Djellaba

Ik woon in een deel van de stad dat zo wit is dat het bijna licht geeft. Ik geloof niet dat in mijn straatje ook maar iemand woont wiens wieg in een ver buitenland heeft gestaan. Ik woon in een west-europees ghetto. Dat zou het zijn als we tot een minderheid behoorde. Maar dat is niet zo. We wonen gewoon in een witte wijk. Mijn AH heeft geen eigen hallal-afdeling. Daar is de klantenkring niet naar. Er wordt wat kleur in de wijk gebracht door de bewoners van het asielzoekerscentrum dat in een voormalige kazerne is ondergebracht. De bewoners zien er uit zoals jij en ik. Spijkerbroek, t-shirt, jasje. De vrouwen zijn wat kleurrijker gekleed. Een enkele hoofddoek. Maar het zijn uitzonderingen in mijn biotoop.
Ik reed door een ander gedeelte van de stad. Daar passeerde ik een mijnheer op een damesfiets met een kinderzitje. Het zitje was leeg. De mijnheer had een baard en droeg in djellaba. Ik had nog nooit in levende lijve een mijnheer met een baard in een djellaba op een damesfiets met leeg kinderzitje gezien. Ik ging bij mij zelf te rade. Wat riep dat beeld in mij op? Mijn eerste reactie was dat het moest kunnen, iedereen mag aantrekken wat hij of zij wil. En mij maakt het niet uit. Dat waren mijn eerste gedachten. Die heb ik ook als ik heel af en toe op een onverwachte plaats nog mevrouwen in oud-hollandsche klederdracht zie. Het geeft kleur, maar is ook een anachronisme. En zo vond ik in tweede instantie een djellaba niet een weeffout in de tijd, maar in de plaats. Het past niet in het beeld. Ik weet dat dit een tamelijk reactionair standpunt is. Misschien is het ook wel een kwestie van wennen. Zoals ik ook vind dat men maar moeten wennen aan zwarte piet.
Maar misschien werd ik ook wel geconfronteerd met mijn eigen kortzichtigheid. Ik vind dat alles moet kunnen, maar als de punt bij de paal komt…Tsja, dan stel ik mij zelf toch teleur. Ben niet zo ruimhartig als ik denk dat ik ben.

2 reacties op Djellaba

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *