Bedelaar

Zoals Nederland een land is van tulpen, molens en klompen zo is Parijs de stad van de Eiffeltoren, metro en de Seine. En natuurlijk van de ‘clochard’, onlosmakelijk aan die stad verbonden. Clochards, dakloze bedelaars, zo heten ze daar. Overal elders waren het zwervers, bedelaars, klaplopers. Mijn Franse leraar uit die tijd kon daar een romantisch beeld van schetsen. De clochards, die sliepen boven de luchtroosters van de ondergrondse, een lege wijnfles als hoofdkussen. Zo iets dachten wij hier niet te hebben, wij hadden geen metro, net zo min als een Eiffeltoren. Wij hadden Swiebertje, de sympathieke zwever die bij Saartjen in den keuken van den burgemeester een kopjen kofjen dronk. Hij deed geen vlieg kwaad. Voor mij bepaalde hij het beeld van de goedmoedige zwerver. Hoe hij aan zijn eten en drinken kwam werd niet duidelijk, waar hij woonde evenmin. Logeerde misschien wel bij zijn vriend Malle Pietje. Gemeentelijke nachtopvang had je nog niet, de plaatselijke hooimijt was hem dak genoeg.
Swiebertje is niet meer en heeft net als zijn Parijse neef de clochard zijn charme verloren. Hun strijd om het bestaan heeft zich verhard en speelt zich nu af bij de AH-winkels in de stad waar zij als bedelaars proberen aan dat beetje extra geld te komen dat voor hen het leven dragelijker doet lijken. Niks romantisch meer aan. Lastpakken, dat worden ze genoemd, weggestuurd zoals je lastige vliegen probeert te verjagen. Bedelaars die herhaaldelijk om wat geld, 1 euro voor de nachtopvang, vragen en daarmee net zo veel als een burgemeester zouden verdienen.
In mijn vriendenkring ontspint zich een gesprek. Moet je een bedelaar nu wel of niet ietsĀ  geven. Laten we ze met onze hondenfooi nu wel of niet delen in onze welvaart? Kopen we door onze aalmoes ons schuldgevoel af? Stimuleren we door onze gift de illegale drugshandel? Er komen verhalen over reizen naar het buitenland waar je soms omwolkt wordt door een horde bedelende kinderen, in niets te vergelijken met de nostalgische zwervers van ooit. Het schrijnt. Oplossingen? Wie het weet mag het zeggen.
De straatmuzikant in de stad gooi ik wat munten in zijn hoed, ik kijk weg van de uitgestoken hand van de bedelaar.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *