Colombia

Ik heb hier al vaker de loftrompet gestoken over de herenmodezaak waar ik vaste kant ben. Dat ga ik nu weer doen. Persoonlijk gaat de mode aan mij voorbij. Zeker sinds ik een arbeidsloos bestaan leidt en ik veel sociale verplichtingen achter mij heb gelaten hul ik mij in een zeer casual outfit. Een trui of polo, makkelijke broek zijn mij kleding genoeg. De broek moet dan wel een’Meyer’ zijn, een merk waar ik al sinds jaar en dag aan verknocht ben.
Onlangs kreeg ik weer een berichtje van bedoelde herenmodezaak met tal van aanwijzingen hoe in deze tijden gewinkeld kon worden en om een bezoek nog aantrekkelijke te maken was er de verlokkelijke aanbieding dat bij de aanschaf van twee broeken de tweede broek voor de helft van de prijs de mijne kon worden. En met de zomer op komst kan een lichte zomerbroek geen kwaad. Dus op naar de bewuste winkel. Nog voor we binnen zijn lezen wij het advies om met niet meer dan twee personen te komen. Nu heb ik nooit overwogen om van een bezoek aan een kledingmagazijn een gezinsuitje te maken dus met gemak kunnen Gade en ik aan het verzoek gehoor geven. Bij de kassa staat een plexiglazen scherm van waar achter de aardige verkoper Appie (zie mijn blog van 5 oktober 2015) ons met name begroet. Dat is een van de charmes van deze zaak, men kent je. Natuurlijk weet ik ook wel dat bij de professionele uitstraling van deze onderneming hoort, maar het doet toch goed. Er wordt naar mijn gezondheid gevraagd en is de bijbehorende blik meelevend genoeg om als oprecht ervaren te worden. Ik kan van die ambiance zeer genieten. Voordat we tot zaken komen drinken we een kopje koffie en horen van een uitgestelde vakantie naar Colombia. Juist vandaag had Appie met partner voor een vakantie naar dat Zuid-Amerikaanse land moeten vliegen, maar in plaats daarvan verkoopt hij mijĀ  twee broeken (de tweede voor de halve prijs) en een shirt. Ik heb een hartgrondige hekel aan het passen. Als ik uit het pashokje kom is de eigenaresse van de zaak er ook. Geeft het winkelbezoek extra kleur. Appie vraagt of ik weer als toen een stukje over de zaak ga schrijven. “Uiteraard,” antwoord ik, “Gebeurt er mij eindelijk weer eens wat. Ik zal het ‘Colombia’ noemen.”

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.