Zondaglunch

We hebben afgesproken met een vriendin om samen te lunchen. Ik haal haar met de auto op. Gade maakt er een sportieve uitdaging van om met de fiets naar het gerenommeerde etablissement in de bossen net buiten de stad te gaan. Het is daar, zeker op zo’n milde dag als vandaag goed toeven. Als we aankomen zijn er nog heel wat tafeltjes leeg. We denken zo maar ergens te kunnen gaan zitten met een mooi zicht op het dal dat zich aan de voet van het terras uitstrekt. Mooi niet. Ook al ontbreekt het bordje ‘gereserveerd‘ op de tafeltjes, een dienstertje maakt ons duidelijk dat wij, op goed geluk gekomen, beter hadden gedaan te reserveren. Toch krijgen we een mooi plaatsje half in de zo, half in de schaduw.”U boft, het laatste vrije tafeltje. Wat wilt u drinken?” Drie cappuccino. Het is nog te vroeg voor de lunchkaart. Niet voor de genoeglijke kout die zich ontspint en waar de wederwaardigheden worden uitgewisseld die precies passen bij deze ochtend, die langzaam omslaat in het begin van de middag. Kijk, daar is de gevierde bestsellerschrijver O samen met zijn vriend. Onze vriendin is een tante van O. O is net terug  uit de Oekraïne, is maar even in het land. Morgen vertrekt hij weer naar Brazilië  voor meerdaagse promotie toer rond zijn inmiddels in vele talen vertaalde boek. China en Tsjechië staan ook nog op het programma. Voor mij is deze zondagslunch al een uitje. Mijn wereldtournee heeft pleisterplaatsen waar geen vreemde talen worden gesproken. Het is tijd voor de lunchkaart. Drie verschillende keuzes. Het terras stroomt inmiddels vol. Geen plaats onbezet. Er komt een meneer naar ons tafeltje. “Dag, Jan!” Ik word vaker begroet door mensen die mij ergens van kennen, maar wier verschijnen mij hoegenaamd niets zegt. Ik ben intussen een meester geworden in het dan voordoen of ik degene die mij aanspreekt als mijn broekzak ken en mij dag en uur van een eerdere ontmoeting nog glashelder voor de geest staat. Soms gaat er dan een lichtje branden, maar even vaak blijf ik in het duister tasten, mij afvragend waar ik hem of haar van zou moeten kennen. Nu herken ik de gedagzegger onmiddellijk.
De lunch wordt geserveerd. “Smakelijk.”  En dat is het. De zon geeft het landschap extra kleur.

Eén reactie op Zondaglunch

  1. Rein Verdijk schreef:

    De Wolfsberg Jan? Mijn laatste bezoek daar was geen onverdeeld genoegen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *