Cohen

Ik ben nooit zo van de muziek geweest, de popmuziek. Ik had en heb nauwelijks favoriete artiesten en titels van liedjes zijn aan mij voorbij gegaan. Ik zing wel graag en veel, maar ben niet zo iemand die alle rolling stonesnummers van buiten kent of weet waar en wanneer ze zijn opgenomen en de hoeveelste track het is op een bepaalde cd. Gade heeft een neef die dat wel weet. Ik niet, van geen enkele artiest. De oorzaak dat mijn zoon zoveel muzikale genen heeft en een  meer dan verdienstelijk toetsenist is in een allengs bekender wordende mash-upband ligt dan ook veel meer aan zijn moeder dan aan mij. Niet dat ik niet van muziek houd. Integendeel. Ik kan zeer van muziek genieten. Mijn smaak is breed en echte voorkeuren koester ik nauwelijks.
Gistermiddag toog ik naar Amsterdam. Naar het Olympisch Stadion. Samen met Gade en vrienden. Maanden geleden al hadden we kaartjes gekocht voor het Leonard Cohenconcert. Ik kende sommige van zijn liedjes uit de vertaling van Herman van Veen en onlangs zong ik met mijn Lindenberggroepje  “Hallelujah”. Maar daar hield mijn kennis over Leonard wel op. Ik zei toch dat ik niet zo’n fanatiek volger van de popmuziek was. Thuis had ik een keer de dvd gezien van zijn concert in Londen. Maar dat was het dan wel. En nu dan dit megaconcert. Een oude man die drieënhalf uur weet te boeien, met een stel magnifieke muzikanten en drie achtergrondzangeressen die geregeld op de voorgrond treden. En dan de ambiance. Een massaal stadion. Totaal uitverkocht met ons gezelschap op rij 9, een paar stoelen van Mathijs van Nieuwkerk. Maar die had een bandje om dat hem waarschijnlijk ook toegang gaf tot de geheime ruimten van het stadion. Wij hadden aan onze veldplaatsen genoeg. En nu ben ik een absolute fan van Leonard Cohen. Nee, ik zal zijn liedjes niet van buiten leren, meeneuriën is voldoende.
Amsterdam en Cohen, eigenlijk altijd al een uitstekende combinatie geweest.

2 reacties op Cohen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *