lijkt te komen omdat er weer een nummertje voor een volgende vraag gedraaid moet worden. En vraag 65 sluit helemaal niet aan bij waar over gesproken werd. De vorm lijkt zo de inhoud nogal in de weg te zitten en dat is jammer bij mensen die echt iets te zeggen lijken te hebben zoals Niña Weijers.
Een gesprek met Stefan van Dierendonck bleef wat in de oppervlakkigheid hangen. Een basisvoorwaarde voor een goed gesprek over een boek lijkt me toch wel dat je het gelezen hebt en je je niet alleen beperkt tot de knipselmap met recensies. Ik weet het niet helemaal zeker, maar ik had zo het idee dat de interviewers niet verder dan de map gekomen waren. Net na het verschijnen van het boek mocht ik met Van Dierendonck in gesprek en toen bleek dat hij veel meer te zeggen had dan waar de interviewers hem gistermiddag toe uitdaagden.
En dan was er ook nog P.F. Thomése, die vertelde over Schaduwkind en zijn vriend J. Kessels en aan het eind van de middag voorlas. Drie , vier jaar geleden had ik hem kort gesproken op een door Gades instelling georganiseerde bijeenkomst ergens in de Achterhoek. Een gesprekje in het voorbijgaan over niets en alles. In de pauze komt Thomése naar mij toe: “U hebt zo’n bekend gezicht. Hebben we elkaar niet eerder ontmoet?” Ik herinner hem aan onze eerste ontmoeting, aan het kasteeltje waar we waren en dat we het nergens over hadden. Net zoals nu. Dat zijn eigenlijk de beste gesprekken.

Een reactie op Wintertuin

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *