Zijlijn

Het is een mistige zondagmiddag op het sportpark. In het veld proberen 22 voetballers elkaar de loef af te steken. 3e Klasse Oost. Een handje vol publiek. Het spel vertoont meer ijver dan kunde. Een scheidsrechter dieĀ  droomt van grote stadions loopt te grote gebaren te maken voor een te kleine wedstrijd. En langs de lijn de clubgrensrechter. Op dit niveau geen neutrale linesmen. Een goedwillende vrijwilliger, die als het maar enigszins mogelijk is in het voordeel van zijn eigen club vlagt. Dat hoort ie ook te doen. Als hij echt objectief zou zijn, heeft hij in zijn eigen club geen leven meer. Maar als hij te opvallend eenzijdige beslissingen neemt zal de scheidsrechter hem nog meer negeren dan die nu al doet. Met losse gebaren zwabbert hij zijn vlag bij een weer vermeend buitenspel van de tegenstander. De scheidsrechter negeert hem terecht. De gang van de grensrechter wordt steeds moedelozer. Hij zal het koud hebben, net als ik op de tribune. De wedstrijd sleept zich voort. Langzaam geven de onzen het heft uit handen. De 1-0 voorsprong komt onder druk. De anderen dringen aan, een pass. Duidelijk buitenspel. Mijn grensrechter zwaait zich met zijn vlag de armen uit het lijf. De scheidsrechter negeert hem, geeft aan door te spelen. 1-1. Hij smijt zijn vlag op de grond. Hij weet zeker dat hij het goed gezien had. Ik ook. Deze keer stond de tegenstander buitenspel, maar hij die de beslissingen neemt wil er niet van weten. Wat blijft is de vertwijfeling van de grensrechter. Hoe felgekleurd je vlag ook is, je hebt niets in te brengen. Assistent-scheidsrechter heet het officieel, maar hij weet dat die naam niks voorstelt. Het is eenzaam langs de zijlijn.
Het wordt nog erger, 2-1 voor de anderen.
Als ik door de dichter wordende mist naar huis fiets bespringen mij allerlei goedkope metaforen voor het leven en de grensrechter, het leven en de zijlijn. Ik laat ze voor wat ze zijn. Het leven van een grensrechter langs de zijlijn is zo al triest genoeg.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.