Zingen met de ziel

Het is bijna een traditie geworden. Twee keer per jaar trekken Gade en ik naar het dominicanenklooster om een avondje te zingen. We gaan daar wel vaker naar toe, voor een retraite of een leergang. Het klooster inspireert. Stemmen klinken anders in de lange gangen en zeker in de kloosterkapel. Maar ook de stilte is dieper en stiller, veel stiller daar. Het lijkt of de tijd daar trager gaat en misschien is dat ook wel zo.
Zingen met de ziel, twee keer per jaar en altijd een keer rond Allerzielen. We zingen dan zinnen waarbij de woorden er nauwelijks toe doen. Eeuwenoude klanken zijn het die opstijgen tegen de muren van de kapel en veel verder gehoord worden, de wereld rond gaan, niet blijven hangen tussen de muren, misschien wel tot de hemel reiken.
De kapel is vol en op deze avond, vlak voor Allerzielen, worden de namen gezongen van gestorven geliefden en bekenden. En het is of die deze avond meezingen en zo laten zij weten dat ze ons niet vergeten zijn, zoals wij hen niet kunnen en willen vergeten. Zingen met de ziel is zingen voor de eeuwigheid. Oeroude klanken van her en der krijgen weer nieuw leven.
Als we aan komen rijden zien we op het parkeerterrein een circustent baden in het licht. Circus en klooster zijn voor even buren. De circusartiesten zullen over een paar dagen hun tent weer afbreken en door trekken naar een andere stad, een ander dorp. De fanfares zullen daar dan klinken en het hooggeëerd publiek zal ook daar dan weer applaudisseren en de adem inhouden bij het vervaarlijke trapezenummer.
In het klooster geven wij met onze adem klank aan dat wat we nauwelijks kunnen zeggen en verstilt allengs ons zingen. Amen, zingen we. Steeds zachter en zachter totdat er alleen maar een alleszeggende stilte overblijft. Amen, moge het zo zijn.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *