Zwikken

Ik kan mij niet herinneren wanneer ik voor het laatst gezwikt heb. Zwikken hoort bij vroeger en thuis, bij mijn vader en moeder en ome Wim en tante Anna. Elke donderdagavond zwikten die laatste vier. De ene week bij de ene, de andere week bij de ander. Voor mij bestond er geen ander kaartspel dan zwikken. En in mijn herinnering was het een spel dat heel snel ging. Drie kaarten delen, bieden en spelen. Een keer met de ogen knipperen en het spel was voorbij. Weer delen, een of twee centen zetten, hup volgende spel. Er was een bus die vol zat met kaartcenten en de winst van de avond ging in een pot. Een keer per jaar potverteren, mijn vader, mijn moeder en ome Wim en tante Anna.
Ik kijk de regels nog eens na bij Wikipedia en lees daar ook: “Dit artikel gaat over het kaartspel. Zwikken of verzwikken is ook het oplopen van een blessure aan de enkel.” Waarom deze uitweiding over een door mij al bijna vergeten kaartspel. Vanwege die blessure. Gisteren wat in de omgeving gewandeld, niet al te ver, een ruim blokje om met café De Groene Weide van de plaatselijke bard Hessel als tussenstop. Maar hij begint te zingen al wij al op bed liggen. Zo overdag is het een gewoon café-restaurant met soep en tosti’s. Als we weer op onze tijdelijk thuisbasis zijn gearriveerd kondigt Gade aan nog een eindje te gaan lopen, naar het strand, naar de zee. Ons korte ommetje alleen is haar geen beweging genoeg. Het strand heeft zij niet bereikt. Onderweg is zij omgezwikt. Een buil op haar linkerenkel en van het ene op het andere moment is mijn stok haar meer van nut dan mij. Een drukverband moet wat verlichting brengen.
Over een paar uur begint het vertelweekend waar we voor ingetekend hebben. Vertellen doe je met je hart en mond. Daar heb je je voeten niet voor nodig. Gelukkig maar, kan Gade haar verteltroeven dan toch uitspelen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.