Blauw

Het was zo’n dag die verblindt. Op de fiets spijt dat je toch geen muts hebt opgezet. Het is nog maar 5 graden als ik naar Ooij rijd voor mijn tweemaandelijkse onderhoud met mijn diëtiste, van wie ik al sinds enige tijd niet meer “diëtiste” bij de volgende afspraak in mijn agenda mag zetten, maar gewoon haar naam. Ik fiets er een klein halfuurtje over. De zon staat nog laag en  maakt dat ik soms niets zie, maar aanneem dat het fietspad rechtdoor gaat. Dat doet het. Op de fiets zie je zoveel meer, zelfs met toegeknepen ogen.  Over de weg is een vreemde voetgangersbrug geplaatst. Nu lijkt hij nog van niks naar nergens te gaan, maar zal straks vast passen in een groot polderwandelingen-plan. Ik heb de wind van achteren. Totdat ik linksaf sla. Een statisticus zou zeggen dat ik het dan net lekker heb. Mijn linkerhelft is koud van het stevige windje dat er nog staat. Mijn rechterhelft aangenaam warm door de zon die de 5 graden van bij het vertrek ver voorbij is.
Het oordeel van mijn diëtiste is dat alles stabiel is. Zij is tevreden en ik met haar. De dag straalt nog steeds. Ik ga over de dijk terug naar de stad en weersta de verleiding om in het roemruchte Oortjeshekken nog een kop koffie te nemen, laat staan een dikke snee krentenmik. Over de polder spant een blauw blauwe lucht. En ver onder de enkele vliegtuigen, die hun hoge witte sporen achterlaten,  vliegen duizenden ganzen. In grote vluchten scheren ze over me heen. De landing op het water van zo’n flottielje tussen de al aanwezige grote vloot is spectaculair. De al aanwezige begroeten de aankomende met luid gegak. En er zijn nog veel meer vogels, waarvan ik de naam niet ken. De Ooij is een van de mooiste plekken die ik ken. Zeker op zo’n klare dag als vandaag. Alles is stabiel.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *