Aswoensdag

Hoe lang is het niet geleden dat ik op deze dag ’s ochtends ter kerke ging en mij aansloot in de rij die een askruisje ging halen. Dat moet nog in mijn schooltijd geweest zijn. Bij sommige klasgenootjes was het een mooi zwart kruisje dat op hun voorhoofd getekend stond. Ik herinner mij als ik in de spiegel keek alleen maar een vage zwarte veeg, waar nauwelijks de vorm van een kruis in was te herkennen. En de woorden die de priester sprak als hij het kruisje tekende gingen aan mij voorbij. “Gedenk, mens, dat je stof bent en tot stof zult wederkeren. ” Ik had daar hooguit een vaag beeld bij. Stof was voor mij een hoopje gruis, hoe dat iets met mij te maken had, kon ik toen nog niet verzinnen.
Later, toen ik ouder werd en nog actief was in de kerk, ging ik op deze woensdag naar de avondmis om mijn askruisje te gaan halen. Dat was al niet meer in de tijd van volle kerken, maar er kwamen toch aardig wat mensen. En het moet gezegd, de pastoor maakte er heel wat werk van. Tijdens de dienst werden palmtakjes verbrand en werd de as gemengd met HeiligeĀ  Olie. Verser kon je het niet hebben. Het kruisje dat hij op mijn voorhoofd tekende leek in de verste verte niet meer op de vage veeg van vroeger. Nu liet de wijkende haargrens ook meer ruimte voor een ordentelijk kruis. En ik luisterde naar wat hij zei: “Gedenk, mens, dat je stof bent en tot stof zult wederkeren.” In die bezwering hoorde ik niets van eeuwig leven, niets van hemel, niets van hel. Ik hoorde wat Bloem schreef: “Voorbij, voorbij, o, en voorgoed voorbij.”
Wanneer ik mijn laatste askruisje haalde? Het is al weer lang, heel lang geleden. Maar elke dag sindsdien ben ik mij bewust dat wat van mij blijft een beetje stof is en verder niets. Dan is het voorbij, voorgoed voorbij. Wat een rust, maar tot die tijd is er nog leven.

3 reacties op Aswoensdag

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *