Boekenbal

Vanavond begint weer de Boekenweek. Een week die maar liefst 10 dagen duurt. En de opening is zoals altijd het Boekenbal. Ik zelf ben ook een aantal keren op dat Amsterdamse bal te gast geweest. Of eigenlijk was ik de introducé. Gade had in die tijd , begin van deze eeuw een baan in Amsterdam, waar bijna als een secundaire arbeidsvoorwaarde een uitnodiging voor het Boekenbal aan vast zat. En in de literaire hiërarchie was zij even zo hoog gestegen dat wij plaats mochten nemen in de koninklijke loge, minder dan een steenworp, zeg maar een handdruk af van Femke Halsema en Boris Dittrich, die zich ingespannen hadden voor de realisering van de wet op de vaste boekenprijs. Gade had zich daar ook zeer mee bezig gehouden en kreeg in bepaalde kring zelfs de geuzennaam van “Jeanne d’Arc van de vaste boekenprijs”. Drie of vier keer zijn we geweest. Toen kreeg Gade een andere baan en was er voor haar en dus ook voor mij geen Boekenbal meer.
We vermaakten ons wel op zo’n bal, maar ik behoorde tot de categorie der kijkers. Vlug dan een handje aan Connie Palmen, die ik kort daarvoor geïnterviewd had, een praatje met Jan Siebelink die ik ingeleid had bij Selexyz Nijmegen, dat toen nog gewoon Dekker van de Vegt heette en een kort gesprekje met de zoon van Anna Enquist, met wie mijn zoon in een bandje speelde. Dat waren mijn contacten, terwijl Gade zich al netwerkend door de feestende meute begaf en van de een naar de ander slalomde, totdat het tijd was voor een dansje op het podium van de Stadsschouwburg, die diende als dansvloer. Tegen de tijd dat Beau van Erven Dorens begon te vechten waren wij al op weg naar Gade’s Amsterdamse pied-à-terre. Teruglopend verzucht zij elke keer weer dat het eigenlijk het meest overschatte personeelsfeestje van Nederland is.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.